Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:9030

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-09-2019
Datum publicatie
08-10-2019
Zaaknummer
03/659432-16 (vordering verlenging TBS met voorwaarden)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar en wijziging van een eerder opgelegde voorwaarde

Er is sprake van een autismespectrum stoornis en een fetisjismestoornis die onder invloed van eenzaamheid, oplopende spanningen en stress weer de kop kan gaan opsteken. Bij meer zelfstandigheid, uitbreiding van vrijheden en verantwoordelijkheden zal gekeken moeten worden of verdachte op een adequate manier kan omgaan met spanningen en stress. Dit is nog onvoldoende getoetst. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog als hij zijn eigen leven op dit moment vorm zou moeten geven en er geen controle en toezicht meer op hem wordt uitgeoefend.

Het is van belang het resocialisatietraject in een rustig tempo te laten verlopen en te kiezen voor de weg van de geleidelijkheid. De rechtbank stelt vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/659432-16 (vordering verlenging TBS met voorwaarden)

Datum uitspraak : 24 september 2019

Tegenspraak

Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van het openbaar ministerie in het arrondissement Limburg

De vordering houdt in dat de rechtbank beslist op de op 2 augustus 2019 ter griffie van de rechtbank ingekomen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

wonende te [adresgegevens terbeschikkinggestelde] ,

thans verblijvende te [plaats 1] , [adres] ,

hierna te noemen: [terbeschikkinggestelde] .

Raadsman is mr. G.G.J. Geerlings, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 De stukken

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Limburg d.d. 2 augustus 2019;

  • -

    het reclasseringsadvies voorwaardelijke beëindiging TBS van Reclassering Nederland, RN Toezichtunit 2 Midden-Noord met betrekking tot [terbeschikkinggestelde] , opgemaakt door [naam reclasseringswerker 1] en mede ondertekend door [naam reclasseringswerker 2] d.d. 22 juli 2019;

  • -

    voortgangsverslagen van Reclassering Nederland met betrekking tot [terbeschikkinggestelde] over de periode van 18 september 2017 tot en met 17 juni 2019;

  • -

    het rapport naar aanleiding van het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van

mevr. drs. P.A. de Mon, psychiater, met betrekking tot [terbeschikkinggestelde] d.d. 25 juni 2019;

  • -

    een officiële waarschuwing van Reclassering Nederland d.d. 28 augustus 2019 met betrekking tot [terbeschikkinggestelde] wegens het zich niet houden aan de afspraken uit zijn verlofplan;

  • -

    het vonnis van de rechtbank Limburg in de strafzaak tegen [terbeschikkinggestelde] d.d. 28 juni 2017 met bovenstaand parketnummer;

  • -

    de beslissing ‘vordering wijziging voorwaarden TBS’ van de rechtbank Limburg d.d. 17 oktober 2017.

De vordering van de officier van justitie houdt in dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling met voorwaarden zal verlengen voor de duur van twee jaar.

2 De procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Limburg d.d. 28 juni 2017 is de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] gelast. Hierbij heeft de rechtbank bevolen dat [terbeschikkinggestelde] zich aan een aantal voorwaarden zal houden. De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van

  • -

    feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

  • -

    poging tot een ander door feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

  • -

    met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

  • -

    een ander door een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

  • -

    poging tot een ander door een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

  • -

    een ander door een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

  • -

    een ander door een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen

terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, het opleggen van die maatregel eiste.

De termijn van de terbeschikkingstelling is gaan lopen op 18 september 2017.

Op 17 oktober 2017 heeft de rechtbank Limburg de vordering tot wijziging van de voorwaarden toegewezen.

De vordering van de officier van justitie is behandeld ter openbare zitting van deze rechtbank van 10 september 2019. Ter zitting zijn gehoord de officier van justitie, [terbeschikkinggestelde] , zijn raadsman en, als deskundige, [naam reclasseringswerker 1] , reclasseringswerker van [terbeschikkinggestelde] .

