Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:10177

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-12-2020
Datum publicatie
15-01-2021
Zaaknummer
C/03/229159 / HA ZA 16-711
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis, verdeling huwelijksgemeenschap, waardering aandelen na deskundigenbericht, niet meewerkende man, kosten deskundige voor rekening van man, nadere akte over (eenzijdige) verkoop appartement door man.

Uit het deskundigenbericht blijkt dat de man niet (tijdig en volledig) meewerkt. De man voert in procedure hetzelfde aan als hij al bij de deskundige heeft aangevoerd, die daarop gemotiveerd heeft gereageerd. De rechtbank gaat daaraan om die reden verder voorbij. De rechtbank neemt de door de deskundige bepaalde waarde van de aandelen over. Het door partijen in gezamenlijk eigendom zijnde appartement is inmiddels (eenzijdig) door de man verkocht, zo stelt de vrouw. De rechtbank stelt de man in de gelegenheid nadere stukken dienaangaande in het geding te brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/229159 / HA ZA 16-711

Vonnis van 16 december 2020

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.C.B. Breij,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. Y.K. Kunze.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 18 december 2019

  • -

    het deskundigenbericht van 29 mei 2020

  • -

    de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van 8 juli 2020 met productie 30

  • -

    de conclusie na deskundigenbericht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 8 juli 2020 met producties 1 en 2

  • -

    de akte van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van 2 september 2020

  • -

    de antwoordakte van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 7 oktober 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

waardering aandelen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in TMT Holding B.V.

2.1.

Bij vonnis van 18 december 2019 heeft de rechtbank een deskundigenbericht bevolen en een deskundige benoemd. De rechtbank heeft de volgende vragen ter beantwoording aan de deskundige voorgelegd:

  • -

    i) wat is de waarde van de aandelen van TMT Holding op 2 juni 2015 berekend aan de hand van de DCF-methode?

  • -

    ii) kunt u toelichten/motiveren hoe u tot die waarden bent gekomen?

  • -

    iii) zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

2.2.

De deskundige heeft in zijn deskundigenbericht eerst uiteengezet op welke informatie hij zijn onderzoek heeft gebaseerd en hoe de uitvoering van zijn onderzoek heeft plaatsgevonden (hoofdstuk 2). Vervolgens heeft de deskundige de structuur van het bedrijf en de (woning)markt in zijn algemeenheid geschetst, waarbij hij aandacht heeft gegeven aan het risicoprofiel, normalisaties (salaris en huur) en een financiële beoordeling heeft gegeven (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 heeft de deskundige de waardering, waaronder de door hem gehanteerde uitgangspunten en de discounted cashflow-methode, nader uitgewerkt, waarna in hoofdstuk 5 de door de rechtbank gestelde vragen zijn beantwoord en de deskundige tot een conclusie is gekomen. Hierbij is de deskundige gemotiveerd ingegaan op hetgeen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] naar aanleiding van het conceptrapport hebben aangevoerd (als bijlage IV en V bij het deskundigenbericht gevoegd). Ten slotte zijn bij het deskundigenbericht vijf bijlagen gevoegd.

2.3.

De deskundige heeft in paragraaf 2.3. (“uitvoering”) en onderaan p. 15/bovenaan

p. 16 opgemerkt dat hij (i) [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 3 februari 2020 heeft verzocht om informatie,

(ii) desverzocht uitstel heeft verleend aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot 28 (in plaats van 14) februari 2020,

(iii) op 28 februari 2020 niets van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft vernomen, (iv) een (herhaald) rappel op

2 maart 2020 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gestuurd en (v) eerst nadat hij telefonisch contact heeft proberen te zoeken met de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , een (onvolledige) reactie op zijn verzoek kreeg. Pas op 7 april 2020 had [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afdoende op zijn verzoek van 3 februari 2020 gereageerd. Hierdoor heeft de deskundige de rechtbank enige malen om uitstel moeten vragen. Op 23 april 2020 heeft de deskundige [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog een aantal zaken voorgelegd met het verzoek daar uiterlijk op 30 april 2020 op te reageren. Op 30 april 2020 ontving de deskundige van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ter zake een uitstelverzoek, dat de deskundige heeft afgewezen: hij heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzocht de gevraagde antwoorden te voegen bij de reactie op het conceptrapport dat hij diezelfde dag aan partijen heeft doen toekomen. Nadat hij de reacties van partijen heeft ontvangen, heeft de deskundige op 29 mei 2020 het definitieve rapport uitgebracht. In reactie op het conceptrapport heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] erkend de gevraagde inlichtingen en documentatie niet altijd tijdig te hebben aangeleverd, omdat het corona-virus uitbrak. De deskundige merkt dienaangaande op dat de coronamaatregelen pas op 10 maart 2020 ingingen.

2.4.

De deskundige heeft, aan de hand van met name hetgeen in hoofdstuk 4 is uiteengezet, gemotiveerd de waarde van de aandelen van TMT Holding B.V. per 2 juni 2015 berekend op € 213.988,00. De deskundige heeft geen andere punten naar voren gebracht.

2.5.

Bij conclusie na deskundigenbericht heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] laten weten het eens te zijn met de conclusie van de deskundige, te weten dat de waarde van de aandelen van TMT Holding per 2 juni 2015 € 213.988,00 is.

2.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft bij conclusie na deskundigenbericht herhaald wat hij al eerder in reactie op het conceptbericht aan de deskundige heeft laten weten. De deskundige heeft volgens hem ten onrechte geconcludeerd dat de activa volwaardig zijn. De deskundige heeft terecht geconcludeerd dat TMT Financiële Diensten B.V. aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] twee leningen heeft verstrekt van in totaal € 120.410,00 en dat TMT Holding B.V. een rekening-courant-vordering op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft van € 108.717,00. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn deze vorderingen echter oninbaar. Ook stelt hij dat de deskundige er ten onrechte vanuit gaat dat er voor het eerste deel van de lening zekerheid bedongen is middels het appartement [adres 1] te [plaats 1] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hierbij verwezen naar zijn als productie 1 overgelegde verklaring van zijn accountant van 2 juli 2020. Ter onderbouwing van de stelling dat de vorderingen oninbaar zijn, verwijst hij naar productie 2, waarin financiële gegevens over zijn bestedingsruimte staan. Nu de deskundige op onjuiste aannames en foutieve gegevens zijn conclusies heeft getrokken, kan de waarde van de aandelen zoals berekend door de deskundige niet worden gevolgd, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

2.7.

De rechtbank gaat voorbij aan hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de conclusie na deskundigenbericht heeft aangevoerd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hierin grotendeels hetzelfde aangevoerd als hij al in reactie op het conceptrapport had aangevoerd en waarop de deskundige al gemotiveerd is ingegaan (p. 15 tot en met 18 aldaar). De deskundige zag in hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aangevoerd geen aanleiding om zijn rapport aan te passen. Met betrekking tot de discussie of wel of geen zekerheden zijn verstrekt voor (een deel van) de leningen die TMT Financiële Diensten B.V. aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft verstrekt, overweegt de rechtbank het volgende. Tijdens de comparitie van 22 juni 2017 hebben partijen verklaard dat de woning in Kerkrade belast is met twee hypotheken, waarvan één ten gunste van de onderneming van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ter grootte van € 90.000,00. Ook ten aanzien van het appartement [adres 1] te [plaats 1] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tijdens die zitting gesteld dat er een hypotheek vanwege een door zijn onderneming verstrekte lening van € 30.000,00 bestaat. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft na die zitting geen stukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat deze informatie niet juist was. Pas nadat het deskundigenbericht gereed is, legt hij de niet onderbouwde verklaring van zijn accountant van 2 juli 2020 over. Tegen de achtergrond van de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zelf tijdens de comparitie genoemde zekerheden, gaat het niet aan de deskundige te verwijten geen onderzoek te hebben gedaan naar het bestaan van de zekerheden. Duidelijk is in ieder geval, ook als mocht blijken dat er voor de twee leningen geen zekerheden zijn verstrekt, dat de bedoeling van partijen is dat de geldleningen worden afgelost in geval van verkoop van de woning en het appartement. De door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verstrekte informatie is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat partijen in de toekomst onvoldoende inkomen zullen en kunnen genereren om een eventuele restschuld die niet via een overwaarde afgelost kan worden, in termijnen aan TMT Financiële Diensten B.V. terug te betalen. De rechtbank gaat als tardief voorbij aan de thans door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] overgelegde producties, te meer nu uit het deskundigenbericht blijkt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] uitvoerig in de gelegenheid is gesteld informatie aan de deskundige te verschaffen, maar dat hij deze informatie niet dan wel laat heeft ingebracht (zie dienaangaande r.o. 2.3.). De rechtbank ziet daarom evenmin reden deze informatie alsnog aan de deskundige voor te leggen voor zijn reactie daarop.

2.8.

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank de conclusies van de deskundige overneemt en de hare maakt. De rechtbank neemt als vaststaand aan de waarde van de aandelen TMT Holding op 2 juni 2015 € 213.988,00 bedroeg. De rechtbank zal de aandelen bij eindvonnis aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toedelen, onder veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om de helft van deze waarde, zijnde € 106.994,00, aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te betalen.

2.9.

Gelet op de vertragingen die te wijten zijn aan het niet (tijdig) overleggen van verzochte informatie door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , mede bezien in het kader van hetgeen de rechtbank in haar vonnis van 18 december 2019 onder r.o. 2.12. heeft overwogen, zal de rechtbank [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordelen om de kosten van de deskundige (zijnde € 7.778,49) volledig voor zijn rekening te nemen. De rechtbank zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hiertoe bij eindvonnis veroordelen.

rekeningcourantschuld [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan TMT Holding B.V.

2.10.

Nu de hoogte van de rekeningcourantschuld op 2 juni 2015 bij vonnis van
18 december 2019 (r.o. 2.14.-2.15. aldaar) is vastgesteld op € 106.522,50, zal de rechtbank bij eindvonnis verstaan dat partijen ieder voor de helft van het bedrag van € 106.522,50 draagplichtig zijn voor de rekeningcourantschuld van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan TMT Holding B.V. zoals die op 2 juni 2015 bestond.

appartement aan de [adres 1] te [plaats 1]

2.11.

Bij vonnis van 18 december 2019 (r.o. 2.16. aldaar) heeft de rechtbank partijen er nog aan herinnerd dat zij pas nádat de waarde van de aandelen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in TMT Holding B.V. is vastgesteld, zal overgaan tot het benoemen van een deskundige met betrekking tot de taxatie van de waarde van het appartement aan de [adres 1] te [plaats 1] en dat het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedane voorschot van € 962,40 te zijner tijd zal worden aangewend ten behoeve van de voldoening van het voorschot van de te benoemen makelaar/taxateur.

2.12.

Bij conclusie na deskundigenbericht heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (bloot) aangevoerd dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het appartementsrecht te [plaats 1] heeft verkocht zonder haar daarin te betrekken. Zij stelt dat zij zelf de notaris er op heeft geattendeerd dat het appartementsrecht tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoort. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft verder laten weten op 17 juni 2020 conservatoir beslag ten laste van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te hebben laten leggen op het onverdeelde aandeel in de onroerende zaak gelegen aan de [adres 2] te [plaats 2] (de voormalige echtelijke woning). Gelet op het deskundigenbericht, op het feit dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het appartementsrecht in [plaats 1] heeft verkocht zonder haar hierin te betrekken en op het vermoeden dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de aan het appartement gekoppelde polissen te gelden heeft gemaakt, verwacht [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een vordering op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te hebben en zij wil voorkomen dat zij haar aanspraken niet te gelde kan maken, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .

2.13.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hierop niet gereageerd.

2.14.

De rechtbank wenst van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de volgende informatie, onderbouwd met relevante stukken, te ontvangen:

  • -

    Is het appartement verkocht en zo ja, wanneer is het appartement verkocht, wanneer is het geleverd en tegen welk verkoopprijs? De notariële eindafrekening ter zake de levering dient in elk geval te worden overgelegd.

  • -

    Wat is de status van de twee beleggingspolissen (nr. 9090544 en 9036385) waarvan in ieder geval de polis met nr. 9090544 aan de hypotheek van het appartement was gekoppeld? De rechtbank overweegt dat hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij akte van 5 december 2018 onder 9 heeft aangevoerd over de polis met nr. 9036385 (te weten dat hij “enkel kan aangeven dat de verzekering met polisnummer 9036385 niet aan de hypotheek is gekoppeld en dat het een lijfrentepolis betreft die niet is verpand”) niet voldoet aan de opdracht die hij van de rechtbank gekregen heeft in het tussenvonnis van 7 november 2018 in randnummer 4.16.1. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kan niet volstaan met een blote stelling. Het is aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om zijn standpunt met stukken te onderbouwen.
    Mochten deze twee polissen ten tijde van de levering van het appartementsrecht zijn verzilverd, dan dient de waarde ervan op dat moment door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met stukken te worden onderbouwd.

2.15.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal daarna bij antwoord-akte mogen reageren.

2.16.

In afwachting van de te nemen akten houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1.

stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de gelegenheid bij akte ter rolle van 13 januari 2021 in te gaan op hetgeen onder 2.14. staat,

3.2.

verstaat dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarna bij antwoord-akte mag reageren,

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.1

1 type: JC