Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:9739

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
31-10-2019
Datum publicatie
31-10-2019
Zaaknummer
03.063646.19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een beginnend bestuurder van 20 jaar is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar. Hij veroorzaakte op 15 juli 2018 een verkeersongeval waarbij een 17-jarige vrouw om het leven is gekomen én waarbij een 19-jarige man en een 17-jarige man zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03.063646.19

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

wonende te [adres] .

Verdachte wordt bijgestaan door mr. A.C.J. Lina, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 oktober 2019. Verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte als bestuurder van een personenauto zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waarbij [slachtoffer 1] werd gedood en twee anderen, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, welke gedragingen eruit hebben bestaan dat verdachte, als beginnend bestuurder, met een te hoge snelheid heeft gereden en daarbij de controle over zijn voertuig (gedeeltelijk) is verloren waardoor de personenauto in botsing/aanrijding is gekomen met een boom, dan wel dat verdachte als beginnend bestuurder van een personenauto gevaar op de weg heeft veroorzaakt of het verkeer op de weg heeft gehinderd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Bewijsmiddelen

Algemeen

Op 15 juli 2018 vond omstreeks 3:21 uur een ongeval plaats op de Venrayseweg te Horst. Dit betreft een voor het openbaar verkeer openstaande weg binnen de bebouwde kom, waar een maximumsnelheid van 50 km/h geldt. Het was duister, de wegverlichting brandde en het wegdek was droog. Verdachte was de bestuurder van een personenauto van het merk Toyota met drie inzittenden, te weten [slachtoffer 1] (passagier op de achterbank), [slachtoffer 2] (passagier op de bijrijdersplaats) en [slachtoffer 3] (passagier op de achterbank). De personenauto is in aanrijding gekomen met een boom.2 [slachtoffer 1] is ten gevolge van de aanrijding aan haar verwondingen overleden.3 [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] liepen zwaar lichamelijk letsel op.45

Het rijbewijs van verdachte is voor het eerst afgegeven op 1 februari 2018.6

Verdachte heeft meegewerkt aan een onderzoek naar het gebruik van stoffen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Hierbij is niet van een overtreding gebleken.7

De afdeling VerkeersOngevallenAnalyse van de Politie Eenheid Limburg heeft onderzoek gedaan naar de oorzaak, toedracht en gevolgen van het ongeval.8

Wegsituatie

De rijbaan van de Venrayseweg is verdeeld in twee rijstroken, elk bestemd voor een van de respectievelijke rijrichtingen. Aan weerszijden van de rijbaan zijn groenstroken en vrij liggende fiets/bromfietspaden aanwezig. Naast deze fiets/bromfietspaden liggen wederom groenstroken, in de uiterst links gelegen groenstrook, bezien vanuit de rijrichting van verdachte, ligt een droge greppel. In de groenstroken staan bomen op verschillende plaatsen, met variërende onderlinge afstanden. Ter hoogte van de rechts gelegen Kasteellaan verloopt de rijbaan in een bocht naar links. Voor en na de uitmonding van de Kasteellaan staan op de Venrayseweg middengeleiders. Er zijn op diverse plaatsen oversteekplaatsen gesitueerd. Voor en voorbij de middengeleiders is op het wegdek van de Venrayseweg een verdrijvingsvlak aangebracht. Door borden wordt aangegeven dat bestuurders deze middengeleiders aan de rechterzijde moeten passeren. De breedte van de doorgaande rijstrook van de Venrayseweg bedraagt 3,6 meter. Op een afstand van 0,7 meter tot de rechterrand van de wegverharding is een kantstreep aangebracht met een breedte van 0,1 meter.9

Algehele rijtechnische staat van het voertuig:

Het door verdachte bestuurde voertuig verkeerde voorafgaand aan het ongeval in een voldoende rijtechnische staat van onderhoud. Het voertuig vertoonde geen gebreken die de oorzaak van of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval.10

Snelheid

Door de betrokken personenauto werden op het wegdek van de rechter en linker rijstrook van de Venrayseweg boogvormige bandensporen i.c. driftsporen afgetekend. Uit de analyse van het sporenbeeld en de voertuigpositie konden de onderscheiden sporen worden toegewezen aan de band van de personenauto welke het betreffende spoor aftekende.

Door middel van een formule kan een indicatieve (minimale) rijsnelheid van de betrokken personenauto tijdens het aftekenen van dit driftspoor worden berekend. Bij het toepassen van een blokkeervertraging van 6 m/s2 bedraagt de minimale indicatieve naderingssnelheid van de betrokken personenauto ongeveer 25,57 m/s ≈ 92 km/u. Bij het toepassen van een blokkeervertraging van 8 m/s2 bedraagt de minimale indicatieve naderingssnelheid van de betrokken personenauto ongeveer 29,53 m/s ≈ 106 km/u. De feitelijke snelheid zal hoger liggen dan deze indicatieve naderingssnelheden, immers er was ook nog sprake van een botsing met de boom en een uitloop voorbij aan de botsplaats.11

Vermoedelijke toedracht

Op basis van het aangetroffen sporenbeeld, de schadebeelden aan het betrokken voertuig, de aangetroffen feitelijke eindpositie van het voertuig en de door de betrokkenen en getuigen afgelegde verklaringen, is de vermoedelijke toedracht van het ongeval als volgt:

De bestuurder reed over de Venrayseweg, komende uit de richting van de Wittebrugweg en rijdende in de richting van de Lindweg. In de bocht naar links, ter hoogte van de rechts gelegen Kasteellaan raakte de bestuurder tijdens het begin van een slip / drift met de rechter wielen de stoeprand. Waarschijnlijk in reactie hierop dan wel mede hierdoor stuurde de bestuurder zijn voertuig (sterk) naar links. Hierbij brak het voertuig aan de achterkant naar rechts uit en begon te roteren om zijn hoogte-as (linksom) en bewoog naar de links gelegen berm. In deze beweging kwam het voertuig met de rechter flank in botsing met een in de groenstrook (tussen rijbaan en fiets/bromfietspad) staande boom. Door deze botsing werd de rotatie om de hoogte-as omgezet van linksom naar rechtsom en bewoog het voertuig zich over het fiets/bromfietspad naar de aangetroffen feitelijke eindpositie.

In deze uitloopbeweging werden de personen op de achterbank uit het voertuig geslingerd en kwamen terecht in de uiterst links gelegen groenstrook i.c. de droge greppel.12

Vermijdbaarheid

Indien de bestuurder niet harder had gereden dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, was hij zeer waarschijnlijk in staat geweest het wegverloop van de Venrayseweg te volgen en had hij de stoeprand13 niet hoeven te raken en/of had hij geen (forse) stuurcorrectie hoeven te maken. Bij deze snelheid van 50 kilometer per uur was hij, in het geval hij toch in een drift raakte, bovendien in staat geweest zijn voertuig tijdig i.c. op een ruime afstand voor de betrokken boom door middel van een remming tot stilstand te brengen, dan wel was het voertuig door de bij het (dwars) schuiven optredende vertraging tot stilstand gekomen binnen de beschikbare afstand van 69 meter tot de betrokken boom.14

Direct na het ongeval heeft verdachte tegenover de ter plaatse aanwezige politieambtenaar [naam politieambtenaar] verklaard dat hij meende wel 120 tot 125 km/h op die weg te hebben gereden.15

Verdachte heeft op 15 juli 2018 bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij harder heeft gereden dan de maximum ter plaatse toegestane snelheid omdat hij naar huis wilde en stoer wilde doen.16

Overwegingen van de rechtbank

Op grond van de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit voormelde bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

Verdachte was de bestuurder van een personenauto met daarin naast verdachte [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Verdachte heeft gereden met een extreem hoge snelheid, van meer dan twee keer zo hoog als de ter plaatse toegestane maximum snelheid. Hij is niet in staat geweest om met het door hem bestuurde voertuig het wegverloop van de Venrayseweg te volgen. Hij heeft hierbij de stoeprand aan de zijkant van de weg geraakt. Het voertuig is hierbij gaan roteren om zijn hoogte-as. Tijdens deze roterende beweging is het voertuig met nog een aanzienlijke snelheid met de rechter flank in aanrijding gekomen met een boom. De klap moet aanzienlijk zijn geweest omdat de auto van rotatierichting is veranderd en op enige afstand van de boom terecht is gekomen. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zijn ten gevolge van die aanrijding met de boom uit de auto geslingerd. [slachtoffer 1] is ten gevolge van de aanrijding aan haar verwondingen ter plaatse overleden. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] liepen zwaar lichamelijk letsel op.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij harder heeft gereden dan de maximum ter plaatse toegestane snelheid omdat hij naar huis wilde. Bij de politie heeft verdachte echter verklaard dat hij dit ook uit stoerdoenerij gedaan heeft. De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook vanwege stoerdoenerij, zoals hij zelf bij de politie heeft verklaard, zo hard heeft gereden en onaanvaardbare risico’s daarmee heeft genomen, temeer nu verdachte beginnend bestuurder is. Dit gedrag rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Het rijgedrag van verdachte heeft geresulteerd in het overlijden van een jonge vrouw en in het oplopen van zwaar lichamelijk letsel van de beide andere passagiers in de auto. Ook ter plaatse zich op het fietspad bevindende fietsers hebben risico gelopen.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte, als beginnend bestuurder, zeer onvoorzichtig en zeer onoplettend heeft gereden, waardoor een aan zijn schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te wijten verkeersongeval is ontstaan, met fatale gevolgen voor [slachtoffer 1] en zwaar lichamelijk letsel als gevolg voor [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , de beide andere inzittenden van de auto.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 15 juli 2018 te Horst als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Venrayseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [slachtoffer 1] , werd gedood en twee anderen, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, welke gedragingen zeer onvoorzichtig en zeer onoplettend waren en hieruit hebben bestaan dat hij, verdachte, als beginnend bestuurder, heeft gereden met een minimale snelheid van 92 kilometer per uur, terwijl de voor hem aldaar geldende maximumsnelheid 50 kilometer per uur bedroeg, en daarbij de controle over zijn voertuig is verloren, ten gevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig in aanrijding is gekomen met een boom en vervolgens naast een fietspad tot stilstand is gekomen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

T.a.v. feit 1 primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar. Volgens de officier van justitie is er bij de verdachte sprake van hoge schuld, in de relatie tot de delictsomschrijving van artikel 6 WVW 1994. De bepaling betreffende de meerdaadse samenloop is van toepassing. Bij de formulering van zijn strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met het blanco strafblad en de persoonlijk omstandigheden van verdachte.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat hij een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis een passende straf vindt. Hij heeft de rechtbank verzocht om geen gevangenisstraf op te leggen en om de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen te beperken. In de visie van de raadsman is er sprake van ‘gewone’ schuld. Oplegging van een taakstraf is dan het uitgangspunt. Om recidive te voorkomen is het niet nodig om aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ter terechtzitting hebben familieleden van [slachtoffer 1] een nabestaandenverklaring afgelegd. Zij ondervinden immens verdriet van het overlijden van hun familielid. Het overlijden van [slachtoffer 1] heeft hun leven zeer ingrijpend veranderd. Zij hebben professionele ondersteuning gezocht bij het verwerken van deze afschuwelijke gebeurtenis.

Ter terechtzitting is namens [slachtoffer 2] een verklaring voorgelezen. Hij zal voor de rest van zijn leven beperkingen ondervinden van het verkeersongeval. Hij voelt geen boosheid jegens verdachte.

Niet is gebleken dat verdachte tijdens het ongeval onder invloed was van stoffen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.

Verdachte heeft ter terechtzitting zijn oprechte excuses aangeboden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte, gedateerd 18 september 2019. Hieruit blijkt dat verdachte nimmer eerder in aanraking is geweest met justitie.

In strafverzwarende zin weegt de rechtbank mee dat verdachte in het donker met extreme snelheid, zeer waarschijnlijk meer dan twee keer zo hard als was toegestaan, heeft gereden, terwijl hij pas 5 maanden zijn rijbewijs had. Zou verdachte de aldaar geldende maximum snelheid gerespecteerd hebben, dan zou hij de stoeprand niet hebben hoeven raken en, zou hij de stoeprand toch geraakt hebben, dan zou hij in staat zijn geweest om de door hem bestuurde auto vóór de boom tot stilstand te brengen. Te hard rijden is geen beslissing die in een fractie van een seconde wordt genomen. Dat is een bewuste keuze van verdachte geweest. Dat het een bewuste keuze van verdachte was om extreem hard te rijden wordt ondersteund door zijn verklaring bij de politie, dat hij te snel reed omdat hij stoer wilde doen. De rechtbank hecht meer waarde aan deze verklaring van verdachte dan aan zijn verklaring ter terechtzitting dat hij niet stoer heeft willen doen. Kort na het ongeval heeft verdachte bij de politie inhoudelijk en op detailniveau verklaard. Deze verklaring van verdachte vindt bevestiging in de bevindingen van de VerkeersOngevallenAnalyse.