3 Het standpunt van de inrichting

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

“Op 18 september 2017 werd de heer [terbeschikkinggestelde] opgenomen op de Baak, zedenafdeling van de FPK te Assen. (…) Hij heeft zijn behandeling goed doorlopen. In de afsluitbrief van de Baak lezen wij dat hij inzicht heeft verworven in zijn problematiek en delict risicofactoren. Deze verworven inzichten en hoe betrokkene deze in de praktijk toepast, in combinatie met het gebruik van libidoremmende medicatie, maakt dat een afschaling naar FPA-niveau verantwoord wordt geacht. Van belang wordt geacht dat betrokkene uiteindelijk resocialiseert in zijn eigen regio (…). Aangezien een overgang van de FPK Assen naar een FPA in Limburg niet mogelijk is op dat moment wordt ervoor gekozen om hem alsnog voor een FPA in Assen aan te melden. Op 28 januari 2019 is betrokkene overgeplaatst naar de FPA te Assen, afdeling Diep 2. Hij heeft hier ongeveer twee weken verbleven, alvorens hij is overgeplaatst naar afdeling Diep 1.” (pag. 3)

“In de wettelijke aantekeningen van de FPA Assen d.d. 13 mei 2019 lezen wij de volgende risicotaxatie:

“Uit de Static (afgenomen in oktober 2017) blijkt een hoog recidiverisico, vanuit de Stable (afgenomen in februari 2019) komt een matig risico naar voren. Combinatie van beide instrumenten geeft een hoog recidiverisico. (…).” De bovenstaande uitkomst komt overeen met de op 7 mei 2019 door de reclassering afgenomen Static en Stable, waaruit eveneens een hoog recidiverisico komt uit de combinatie van de gebruikte instrumenten.

Meneer [terbeschikkinggestelde] wordt eenmaal per twee à drie weken afwisselend gesproken op het kantoor van de reclassering en de FPA te Assen. Betrokkene stelde zich tijdens de gesprekken met de reclassering vriendelijk op. Ondanks dat hij zich passief opstelt geeft hij desgevraagd wel openheid over hetgeen hem bezighoudt. Betrokkene komt weinig gemotiveerd over voor zijn traject. Hij toont weinig betrokkenheid tijdens gesprekken over o.a. zijn behandeling. Zijn aandacht gaat vooral uit naar de opbouw van vrijheden en de uiteindelijke uitstroom. De indruk van de reclassering is dat de ongemotiveerde houding en de passieve indruk die hij maakt, onderdeel zijn van zijn persoonlijkheid. (…) Hij lijkt nog weinig vooruitgang te boeken in zijn behandeling.” (pag. 5)

“De heer [terbeschikkinggestelde] gebruikt momenteel libidoremmende medicatie, namelijk Risperdal 1 mg. Ondanks dat hij in eerste instantie op de FPK aangaf veel baat bij de medicatie te hebben, dat deze veel seksuele drang bij hem wegnam en hierdoor voor rust zorgde, geeft de heer [terbeschikkinggestelde] op de FPA aan dat hij minder effect van de medicatie voelt op zijn seksuele beleving. De psychiater onderzoekt de medicatie momenteel. (…) Betrokkene heeft op dit moment veel baat bij de geboden structuur en begeleiding. Wij richten ons op plaatsing in een beschermde woonvorm om hiervandaan verder te resocialiseren. Hiervandaan kunnen de wensen en mogelijkheden op lange termijn ook onderzocht worden.” (pag. 6)

“De heer [terbeschikkinggestelde] werkt op dit moment 8 uur per week bij Plan Support. De motivatie van betrokkene om zich in te zetten voor zijn dagbesteding is tijdens zijn traject minimaal. Hij geeft hierover aan dat hij het nut er niet van inziet om zich in te zetten voor zijn dagbesteding, omdat hij uiteindelijk in de regio Limburg wilt resocialiseren. Daarnaast heeft hij niet veel interesses. Ondanks dat hem meermalen is uitgelegd dat een passende dagbesteding onderdeel is van zijn voorwaarden, een eis is voor een uiteindelijke overstap naar een F-RIBW en tevens samenhangt met de uitbreiding van zijn vrijheden, blijft zijn inzet op dit gebied minimaal.” (pag. 7)

“Betrokkene functioneert momenteel stabiel met de geboden structuur, controle en toezicht. Het recidiverisico wordt in deze situatie als laag ingeschat. Echter loopt dit op tot matig/hoog in een situatie zonder de huidige kaders. Betrokkene blijft (voorlopig) afhankelijk van de ondersteuning door het professionele netwerk om zijn behandeling te voltooien en na doorstroming naar een beschermde woonvorm in Limburg zijn resocialisatie verder vorm te geven. Het is niet duidelijk hoe betrokkene om zal gaan met de toenemende vrijheden en afname van de geboden structuur, toezicht en controle en of hij opgewassen is tegen de oplopende spanningen en stress waar bovenstaand proces wellicht mee gepaard zal gaan. De overgang naar de vervolgsetting zal zorgvuldig moeten worden begeleid en betrokkene zal hier goed op voorbereid moeten worden. Hierbij is het huidige justitiële kader noodzakelijk. Wij opteren dan ook voor het verlengen van de TBS-maatregel met twee jaren, om de behandeling bij FPA te Assen af te kunnen ronden en hierna naar een passende vervolgplek door te kunnen stromen.

Wij geven de rechtbank ter overweging om de voorwaarde:

“Betrokkene houdt zich aan een eventueel medicatiebeleid, bepaald door de psychiater verbonden aan de FPK en werkt mee aan controle indien noodzakelijk geacht” te wijzigen in

“betrokkene neemt de voorgeschreven medicatie op de juiste wijze in zolang de behandelaars nodig achten en stelt zich hierin controleerbaar op””. (pag. 8)

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.

Ter zitting heeft [naam reclasseringswerker 1] (reclasseringswerker) als deskundige onder meer verklaard dat [terbeschikkinggestelde] onlangs een officiële waarschuwing heeft gekregen, omdat hij zich niet heeft gehouden aan de afspraken die in het verlofplan zijn gemaakt. In het eerste geval is [terbeschikkinggestelde] tijdens zijn verlof enkele uren niet bereikbaar geweest en heeft hij hier geen sluitende verklaring voor gegeven. Bij het andere geval is hij tijdens zijn verlof gesignaleerd bij een recreatiegebied. [terbeschikkinggestelde] heeft in de voorbespreking niet aangegeven dat hij van plan was hier naar toe te fietsen en heeft dit ook niet benoemd in de nabespreking. [terbeschikkinggestelde] is vriendelijk in zijn contact met de reclassering. De motivatie voor behandelingen is regelmatig onderwerp van gesprek. De reclassering ziet dit ook op andere gebieden terug. Er wordt gekeken naar een geschikte vervolgplek. De indicatiestelling is aangevraagd en afgegeven, maar er is nog geen match met een zorginstelling. De reclassering verwacht dat hier op niet al te lange termijn meer duidelijkheid over is en dat dit ook motiverend zal werken voor [terbeschikkinggestelde] .

[terbeschikkinggestelde] werkt inmiddels 12 uren bij Plan Support.

Het verzoek tot aanpassing van de voorwaarde ten aanzien van het medicatiebeleid heeft er mee te maken dat de eerder opgestelde voorwaarde heel specifiek voor de FPK was omschreven.

4 Het standpunt van de psychiater

In haar Pro Justitiarapportage van 25 juni 2019 heeft psychiater P.A. de Mon geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. Zij heeft onder meer het volgende gerapporteerd:

“Begin februari 2018 blijkt dat betrokkene zonder toestemming telefonisch contact heeft gehad met een minderjarig meisje. (…) Daarna heeft hij het gesprek verzwegen totdat de

sociotherapie controles uitvoerde op de bellijsten. Betrokkene heeft zowel van de kliniek als van de reclassering een officiële waarschuwing en een schrijfopdracht gekregen. (…)

In april 2018 vindt er opnieuw een behandelplanbespreking plaats. De algemene teneur is dat het behandelteam ziet dat betrokkene zijn best doet en dat er vanuit met name onmacht beperkingen zijn die maken dat de behandeling niet vlot verloopt. (…) Betrokkene is in april 2018 ingesteld op het antipsychoticum Risperdal dat libidoremmende effecten kan hebben.” (pag. 10)

“Betrokkene maakt kleine stapjes binnen de delictpreventieve behandeling op de Baak. (…) Begin oktober 2018 wordt betrokkene overgeplaatst naar een afdeling waar meer aandacht is voor de ASS (autisme spectrum stoornis) problematiek en minder groepsgericht behandeld wordt, de Sluis. In december 2018 wordt geconcludeerd dat betrokkene op afdeling de Sluis voldoende behaald heeft en dat er gestart moet gaan worden met het resocialisatietraject door betrokkene over te plaatsen naar een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) in de regio van herkomst. Er breekt voor betrokkene een fase aan van veel stress en onrust omdat het voor hem onduidelijk is wanneer hij dan precies kan verhuizen. Dit maakt hij goed bespreekbaar alleen geeft hij zelf aan dat het de spanningen niet wegneemt. Hij herkent zichzelf er goed in en zegt dat hij dit zijn hele leven al zo doet. Bij onduidelijkheid krijgt hij last van spanningen en wordt bijna angstig of de afspraken wel door zullen gaan zoals afgesproken. Betrokkene krijgt tijdens verloven de beschikking over een smartphone. De kliniek controleert de smartphone regelmatig. In maart 2019 wordt betrokkene overgeplaatst naar de FPA van GGZ Drenthe.” (pag. 11)

