Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:2147

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
16-03-2020
Zaaknummer
03.183279.19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot gevangenisstraf van 12 jaar voor poging tot moord door het meermaals steken in bovenlichaam slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0305
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03.183279.19

tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 maart 2020

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

wonende te [adres] ,

thans gedetineerd in de [adresgegevens pi] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.M. van Venrooij-Nieuwenhuis, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 maart 2020. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. Tevens zijn verschenen het slachtoffer, [naam] , met zijn raadsman mr. F.E.L. Teerling. De officier van justitie, de verdediging en de benadeelde partij hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte [slachtoffer] meermalen met een mes heeft gestoken. Primair is dit tenlastegelegd als een poging tot moord, subsidiair als een poging tot doodslag en meer subsidiair als het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de poging tot moord wettig en overtuigend bewezen. Hij verwijst naar de aangifte, de getuigenverklaringen en de berichten die via social media verspreid zijn en waaruit afgeleid kan worden dat de verdachte het plan had om het slachtoffer te doden.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het primair ten laste gelegde, de poging tot moord. Zij heeft zich gerefereerd ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde, de poging tot doodslag.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Wie is wie

Voor een goed begrip van deze strafzaak zal de rechtbank allereerst de voorgeschiedenis kort uiteenzetten. De verdachte heeft tot oktober 2018 een relatie gehad met [naam] . De relatie van de verdachte met [ex-vriendin van verdachte] kende vele problemen en de verdachte is op 3 juni 2019 veroordeeld voor mishandeling en vrijheidsberoving van deze [ex-vriendin van verdachte] . Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf die hij voor deze feiten heeft gekregen, was onder andere een contactverbod met [ex-vriendin van verdachte] verbonden. Zij is in de weken voor het steekincident een relatie begonnen met het slachtoffer [naam] . De verdachte had inmiddels een relatie met [naam] .

De verdachte heeft verklaard dat hij en zijn nieuwe vriendin door [ex-vriendin van verdachte] werden bestookt met vele berichten via social media en dat [ex-vriendin van verdachte] samen met [slachtoffer] door de straat van zijn vriendin reed. [slachtoffer] op zijn beurt meldt dat [ex-vriendin van verdachte] door de verdachte werd bestookt en bedreigd.

Voorafgaand aan het feit

De verdachte was boos op [ex-vriendin van verdachte] en het slachtoffer en heeft op 18 juli 2019 naar [vriendin van verdachte] berichten gestuurd met de volgende inhoud: “Ik wil hem pakken, vandaag, hij heeft me geblocked. Hij woont nog achter [naam school] .”2

Op 25 juli 2019 heeft de verdachte berichten gestuurd aan zijn moeder met de inhoud:

“We hebben ze adress al bijna”, “Ze is een vieze hoer, die probeert jaloers te maken met een jongen wiens vader is overleden en een erfenis heeft” en “maar hem pak ik hoe dan ook hebben morgen al dat addres”.

[slachtoffer] heeft verteld dat zijn vader op 28 juli 2018 is overleden. Hij denkt dat de verdachte hem kent via social media, omdat hij in het verleden meerdere foto's en berichten heeft geplaatst waar hij met zijn opvallende [beschrijving auto] op te zien was.3

Van het account ‘ [naam] ’ zijn op enig moment berichten gestuurd met de volgende inhoud: “en fijn dat jeje auto op insta zet met kenteken als ik je zie, ik rij je gelijk klem jongen en dan laat ik je in je broek poepen, al zit je hele auto vol, ik maak je af waar iedereen bij is” en “al joun kanker tsnaden gaan eruit. Ik ga jou alles afpakken en ruineren. Boys van rotje zijn al hier. Dus geen weg terug. Tot zometeen. Zou maar smeken voor je leven”. Screenshots van deze berichten heeft [slachtoffer] aan de politie gemaild. [slachtoffer] en [ex-vriendin van verdachte] hebben tegenover de politie veklaard dat de berichten aan [slachtoffer] waren gestuurd, drie à vier dagen voor 29 juli 2019.4

29 juli 2019

Die avond had [slachtoffer] zijn vriendin bij de Musicdome in Kerkrade afgezet en zat hij in zijn auto op de parkeerplaats voor de Musicdome. Hij had geen zin om naar binnen te gaan. In de auto bekeek en postte hij berichten op facebook en instagram. Het raam aan de bestuurderskant stond open. Op een gegeven moment kwam een jongen naar zijn auto toe en gooide een blikje Red Bull op de motorkap van zijn auto. Daarna liep de jongen naar de bestuurderskant van zijn auto. Hij herkende hem van foto’s die [ex-vriendin van verdachte] hem had laten zien. Het was [verdachte] . Deze dook met een arm via het geopende raam naar binnen en stak [slachtoffer] 30 keer. Bij het afweren werd [slachtoffer] in zijn arm en hand gestoken. Toen hij via de bijrijderskant wilde vluchten, werd hij ook in zijn rug gestoken. Het lukte hem uiteindelijk weg te rennen.5

De verdachte heeft ter terechtzitting van 2 maart 2020 verklaard dat hij op stap was in de Musicdome in Kerkrade. Hij had flink gedronken en zijn vriendin gebeld om hem te komen ophalen. Hij had die avond zoals altijd, een mes bij zich. Naar zijn zeggen omdat hij zich moet kunnen verdedigen en omdat iedereen tegenwoordig een mes bij zich heeft. Toen hij de Musicdome verliet, zag hij op de parkeerplaats de auto van het slachtoffer staan. Hij liep naar de auto toe, zei niets en stak direct door het geopende raam van het bestuurdersportier met het mes in op [slachtoffer] .6

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] niet kende, maar wel wist dat hij met [ex-vriendin van verdachte] omging en hij kende zijn auto van foto’s op facebook en instagram: [beschrijving auto] . Hij was boos op [ex-vriendin van verdachte] . “Ik heb hem gepakt. Laat ik het zo zeggen. Ik heb hem gewaarschuwd dat hij me niet moest tegen komen. Terugpakken”. Het mes was volgens de verdachte uitgeklapt ongeveer 20 cm lang. In zijn verhoor bij de politie heeft de verdachte eveneens verklaard dat hij wilde dat het stopte, want [ex-vriendin van verdachte] ‘heeft alles kapot gemaakt’.7

[vriendin van verdachte] stuurt op de bewuste avond, als zij de verdachte gaat ophalen bij de Musicdome, berichten naar [vriend van verdachte] met de volgende inhoud:

[vriend van verdachte] :

00:31:12 uur: hoelaat moeat jij [verdachte] halen?

[vriendin van verdachte] :

00:31:41 uur: nu.

00:31:47 uur: hij moet nu naar buiten komen

00:32:00 uur: met zn mensen dood maken

(...)

[vriend van verdachte] :

00:38:34 uur: en is die er al?

[vriendin van verdachte] :

00:50:41 uur: jaa hij is bij me.

[vriendin van verdachte] :

00:50:49 uur: is er overstuur ik app je morgrn goed.

[vriend van verdachte] :

00:51:08 uur: Ohjaa is goed, kan die me niet nog even n halve brengen?

[vriendin van verdachte] :

00:52:15 uur: nee gaat niet zo goed met hem nu.

Ook stuurt [vriendin van verdachte] een bericht naar een [vriendin van vriendin van verdachte] met de volgende inhoud:

00:31:34 uur: hij wilt mensen dood maken.8

De forensisch geneeskundige heeft op 30 augustus 2019 geconstateerd dat [slachtoffer] 33 littekens heeft met het aspect van littekens van genezen steekverwondingen. Die steekverwondingen heeft hij voor en achter zijn oor, in zijn wang, op het achterhoofd, in zijn nek, in zijn borstkas, in de linkeroksel, linkerarm, linkerschouder en linkerhand en rug. De steekverwondingen hebben onder andere een klaplong, een longbloeding, een gedeeltelijke klaplong, een breuk van het borstbeen, spier- en zenuwletsel in de linkerarm en linkerhand en een levensbedreigende bloeduitstorting in de wand van de aorta veroorzaakt. Intensieve behandeling en operatief ingrijpen was noodzakelijk. Op het moment van het onderzoek was het onduidelijk of er een blijvende functiebeperking zal zijn in de linkerhand. [slachtoffer] heeft tijdens dit onderzoek gemeld dat hij slaapproblemen heeft en last van nachtmerries en herbelevingen.9

Tussenconclusie

Uit bovenstaande bewijsmiddelen is af te leiden dat de verdachte [slachtoffer] opzettelijk meermalen met een mes in het bovenlichaam heeft gestoken, waardoor hij levensgevaarlijk gewond is geraakt. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen volgt dat hij daarbij het opzet had om [slachtoffer] te doden.

Voorbedachte raad

De vraag die de rechtbank zich vervolgens moet stellen is of er sprake was van een poging tot moord of een poging tot doodslag, met andere woorden of er sprake is geweest van voorbedachte raad.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten.

De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

De verdachte heeft verklaard dat de (ongedateerde) berichten, die hiervoor genoemd zijn, wel door hem verzonden zijn, maar dat hij deze lang voordat het feit plaatsvond heeft verstuurd. Het account [naam] ), waar vanaf de berichten zouden zijn verzonden, zou al geruime tijd niet meer bestaan. Bovendien zouden deze berichten niet aan het slachtoffer gericht zijn en geen betrekking hebben op het slachtoffer.

Uit de berichten die in het dossier zijn gevoegd, valt inderdaad niet af te leiden op welke datum deze zijn verzonden. Volgens de politie is dit ook niet meer te achterhalen omdat [slachtoffer] instagram heeft verwijderd en de originele berichten niet meer heeft. Toch acht de rechtbank de stelling van de verdachte, dat ze heel oud zijn, ongeloofwaardig, want pas toen [ex-vriendin van verdachte] een relatie kreeg met het slachtoffer werd ook hij hierin betrokken. Uit de inhoud van de berichten blijkt dat ze zijn gericht aan en gaan over [slachtoffer] , terwijl hij, als vriend van [ex-vriendin van verdachte] , pas sinds kort in beeld was. Dat zegt de verdachte ook zelf: ‘Ik wist net een week van het bestaan van hem af.’

Hieruit concludeert de rechtbank dat deze berichten kort voor 29 juli 2019 - zoals [slachtoffer] en [ex-vriendin van verdachte] bij de politie hebben verklaard - verzonden moeten zijn. Dat ze aan [slachtoffer] zijn gericht, is ook nog af te leiden uit de reactie op het bericht:

‘Ga alsjeblieft naar [vriendin van verdachte] en laat mij en [ex-vriendin van verdachte] met rust.’

Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen kan de rechtbank afleiden dat er in de voorfase en aanloop naar 29 juli 2019 conflicten zijn geweest tussen de verdachte aan de ene kant en zijn ex-vriendin [naam] en later haar vriend [slachtoffer] , aan de andere kant. De verdachte wilde de confrontatie aangaan met [slachtoffer] en hem pakken, zoals uit meerdere berichten en zijn eigen verklaring is af te leiden. Daarbij is ook moeite gedaan het adres van [slachtoffer] te achterhalen. De verdachte is op stap gegaan en heeft een mes meegenomen. Als hij [slachtoffer] in zijn auto ziet zitten, wil hij een einde maken aan het gedoe met [ex-vriendin van verdachte] . Hij loopt vervolgens resoluut en doelgericht met een opengeklapt mes op hem af en steekt meer dan 30 keer zonder ook maar een woord met hem te wisselen. Dit steken gaat door, ook als het slachtoffer probeert uit de auto te vluchten.

Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat de verdachte al voor het steekincident van plan was om [slachtoffer] iets aan te doen en van plan was hem die avond van het leven te beroven. Dat de verdachte in een plotselinge gemoedsopwelling zou hebben gehandeld, is niet gebleken. Hij heeft [slachtoffer] nooit eerder ontmoet en ook die avond geen woord met hem gewisseld. Evenmin is gebleken van andere contra-indicaties die het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld en acht de poging tot moord bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 29 juli 2019 in de gemeente Kerkrade, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, meermalen met een mes in het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feit op:

poging tot moord.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Psycholoog [naam] heeft over de geestvermogens van de verdachte op 7 februari 2020 een rapport uitgebracht. De deskundige heeft geconstateerd dat bij de verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en acht de verdachte geheel toerekeningsvatbaar. De rechtbank sluit zich bij deze bevindingen aan.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals benoemd in de rapportage van het NIFP, in het bijzonder de duur en de impact van de druk van buitenaf casu quo invloed van derden via social media voorafgaand aan het steekincident. Zij verwijst naar de aangifte van stalking die de verdachte na het steekincident heeft gedaan.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ernst van het strafbare feit

De verdachte heeft, na een langlopend conflict tussen hem en zijn ex-vriendin, haar nieuwe vriend tientallen keren in zijn bovenlichaam gestoken.

Voorafgaand aan dit gruwelijke feit heeft hij geprobeerd om het slachtoffer te traceren en heeft hij meermalen kenbaar gemaakt dat hij hem iets wilde aandoen. Hij heeft naar een uitgaansgelegenheid een mes meegenomen, wat de rechtbank op zich al zorgen baart. De verdachte is hiermee ter zitting geconfronteerd maar daar reageerde hij erg laconiek op: iedereen heeft tegenwoordig toch een mes bij zich.

De verdachte heeft door zijn handelen niet alleen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, maar ook een ernstige inbreuk gemaakt op de rechtsorde. Hij heeft immers op een parkeerplaats bij een uitgaansgelegenheid, vlakbij een plek waar op dat moment een feest aan de gang was, het slachtoffer met vele messteken geprobeerd van het leven te beroven. Hij is doorgegaan met steken, zelfs toen het slachtoffer via de bijrijderskant uit de auto wilde vluchten. Het slachtoffer is toen ook nog in zijn rug gestoken. Een ieder zal begrijpen dat dit een zeer beangstigende situatie is geweest voor het slachtoffer. Op dat moment dacht hij dat zijn laatste uur had geslagen. Hetgeen ook duidelijk wordt uit de toelichting op de vordering tot schadevergoeding en de ter terechtzitting voorgehouden slachtofferverklaring. Uit deze slachtofferverklaring blijkt dat [slachtoffer] heeft voor zijn leven moeten vechten, nog vaak nachtmerries heeft en zijn levenslust is kwijtgeraakt. Hij is door toedoen van de verdachte voor de rest van zijn nog jonge leven verminkt door de vele littekens, moet medicijnen slikken omdat er in de aorta een stent is geplaatst en kan een aantal vingers niet meer bewegen. Hij is beschadigd voor het leven.

Het slachtoffer heeft dankzij snel medisch ingrijpen de aanslag op zijn leven overleefd. Het had net zo goed heel anders voor hem kunnen aflopen.

Strafblad

De verdachte is op 3 juni 2019 veroordeeld voor de mishandeling en de wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn toenmalige vriendin, [ex-vriendin van verdachte] . De verdachte liep nog in de proeftijd van de voorwaardelijke gevangenisstraf die hem in die zaak was opgelegd. Zelfs die veroordeling heeft hem er niet van weerhouden om zich wederom schuldig te maken aan een ernstig geweldsdelict.

Persoon van de verdachte

Bij de verdachte is geen stoornis vastgesteld hetgeen inhoud dat hij geheel toerekeningsvatbaar is voor zijn handelen. Hij heeft geen problemen op de onderzochte leefgebieden en staat onder toezicht van de reclassering.

Straf

De rechtbank stelt voorop dat geen enkele straf het leed dat het slachtoffer is aangedaan kan verzachten. Desondanks dient de rechtbank een straf op te leggen en daarbij acht te slaan op alle aspecten van de zaak.

De rechtbank is uitgegaan van een gevangenisstraf van 15 jaren, een straf die in een soortgelijk geval opgelegd zou zijn indien het een voltooid delict zou betreffen. In dit geval is het echter bij een poging gebleven, waarbij de rechtbank opmerkt dat dit niet door de verdachte komt. De rechtbank zal met in achtneming van artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht deze staf met een derde verminderen. In dat geval zou de rechtbank de verdachte 10 jaren gevangenisstraf opleggen.

Rekening houdend met de hoeveelheid geweld waarmee hij [slachtoffer] als relatieve buitenstaander in het conflict met zijn ex-vriendin heeft overvallen, de handicaps waarmee deze voor de rest van zijn nog jonge leven is opgezadeld en het psychisch letsel, is de rechtbank van oordeel dat een straf zoals door de officier van justitie geëist, 10 jaren gevangenisstraf, niet voldoende recht doet aan de ernst van het feit en het leed dat is aangedaan. [slachtoffer] ondervindt, zoals hij zelf naar voren bracht bij zijn slachtofferverklaring, levenslang de gevolgen. Alleen door snel en adequaat medisch ingrijpen is hij niet gestorven aan zijn steekverwondingen.

Gelet op al deze factoren acht de rechtbank een gevangenisstraf van twaalf jaren een passende straf.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [naam] vordert een schadevergoeding van € 76.321,74, bestaande uit € 33.821,74 materiële schade en € 42.500,- immateriële schade.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de gehele vordering tot schadevergoeding toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij afgewezen dient te worden, omdat deze vordering een te zware druk op het strafproces legt en verder gevoerd dient te worden bij de civiele rechter.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij heeft vergoeding verzocht voor de materiële schade en immateriële schade.

Materiële schade

De materiële schade is onderverdeeld in een aantal posten.

De posten ‘fysiotherapie en eigen risico’ (€ 1.348,22 en € 770,-) en ‘parkeer- en reiskosten’

(€ 122,48 en € 637,52) zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en redelijk zodat deze posten geheel zullen worden toegewezen.

De post ‘kleding en horloge’ (€ 1.400,-) zijn onvoldoende weersproken en voldoende onderbouwd, zodat ook deze post voor toewijzing in aanmerking komt.

De rechtbank is van oordeel dat voor de posten ‘verlies inkomen’ en ‘premie levensverzekering’ een nadere onderbouwing noodzakelijk is om deze posten voor vergoeding in aanmerking te laten komen. Nu dit een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren, zal de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze posten niet-ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van de post ‘schade voertuig’ zal de rechtbank alleen de kosten toewijzen die samenhangen met de bekleding van de auto en het reinigen, zijnde € 1.564,25.

De overige kosten kan de rechtbank op basis van de thans gegeven onderbouwing niet in verband brengen met het bewezenverklaarde feit. Daarom verklaart de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van het meer gevorderde niet-ontvankelijk.

De totale toe te wijzen schadevergoeding met betrekking tot de materiële schade bedraagt daarmee € 5.842,47.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft door de gedragingen van de verdachte fysiek en psychisch letsel opgelopen. Hiervoor is schadevergoeding verzocht.

Dat het slachtoffer fysieke letsel heeft opgelopen blijkt duidelijk uit het dossier. Hij heeft als gevolg van de vele steekverwondingen letsel aan zijn hoofd, nek, hals, arm en hand.

Doordat er spieren, pezen en zenuwen zijn geraakt, zijn diverse plekken op het lichaam van het slachtoffer gevoelloos geworden. Verder is er krachtverlies opgetreden in zijn linker bovenarm en linker onderarm. Vanwege een scheur in de aorta is er een stent geplaatst en dient het slachtoffer daarvoor zijn hele leven bloedverdunners te nemen. De eerste dagen dat het slachtoffer in het ziekenhuis heeft verbleven, was hij in levensgevaar. Na het verblijf in het ziekenhuis heeft hij een lang revalidatietraject moeten ondergaan. Tot op heden is hij arbeidsongeschikt en er is nog geen zicht op volledig herstel. Hij is zijn baan verloren en het is nog niet duidelijk of, en zo ja wanneer, hij weer op het oude niveau kan functioneren.

Het psychisch letsel is onderbouwd met een afsprakenkaart van de psycholoog. In eerste instantie heeft het slachtoffer ondersteuning gehad van de praktijkondersteuner van de huisarts en een maatschappelijk werker. Daarna is hij naar een psycholoog doorverwezen voor onder andere EMDR vanwege PTSS.

Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek geeft in beperkte gevallen recht op vergoeding van andere schade dan vermogensschade. Een van die in de wet limitatief opgesomde gevallen is wanneer er sprake is van fysiek letsel. Daarvan is sprake. Het slachtoffer heeft vele steekverwondingen opgelopen. Reeds om die reden kan hij aanspraak maken op smartengeld. Dat het slachtoffer als gevolg van het steekincident ook psychisch letsel heeft opgelopen, acht de rechtbank, ook zonder nadere inhoudelijke onderbouwing van een deskundige, aannemelijk vanwege de bijzondere ernst van de normschending.

De vraag is vervolgens hoe hoog de vergoeding ter zake smartengeld moet zijn.

De rechtbank zal gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en de immateriële schade tot op heden naar redelijkheid vaststellen op een bedrag van € 15.000,-. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente. Voor het overige zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte opleggen ten behoeve van het innen van de vordering.

8 De vordering voorwaardelijke veroordeling

De officier van justitie heeft een vordering ingediend die strekt tot tenuitvoerlegging van de op 3 juni 2019 in de zaak met parketnummer 03.214362.18 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand. De raadsvrouw heeft bepleit om de vordering af te wijzen.

In beginsel komt de vordering tot tenuitvoerlegging voor toewijzing in aanmerking. Echter, gelet op de langdurige gevangenisstraf die de rechtbank aan de verdachte oplegt, ziet de rechtbank de meerwaarde van het toewijzen van deze vordering niet. De rechtbank zal de vordering daarom dan ook afwijzen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 289 Wetboek van Strafrecht van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [naam] , van een bedrag van € 20.842,47, bestaande uit € 5.842,47 materiële schade en

€ 15.000,- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 20.842,47, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 139 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

Vordering tot tenuitvoerlegging

- wijst af de vordering d.d. 2 oktober 2019 met parketnummer 03.214362.18.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feuth, voorzitter, mr. A.M. Schutte en mr. G.L.A.M. van Doveren, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.A.M. Spijkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 maart 2020.

Buiten staat

mr. G.L.A.M. van Doveren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 29 juli 2019 in de gemeente Kerkrade, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in het (boven)lichaam van die [slachtoffer]

heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 juli 2019 in de gemeente Kerkrade, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 juli 2019 in de gemeente Kerkrade aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten diverse steekwonden op /aan vitale delen van het lichaam, heeft toegebracht door meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in het (boven)lichaam van die [slachtoffer] te steken.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer [nummer] , gesloten d.d. 13 oktober 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 316, alsmede de niet genummerde bescheiden.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2019, pagina 157 en 160.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2019, pagina 28, 157, 163, 166, 167 en 168.

4 Het proces-verbaal van bevindingen screenshots d.d. 7 oktober 2019, pagina 34, 40 en 41.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 30 juli 2019, pagina 26 en 27.

6 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 2 maart 2020.

7 Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 30 juli 2019, pagina 251 tot en met 253.

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 augustus 2019, pagina 195 tot en met 207.

9 De forensisch geneeskundige letselbeschrijving d.d. 20 oktober 2019.