Als beginnend bestuurder heeft verdachte zeer onvoorzichtig en zeer onoplettend een auto bestuurd, met zeer ernstige gevolgen voor de passagiers van de auto. Vanwege dit zware verwijt aan verdachte, met grote gevolgen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met de oplegging van een geldboete, een taakstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf of een combinatie van deze straffen. De rechtbank acht de door de officier van justitie geëiste straf te licht. Verdachte heeft als bestuurder van het voertuig onverantwoorde risico’s genomen, niet alleen met zijn eigen leven maar ook met name met het leven van andere inzittenden en andere kwetsbare weggebruikers. De rechtbank is van oordeel dat bij deze extreme snelheden en dit stoer gedrag in het verkeer, niet meer volstaan kan worden met de oplegging van een taakstraf, zeker niet wanneer een dode te betreuren is en twee zwaargewonden. In de visie van de rechtbank is daarom de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Alles in aanmerking genomen acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar, passend en geboden. Zij zal deze straf en bijkomende straf dan ook aan verdachte opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaren.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.M.A. van Atteveld, voorzitter, mr. J.H. Klifman,

mr. G.L.A.M. van Doveren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J.J.L. Hermans, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 oktober 2019.

Buiten staat

mr. G.L.A.M. van Doveren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 15 juli 2018 te Horst, in de gemeente Horst aan de Maas als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Venrayseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [slachtoffer 1] , werd gedood en twee anderen, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

welke gedragingen zeer, in elk geval aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend waren en hieruit hebben bestaan dat hij, verdachte,

als beginnend bestuurder,

heeft gereden met een minimale snelheid van ongeveer 92 kilometer per uur, althans een hogere snelheid dan de voor hem aldaar geldende maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid en/of (daarbij) de controle over zijn voertuig (gedeeltelijk) is verloren tengevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig in de berm is terechtgekomen en/of in botsing/aanrijding is gekomen met een boom en/of (vervolgens) naast een (brom-)fietspad tot stilstand is gekomen;

( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 juli 2018 te Horst, in de gemeente Horst aan de Maas als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Venrayseweg, als beginnend bestuurder, zo onvoorzichtig en/of onoordeelkundig heeft gereden met een minimale snelheid van ongeveer 92 kilometer per uur, althans een hogere snelheid dan de voor hem aldaar geldende maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, en/of (daarbij) de controle over zijn voertuig (gedeeltelijk) is verloren tengevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig in de berm is terechtgekomen en/of in botsing/aanrijding is gekomen met een boom en/of (vervolgens) naast een (brom-)fietspad tot stilstand is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover
daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, Dienst regionale operationele samenwerking (LB), afdeling infrastructuur (LB), team verkeer (LB), proces-verbaalnummer PL 2471-2018106972-1, gesloten d.d. 11 februari 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 137.

2 Proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 11 februari 2019, p. 2 t/m 9.

3 Proces-verbaal overlijdensonderzoek en lijkschouw d.d. 2 augustus 2018, p. 81 en 82.

4 Medische verklaring inzake [slachtoffer 2] d.d. 12 november 2018, p. 94.

5 Medische verklaring inzake [slachtoffer 3] d.d. 1 november 2018, p. 96.

6 Proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 11 februari 2019, p. 4.

7 Proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 11 februari 2019, p. 6.

8 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse d.d. 5 januari 2019, p. 10 t/m 26.

9 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse d.d. 5 januari 2019, p. 13 en 14.

10 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse d.d. 5 januari 2019, p. 18.

11 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse d.d. 5 januari 2019, p. 20 en 21.

12 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse d.d. 5 januari 2019, p. 21 en 22.

13 In het VOA rapport worden verschillende benamingen gebruikt, zoals ‘verhoogde opsluitband’, ‘verhoogde rijbaankant’ en ‘stoeprand’. De rechtbank zal voor de duidelijkheid telkens de term stoeprand (p. 22, par 5.5) gebruiken.

14 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse d.d. 5 januari 2019, p. 22.

15 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2018, p. 128.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 juli 2018, p. 97 t/m 103.