Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:9270

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-10-2019
Datum publicatie
27-08-2020
Zaaknummer
C/03/256241 / HA ZA 18-522
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Burenrecht, hinder?

Geluids- en stankoverlast door hobbymatig gehouden geiten, honden en pluimvee in stedelijke woonomgeving. Comparitie gelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/256241 / HA ZA 18-522

Vonnis van 16 oktober 2019

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

2. [eiseres sub 2],

beiden wonend te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. L.E.I.K. Jaminon,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2],

beiden wonend te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. F.J.V.H. Stoffels.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 19 december 2018, waarin een plaatsopneming met aansluitend een comparitie is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van descente en comparitie van 25 februari 2019,

  • -

    de akte uitlating, met productie,

  • -

    de antwoordakte, met productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisers] en [gedaagden] zijn buren. Hun eigendommen bevinden zich in een woonwijk met rijtjes huizen en twee-onder-een-kap woningen. Uit productie 2 van [gedaagden] blijkt dat de percelen van [eisers] en [gedaagden] aan elkaar grenzen langs de noord- en oostgrens van het perceel van [gedaagden] . Een garage op het terrein van [eisers] bevindt zich tegen de noordgrens van het perceel van [gedaagden] . Het perceel van [eisers] grenst aan de noord- en oostzijde aan tuinen van andere woningen en aan de westzijde van het perceel bevindt zich een begraafplaats.

2.2.

Achter de woning van [gedaagden] met aanbouw (bijkeuken) bevinden zich aansluitend een bestraat terras, een siertuin met een vijver, en vervolgens, achter een manshoge schutting met poort aan de linkerzijde, een gedeeltelijk bestraat dierenverblijf met een vijver, een veranda en (nacht)hokken voor pluimvee. Ten tijde van de plaatsopneming waren in/bij het dierenverblijf twee geiten, vier eenden, zes kippen en twee hanen aanwezig.

2.3.

In de woning van [gedaagden] verblijven een aantal kleine honden en enkele katten. In de bijkeuken verblijven drie grote honden.

2.4.

Op 21 juni 2018 zijn door de gemeente Kerkrade met [gedaagden] gedragsafspraken gemaakt ten einde hinder door (de dieren van) [gedaagden] voor de woonomgeving te beëindigen. Tot een gedragsaanwijzing ingevolge artikel 2:128 van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) is het niet gekomen. De afdeling Handhaving van de gemeente Kerkrade heeft geen overlast (meer) waargenomen.

De gemeente Kerkrade heeft [eisers] op 14 september 2018 laten weten dat zij, noch de politie, in de situatie op dat moment verdere maatregelen kunnen nemen.

2.5.

[eisers] ervaren geluids- en stankoverlast van het perceel van [gedaagden] . Tussen [gedaagden] en [eisers] zijn in het kader van de descente en comparitie ter plaatse op 25 februari 2019 in het bijzijn van de rechter afspraken gemaakt over – onder meer – het houden van de dieren en het schoonmaken van het terras en het dierenverblijf achter op het perceel.

In het proces verbaal van de descente en comparitie ter plaatse zijn de volgende afspraken opgenomen:

1. [gedaagden] maakt voor 18 maart 2019 het nachthok van de hanen lichtdicht evenals het eendenhok. Ter controle door [eisers] zal [gedaagden] foto’s, genomen als overdag de zon schijnt, via whatsapp sturen aan de zoon van [eisers] .

2. [gedaagden] maakt voor 23 maart 2019 een hekwerk/voorziening bij de veranda, zodat de geiten ‘s nachts geen lawaai kunnen maken.

3. [gedaagden] zal zich inspannen om kapjes voor de hanen te verkrijgen.

4. [gedaagden] zal dagelijks het terras waar de honden verblijven met de hogedrukreiniger en sop reinigen. [gedaagden] blijft dagelijks het dierenverblijf achter op het perceel schoonmaken.

5. [gedaagden] zal bij het overlijden van de twee oude grote honden geen nieuwe honden aanschaffen. [gedaagden] zal ook geen nieuwe geiten aanschaffen. Het aantal hanen, kippen en eenden zal niet uitgebreid worden.

6. Er wordt een termijn tot 1 juni 2019 in acht genomen om het effect van de verschillende maatregelen te ervaren.

7. Mr. Jaminon en mr. Stoffels zullen, indien dit nodig blijkt, in onderling overleg een voorstel voor een te benoemen geluidsdeskundige doen.

8. Mr. Jaminon informeert 5 juni 2019 de rechtbank over de stand van zaken.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert na wijziging van eis bij akte uitlating:

1. [gedaagden] , hoofdelijk, te veroordelen dusdanige maatregelen te treffen dat er tussen 22.00 uur en 07.00 uur in de nabije omgeving, in het bijzonder in de tuin en de woning van [eisers] , geen geluiden waarneembaar zijn afkomstig van de hanen van [gedaagden] , op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagden] met deze veroordeling in gebreke blijven, zulks des de een betalend de ander zal zijn bevrijd;

II. [gedaagden] , hoofdelijk, te veroordelen dusdanige maatregelen te treffen dat er tussen 22.00 uur en 07.00 uur in de nabije omgeving, in het bijzonder in de tuin en de woning van [eisers] , geen geluiden waarneembaar zijn afkomstig van de kippen, geiten en eenden, op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagden] met deze veroordeling in gebreke blijven, zulks des de een betalend de ander zal zijn bevrijd;

III. [gedaagden] , hoofdelijk, te veroordelen dusdanige maatregelen te treffen dat er in de nabije omgeving, in het bijzonder in de tuin en de woning van [eisers] , geen hondengejank of hondengeblaf waarneembaar is, althans dat dit tussen 22.00 uur en 07.00 uur niet waarneembaar is, op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagden] met deze veroordeling in gebreke blijven, zulks des de een betalend de ander zal zijn bevrijd;

IV. [gedaagden] , hoofdelijk, te veroordelen hun tuin periodiek, derhalve wekelijks, althans tweewekelijks althans maandelijks, professioneel, derhalve middels inschakeling van een schoonmaakbedrijf, te laten reinigen, op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 100,00 voor iedere keer dat [gedaagden] met deze veroordeling in gebreke blijven, zulks des de een betalend de ander zal zijn bevrijd;

V. [gedaagden] te veroordelen in de kosten van onderhavig geding, inclusief het salaris en de verschotten van de advocaat van [eisers] , zulks te vermeerderen met de nakosten ad €131,- zonder betekening, dan wel €199,- ingeval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis. Mocht betaling hiervan niet uiterlijk binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis plaatsvinden, dienen voornoemde (na)kosten te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf deze termijn tot en met de dag van algehele voldoening.

Waarbij dan te gelden heeft dat:

Waar gevraagd wordt [gedaagden] te veroordelen maatregelen te treffen, deze maatregelen bij procesverbaal en in deze akte genoemd zijn, althans voorbeelden daarvan, in ieder geval:

- Hanen, kippen en eenden tussen 22.00 uur en 07.00 uur in hun afgesloten nachtverblijf.

- Een hekwerk/voorziening zodat de geiten niet aan de schuttingen en overig houtwerk komen.

- Hondenaantal terugbrengen naar 6.

- Honden tussen 22.00 uur en 07.00 uur niet buiten.

- Schoonmaken middels inschakelen professional althans aantoonbaar dagelijks met een hoge drukreiniger en sop.

Waar gevraagd wordt dusdanige maatregelen te treffen dat er geen geluiden meer waarneembaar zijn, dit gelezen moet worden als ‘geen of nauwelijks althans geen acceptabele decibelgrenzen overschrijdende geluiden meer waarneembaar is’.

3.2.

[eisers] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagden] handelt in strijd met een wettelijke plicht, namelijk dat hij in strijd handelt met de APV waarin is bepaald dat de houder van een huisdier ervoor zorg dient te dragen dat er tussen 22.00 uur en 07.00 uur geen (geluids)overlast voor anderen is. Tevens legt [eisers] daaraan ten grondslag dat het niet betaamt in het maatschappelijk verkeer om dieren te houden die geluidsoverlast en stankoverlast bezorgen. [gedaagden] veroorzaakt derhalve onrechtmatige hinder, als bedoeld in artijkel 5:37 BW in samenhang met artikel 6:162 BW.

[eisers] stelt voorts dat [gedaagden] de op 25 februari 2019 gemaakte afspraken niet nakomt, zodat zij nog altijd belang hebben bij het gevorderde.

3.3.

[gedaagden] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Centraal staat de vraag of de door [eisers] ervaren geluids- en stankoverlast hinder oplevert dan wel de daarvoor aan te leggen normen overschrijdt.

4.2.

Tussen partijen is niet in geding dat [gedaagden] naast honden ook hobbymatig geiten, kippen en eenden houdt in een stedelijke, bebouwde omgeving, waar mensen dicht op elkaar wonen. Evenmin is door [eisers] betwist dat in de nabije omgeving meer (grote) honden en ook hanen worden gehouden, zoals [gedaagden] hebben gesteld.