“Betrokkene gebruikt medicatie (risperdal) met een libidoremmend effect. Echter ondanks deze medicatie raakt hij nog altijd opgewonden bij het zien van de buik en de voeten van een (jong) meisje. Ook als hij aan de buik en de voeten van een (jong) meisje denkt raakt hij opgewonden. (…) Dat betrokkene zich moeilijk kan inleven in anderen, herkent hij niet bij

zichzelf. Dat dit wel over hem beschreven staat, is hij het dan ook niet mee eens. Hij merkt op dat hij sociale contacten c.q. situaties ingewikkeld vindt, zeker als het mensen betreft die hij niet kent. Betrokkene heeft moeite met onduidelijkheid. Betrokkene heeft op vele gebieden

duidelijkheid nodig. Betrokkene kan moeilijk met veranderingen omgaan. Hij heeft tijd nodig om zich aan te passen aan een verandering. (…) Dat er bij betrokkene sprake is van seksuele problematiek vindt hij wat overdreven geformuleerd. “Seksuele problematiek vind ik in mijn geval een groot woord.” Betrokkene vindt wel dat als het om seksualiteit gaat hij

anders dan anderen is.” (pag. 13)

“Als de TBS-maatregel op dit moment beëindigd zou worden, zou betrokkene op de FPA blijven. “Ik zou het hier afmaken want ik zou niet weten waar ik anders terecht moet. Het enige wat ik wil is dat ik nooit meer de fout in ga en alles wat daar voor nodig is wil ik doen. Daar heb ik zelf ook belang bij, dat ik niets overhaast doe, en dat ik niet omdat het te snel gegaan is weer terug kom in de FPK.” (…) Betrokkene heeft één keer per twee weken contact met de reclassering. Het contact met de reclassering verloopt naar tevredenheid. Echter sinds kort heeft betrokkene een nieuwe reclasseringswerker waar hij nog wat aan moet wennen. Betrokkene vond het moeilijk dat hij van reclasseringswerker moest veranderen. (…) Betrokkene praktiseert onbegeleid verlof. Hij gaat twee keer per maand

van zaterdag tot zondag naar zijn ouders in [plaats 2] op verlof. Hij gaat vier keer per week Assen in en elke dag wandelt hij wel op of buiten het terrein van GGZ Drenthe.” (pag. 14)

“Betrokkene wil nooit meer tot recidive komen maar hij weet niet wat er gebeurt als hij zich weer eenzaam voelt. Immers, “alle verleidingen, om online te gaan en contact te maken met meiden vanuit eenzaamheid, zijn niet weg.” (pag. 16)

“Betrokkene beschikt over een gering empathisch vermogen. T.a.v. de indexdelicten lijkt hij niet goed te beseffen wat hij met zijn gedrag bij een ander teweeg heeft gebracht. Hoewel hij ten aanzien van de indexdelicten spreekt van schaamte lijkt er geen sprake van een intrinsiek schuldgevoel.” (pag. 20)

“Betrokkene is een 25-jarige normaal begaafde man bij wie op basis van het huidige onderzoek de diagnose autisme spectrum stoornis (ASS) bevestigd kan worden. Een autisme spectrum stoornis is een ontwikkelingsstoornis c.q. een lifetime diagnose die reeds in de vroege jeugd aan de oppervlakte komt. (…) Een autismespectrum stoornis kenmerkt zich door deficiënties in de sociaal-emotionele wederkerigheid, deficiënties in het non-verbale

communicatieve gedrag dat gebruikt wordt voor sociale interactie en deficiënties in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties. Iemand met een autismespectrum stoornis heeft moeite met de Theory of Mind, het vermogen om zich te verplaatsen in een ander, of te wel empathie. Tevens is er bij een ASS vaak sprake van detailgerichtheid en

overprikkeling omdat het moeilijk is om verschillende prikkels te verwerken, te filteren en tot een geheel te maken. Bij betrokkene uit de ASS zich vooral in: een rigide manier van denken,

moeite met veranderingen en onvoorspelbaarheid, behoefte aan structuur, gebrek aan empathie, gebrek aan sociaal emotionele interactie, neiging tot sociale isolatie en een gebrek aan sociaal-emotionele wederkerigheid in het contact. De diagnose seksuele stoornis in de zin van een fetisjismestoornis waarbij betrokkene seksueel opgewonden raakt van de buik en voeten van jonge vrouwen c.q. minderjarige meisjes is nog immer aan de orde. Echter

doordat betrokkene thans in een omgeving verblijft waar er op hem toegezien wordt en alwaar hij medicatie gebruikt met een weliswaar in zijn geval beperkt libidoremmend effect, is de fetisjismestoornis op dit moment latent aanwezig.” (pag. 22)

“Betrokkene functioneert binnen de huidige omstandigheden waarin hem structuur, ondersteuning, controle en toezicht wordt geboden redelijk stabiel. Wat dat betreft is het risicomanagement zoals dat thans in de kliniek vorm gegeven wordt afdoende. Echter in de nabije toekomst zal moeten blijken of betrokkene bij een uitbreiding van vrijheden, een hogere mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid spanningen en stress op

een adequate manier het hoofd kan bieden, of hij dat wat hij geleerd heeft in de kliniek kan generaliseren, of hij zich kan houden aan afspraken en regels, of hij tijdig om hulp kan vragen indien nodig en of hij zich staande kan houden. Nu bovenstaande nog onvoldoende getoetst is en betrokkene nog immer onrustig wordt bij het zien van meisjes met naveltruitjes,

moet de kans op recidive binnen de huidige omstandigheden als laag worden ingeschat maar als hoog wanneer betrokkene op dit moment zijn eigen leven vorm zou moeten geven en er geen controle en toezicht meer op hem zou worden uitgeoefend.” (pag. 23)

“Echter het is wel aan te bevelen om opnieuw met betrokkene naar medicatie met een libidoremmend effect te kijken omdat de huidige medicatie (risperdal 1 mg) dit niet afdoende doet en betrokkene nog immer seksueel opgewonden raakt bij het zien van jonge meisjes met naveltruitjes.” (pag. 24)

“Zeer waarschijnlijk is plaatsing in een begeleide woonvorm het hoogst haalbare einddoel van het resocialisatietraject. Gezien de blijvende kwetsbaarheid en de beperkingen van betrokkene zal het resocialisatietraject in een rustig tempo vorm gegeven moeten gaan

worden. Uitstromen zal via de weg der geleidelijkheid moeten gaan plaatsvinden waarbij in kleine stapjes toegewerkt wordt naar een woonvoorziening alwaar betrokkene zeer langdurig 24-uurszorg en toezicht kan worden geboden.” (pag. 26)

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering. Zij heeft verwezen naar de inhoud van het verlengingsadvies van de reclassering en de psychiatrische rapportage waaruit blijkt dat het traject van resocialisatie niet binnen twee jaar is afgerond.

6 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

[terbeschikkinggestelde] heeft aangevoerd dat hij liever heeft dat de termijn van terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd om zo meer vaart te krijgen in het doorstroomproces naar Limburg. Over sommige behandelvormen heeft hij twijfels. Hij vindt dat deze niet altijd zinvol zijn voor hem. Hij zit in de FPA in Assen niet lekker in zijn vel. Meer perspectief, met name op terugkeer naar Limburg, zal hem meer energie geven om mee te werken. Op dit moment heeft volledige dagbesteding voor [terbeschikkinggestelde] geen prioriteit.


De raadsman heeft verzocht de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Hiertoe heeft hij naar voren gebracht dat er te negatief wordt gekeken naar het resultaat van de behandeling in Assen. Uit de rapportages blijkt dat er stappen zijn gezet door [terbeschikkinggestelde] waar hij best trots op mag zijn. Hij is van de FPK naar de FPA gegaan en heeft meer verloven en vrijheden gekregen. De teugels moeten soms weer iets aangetrokken worden. Aan de twee voorvallen die tot de waarschuwing hebben geleid, moet niet te zwaar worden getild. Het is goed om te horen dat er naar een vervolgplek wordt gekeken. Als de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd is er ook enige druk bij de hulpverlening om die plek te realiseren. De raadsman heeft geen bezwaar tegen de wijziging van de voorwaarde zoals die door de reclassering in het verlengingsadvies is geformuleerd.

7 De beoordeling

De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling ingediend binnen de daarvoor in artikel 509o, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn. De officier van justitie is derhalve ontvankelijk in haar vordering.

Gehoord de officier van justitie, [terbeschikkinggestelde] , zijn raadsman en de deskundige [naam reclasseringswerker 1] en gezien de inhoud van de Pro Justitiarapportage van psychiater De Mon, overweegt de rechtbank het volgende.

Bij [terbeschikkinggestelde] is sprake van een autismespectrum stoornis en een fetisjismestoornis die nu niet echt actueel is, maar onder invloed van eenzaamheid, oplopende spanningen en stress weer de kop kan gaan opsteken. Bij meer zelfstandigheid, uitbreiding van vrijheden en verantwoordelijkheden zal gekeken moeten worden of [terbeschikkinggestelde] op een adequate manier kan omgaan met spanningen en stress. Dit is nog onvoldoende getoetst. [terbeschikkinggestelde] heeft recent (28 augustus 2019) een officiële waarschuwing van de reclassering ontvangen wegens het zich niet houden aan de afspraken die in het verlofplan zijn gemaakt. Hij is een keer een aantal uren niet bereikbaar geweest. [terbeschikkinggestelde] heeft ter zitting aangegeven dat het klopt dat hij telefonisch niet bereikbaar was. Hij had zijn mobiele telefoon weliswaar meegenomen, maar deze stond op de ‘trilstand’. Toen hij zag dat hij drie gemiste oproepen had, heeft hij de reclassering meteen terug gebeld. Een andere keer is [terbeschikkinggestelde] tijdens zijn verlof gesignaleerd bij een recreatiegebied, hetgeen gezien zijn stoornis een risicovolle omgeving is. [terbeschikkinggestelde] heeft in de voorbespreking niet verteld dat hij van plan was in deze richting te fietsen en ook in de nabespreking heeft hij niet benoemd dat hij daar is gestopt. [terbeschikkinggestelde] heeft ter zitting verklaard dat hij zich van de ernst doordrongen is dat hij zich aan de voorwaarden moet houden en geeft aan dat hij hierin te nonchalant is geweest.

Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat wanneer [terbeschikkinggestelde] zijn eigen leven op dit moment vorm zou moeten geven en er geen controle en toezicht meer op hem wordt uitgeoefend. Gezien zijn problematiek zal hij de nodige beperkingen in zijn functioneren blijven houden. Indien het resocialisatietraject toenemend vorm gaat krijgen en hogere eisen aan [terbeschikkinggestelde] worden gesteld, is het belangrijk langdurig controle en toezicht op hem te blijven uitoefenen en hem opnieuw in te stellen op medicatie met een duidelijk libidoremmend effect. Het is van belang het resocialisatietraject in een rustig tempo te laten verlopen en te kiezen voor de weg van de geleidelijkheid. Zo kan in kleine stapjes toegewerkt worden naar een woonvoorziening waar [terbeschikkinggestelde] langdurig 24-uurszorg en toezicht kan worden geboden.

De aandacht van [terbeschikkinggestelde] gaat vooral uit naar het opbouwen van vrijheden en de uiteindelijke uitstroom. Momenteel is de motivatie voor dagbesteding minimaal. [terbeschikkinggestelde] ziet het nut er niet van in om zich in te zetten voor dagbesteding, omdat hij in de regio Limburg wil resocialiseren. De rechtbank begrijpt de wens van [terbeschikkinggestelde] op dit punt maar benadrukt dat een passende dagbesteding onderdeel is van de opgelegde voorwaarden en een eis voor zijn uiteindelijke overstap naar een forensische RIBW. [terbeschikkinggestelde] zal in de FPA in Assen zijn inzet moeten tonen en de behandeling goed moeten afronden zodat hierna doorgestroomd kan worden naar een passende vervolgplek.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank stelt vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen. Zij is derhalve van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar geïndiceerd is.

8 De beslissing

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar;

- wijzigt een bij beslissing van de rechtbank Limburg d.d. 17 oktober 2017 opgelegde voorwaarde, verbonden aan de terbeschikkingstelling, in dier voege dat deze thans inhoudt:

“betrokkene neemt de voorgeschreven medicatie op de juiste wijze in zolang de behandelaars nodig achten en stelt zich hierin controleerbaar op”.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.A. Teeuwissen, voorzitter, mr. R.A.M.M. Gijselaers en mr. R.M.M. Kleijkers, rechters, in tegenwoordigheid van M.S.E.M. Oude Hengel, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 september 2019.