Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:871

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-01-2019
Datum publicatie
01-02-2019
Zaaknummer
7455699 CV EXPL 19-196
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Afsluiting van drinkwater wegens betalingsachterstand. Vordering tot aansluiting. Kwetsbare consument? Bewaarmiddelen. Hoe hoog is de betalingsachterstand inclusief buitengerechtelijke kosten en kosten van af- en aansluiting?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 7455699 CV EXPL 19-196

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 29 januari 2019

in de zaak van:

[eiser] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. J.W.J. Schoonbrood,

tegen

de naamloze vennootschap WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ LIMBURG N.V.,

gevestigd te Maastricht,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. S.G.J. Habets.

Partijen zullen hierna [eiser] en WML genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 januari 2018 met producties

  • -

    de door WML ingezonden producties

  • -

    de nagezonden productie van [eiser]

  • -

    de mondelinge behandeling op 28 januari 2019 waarbij WML een pleitnota en een volmacht heeft overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] woont in een woning aan het adres [adres] te [woonplaats] . WML levert op basis van een met [eiser] gesloten overeenkomst drinkwater aan die woning tegen betaling door [eiser] .

2.2.

De goederen van Schoonbrood stonden sinds 2015 onder bewind. Bij beschikking van 21 september 2017 is dit bewind opgeheven met ingang van 16 oktober 2017 wegens (kort gezegd) een onwerkbare situatie tussen [eiser] en zijn bewindvoerder. In de beschikking is voorts overwogen dat de gronden voor het bewind onverminderd aanwezig zijn maar dat voortzetting van het bewind niet zinvol is.

2.3.

Kort na opheffing van het bewind heeft [eiser] de facturen van WML voor het te leveren/geleverde drinkwater regelmatig niet of te laat betaald waardoor een betalingsachterstand is ontstaan. Naar aanleiding daarvan heeft WML diverse schriftelijke herinneringen en aanmaningen naar [eiser] gezonden. Ook heeft zij op 9 en 19 april 2018 [eiser] thuis laten bezoeken door een “incasseerder”. Tijdens die bezoeken is aan [eiser] namens WML toelichting gegeven op de betalingsachterstanden en op “het afsluitproces”.

2.4.

In de periode april/mei 2018 heeft WML diverse keren contact gehad met de gemachtigde van [eiser] . Dit heeft geleid tot een betalingsregeling die door WML bij brief van 15 mei 2018 is beëindigd omdat [eiser] de regeling niet is nagekomen. Daarna is door/namens [eiser] op 23 mei 2018 nog € 30,00 aan WML betaald.

2.5.

Bij brief van 11 juni 2018 heeft WML [eiser] gesommeerd € 204,40 te betalen op uiterlijk 20 juni 2018. In de brief heeft WML [eiser] :

- erop gewezen dat bij niet tijdige betaling de waterlevering zal worden afgesloten en dat de kosten daarvan voor zijn rekening komen;

- dat weer water geleverd zal worden wanneer alle openstaande bedragen inclusief kosten zijn ontvangen;

- dat niet zal worden afgesloten bij ernstige gezondheidsrisico’s. [eiser] dient daarvoor een medische verklaring van een niet-behandelend en onafhankelijk arts over te leggen;

- er op gewezen dat hij zich voor hulp bij betalen kan wenden dat schuldhulpverlening. WML heeft [eiser] daarbij aangeboden desgewenst zijn gegevens door te geven aan een schuldhulpbemiddelaar.

2.6.

WML heeft daarna de gegevens van [eiser] doorgegeven aan de afdeling schuldhulpverlening van de gemeente Heerlen. Vervolgens is er op of omstreeks 18 juni 2018 een betalingsregeling getroffen tussen [eiser] en WML, welke betalingsregeling door WML is bevestigd bij e-mail van 20 juni 2018. [eiser] is deze betalingsregeling niet nagekomen, hetgeen WML bij e-mail van 11 juli 2018 aan voornoemde afdeling heeft doorgegeven en bij brief van 11 juli 2018 aan [eiser] . In de brief aan [eiser] heeft WML andermaal aangekondigd tot afsluiting van de waterleiding over te zullen gaan indien hij niet tijdig de volledige achterstand (op dat moment: € 214,30) betaalt en dat de kosten van de afsluiting voor zijn rekening zullen komen.

2.7.

Bij brief van 6 augustus 2018 (door partijen niet als productie overgelegd) heeft WML opnieuw aangekondigd de waterleiding te zullen afsluiten.

2.8.

Op 15 augustus 2018 heeft WML weer een “incasseerder” [eiser] persoonlijk laten bezoeken. [eiser] was toen niet thuis.

2.9.

Op of omstreeks 13 november 2018 heeft WML de waterleiding voor Heesbeens woning afgesloten. Omdat [eiser] toen niet aanwezig was is dat buiten de woning van [eiser] gebeurd door de leiding op te graven en “af te kappen”. WML gaat bij een dergelijke afsluiting van de waterleiding uit van € 600,00 kosten, welke kosten zij aan [eiser] in rekening heeft gebracht.

2.10.

Op 5 december 2018 heeft de storingsdienst van WML geconstateerd dat ter plekke waar de waterleiding naar de woning van [eiser] was afgesloten deze is beschadigd als gevolg waarvan het water over de straat stroomde en het water in enkele huizen dreigde te stromen. WML heeft dit hersteld.

2.11.

De betalingsachterstand van [eiser] aan WML bedraagt ten tijde van de dagvaarding € 293,99. Dit bedrag bestaat uit € 109,19 aan onbetaalde facturen voor geleverd drinkwater en € 184,80 voor incassokosten. Voorts heeft [eiser] het bedrag van € 600,00 voor afsluit- en aansluitkosten niet aan WML betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert (samengevat) WML te veroordelen om op straffe van verbeurte van een dwangsom werkdaags nadat:

  • -

    (primair) [eiser] € 109,19 heeft betaald aan WML althans voor dit bedrag een betalingsregeling is getroffen,

  • -

    (subsidiair) [eiser] € 293,99 heeft betaald aan WML, althans voor dit bedrag een betalingsregeling is getroffen,

  • -

    (meer subsidiair) [eiser] € 293,99 en voor de afsluit- en aansluitkosten € 186,00 heeft betaald aan WML, althans voor deze bedragen een betalingsregeling is getroffen,

  • -

    (nog meer subsidiair) [eiser] € 293,99 en een door de kantonrechter te bepalen bedrag voor afsluit- en aansluitkosten aan WML heeft betaald, althans voor deze bedragen een betalingsregeling is getroffen,

de afsluiting van de watertoevoer naar de woning van [eiser] ongedaan te maken.

3.2.

WML voert verweer.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang van [eiser] bij de door hem gevorderde (her)aansluiting op de waterleiding staat vast.

4.2.

Uit de hiervoor opgesomde feiten blijkt dat sedert november 2017 [eiser] regelmatig heeft verzuimd om de verschuldigde bedragen voor het aan hem geleverde water te betalen. Momenteel bedraagt de betalingsachterstand € 293,99, waarvan € 184,80 als vergoeding voor incassokosten.

4.3.

[eiser] dient voor de waterlevering € 9,90 per maand aan WML te betalen. Hieruit volgt dat hij thans niet heeft betaald voor de levering van water gedurende ongeveer elf maanden. Op grond van een dergelijke tekortkoming is de wederpartij normaliter bevoegd om de daartegenover staande prestatie op te schorten. Bij de levering van water dient dan echter ook nog te zijn voldaan aan het bepaalde in de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater (hierna: de Regeling).

4.4.

[eiser] stelt dat hij een kwetsbare consument is in de zin van de Regeling en dat de beëindiging van de levering van drinkwater voor hem zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg heeft. Op die grond betoogt hij dat WML ten onrechte tot afsluiting van het drinkwater is overgegaan, althans dat zij de levering van drinkwater dient te hervatten. Dit betoog verwerpt de kantonrechter. [eiser] heeft een “recepthistorie” van aan hem verstrekte medicijnen sinds 2 januari 2017 en een verklaring van zijn huisarts van 20 november 2018 overgelegd. Uit deze stukken blijkt niet dat de beëindiging van de levering van drinkwater voor hem leidt tot zeer ernstige gezondheidsrisico’s.

4.5.

In artikel 2 van de Regeling is bepaald dat de eigenaar van een drinkwaterbedrijf de levering van drinkwater aan een kleinverbruiker niet beëindigd voordat de in de artikelen 3 en 4 beschreven procedure is gevolgd. Gesteld noch gebleken is dat WML die procedure niet gevolgd heeft. Wel heeft [eiser] aangevoerd dat WML hem geen bewaarmiddelen voor drinkwater heeft aangeboden ten tijde van de afsluiting van de waterleiding en hem daar ook niet op gewezen heeft. [eiser] doet hiermee een beroep op art. 5a van de Regeling. Dat artikel is met ingang van 1 juli 2018 aan de regeling toegevoegd en was dus van kracht ten tijde van de afsluiting. Dat kan hem echter niet baten want ook al heeft WML hem er op niet gewezen dat hij om bewaarmiddelen voor drinkwater aan WML kon vragen, dan nog heeft WML de levering van water mogen beëindigen.

