Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:2052

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-03-2020
Datum publicatie
26-03-2020
Zaaknummer
8312596 CV EXPL 20-627
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Huur. Ontruiming wegens overlast

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer 8312596 CV EXPL 20-627

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 11 maart 2020

in de zaak van

de stichting WONINGSTICHTING HEEMWONEN,

statutair gevestigd en kantoorhoudend aan de Markt 52, 6461 ED Kerkrade,

eisende partij,

gemachtigde mr. C.J.P. Schellekens,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde],

zaak doende aan de [adres 1] , [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna Heemwonen, [gedaagde] q.q. en [onderbewindgestelde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de door Heemwonen nagezonden producties

  • -

    de mondelinge behandeling van 5 maart 2020

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[onderbewindgestelde] heeft met Heemwonen een schriftelijke huurovereenkomst gesloten op grond waarvan hij per 12 juni 2012 van Heemwonen huurt de woonruimte aan de [adres 2] te [plaats] (verder: de woning). Op deze overeenkomst zijn de ‘Algemene Huurvoorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte’ van toepassing.

2.2.

Bij beschikking van 24 juli 2018 zijn de goederen van [onderbewindgestelde] onder bewind gesteld met benoeming van [gedaagde] van [handelsnaam] tot bewindvoerder.

3 Het geschil

3.1.

Heemwonen vordert de veroordeling van [gedaagde] q.q. - de facto [onderbewindgestelde] - tot ontruiming van de woning en betaling van de proceskosten en nakosten.

3.2.

Heemwonen legt aan haar vordering ten grondslag dat [onderbewindgestelde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en zich niet als goed huurder heeft gedragen. Daartoe voert Heemwonen aan dat [onderbewindgestelde] vanaf januari 2019 overlast aan omwonenden veroorzaakt, welke overlast bestaat uit geluidsoverlast (harde muziek, schreeuwen, slaan en bonken op muren en trap, met spullen gooien, blaffende honden), het met geweld (ingooien van ramen) binnendringen in de woning van de buurvrouw, het in de achtertuin beoefenen van zijn “vechttraining” door het zwaaien met messen en hooivork en het etaleren van een hakbijl. Ondanks dat Heemwonen [onderbewindgestelde] (via zijn bewindvoerder) meerdere malen heeft aangesproken op zijn overlast veroorzakende gedrag en er hulpverlenende instanties zijn ingeschakeld (waaronder begeleiding Wmo, Bemoeizorg), treedt er geen verbetering op en blijft de overlast voortduren.

3.3.

[gedaagde] q.q. heeft verweer gevoerd, waarop hierna voor zover relevant nader zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vraag of Heemwonen in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening dient te worden beantwoord aan de hand van de afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Voor wat betreft deze belangenafweging staat voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een ingrijpende maatregel is, die diep ingrijpt in het woonrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Om die reden moet telkens van geval tot geval en met inachtneming van alle betrokken belangen worden beoordeeld of er voldoende (zwaarwegende) bijzondere omstandigheden zijn, die de toepassing van een dergelijke, in de praktijk vaak definitieve maatregel, rechtvaardigen.

4.2.

Voorop wordt gesteld dat een huurder geen overlast of hinder mag veroorzaken aan medebewoners en omwonenden.

4.3.

Op grond van het verhandelde ter zitting en de door Heemwonen overgelegde stukken is voorshands meer dan aannemelijk dat [onderbewindgestelde] in en om het gehuurde structureel voor ernstige en herhaalde overlast zorgt, zoals door Heemwonen gesteld. Uit het sfeerrapport van de politie en de ondertekende verklaringen c.q. klachtmeldingen van omwonenden aan Heemwonen blijkt dat er over een geruime tijd, te weten vanaf januari 2019, veelvuldig meldingen zijn binnengekomen en herhaaldelijk klachten zijn geweest van omwonenden omtrent gedragingen van [onderbewindgestelde] . [onderbewindgestelde] heeft niet gemotiveerd bestreden dat de door Heemwonen gestelde overlast veroorzakende gedragingen hebben plaatsgevonden. De kantonrechter ziet ook geen aanleiding om aan de juistheid van de gestelde aard, omvang en ernst van de door omwonenden geuite klachten te twijfelen. De aard van de klachten is in de klachtmeldingen voldoende geconcretiseerd. Dat het merendeel van de klachten afkomstig is van [naam] kan niet tot een ander oordeel leiden. Het is logisch dat zij als direct omwonende de meeste overlast ervaart.

4.4.

De overlast is zowel wat betreft aard, duur als de omvang zodanig dat van Heemwonen niet gevergd kan worden [onderbewindgestelde] langer het gebruik van het gehuurde te verschaffen en van de omwonenden (eveneens huurders van Heemwonen) niet gevergd kan worden zijn aanwezigheid als buurman nog langer te dulden. Afweging van het belang van [onderbewindgestelde] bij behoud van deze woonruimte (omgangsregeling met zijn dochter) tegen het belang van Heemwonen bij zijn ontruiming (veiligheid van omwonenden), leidt niet tot het oordeel dat de ontruiming achterwege dient te blijven. Hoe dan ook weegt het belang van Heemwonen en de omwonenden om op korte termijn gevrijwaard te worden van (de dreiging van) overlast zwaarder dan het belang van [onderbewindgestelde] om juist deze woning te behouden. Weliswaar heeft [onderbewindgestelde] zonneklaar een belang op dat punt vanwege zijn persoonlijke problematiek, zoals ter zitting door een begeleider nader is toegelicht, maar dat staat aan de gevraagde voorziening niet in de weg, al lijkt het dringend nodig dat [onderbewindgestelde] , na zijn ontruiming, niet aan zijn lot wordt overgelaten. Gelet op het vorenstaande is er voldoende spoedeisendheid om de gevorderde ontruiming toe te wijzen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn zal worden bepaald op veertien dagen na betekening van het vonnis.

4.5.

[gedaagde] q.q. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Heemwonen worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op:
- dagvaarding € 102,96

- griffierecht € 124,00
- gemachtigde salaris € 720,00

Totaal € 996,96

4.6.

De gevorderde nakosten zullen op de hierna onder 5.3. weergegeven wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] q.q. de woonruimte aan de [adres 2] te [plaats] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met alle personen en zaken die zich daar vanwege [onderbewindgestelde] bevinden en de woning onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Heemwonen te stellen,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] q.q. in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Heemwonen tot op heden begroot op € 996,96,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] q.q., onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door Heemwonen volledig aan de veroordelingen onder 5.1 en 5.2. voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 120,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de kosten van dat exploot,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en is in het openbaar uitgesproken.

CJ