4.3.

De rechtbank merkt op dat [gedaagden] alleen al door het feit dat hun perceel direct en over de volle lengte grenst aan dat van [eisers] en gelet op de stedelijke woonomgeving alert moeten zijn op hinder die door het houden van meer (landbouw)huisdieren veroorzaakt zou kunnen worden. Afspraken die gemaakt zijn in het kader van de descente en comparitie van partijen op 25 februari 2019 zijn niet vrijblijvend. Zij mogen niet naar believen al dan niet of zoals het uitkomt, worden uitgevoerd.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat er geen wettelijk kader is dat het hobbymatig houden van (landbouw)huisdieren in een bebouwde stedelijke omgeving in de gemeente Kerkrade normeert door middel van grenswaarden van geluid of stank. De APV van Kerkrade benoemt enkel dat geen ernstige en herhaaldelijke hinder mag worden veroorzaakt.

4.4.1.

Artikel 2:128 APV (Aanpak woonoverlast) luidt:

1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt […], draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van de zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.

3. De last kan worden opgelegd bij ernstige en structurele:

a. geluid- of geurhinder;

b. hinder van door de bewoner gehouden dieren;

c. […];

d. overlast door vervuiling van een woning of een erf;

e. […].

4.4.2.

In de APV is sprake van een norm die nader ingevuld moet worden aan de hand van de omstandigheden van het geval en een afweging van de belangen van partijen. Omdat dieren, met name kraaiende hanen en blaffende/jankende honden, wel degelijk ernstige en herhaaldelijke geluidsoverlast kunnen veroorzaken, wordt om het begrip overlast/hinder (enigermate) te objectiveren in de rechtspraak aansluiting gezocht bij wet- en regelgeving terzake van industrie- en omgevingsnormen.

4.4.3.

Het Activiteitenbesluit milieubeheer (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer 2019) is daartoe naar het oordeel van de rechtbank het meest geëigend.

4.5.

Geen van de regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer sluit de aanwezigheid van stank of geluid (van bijvoorbeeld agrarische activiteiten) geheel uit, maar legt voor verschillende activiteiten grenswaarden en strafcorrecties vast.

Stankoverlast

4.6.

Tussen partijen is niet in geding dat de dieren van [gedaagden] – honden, pluimvee en geiten – geen ernstige en herhaaldelijke hinder in de vorm van stank mogen veroorzaken (artikel 2:128 lid 1 APV).

4.7.

[eisers] stellen dat [gedaagden] de afspraken terzake het dagelijks reinigen van het terras en het dierenverblijf achter op het perceel van 25 februari 2019 niet nakomen. Door [gedaagden] wordt betwist dat niet dagelijks (met de hogedrukreiniger) schoongemaakt wordt.

4.8.

Ter onderbouwing van hun stelling heeft [eisers] sinds 25 februari 2019 een logboek bijgehouden. De rechtbank kwalificeert de waarnemingen van [eisers] als momentopnamen waarbij niet is genoteerd of er op een later tijdstip (alsnog) is gereinigd. [gedaagden] merken dit in hun schriftelijke reactie op het logboek ook terecht op. Het logboek is voorts in algemene termen bijgehouden en het bestrijkt niet alle dagen en niet alle tijdstippen. Hoewel door [eisers] melding wordt gemaakt van video-opnames en foto’s zijn deze niet bijgevoegd. De rechtbank merkt op dat dergelijke documentatie op zich zelf geen uitsluitsel geeft over de vraag of er (later) die dag wel of niet is gereinigd conform de gemaakte afspraken.

De rechtbank is van oordeel dat, omdat er geen vast tijdstip is afgesproken voor het reinigen van het terras en het dierenverblijf achter op het perceel, aan het logboek geen doorslaggevende waarde kan worden gehecht.

4.9.

Omdat de stelling dat er niet dagelijks wordt gereinigd niet voldoende concreet is onderbouwd en bovendien uitdrukkelijk wordt weersproken door [gedaagden] , acht de rechtbank geen termen aanwezig om [eisers] toe te laten tot het leveren van bewijs. Dat de afspraak niet wordt nagekomen staat aldus niet vast.

4.10.

De vordering sub IV moet om die reden reeds worden afgewezen.

Geluidsoverlast

4.11.