4.6.

Ter zitting heeft WML aanvankelijk ook nog (subsidiair) betoogd dat zij de levering van drinkwater heeft mogen beëindigen omdat [eiser] omstreeks 5 december 2018 heeft geprobeerd een “illegale heraansluiting” tot stand te brengen. Dit betoog hoeft verder geen bespreking omdat hiervoor is vastgesteld dat WML op grond van de wanbetaling tot afsluiting mocht overgaan. Bovendien heeft [eiser] ter zitting betwist dat hij

heeft geprobeerd de wateraansluiting te herstellen, zodat in dit kort geding niet vastgesteld kan worden wie op dit punt gelijk heeft. Verder heeft WML gesteld dat ze de vraag of [eiser] illegaal de aansluiting heeft trachten te herstellen geen onderdeel van dit geschil wil laten zijn.

4.7.

Partijen hebben voorts gediscussieerd over de vraag welk bedrag [eiser] aan WML dient te betalen om de levering van drinkwater aan hem weer te hervatten.

4.7.1.

Tussen partijen staat vast dat [eiser] voor het geleverde drinkwater nog een bedrag van € 109,19 dient te betalen.

4.7.2.

[eiser] vindt de vergoeding voor incassokosten van € 184,80 niet in redelijke verhouding staan tot de verschuldigde hoofdsom van € 109,19. Niet in geschil is dat WML de vergoeding voor incassokosten juist heeft berekend conform art. 6:96 lid 5 en 6 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, zodat reeds om die reden dit standpunt geen stand houdt. Bovendien heeft WML aangevoerd dat de minimumvergoeding van € 40,00, telkens als [eiser] niet binnen veertien dagen na ontvangst van de veertiendagenbrief betaald heeft, niet onmiddellijk aan hem in rekening is gebracht. WML heeft dan namelijk eerst € 15,00 in rekening gebracht en daarna nog een schriftelijke sommatie om binnen zeven dagen te betalen aan [eiser] verzonden. Eerst na ommekomst van die tweede termijn heeft zij het restantbedrag van € 25,00 in rekening gebracht. WML heeft dus een werkwijze die coulanter is dan de wet voorschrijft. Ook daarom verwerpt de kantonrechter de stelling van [eiser] dat de hoogte van de buitengerechtelijke kosten niet redelijk zijn.

4.7.3.

Tot slot heeft [eiser] betoogd dat het bedrag van € 600,00 dat WML in rekening brengt voor de kosten van afsluiting te hoog is. Hij is van mening hooguit € 186,00 voor kosten van afsluiting en aansluiting aan WML verschuldigd te zijn. Hij baseert dit standpunt op het tarief dat Vitens, een andere waterleverancier, voor afsluiting van de waterleiding hanteert. Ook dit betoog wordt verworpen. WML heeft ter zitting namelijk een uitgebreide en plausibele onderbouwing van deze kostenpost die niet alleen ziet op de kosten van afsluiting maar ook van aansluiting gegeven in randnummer 6.4 van haar pleitnota waar [eiser] niets tegenin gebracht heeft.

4.8.

Ter zitting heeft WML aangevoerd dat zij geen betalingsregeling met [eiser] wenst te treffen aangezien het tot op heden steeds moeilijk is om in contact met [eiser] te komen en omdat eerdere betalingsregelingen door hem niet zijn nagekomen. Zij heeft er daarom geen vertrouwen (meer) in dat een nieuwe regeling wel nagekomen zal worden. De kantonrechter volstaat op dit punt met de constatering dat WML niet verplicht is een betalingsregeling met [eiser] te treffen.

4.9.

Op grond van voorgaande overwegingen is de primaire, de subsidiaire en meer subsidiaire vordering van [eiser] niet toewijsbaar.

4.10.

Ook de nog meer subsidiaire vordering van [eiser] is niet toewijsbaar. Het is namelijk geen punt van geschil dat WML, zodra [eiser] de achterstallige betalingen inclusief de buitengerechtelijke kosten en de kosten van afsluiting en heraansluiting heeft betaald, weer drinkwater aan hem zal leveren. Er is dan immers geen grond meer voor opschorting van deze door WML te leveren prestatie. Dat vloeit voort uit het systeem van de wet, zodat [eiser] geen belang heeft bij een veroordeling van WML tot heraansluiting zodra hij het volledige openstaande bedrag van (op dit moment) € 893,99 aan WML betaald heeft.

4.11.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser] worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van WML tot op heden begroot op € 600,00 salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van WML tot op heden begroot op € 600,00,

5.3.

verklaart onderdeel 5.2. van deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW