Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:882

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
31-01-2019
Datum publicatie
31-01-2019
Zaaknummer
03/659281-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt terzake van het medeplegen van een gekwalificeerde doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659281-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 januari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

thans gedetineerd in de PI Zuid Oost - HvB Ter Peel te Evertsoord.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R. van der Wal, advocaat kantoorhoudend te Hengelo.

1 Het onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 januari 2019. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: op 20 augustus 2017 te Tegelen samen met een ander [slachtoffer] heeft vermoord;

subsidiair: op 20 augustus 2017 te Tegelen samen met een ander [slachtoffer] opzettelijk heeft gedood en een diefstal/afpersing heeft gepleegd, welke doodslag gepleegd is om de diefstal/afpersing voor te bereiden, gemakkelijk te maken of bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken dan wel het bezit van het gestolene te verzekeren;

meer subsidiair: op 20 augustus 2017 te Tegelen samen met een ander [slachtoffer] opzettelijk heeft gedood;

meest subsidiair: op 20 augustus 2017 te Tegelen samen met een ander een diefstal met geweld heeft gepleegd, welk feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

meest meest subsidiair: op 20 augustus 2017 te Tegelen samen met een ander [slachtoffer] heeft afgeperst, welke feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair tenlastegelegde, nu niet kan worden bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] met voorbedachten rade hebben gehandeld. Wél acht de officier van justitie bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft schuldig gemaakt aan gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer] . Uit de verklaring van getuigen en het verrichte telecomonderzoek is volgens de officier van justitie gebleken dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] een financieel motief hadden om contact te onderhouden met [slachtoffer] . In de dagen voorafgaand aan het tenlastegelegde heeft verdachte meermalen lijfelijk afgesproken met [slachtoffer] . Het is ook verdachte geweest die met [slachtoffer] de afspraak maakte om op 20 augustus 2017 te 16:00 in zijn woning samen te komen. Op deze dag togen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] met een boodschappentas met daarin een mes en een ijzeren buis naar de woning van [slachtoffer] . In de woning heeft verdachte - zo blijkt uit de verklaring van getuige [getuige 1] - de gordijnen aan de voorzijde dichtgetrokken. Tegelijkertijd heeft [getuige 1] waargenomen dat medeverdachte [medeverdachte] [slachtoffer] van achteren in een houdgreep pakte, waarbij hij schreeuwde: ‘Als je geen geld geeft, steek ik je kapot’. In zijn andere hand hield medeverdachte [medeverdachte] een voorwerp - gelijkend op een mes - vast, waarmee hij [slachtoffer] in diens hals/nek stak. Toen [slachtoffer] al op de grond lag heeft medeverdachte [medeverdachte] hem naar eigen zeggen met een ijzeren buis meermalen geslagen. [slachtoffer] werd zwaar toegetakeld en in hulpeloze toestand achtergelaten. Daarna verlieten verdachte en medeverdachte [medeverdachte] met goederen van [slachtoffer] de woning. Deze goederen werden korte tijd later tijdens de aanhouding bij de verdachten aangetroffen. Zowel patholoog-anatoom [naam pathaloog-anatoom] als forensisch radioloog [naam forensisch radioloog] heeft geconcludeerd dat het overlijden van [slachtoffer] op 22 september 2017 kan worden verklaard door extern inwerkend geweld op het hoofd.

Volgens de officier van justitie heeft verdachte een bijdrage geleverd (bestaande uit onder andere het maken van afspraken met [slachtoffer] , het sturen van sms-berichten, het samen met medeverdachte [medeverdachte] met wapens naar de woning van [slachtoffer] gaan, het zorgen dat ze binnen worden gelaten, het sluiten van de gordijnen en het in hulpeloze toestand achterlaten van [slachtoffer] ) die voldoende is om de kwalificatie medeplegen gekwalificeerde doodslag te rechtvaardigen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een integrale vrijspraak gevorderd. Evenals de officier van justitie is de raadsman van mening dat ten aanzien van het primair tenlastegelegde het bestanddeel ‘voorbedachten rade’ niet bewezen kan worden. Ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman aan de hand van bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad aangevoerd dat verdachte niet kan worden aangemerkt als medepleger. Verdachte is met medeverdachte [medeverdachte] naar de woning gegaan om hem aan te spreken op zijn grensoverschrijdende seksuele gedrag. Na een opmerking van [slachtoffer] sloegen bij medeverdachte [medeverdachte] de stoppen door, hetgeen verdachte niet kon voorzien. Verdachte was vanaf dat moment verstijfd. Het enkel aanwezig zijn van verdachte en het zich niet distantiëren van medeverdachte [medeverdachte] is onvoldoende voor de kwalificatie medeplegen. Ten aanzien van het meest subsidiaire heeft de raadsman aangevoerd dat het geweld in geen verband staat met de diefstal. Voorts heeft verdachte niet het oogmerk gehad op de diefstal, nu zij niet meer wist of zij de goederen van [slachtoffer] in de tas had gedaan. Het meest meest subsidiaire kan niet bewezen worden, nu [slachtoffer] niet zelf geld en/of de goederen heeft afgegeven aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte] en dit wel als onderdeel van de afpersing in de tenlastelegging is opgenomen en ook nodig is wil sprake zijn van afpersing.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1

Inleiding

Op 20 augustus 2017, omstreeks 16:36 uur, kwam een melding van de getuige [getuige 2] binnen bij het meldcentrum van de politie eenheid Limburg. Zij deelde mede dat er bij het verzorgingshuis [naam verzorgingshuis] , gelegen aan de [adres] te Tegelen, personen met een mes binnen zouden zijn. Deze personen zouden de bewoner, [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), bedreigen om geld af te staan.2 Daarop zijn de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] direct ter plaatse gegaan. In voornoemde woning trof verbalisant [verbalisant 2] [slachtoffer] liggend op zijn rug aan, in het midden van de kamer. Rondom [slachtoffer] lag veel bloed, met name rondom zijn hoofd. [verbalisant 2] zag dat [slachtoffer] ernstig letsel had in zijn gezicht. [slachtoffer] riep om hulp. Korte tijd later constateerde verbalisant [verbalisant 1] dat [slachtoffer] vermoedelijk een steekwond had boven zijn navel.3

[slachtoffer] werd overgebracht naar het [naam ziekenhuis 1] te Venlo. In verband met zijn verwondingen werd hij vervolgens overgebracht naar het [naam ziekenhuis 2] te Maastricht. Op 28 augustus 2017 deelde [naam forensisch arts] , forensisch arts, met betrekking tot de gezondheidstoestand van [slachtoffer] mede dat [slachtoffer] (nog immer) comateus was en dat er een reële kans bestond dat [slachtoffer] zou komen te overlijden. Op 21 september 2017 werd [slachtoffer] vanuit het [naam ziekenhuis 2] te Maastricht overgeplaatst naar een hospice te Venlo. Daar is hij op 22 september 2017 overleden.4 Op diezelfde dag constateerde forensisch arts

[naam forensisch arts] dat [slachtoffer] een niet-natuurlijke dood was gestorven.5 Familielid [getuige 3] herkende het stoffelijk overschot als dat van [slachtoffer] .6

Op basis van de beschikbare medische gegevens constateerde radioloog [naam forensisch radioloog] dat bij [slachtoffer] uitgebreide fracturen van het aangezicht, skelet en wekedelen zwellingen van het hoofd te zien waren. Rond de hersenen waren bloedingen. Deze letsels konden worden verklaard door stomp extern inwerkend geweld op het aangezicht en het hoofd. Verder constateerde [naam forensisch radioloog] onder meer huiddefecten en onderhuidse afwijkingen, zes in het aangezicht, een in de buik en waarschijnlijk een in de hals. Deze letsels konden worden verklaard door penetrerend geweld. De slotconclusie van [naam forensisch radioloog] luidde dat [slachtoffer] is overleden door de ziekelijke verwikkelingen ten gevolge van extern inwerkend geweld op het hoofd.7 Arts en patholoog [naam pathaloog-anatoom] constateerde op basis van de breuken in het aangezicht dat er sprake was van bij leven opgetreden inwerking van heftig uitwendig mechanisch botsend geweld op het hoofd. Verder wezen het letsel in de hals en in de buik op bij leven opgetreden inwerking van uitwending mechanisch scherprandig klievend geweld (steek- of snijletsels). De dood van [slachtoffer] kon verklaard worden door verwikkelingen van zeer ernstige letsels aan/in met name het hoofd.8

3.3.2

Incident in woning en aantreffen verdachte(n)

Getuige [getuige 1] , werkzaam als verzorgende bij [naam zorginstelling] , heeft verklaard dat [slachtoffer] hem op 20 augustus, tussen 16:20 uur en 16:25 uur, belde via zijn handzender met de mededeling dat hij naar het toilet moest. Enkele minuten later stond [getuige 1] op de galerij bij de woning van [slachtoffer] . Hij zag dat een vrouwelijk persoon de gordijnen aan de voorzijde van het appartement van [slachtoffer] dichttrok. Tegelijkertijd nam hij waar dat een manspersoon [slachtoffer] , die in zijn rolstoel zat, van achteren in een houdgreep vastpakte en schreeuwde: ‘Als je geen geld geeft, steek ik je kapot’. De man had [slachtoffer] met zijn rechterhand om zijn nek vast, terwijl hij in zijn linkerhand een voorwerp vasthield. De arm van de manspersoon was lichtelijk gebogen, waardoor het voorwerp richting het hoofd/de nek van [slachtoffer] gericht was. Getuige [getuige 1] is vervolgens hulp gaan halen. Ongeveer 10 minuten later zag [getuige 1] - terwijl hij in gesprek was met de meldkamer - twee personen lopen, die hij herkende als de personen die in de woning van [slachtoffer] waren. De vrouw droeg een blauwe tas om haar schouder.9

Uit forensisch onderzoek met betrekking tot (de plaats) van het bloed is gebleken dat de krachtinwerking door slaan of schoppen op vloeibaar bloed zeer waarschijnlijk heeft plaatsgevonden op het moment dat het slachtoffer zich laag/liggend op de woonkamervloer bevond in een poel van bloed.10

Medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft verklaard dat hij op 20 augustus 2017 met verdachte naar de woning van [slachtoffer] is gegaan.11 Allereerst pakte [medeverdachte] het alarmkastje van [slachtoffer] af, zodat hij geen alarm kon slaan.12 Daarna heeft hij [slachtoffer] gestoken met een mes ien hem meermalen met een ijzeren pijp, gelijkend op een stofzuigerbuis, geslagen.13 Verder heeft [medeverdachte] verklaard dat hij daarna tegen verdachte zei: ‘Pak alles in en we gaan weg’, waarop verdachte een aantal spullen van [slachtoffer] in een tas deed, hetgeen [medeverdachte] okay vond.1415

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij op 20 augustus 2017 te 16:00 uur had afgesproken in de woning van [slachtoffer] . Verdachte droeg een boodschappentas. Samen met [medeverdachte] liep verdachte naar de woning van [slachtoffer] . Verdachte heeft aangebeld en [slachtoffer] deed de deur open, waarna verdachte samen met [medeverdachte] de woning is binnengegaan. Tijdens het door [medeverdachte] gepleegde geweld in de woning, stond verdachte aan de grond genageld.

Uiteindelijk werden verdachte en [medeverdachte] op 20 augustus 2017, omstreeks 17:00 uur, te Tegelen op de fiets aangetroffen. [medeverdachte] bestuurde de fiets en verdachte zat achterop en hield een blauwe tas vast. [medeverdachte] had onder meer een kastje met drukknop in zijn zakken.16 In de blauwe draagtas bleken twee draagtassen te zitten (tas [winkel 1] en tas [winkel 2] ). In de draagtas van [winkel 1] werd onder meer een met bloed besmeurd mes aangetroffen. Verder zat in de draagtas van [winkel 2] een besmeurde metalen pijp en goederen zoals een laptop, horloge, zilveren munt en zegelring.17 De ring, de laptop en de zilveren munt werden door getuige [getuige 3] herkend als goederen die aan [slachtoffer] toebehoorden.18

De rechtbank leidt uit het voorgaande, bezien in samenhang met de onderzoeken van [naam forensisch radioloog] en [naam pathaloog-anatoom] omtrent het letsel van [slachtoffer] , af dat verdachte samen met [medeverdachte] met een blauwe tas naar de woning van [slachtoffer] is gegaan. In de woning heeft [medeverdachte] [slachtoffer] gestoken met een mes, in zowel de buik, de hals als in het (aan)gezicht. Voorts heeft [medeverdachte] [slachtoffer] meermalen geslagen met een ijzeren pijp. Gelet op het bloedsporenonderzoek gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte] eerst met het mes heeft gestoken en dat hij - toen [slachtoffer] al bloedend op de grond lag - hem meermalen met de ijzeren pijp heeft geslagen. Uiteindelijk zijn beide verdachten er met spullen van [slachtoffer] vandoor gegaan.

3.3.3

Relatie verdachte en [medeverdachte] tot het slachtoffer

Verdachte heeft verklaard dat zij op donderdag 17 augustus 2017 in gesprek raakte met [slachtoffer] nadat zij in een winkel die tweedehands spullen verkoopt een horloge en een ring te koop wilde aanbieden. Verdachte vertelde dat zij in geldnood verkeerde. [slachtoffer] nam verdachte mee naar een café. Aldaar vertelde [slachtoffer] honderduit tegen verdachte, onder andere over het feit dat zijn ex-vrouw DM 750.000,-- had gekregen na de scheiding. [slachtoffer] sloeg een arm om verdachte heen en hij gaf haar € 25,--. Verdachte kreeg een kaartje met de gegevens van [slachtoffer] .19 Op vrijdagmorgen 18 augustus 2017 heeft verdachte naar [slachtoffer] gebeld.20 Verder ontving verdachte die dag sms’jes, ondertekend door respectievelijk de huurbaas en de deurwaarder omtrent mogelijke betalingsachterstanden die zij zou hebben. De sms’jes bleken en waren afkomstig van [medeverdachte] .21 Hierna heeft [slachtoffer] met verdachte gebeld.22 Verdachte heeft verklaard dat zij op 18 augustus 2017 opnieuw afsprak met [slachtoffer] bij een café.23 Getuige [getuige 4] heeft omtrent deze afspraak verklaard dat zij, terwijl zij op het terras bij lunchroom ‘ [naam lunchroom 1] ’ te Tegelen zat, een oudere man in een rolstoel met een jonger meisje aan een tafel zagen zitten. De oudere man streelde het meisje over haar been en pakte haar om haar middel vast.24 Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat hij op hetzelfde terras zat en zag dat een oudere man en een jong meisje aan een tafeltje zaten en dat ze elkaar omarmden, streelden en kusten.25 De serveerster bij de lunchroom, [getuige 6] zag dat de oudere man de arm om het middel van het meisje sloeg en met zijn hand over de rug van het meisje streelde.26 Zowel [getuige 4] , [getuige 5] als getuige [getuige 6] heeft verklaard dat de avances door het meisje werden toegelaten. Tijdens de afspraak heeft verdachte meermalen gebeld met [medeverdachte] .27

Daarna heeft verdachte verklaard dat zij samen met [slachtoffer] naar zijn woning is gegaan, omdat [slachtoffer] haar vroeg om hem met de computer te helpen. In de woning van [slachtoffer] zou verdachte naar eigen zeggen door [slachtoffer] aan haar haren zijn getrokken, terwijl hij haar probeerde te zoenen. Ook betastte [slachtoffer] haar borsten. Hierna liep verdachte in paniek de woning van [slachtoffer] uit.28 ’s Avonds heeft [slachtoffer] naar verdachte gebeld, waarna [medeverdachte] direct met verdachte belde. Daarna heeft verdachte om 19:23 uur een sms gestuurd naar [slachtoffer] met de tekst: ‘Dat was niet de afspraak, jij wilde me helpen, maar geen seksgerelateerde dingen. En ik kan niet uitsluiten dat dit consequenties gaat hebben. Maar vertrouwen en vriendschap is er niet meer Ajuus’. Om 20:52 uur heeft [medeverdachte] een sms naar [slachtoffer] gestuurd met de tekst: ‘Kanst politie rufen wier sint weld weit unt einde von uns treft dich zigger’.

Verdachte stuurde om 21:43 uur een sms naar [slachtoffer] met als inhoud: ‘Mijn broers hebben ons zien zitten en die waren niet blij. Ik bel je morgen’.29

Op zaterdag 19 augustus 2017 belde verdachte om 20:44 uur voor de duur van 32 minuten met [slachtoffer] .30 Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] ‘sorry sorry’ zei en dat hij vroeg om de dag erna nog een keer af te spreken om excuses aan te bieden.31 Op zondag 20 augustus 2017 vindt er ’s morgens driemaal telefonisch contact plaats tussen [slachtoffer] en verdachte.32 Verdachte heeft verklaard dat zij zondag tussen 11:00 uur en 14:00 uur had afgesproken met [slachtoffer] bij een koffiehuis. [slachtoffer] zou daar haar hand op zijn kruis hebben gelegd en haar hebben geprobeerd te tongzoenen. Verdachte trok zich los en liep naar de wc.33 Getuige [getuige 7] , medewerker van lunchroom ‘ [naam lunchroom 2] ’, heeft verklaard dat zij zag dat de oudere man over het been van het jongere meisje aan het strijken was. Zij had geen onenigheid tussen beide personen waargenomen.34 Getuige [getuige 8] , eveneens medewerker van de lunchroom, heeft verklaard dat de oudere man en het meisje elkaars hand vasthielden en dat er van beide kanten geen weerstand was.35 In de periode van 13:41 uur tot en met 15:09 uur hebben er telefonische contacten plaatsgevonden tussen verdachte en [medeverdachte] , waarbij [medeverdachte] ook sms’jes stuurde. Deze sms’jes bevatten teksten als ‘ [verdachte] , moet ik komen’, ‘wil weten of het goed gaat en ‘ik kom er aan’. Om 15:12 uur stuurde verdachte een sms’je naar [slachtoffer] met de inhoud: ‘Ik kom rond 16:00 uur. Beetje vergist in de tijd vergist. Tot straks’.36 Verdachte heeft verklaard dat zij niet meer verwacht had dat de afspraak op 20 augustus door zou gaan. Uiteindelijk is zij toch gegaan.37

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [slachtoffer] verdachte in de periode voorafgaande aan het noodlottige voorval meermalen op een seksueel getinte wijze heeft benaderd. De rechtbank merkt op dat hoewel verdachte deed voorkomen dat zij daar niet van gediend was, getuigen verklaren dat er van beide kanten geen weerstand was. In ieder geval is verdachte, in plaats van onmiddellijk ieder contact te verbreken, contact blijven houden met [slachtoffer] . Deze handelwijze van verdachte acht de rechtbank, gelet op haar eigen verklaring omtrent de ongewenstheid van de seksuele toenaderingen, allerminst begrijpelijk en haar verklaring daarover dat zij louter zou hebben gehandeld uit medemenselijkheid, volstrekt onaannemelijk. De rechtbank gaat, mede gelet op de verklaring van getuige [getuige 1] , ervan uit dat geld, [slachtoffer] had immers met verdachte over een verdeling van de boedel gesproken van

DM 750.000,--, een motief was om contact te blijven onderhouden met [slachtoffer] . Dat ook [medeverdachte] weet had van de (mogelijk) ruime financiële middelen van [slachtoffer] en dat ook hij bijdroeg aan de instandhouding van het contact, blijkt onder meer uit de gefingeerde sms’jes omtrent betalingsachterstanden die hij naar verdachte heeft gestuurd. Verdachte zou deze sms’jes, zo beredeneert de rechtbank, vervolgens aan [slachtoffer] kunnen tonen om hem te bewegen haar geld te geven. Verder is [medeverdachte] - terwijl verdachte afspraken had met [slachtoffer] - voortdurend contact blijven houden (telefonisch en per sms) met verdachte, waarschijnlijk om op afstand deze contacten mede te regisseren.

3.3.4

Juridische kwalificatie

Voorbedachten rade?

Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld, zodat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Doodslag; opzet?

De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of [medeverdachte] [slachtoffer] opzettelijk heeft gedood. Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt immers dat [medeverdachte] degene is geweest die de geweldshandelingen in de woning jegens [slachtoffer] heeft gepleegd. Het dossier en het verhandelde ter terechtzitting geven naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om te denken dat [medeverdachte] uit was op de dood van [slachtoffer] .

Wél is de rechtbank van oordeel dat het handelen van [medeverdachte] , te weten het steken met een mes in de buik, het gezicht en de hals van [slachtoffer] en het meermalen met een ijzeren pijp tegen het hoofd en aangezicht van [slachtoffer] slaan terwijl hij al in een poel van bloed op de grond lag, naar uiterlijke verschijningsvorm kan worden aangemerkt als zo zeer gericht op het gevolg van het intreden van de dood dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] heeft aanvaard. Daarbij heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat zich in de buik, de hals en het hoofd vitale organen en/of bloedvaten bevinden. Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voor iedereen - en dus ook voor [medeverdachte] - aanstonds duidelijk moet zijn geweest dat [slachtoffer] lichamelijk bijzonder kwetsbaar was; [slachtoffer] zat immers in een rolstoel en was halfzijdig verlamd. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte] in voorwaardelijke zin opzet had op de dood van [slachtoffer] .

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of ook verdachte opzet op de dood van [slachtoffer] had. De rechtbank overweegt dat verdachte samen met [medeverdachte] met een blauwe tas naar de woning van [slachtoffer] is gegaan met het doel om [slachtoffer] geld en/of goederen afhandig te maken. De rechtbank gaat ervan uit dat deze blauwe tas in ieder geval een ijzeren pijp bevatte en dat verdachte hiervan wetenschap had. Het mes zou in de broekzak van [medeverdachte] hebben kunnen zitten zonder dat verdachte dat wist, maar de metalen buis is daarvoor te groot. De verklaring van [medeverdachte] dat [slachtoffer] het metalen deel van een stofzuigerslang klaar had staan naast zijn stoel, is volstrekt onaannemelijk. Niet valt in te zien waarom [slachtoffer] , die zich verheugde op damesbezoek, uit voorzorg een metalen buis naast zijn stoel zou zetten. Getuigen hebben bovendien verklaard dat zij zo’n metalen pijp nooit in de woning van [slachtoffer] hebben gezien. Dit, terwijl met name de hulpverlening dagelijks in de kleine, overzichtelijke woning van [slachtoffer] kwam.

Aldus heeft verdachte samen met [medeverdachte] een ijzeren pijp naar de woning van [slachtoffer] meegenomen met als initiële doel geld en/of goederen buitmaken. Verdachte wist verder dat [medeverdachte] gewelddadig kon zijn en een jarenlange tbs-behandeling had ondergaan in verband met een gewelddadig incident. Zij wist dat [medeverdachte] een kort lontje had. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [medeverdachte] dusdanig geweld zou gebruiken dat dit zou leiden tot de dood van [slachtoffer] .

Gekwalificeerde doodslag?

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachten het oogmerk hadden [slachtoffer] geld of goederen afhandig te maken. [medeverdachte] heeft tijdens of na het steken en slaan tegen verdachte gezegd: ‘Pak alles in en we gaan weg’, waarop verdachte een aantal spullen van [slachtoffer] in een tas deed, hetgeen [medeverdachte] okay vond. Korte tijd later werden verdachte en [medeverdachte] aangetroffen met goederen van [slachtoffer] . Voorgaande kan worden aangemerkt als het medeplegen van een diefstal.

Voor een bewezenverklaring ter zake van een gekwalificeerde doodslag is vereist dat het toegepaste geweld jegens [slachtoffer] op enigerlei wijze in verband stond met de diefstal. Verdachte en [medeverdachte] hebben telkens verklaard dat zij naar [slachtoffer] gingen om hem aan te spreken op zijn ongewenste seksueel getinte gedrag. De rechtbank overweegt dat - daargelaten deze verklaring van de verdachten - zij onder subalinea 3.3.3. heeft vastgesteld dat verdachte en [medeverdachte] een financieel motief hadden om contacten te onderhouden met [slachtoffer] en dus ook om die reden naar zijn woning zijn gegaan. Dit financiële motief blijkt ook uit de verklaring van getuige [getuige 1] (subalinea 3.3.2), die heeft gehoord dat verdachte, terwijl hij met een mes in de hand [slachtoffer] van achteren vasthield, tegen [slachtoffer] zei: ‘Als je geen geld geeft, steek ik je kapot’. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer] aan het afpersen waren en, toen dit niet lukte, hem hebben bestolen. De doodslag werd gepleegd met het wegnemen van geld of goederen gemakkelijk te maken, zodat de gekwalificeerde doodslag bewezen kan worden. De redenering van de raadsman, inhoudende dat de doodslag niet in verband staat met de diefstal, nu verdachte en [medeverdachte] eenvoudigweg geld en/of goederen hadden kunnen wegnemen zonder dat [slachtoffer] daartegen iets zou kunnen doen, strookt naar het oordeel van de rechtbank niet met de vastgestelde feiten. Immers hebben verdachte en [medeverdachte] er juist voor gekozen om wél geweld te gebruiken tegen [slachtoffer] om hem af te persen. Toen dit niet leidde tot afgifte van goederen, hebben zij goederen gestolen. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman.

Medeplegen?

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of er sprake is van medeplegen.

De Hoge Raad heeft in een overzichtsarrest van 2 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3474) aandachtspunten geformuleerd omtrent de deelnemingsvorm medeplegen. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van verdachte van voldoende gewicht is geweest. Indien het medeplegen - zoals in dit geval- niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, zal de rechter bij de beoordeling van de al dan niet nauwe en bewuste samenwerking rekening moeten houden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte een rol heeft gehad bij het toepassen van het geweld dat de dood van [slachtoffer] tot gevolg heeft gehad. Haar rol bestaat, zo volgt uit de bewijsmiddelen, uit het navolgende:

- Verdachte heeft afspraken gemaakt met [slachtoffer] , veelvuldig contact onderhouden en uiteindelijk de fatale afspraak gemaakt op zondag 20 augustus te 16:00 uur;

- Verdachte heeft [slachtoffer] toegestaan zich te laten aanraken op intieme wijze terwijl zij tweemaal samen op een terras zaten. Naar de rechtbank begrijpt, gebeurde dit om het contact met verdachte voor [slachtoffer] , een eenzame oude man die naar getuigen verklaren dol was op vrouwen, aantrekkelijk te maken;

- Verdachte is samen met [medeverdachte] naar de woning van [slachtoffer] gegaan zodat [slachtoffer] voor haar de deur zou opendoen, wat hij ook gedaan heeft;

- Verdachte heeft de gordijnen dichtgetrokken in de woning van [slachtoffer] , klaarblijkelijk om geen last te hebben van pottenkijkers;

- Verdachte heeft [medeverdachte] niet op enigerlei wijze weerhouden van het plegen van geweld jegens [slachtoffer] .

- Verdachte heeft goederen van [slachtoffer] weggenomen en in haar tas gestoken alvorens zij samen met [medeverdachte] de woning heeft verlaten. Daarbij hebben verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer] in hulpeloze toestand achtergelaten, waarbij zelfs de mogelijkheid om alarm te slaan hem werd ontnomen;

- Verdachte heeft achteraf geprobeerd om samen met [medeverdachte] de blauwe tas, met daarin onder meer het mes en de ijzeren pijp, weg te maken;

- Verdachte heeft [medeverdachte] ondersteund bij het presenteren van een motief, namelijk dat [slachtoffer] moest worden bezocht vanwege seksuele toenadering.

De rechtbank acht voornoemde door verdachte geleverde bijdrage van voldoende gewicht om van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] te kunnen spreken. Het onderdeel medeplegen kan dan ook bewezen worden.

Conclusie

Op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen en het vooroverwogene acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met een ander opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, welke doodslag werd vergezeld van het medeplegen van een diefstal, en welke doodslag werd gepleegd om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

subsidiair

op 20 augustus 2017 te Tegelen, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door genoemde [slachtoffer] meermalen met een mes in het hoofd en lichaam te steken en meermalen met een ijzeren pijp tegen het hoofd en aangezicht te slaan, ten gevolge van welk aldus toegebracht letsel genoemde [slachtoffer] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd vergezeld van enig strafbaar feit, te weten het medeplegen van een diefstal, gepleegd op 20 augustus 2017 te Tegelen, ten opzichte van [slachtoffer] , en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

ten aanzien van subsidiair:

medeplegen van doodslag, vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken;

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Naar aanleiding van het tenlastegelegde is door klinisch psycholoog M. van Winkel een onderzoek ingesteld naar de geestvermogens van verdachte. Zij heeft op 15 december 2017 gerapporteerd en geconcludeerd dat bij verdachte ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van een ziekelijke stoornis in de zin van een somatische symptoomstoornis. Gelet op de beperkingen in het onderzoek - het weigeren medewerking te verlenen aan een referentenonderzoek en het niet afronden van een testonderzoek - kon Van Winkel geen verband leggen tussen de stoornis en het tenlastegelegde. Zij heeft geadviseerd om verdachte volledig toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren. Bij deze eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte zelf geen geweld heeft gepleegd tegenover [slachtoffer] . Voorts heeft verdachte geen relevant strafblad.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met [medeverdachte] schuldig gemaakt aan gekwalificeerde doodslag, een buitengewoon ernstig misdrijf. In de woning van het slachtoffer [slachtoffer] heeft [medeverdachte] [slachtoffer] meermalen met een mes in het hoofd en lichaam gestoken en heeft hij meermalen met een ijzeren pijp tegen het hoofd en aangezicht van deze [slachtoffer] geslagen. Als gevolg hiervan is [slachtoffer] ruim een maand later overleden. Na het voorval in de woning zijn verdachte en [medeverdachte] er met goederen van [slachtoffer] vandoor gegaan.

[slachtoffer] is het grootste goed - zijn leven - ontnomen. Voor het zover was moet [slachtoffer] , die zich op een zondagnamiddag in gezelschap van (alleen) verdachte had verheugd, doodsangsten hebben uitgestaan en hevige pijnen hebben geleden. Verdachte en [medeverdachte] hebben door hun handelen blijk gegeven van een groot gebrek aan respect voor het leven van een medemens. Verder hebben zij de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed aangedaan. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring, namens de familie ter terechtzitting voorgelezen door de tolk, blijkt dat het gemis van ‘ [slachtoffer] ’ bij de familieleden dagelijks voelbaar is. Verder staat het beeld van een in het ziekenhuis liggende, zwaargewonde, comateuze ‘ [slachtoffer] ’ in hun geheugen gegrift. Het ernstige gevolg van het bewezenverklaarde en de brute wijze waarop het bewezenverklaarde is uitgevoerd brengen onmiskenbaar gevoelens van angst en onveiligheid teweeg, zowel in de onmiddellijke omgeving van het slachtoffer als in de samenleving. Dat de rechtsorde door dit feit ernstig is geschokt, behoeft geen betoog.

Naar het oordeel van de rechtbank kan bij een dergelijk misdrijf onder de gegeven omstandigheden niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich meebrengt. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum (namelijk: een levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 jaren) en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In strafverzwarende zin neemt de rechtbank daarbij in aanmerking dat verdachte en [medeverdachte] een volkomen weerloos slachtoffer om het leven hebben gebracht. Gelet op het beoogde doel

- geld en/of goederen buitmaken - was het volstrekt onnodig een halfzijdig verlamde en rolstoelafhankelijke 72-jarige man met zoveel geweld te lijf te gaan. De rechtbank rekent het verdachte verder bijzonder zwaar aan dat zij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar daden en zich juist als slachtoffer van de seksuele toenaderingen van [slachtoffer] heeft gedragen. Daarbij heeft de rechtbank ter zitting opgemerkt dat verdachte met betrekking tot het tenlastegelegde nauwelijks uit haar woorden komt, terwijl zij daarentegen haar persoonlijke omstandigheden en het belang van haar relatie met [medeverdachte] duidelijk en uitvoerig voor het voetlicht weet te brengen.

In strafverminderende zin neemt de rechtbank in aanmerking dat niet is komen vast te staan dat verdachte zelf geweldshandelingen jegens [slachtoffer] heeft gepleegd. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat zij nooit eerder ter zake van geweldsdelicten met politie of justitie in aanraking is gekomen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren passend. Zij zal deze straf, onder aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, dan ook aan verdachte opleggen.

7 Het beslag

De onder 5 en 10 op de beslaglijst opgenomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het feit is begaan.

De onder 2 t/m 4 en 6 t/m 9 opgenomen voorwerpen kunnen worden teruggegeven aan verdachte.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 47 en 288 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder primair tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

- nrs. 5 en 10 op de beslaglijst;

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan verdachte:

- nrs. 2 t/m 4 en 6 t/m 9.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H. van den Hombergh, voorzitter, mr. F.L.G. Geisel en mr. A.M. Koster-van der Linden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Bouts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 januari 2019.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 20 augustus 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door genoemde [slachtoffer] na kalm beraad en rustig overleg meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het hoofd en/of lichaam te steken en/of meermalen, althans eenmaal, met een ijzeren pijp, in elk geval met een hard voorwerp tegen het hoofd en/of aangezicht te slaan, ten gevolge van welk aldus toegebracht letsel genoemde [slachtoffer] is overleden;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 20 augustus 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door genoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het hoofd en/of lichaam te steken en/of meermalen, althans eenmaal, met een ijzeren pijp, in elk geval met een hard voorwerp tegen het hoofd en/of aangezicht te slaan, ten gevolge van welk aldus toegebracht letsel genoemde [slachtoffer] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten het medeplegen of plegen van een diefstal (met geweldpleging), althans het medeplegen of plegen van afpersing, gepleegd op 20 augustus 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo ten opzichte van [slachtoffer] , en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 20 augustus 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door genoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het hoofd en/of lichaam te steken en/of meermalen, althans eenmaal, met een ijzeren pijp, in elk geval met een hard voorwerp tegen het hoofd en/of aangezicht te slaan, ten gevolge van welk aldus toegebracht letsel genoemde [slachtoffer] is overleden;

meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 20 augustus 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe eigening heeft weggenomen geld en/of sleutels en/of een mobiele telefoon en/of een alarm kastje en/of een laptop en/of sieraden en/of een horloge en/of een zonnebril, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld heeft bestaan in het meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, steken in het hoofd en/of lichaam van genoemde [slachtoffer] en/of het meermalen, althans eenmaal, met een ijzeren pijp, in elk geval met een hard voorwerp slaan tegen het hoofd en/of aangezicht van genoemde [slachtoffer] en/of het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of trappen van genoemde [slachtoffer]

en/of

welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het houden van een (scherp) voorwerp tegen, althans voor het hoofd en/of nek van genoemde [slachtoffer] en het daarbij op dreigende toon tegen die [slachtoffer] roepen: "Als je geen geld geeft steek ik je kapot", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl het feit de dood van genoemde [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

meest meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 20 augustus 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of sleutels en/of een mobiele telefoon en/of een alarm kastje en/of een laptop en/of sieraden en/of een horloge en/of een zonnebril, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader,

welk geweld heeft bestaan in het meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, steken in het hoofd en/of lichaam van genoemde [slachtoffer] en/of het meermalen, althans eenmaal, met een ijzeren pijp, in elk geval met een hard voorwerp slaan tegen het hoofd en/of aangezicht van genoemde [slachtoffer] en/of het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of trappen van genoemde [slachtoffer]

en/of

welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het houden van een (scherp) voorwerp tegen, althans voor het hoofd en/of nek van genoemde [slachtoffer] en het daarbij op dreigende toon tegen die [slachtoffer] roepen: "Als je geen geld geeft steek ik je kapot", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl het feit de dood van genoemde [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg-Noord, proces-verbaalnummer 2017135121, gesloten d.d. 20 januari 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 921.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 oktober 2017, p.30/31

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2017, p.36 t/m 38

4 Eindproces-verbaal d.d. 20 januari 2018, p. 5

5 Schriftelijk bescheid, betreffende het schouwverslag van [naam forensisch arts] d.d. 22 september 2017, p. 309 t/m 311

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 oktober 2017, p. 68

7 Schriftelijk bescheid, betreffende het radiologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood van [naam forensisch radioloog] d.d. 2 januari 2018, p. 434

8 Schriftelijk bescheid, betreffende het pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood van [naam pathaloog-anatoom] d.d. 27 juni 2018, p. 873 t/m 876

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 20 augustus 2017, p. 500 t/m 503

10 Proces-verbaal bloedsporenonderzoek op de plaats delict [adres] te Tegelen d.d. 15 september 2017, p. 236

11 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 6 september 2017, p. 713

12 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 6 september 2017, p. 718

13 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 6 september 2017, p. 713/714

14 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 6 september 2017, p. 714

15 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 6 september 2017, p. 717

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 augustus 2017, p. 79/80

17 Proces-verbaal forensisch onderzoek aan een [winkel 3] draagtas met inhoud d.d. 29 augustus 2017, p. 193/204/205/221

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 25 augustus 2017, p. 542/543

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 augustus 2017, p. 776

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, p. 661

21 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, p. 661/662

22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, p. 661/663

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 augustus 2017, p. 777

24 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 13 september 2017, p. 570/571

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] d.d. 5 september 2017, p. 574/575

26 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] d.d. 5 september 2017, p. 566 t/m 568

27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, p. 664/665

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 augustus 2017, p. 777

29 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, p. 665 t/m 667

30 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, p. 670

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 augustus 2017, p. 777

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, p. 670

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 augustus 2017, p. 777/778

34 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 7] d.d. 2 september 2017, p. 562/563

35 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 8] d.d. 2 september 2017, p. 564/565

36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, p. 670 t/m 672

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 augustus 2017, p. 778