Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:2158

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-03-2020
Datum publicatie
23-04-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 3225
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Onder verwijzing naar de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 15 november 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:46387) is de rechtbank van oordeel dat een taxatierapport dat niet is opgesteld door een geregistreerd taxateur niet voldoet aan de minimumeisen die voor toekenning van een proceskostenvergoeding moeten worden gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

Zaaknummer: ROE 19/3225

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2020 in de zaak tussen

[naam] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: A. Öztürk),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen, verweerder

(gemachtigde: P. Jonker).

Procesverloop

Bij besluit met dagtekening 16 februari 2019 heeft verweerder krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken de waarde van de onroerende zaak [adres] [huisnummer] te [woonplaats] voor het belastingjaar 2019 per waardepeildatum 1 januari 2018 vastgesteld op [waardebedrag 1] .

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij uitspraak op bezwaar van 2 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en de vastgestelde waarde van de onroerende zaak verminderd naar [waardebedrag 2] . Tevens heeft verweerder een proceskostenvergoeding van [bedrag] toegekend.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 maart 2020. Eiser is niet verschenen, verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. In geschil is enkel of verweerder terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor het door eiser ingediende taxatierapport.

3. Eiser voert aan dat verweerder tot proceskostenvergoeding had moeten overgaan omdat een andere heffingsambtenaar dat voor gelijkaardige taxatierapporten van dezelfde taxateur ook doet. Eiser verwijst naar twee uitspraken van de rechtbank Den Haag.

4. In zijn uitspraak van [huisnummer] november 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:46387) heeft het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch overwogen dat er minimum eisen aan een taxatierapport gesteld moeten worden, wil het taxatierapport voor proceskostenvergoeding in aanmerking komen. Een van die eisen is dat het taxatierapport opgesteld moet zijn door een geregistreerd taxateur.

5. Niet gebleken is dat in deze zaak het door eiser ingediende taxatierapport is opgesteld door een geregistreerd taxateur. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder terecht geen proceskostenvergoeding voor het taxatierapport heeft toegekend. In de zaken waar eiser naar heeft verwezen was niet de vraag of de taxatierapporten waren opgesteld door een geregistreerd taxateur onderwerp van geschil maar de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding. Aan die uitspraken kan daarom niet de door eiser gewenste waarde worden toegekend.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.J. Rutten, rechter, in aanwezigheid van J.W.J.M. van Rijt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 16 maart 2020

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ‘s‑Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.