Voor zover [eisers] heben beoogd te vorderen dat in het geheel geen geluid van de dieren van [gedaagden] mag worden waargenomen dienen de vorderingen te worden afgewezen, omdat het Activiteitenbesluit daarvoor geen grondslag biedt, zie hiervoor onder 4.5.

4.12.

Tussen partijen is niet in geding dat de voor de nachtrust bestemde uren het tijdsbestek van 22.00 uur in de avond tot 07.00 uur de daarop volgende morgen betreft en dat zowel overdag als in de voor de nachtrust bestemde uren het geluid van de dieren van [gedaagden] – hondengeblaf, hanengekraai, bonken van geiten – geen ernstige en herhaaldelijke hinder mag veroorzaken (artikel 2:128 lid 1 APV).

4.13.

[eisers] stellen dat ondanks de afspraken van [gedaagden] met de gemeente Kerkrade van 21 juni 2018 en de afspraken tussen partijen gemaakt op 25 februari 2019 de dieren (honden, kippen, eenden, hanen en geiten) tussen 22.00 uur ’s avonds en 07.00 ’s ochtends geluid maken waardoor overlast wordt veroorzaakt.

4.13.1.

[gedaagden] hebben volgens [eisers] geen hek gemaakt, zodat de geiten ’s nachts bij de veranda tegen de schutting/het houtwerk kunnen komen.

4.13.2.

[eisers] stellen dat [gedaagden] de honden uitlaten op het terras na 22.00 uur en dat daardoor overlast wordt ervaren door geblaf en gejank.

4.13.3.

Tevens stellen [eisers] dat het aantal kleine honden is uitgebreid.

4.14.

[gedaagden] stellen dat – op en enkel incident na: een defecte deur van het hanenhok en door het na 22.00 uur thuiskomen – de landbouwhuisdieren vanaf 22.00 uur tot 07.00 uur zijn opgehokt c.q. ingesloten.

4.14.1.

Zij stellen dat het hanenhok lichtdicht is gemaakt en dat geluidsisolatie is aangebracht. [gedaagden] stellen dat de picknicktafel is verwijderd uit het geitenverblijf, zodat de geiten daar niet meer op kunnen springen. Zij hebben geen nieuwe geiten aangeschaft. [gedaagden] betwisten bij antwoordakte echter niet dat de veranda in het verblijf van de geiten niet met een hekwerk wordt afgesloten, maar zij stellen dat een barricade is gemaakt, zodat de geiten niet aan de planken kunnen komen. Zij stellen daar foto’s van te hebben gemaakt, maar leggen die niet over.

4.14.2.

[gedaagden] betwisten niet dat de honden na 22.00 uur worden buitengelaten in de tuin, maar zij stellen dat de reuen en teven en de grote en kleine honden apart worden uitgelaten.

4.14.3.

[gedaagden] weerspreken ook niet dat er thans vaker meer dan drie kleine honden verblijven in hun woning. [gedaagden] stellen dat overlast wordt voorkomen doordat zij de honden tijdig corrigeren.

4.15.

De rechtbank verwijst naar bovenstaande overweging inzake het door [eisers] bijgehouden logboek. Wat daar is opgemerkt over de waarnemingen ter onderbouwing van de stelling geldt in beginsel ook voor de ervaren geluidsoverlast: het zijn momentopnamen. De betwisting van [gedaagden] inzake de geluidsoverlast is echter niet afdoende.

4.16.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4.16.1.

De hanen en het overige pluimvee worden niet steeds tijdig ingesloten. Het ligt op de weg van [gedaagden] om voorzieningen te treffen, met name in het geval zij zelf niet in staat zijn om 22.00 uur voor insluiting te zorgen.

4.16.2.

Met het weghalen van de picknicktafel staat naar het oordeel van de rechtbank niet vast dat [gedaagden] volledig hebben voldaan aan de op 25 februari 2019 gemaakte afspraak inzake de geluidsoverlast door de geiten, te weten: “een hekwerk/voorziening bij de veranda, zodat de geiten ‘s nachts geen lawaai kunnen maken”. Op [gedaagden] rust de bewijslast van het bevrijdend verweer dat de gecreëerde barricade voorkomt dat de geiten in de nachtelijke uren tegen het houten beschot van de veranda kunnen bonken, zoals [eisers] stellen.

4.16.3.

De rechtbank merkt op dat op 25 februari 2019 geen afspraken zijn gemaakt over het uitlaten van de honden op het terras, maar dat moet worden gehandeld in de lijn van de afspraken over het voorkomen van geluidsoverlast door het pluimvee en de geiten. Naar het oordeel van de rechtbank mag in redelijkheid van [gedaagden] niet gevraagd worden de honden niet in de tuin uit te laten, mits overlast door geblaf of gejank wordt voorkomen. Van belang daarbij is dat corrigeren van honden achteraf plaatsvindt en zij dienen dit dan ook te voorkomen.

4.17.

[eisers] hebben op geen enkele wijze concreet onderbouwd dat de door hen (subjectief) ervaren hinder sinds 25 februari 2019 zodanig is dat hun vorderingen toewijsbaar zijn. [eisers] hebben evenwel uitdrukkelijk in dit verband (nader) bewijs aangeboden van de beweerdelijke geluidsoverlast door middel van decibelmeting. [eisers] hebben (nog) niet met objectieve meetgegevens (met een geijkte decibelmeter aan de gevel gemeten door een deskundige verzamelde data inzake langdurig gemiddelde belasting en maximale piekbelasting) onderbouwd dat de geluiden van de beesten van [gedaagden] sinds 25 februari 2019 (meer) objectieve normen overschrijden. De rechtbank is van oordeel dat [eisers] daartoe in beginsel in de gelegenheid zouden moeten worden gesteld. De rechtbank merkt daarbij wel op dat, ook indien komt vast te staan dat er zodanig geluid waarneembaar is dat dit in redelijkheid als overlastgevend kan worden aangemerkt, onomstotelijk komt vast te staan dat dit geluid door de dieren van [gedaagden] wordt veroorzaakt.

4.18.

Met partijen is reeds ter comparitie op 25 februari 2019 de mogelijkheid besproken een gerechtelijk geluidsdeskundige te benoemen indien dit nodig zal blijken.

Deze deskundige zal aan de hand van de in het Activiteitenbesluit milieubeheer genoemde grenswaarden en strafcorrecties dienen te rapporteren over de geluidsbelasting. De rechtbank acht het van belang voor de aanvaardbaarheid van een dergelijk deskundigenoordeel dat partijen zich er vooraf over uit kunnen laten welke normenset met betrekking tot geluid het meest geëigend is om op de situatie van de hobbymatig gehouden (landbouw)huisdieren van [gedaagden] in een stedelijke woonomgeving toe te passen.

Ook dienen partijen zich vooraf uit te laten over de te benoemen deskundige, de kosten van het uit te voeren deskundigenonderzoek en welke vragen aan een te benoemen deskundige moeten worden gesteld.

4.19.

De rechtbank is van oordeel dat, alvorens tot benoeming van een deskundige over te gaan, het op grond van proceseconomische overwegingen geraden voorkomt om nogmaals een comparitie van partijen te bevelen ten einde te onderzoeken of alsnog een minnelijke oplossing van het geschil gevonden kan worden. Mocht die comparitie niet tot een minnelijke oplossing van het geschil leiden dan zullen ter zitting de bovenstaande punten met betrekking tot de benoeming van een deskundige besproken worden.

4.20.

De rechtbank zal aldus een comparitie bevelen om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Het ligt in de rede dat partijen zich voorbereiden op de volgende vragen:

  • -

    de deskundigheid en het aantal van de te benoemen deskundigen,

  • -

    de persoon van de te benoemen deskundige(n),

  • -

    de hoogte van het voorschot en de partij die het voorschot dient te betalen,

  • -

    de door de te benoemen deskundige in acht te nemen geluidsnormen op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer 2019,

  • -

    de vragen die aan de te benoemen deskundige(n) gesteld moeten worden.

De rechtbank verzoekt partijen zo mogelijk met een gezamenlijk voorstel terzake bovenstaande punten te komen.

Indien partijen nog nadere stukken in het geding willen brengen, geeft de rechtbank hen in overweging dit voorafgaand aan de nog te bepalen comparitie te doen.

4.21.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten. Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen.

4.22.

De rechtbank houdt in afwachting van voormelde comparitie iedere verdere beslissing aan.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

beveelt een verschijning van partijen in persoon, bijgestaan door hun advocaten, voor het beproeven van een minnelijke regeling en voor het geven van inlichtingen ter verdere instructie van de zaak, als bedoeld in rechtsoverweging 4.18 en 4.20 van dit vonnis, op de terechtzitting van mr. W.E. Elzinga in het gerechtsgebouw te Maastricht aan St. Annadal 1 op een nader te bepalen datum,

5.2.

verwijst de zaak naar de rol van 30 oktober 2019 voor het opgeven van verhinder-data van beide partijen in de maanden december 2019 tot en met februari 2020,

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB coll: