Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:8675

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-09-2019
Datum publicatie
26-09-2019
Zaaknummer
03/100874-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De man die op 23 oktober 2017 in Montfort als bestuurder van een van de twee bestelbussen een derde bestelbus met twee inzittenden met hoge snelheid heeft achtervolgd en van de weg gedrukt is veroordeeld voor poging doodslag. De rechtbank heeft aan hem een straf opgelegd van 4 jaren gevangenisstraf waarvan 2 jaren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03.100874.19

tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 september 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. Th.J.H.M. Linssen, advocaat kantoorhoudende te Tilburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 september 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven en na wijziging van de tenlastelegging, op neer dat de verdachte zich – samen met anderen – schuldig heeft gemaakt aan een poging tot moord dan wel doodslag, door als bestuurder van een rijdende bestelbus, een andere rijdende bestelbus met twee inzittenden van de weg te rijden. Van het feit zijn ook subsidiaire varianten ten laste gelegd, namelijk (poging tot) zware mishandeling en bedreiging.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte, als bestuurder van één van de twee witte bestelbusjes heeft geprobeerd om een blauwe bestelbus met daarin twee inzittenden, van de weg te rijden. Getuigen die de achtervolging hebben gezien, hebben verklaard dat het er heftig aan toe ging. De witte bestelbusjes gedroegen zich daarbij als een eenheid en hebben samen en in vereniging de blauwe bestelbus geramd, ertegen gebotst, met hoge snelheid achtervolgd, klem gereden en uiteindelijk van de weg gedrukt. De inzittenden van de blauwe bestelbus hebben hierbij letsel opgelopen. Gelet op de medische informatie van de slachtoffers in het dossier, levert het letsel naar het oordeel van de officier van justitie inzake slachtoffer [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel op en is er sprake van zware mishandeling.
Inzake slachtoffer [slachtoffer 2] is naar het oordeel van de officier van justitie sprake van een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en dat levert een poging tot zware mishandeling op. De officier van justitie vindt dat er voor de primaire variant, te weten poging moord of doodslag, onvoldoende bewijs voorhanden is.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, kort gezegd omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte bij het ten laste gelegde feit betrokken is geweest. Voor de herkenning van de verdachte door de aangevers bevat het dossier geen steunbewijs. Volgens de raadsman is de herkenning van de verdachte door de slachtoffers niet overtuigend. Zij noemen immers de naam van de verdachte niet meteen maar koppelen de verdachte aan de witte bestelbussen, omdat de verdachte ook een witte bestelbus heeft. Bovendien heeft de partner van de verdachte bevestigd dat de verdachte op het moment van de achtervolging thuis was bij hun zoontje.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Bewijsmiddelen

Op 23 oktober 2017 omstreeks 15:07 uur komt er bij het Operationeel Centrum van de

politie een telefonische melding binnen dat er een achtervolging plaatsvindt die, tijdens het telefoongesprek, uitmondt in een aanrijding op de [straatnaam 1] te Montfort, ter hoogte van de stortplaats, gemeente Roerdalen. Daar zouden twee personen rijdende in een busje van de weg zijn gereden. Melder [slachtoffer 2] zegt tegen de centralist dat ze worden achtervolgd door familie van [naam] en dat al tegen hun bus is gebotst. Het betreft een witte bus waar het kenteken vanaf is gehaald. Vervolgens is een knal te horen en de centralist hoort even niks waarna [slachtoffer 2] zegt dat ze bloeden en dat [slachtoffer 1] klem zit.2
Als verbalisanten om 15:19 uur ter plaatse komen zien ze een blauwkleurige bestelauto die op zijn kant ligt. Zij zien een bloedende man in de berm zitten en een man die bij de plek van het ongeval staat en zich voorstelt als [slachtoffer 1] . Zij horen [slachtoffer 1] zeggen dat hij van achteren is geramd, dat hij een boom heeft geraakt en dat hij werd achtervolgd door twee witte busjes. Hij reed 120 kilometer per uur om zo snel mogelijk bij het politiebureau te komen. Ook horen ze [slachtoffer 1] zeggen dat [verdachte] dit heeft gedaan, hij heeft ook witte busjes.3

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van poging doodslag. Hij heeft daarbij onder meer het volgende verklaard. Op 23 oktober 2017, omstreeks 15:00 uur reed aangever samen met [slachtoffer 2] in een blauwe Mercedes bus. Aangever kwam op een gegeven moment een witte bus tegen bij de rotonde richting [straatnaam 2] te Montfort. De witte bus schampte de spiegel van de auto van aangever en schuurde langs de bestuurderszijde. Vervolgens is de bus gedraaid en reed achter aangever aan. Aangever zag dat er drie personen in de bus zaten. Aangever voelde dat de bus zijn auto nogmaals raakte. De bus had aan de voorkant geen kenteken meer. Ter hoogte van de T-splitsing heeft de bestelbus (hierna: bestelbus 1) hem nogmaals geramd. Aangever zag toen ook links van hem een jongetje met een fiets staan. Aangever is vervolgens richting de [straatnaam 3] , uit Montfort gereden. Aangever zag dat er toen een andere witte bestelbus (hierna: bestelbus 2) achter hem aan reed. Hij heeft snelheid gemaakt om op de [straatnaam 3] te komen. Na de S bocht heeft bestelbus 2 aangever geramd. Aangever zag toen dat [verdachte] , de verdachte, achter het stuur zat. Aangever is toen met de bus over de kop gegaan.4

[slachtoffer 2] heeft eveneens aangifte gedaan en hij heeft onder meer het volgende verklaard. Op 23 oktober 2017, tussen 15:00 en 16:00 uur zat aangever als bijrijder in een blauwe Mercedes sprinter. [slachtoffer 1] bestuurde de auto. Op de kruising [straatnaam 2] met de [straatnaam 4] probeerde een witte Opel bestelbus (hierna: bestelbus 1) hun klem te rijden. Tevens zag aangever een andere witte bus, waarvan hij het merk niet heeft gezien (hierna: bestelbus 2), draaien op een oprit. Bestelbus 1 raakte hun bus aan de bestuurderskant. Aangever voelde een schok als gevolg van de aanrijding. Bestelbus 1 was aan de voorzijde voorzien van een kentekenplaat. Aangever voelde dat [slachtoffer 1] sneller ging rijden. Bestelbus 1 reed tegen de achterzijde van hun bus. Vervolgens sloeg de blauwe bestelbus op de kruising van de [straatnaam 6] met de [straatnaam 5] rechtsaf naar de [straatnaam 5] . Tijdens het indraaien zag aangever dat bestelbus 1 op hen inreed. Op dat moment zat er geen kentekenplaat meer op die bus. Bestelbus 1 probeerde aangevers in de linker berm van de [straatnaam 5] te drukken. Op dat moment reed ook een fietser op de [straatnaam 5] . Deze kon nog net op tijd wegspringen. Aangever schat dat ze ongeveer 120 kilometer per uur reden. Via de rechter buitenspiegel zag aangever dat bestelbus 2 achter hen reed. Aangever had zicht op de chauffeur van de bus en herkende deze als zijnde [verdachte] , de verdachte. Hij herkende hem omdat hij hem vaker op de tractor heeft zien rijden, in de buurt waar aangever zijn varkens heeft staan, namelijk aan de achterzijde van de woning van [slachtoffer 1] . [verdachte] woont op de [straatnaam 7] te Montfort. Aangever zag en voelde dat bestelbus 2 hen aanreed. Hun bestelbus werd linksachter geraakt. Bestelbus 2 bleef doorduwen waardoor hun bestelbus links naast de weg kwam, een boom raakte en vervolgens op de rechter zijkant viel. Ongeveer 50 meter verderop stond bestelbus 2 stil. Aangever zag dat bestelbus 1 langsreed en naast bestelbus 2 stil stond. Aangever zag dat er nog twee andere personen naast [verdachte] zaten, maar hij heeft niet gezien wie dat waren.5

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 23 oktober 2017 tussen 15:00 en 15:10 uur thuis aan de [adres] te Montfort, tv aan het kijken was toen hij kabaal hoorde. Het leek alsof auto’s tegen elkaar aan het botsen waren. De Getuige zag drie busjes over de [straatnaam 6] te Montfort rijden. Aan het einde van de weg sloegen de busjes rechtsaf, de [straatnaam 5] op. Het betroffen twee witte busjes en één blauw busje. Het blauwe busje reed voorop en de witte busjes reden erachter. Het voorste witte busje was de blauwe bus aan het rammen en reed tegen de blauwe bus aan. De getuige zag dat een jongen, tussen 12 en 14 jaar over de [straatnaam 5] fietste en de busjes tegemoet reed. Hij moest naar de berm uitwijken om niet geraakt te worden.6

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 23 oktober 2017 omstreeks 15:10 uur over de [straatnaam 8] richting [straatnaam 9] te Montfort wandelde toen hij een blauwe bus zag rijden waarachter twee witte busjes reden. De witte bussen probeerde de blauwe bus in te halen. Het was duidelijk dat ze elkaar van de weg aan het rijden waren. Het ging met hoge snelheid.7

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij op 23 oktober 2017 omstreeks 15:00 uur fietste op de [straatnaam 1] ter hoogte van de [straatnaam 5] . De getuige hoorde piepende banden en zag dat een grote blauwe bestelbus hem met hoge snelheid tegemoet reed. Naast de blauwe bestelbus reed een grote witte bestelbus. De witte bestelbus tikte met zijn rechtervoorzijde de blauwe bestelbus aan. De witte bestelbus probeerde de blauwe bestelbus van de weg te drukken. De blauwe bestelbus kon nog maar net op de weg blijven rijden. De blauwe bestelbus nam vervolgens de binnenbocht in de richting van de [straatnaam 1] . De witte bestelbus reed erachter aan. Na twee á drie seconden kwam nog een iets kleinere witte bestelbus aan rijden, welke met een lagere snelheid reed. De getuige moest van de weg springen, omdat hij anders door een van de bestelbussen van de weg was gereden.8

Bewijsoverwegingen

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen staat voor de rechtbank vast dat de aangevers op 23 oktober 2017 met zeer hoge snelheid werden achtervolgd door twee witte bestelbussen. De bestelbussen probeerden de aangevers van de weg te drukken door de bestelbus waarin de aangevers zich bevonden aan de bestuurderszijde te schampen en vervolgens langs de bestuurderszijde van de bestelbus van aangevers te schuren, tegen de achterzijde van de bestelbus van aangevers te botsen, hun klem te rijden en de bestelbus van de aangevers te rammen.

Gelet op de foto’s in het dossier betrof het een weg met niet al te best wegdek en met bomen aan beide kanten van de weg.9 Gelet op de verklaringen van de aangevers en de getuigen reden de bestelbussen met zeer hoge snelheid. Door het rammen is de bestelbus tegen een boom aan geknald, waarna de bestelbus op zijn zijkant terecht is gekomen.

Vast staat eveneens dat er sprake is geweest van twee achtervolgende bussen met elk meerdere inzittenden. Beide aangevers hebben verklaard dat verdachte [verdachte] bestuurder was van de tweede bus.

Betrouwbaarheid herkenningen
De verdediging heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers hieromtrent in twijfel getrokken. De rechtbank is echter van oordeel dat de verklaringen van de aangevers voldoende betrouwbaar zijn om tot het bewijs te dienen. Daarvoor is redengevend dat [slachtoffer 1] direct na het ongeval heeft verklaard dat de verdachte de bestuurder van de tweede bestelbus was. In hun aangifte bevestigen aangevers beiden nogmaals onafhankelijk van elkaar dat ze de verdachte achter het stuur zagen zitten van de tweede bestelbus.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdenking richting de verdachte voortvloeit uit het feit dat de verdachte ook een witte bestelbus in zijn bezit heeft. De rechtbank verwerpt dit verweer en is van oordeel dat uit de verklaringen van de aangevers duidelijk blijkt dat zij de verdachte herkennen, omdat zij hem achter het stuur zien zitten van de tweede bestelbus. Dat zij de bus hebben herkend, en niet zozeer verdachte, blijkt nergens uit en wordt juist weersproken door het feit dat beide aangevers het merk van de bus waarin verdachte reed niet kunnen noemen.

Bovendien is de verdachte de achterbuurman van aangever [slachtoffer 1] en is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat zij elkaar kennen. Ook aangever [slachtoffer 2] verklaart nadrukkelijk verdachte te kennen omdat hij hem vaker heeft gezien en noemt ook de straat waar verdachte woont.

De rechtbank ziet ook geen belang dat de aangevers kunnen hebben om de verdachte vals te beschuldigen. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de verdediging dat de verklaringen niet betrouwbaar zijn en zal deze verklaringen voor het bewijs gebruiken.

Alibi

De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat de partner van de verdachte, getuige [getuige 4] heeft verklaard dat zij op 23 oktober 2017 ’s middags om 14:00 thuis is vertrokken en dat de verdachte op dat moment thuis bij hun jongste kind was, die in bed lag. Getuige [getuige 4] is om 15:18 uur thuis gekomen. De verdachte was toen ook thuis. Gelet op bovengenoemde tijdstippen is het volgens de raadsman feitelijk onmogelijk dat de verdachte betrokken is geweest bij het ongeval.
De rechtbank verwerpt dit verweer om de volgende reden. Om 15:07 komt bij het Operationeel Centrum van de politie een telefonische melding binnen van de achtervolging. Een aantal seconden later knalt de blauwe bestelbus tegen een boom en valt op z’n zijkant. De afstand tussen de plek waar het ongeval heeft plaatsgevonden en de woning van de verdachte bedraagt 5 minuten. De verklaring van getuige [getuige 4] sluit om die reden niet uit dat de verdachte als bestuurder van de tweede bestelbus betrokken is geweest bij het ongeval.

Opzet

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet voldoende vast komen te staan dat de twee bestelbussen ‘vol’ opzet hebben gehad op de dood van de aangevers. Dan dient zich de vraag aan of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood van de aangevers.

Door met dit soort snelheden een voertuig op te jagen, te rammen en van de weg te duwen, op een smalle weg met bomen aan weerszijden, bestaat er een aanmerkelijke kans op een ongeval met dodelijke afloop. De bestuurders van de witte bestelbussen hebben die kans kennelijk aanvaard. Daarbij overweegt de rechtbank dat de inzittenden van de witte bestelbussen na de aanrijding en het kantelen van de bus van aangevers even zijn uitgestapt maar vervolgens verder zijn gereden. Zij hebben zich niet bekommerd om de slachtoffers.

De rechtbank acht bewezen dat de bestuurders/inzittenden van de twee bestelbussen daarmee voorwaardelijk opzet op de dood van de aangevers hebben gehad. Dat levert naar het oordeel van de rechtbank, anders dan het standpunt van de officier van justitie, medeplegen van poging doodslag op.

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank medeplegen van poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 23 oktober 2017 te Montfort, gemeente Roerdalen, tezamen en in vereniging met onbekend gebleven anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging met anderen, met een door hem, verdachte, bestuurde bestelbus en met een door een onbekend gebleven ander bestuurde bestelbus, met zeer hoge snelheid:

- een rijdende bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft achtervolgd en heeft gesneden en van de weg te drukken, en

- tegen een rijdende bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, is aangereden, en

- een rijdende bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft geramd als gevolg waarvan deze bestelbus over de kop is gevlogen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

Medeplegen van poging tot doodslag

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft samen met anderen de slachtoffers met hoge snelheid achtervolgd en geprobeerd om hen van de weg te rijden. De verdachte heeft daarbij zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. Daarmee heeft hij samen met de andere bestuurder welbewust de kans aanvaard dat het gevolg van hun achtervolgingsacties een dodelijk ongeluk zou zijn. Een auto opjagen, snijden, van de weg drukken en rammen op een weg met een slecht wegdek, met aan weerszijden bomen en dit alles met hoge snelheid, brengt een groot risico met zich mee op levensgevaarlijke ongelukken. Bovendien waren er nog andere verkeersdeelnemers op de weg die zij in gevaar hebben gebracht, zoals een 15-jarige fietser, die zich ternauwernood in de berm in veiligheid kon brengen.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting en uit de aangiftes is gebleken dat het ongeval grote impact op de slachtoffers heeft gehad en nog heeft, zowel lichamelijk als geestelijk.

Aangever [slachtoffer 2] , die op de bewust dag ook nog eens jarig was, heeft verklaard dat hij tijdens de achtervolging daadwerkelijk vreesde voor zijn leven. Hij had na het gebeuren een hersenschudding en wondjes door het rondvliegende glas. Aangever [slachtoffer 1] had een gebroken borstbeen. Het hele gebeuren heeft volgens zijn slachtofferverklaring een enorme impact op zijn leven gehad.

Dat het ongeval geen dodelijke afloop heeft gehad is geen omstandigheid die aan verdachte is te danken. Toen de bestelbus van de aangevers gekanteld in de berm lag, heeft de verdachte geen hulp verleend, maar is hij weggereden. De rechtbank neemt de verdachte dit bijzonder kwalijk.

Ondanks uitgebreid onderzoek heeft de politie niet kunnen vaststellen wie er allemaal in de beide achtervolgende bussen hebben gezeten. De rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat personen elkaar de hand boven het hoofd houden. De beide witte bussen die bij de achtervolging betrokken zijn, zijn nooit teruggevonden en zowel de verdachte als de eigenaar van de andere bus hebben aangifte van diefstal gedaan.

Alleen de verdachte is herkend en hij is als enige voor de rechtbank moeten verschijnen. Dit terwijl er zeer waarschijnlijk nog vijf andere personen betrokken waren. Het is schokkend dat evident is dat meer daders betrokken zijn geweest bij de achtervolging, maar dat niemand openheid van zaken heeft gegeven. Ook verdachte heeft enkel volhard in zijn ontkenning en verklaart verder nergens van te weten. De rechtbank tast dan ook in het duister over enig motief en kan hiermee, noch in strafverzwarende, noch strafverminderende zin rekening houden bij het bepalen van de op te leggen straf.

De ernst van het bewezenverklaarde feit brengt met zich dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zichzelf gerechtvaardigd is. De rechtbank neemt, de rechtspraak in soortgelijke zaken in ogenschouw genomen, als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar.

De rechtbank ziet in deze zaak aanleiding om daar vervolgens, in het voordeel van verdachte, van af te wijken, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden. Verdachte heeft een blanco strafblad en zijn leven lijkt op orde: hij heeft een boerenbedrijf dat hij samen met zijn levenspartner drijft, drie jonge kinderen en er zijn geen problemen op de diverse levensgebieden, behalve dan dat hij het als boer al enige jaren financieel moeilijk heeft als gevolg van overheidsmaatregelen en ongunstige klimaatomstandigheden.

Dit alles overziend legt de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van vier jaar waarvan twee jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van voorarrest. Met het voorwaardelijke strafdeel voorziet de rechtbank verdachte van een stok achter de deur om in de toekomst geen strafbare feiten meer te plegen.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 36.079,59 waarvan € 12.500,- voor geleden immateriële schade (smartengeld) terzake van het tenlastegelegde en een bedrag van van € 5.731,90,00 aan proceskosten.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 19.631,12 waarvan € 3.500,- voor geleden immateriële schade (smartengeld) terzake van het tenlastegelegde.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten aanzien van de materiele schade niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat nader onderzoek naar de toewijsbaarheid daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Ten aanzien van de immateriële schade dient de vordering te worden gematigd. De officier van justitie acht een voorschot van € 5.000,- in de onderhavige zaak passend en geboden.

De kosten voor de rechtsbijstand acht de officier van justitie geheel toewijsbaar. Daarbij moet de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachte.

De officier van justitie is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ten aanzien van de materiele schade niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat nader onderzoek naar de toewijsbaarheid daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De gevorderde immateriële schade acht de officier van justitie geheel toewijsbaar. Daarbij moet de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachte.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft beide vordering gemotiveerd weersproken en zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen moeten worden afgewezen omdat de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd en omdat de benadeelde partijen bovendien een civiele procedure zullen starten.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van [slachtoffer 1]

heeft een bedrag gevorderd van € 17.579,59 ter vergoeding van de kosten die hij heeft moeten maken om zijn varkens te laten voeren in de periode tussen 23 oktober 2017 en 31 december 2017. Door de verdediging is dit onderdeel van de vordering op diverse onderdelen betwist. Gelet op deze betwisting ligt het op de weg van [slachtoffer 1] om aan te tonen dat hij daadwerkelijk zelf nog varkens hield in die periode, hoeveel varkens dat waren, dat hij door het ongeval zodanig fysiek beperkt was dat hij niet in staat de varkens te voeren, en dat hij dit heeft uitbesteed aan een ander. Het onderzoek naar deze vragen zou het strafgeding onevenredig belasten. Dit onderdeel van de vordering wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

[slachtoffer 1] heeft voorts een bedrag gevorderd van € 6.000,00 ter vergoeding van de schade aan de bus. Die bus stond op naam van zijn dochter en hij heeft, naar eigen zeggen, dit bedrag aan haar betaald. Nu ook dit onderdeel van de vordering door de verdediging is betwist, ligt het op de weg van [slachtoffer 1] om deze nader te onderbouwen en zo nodig te bewijzen. Ook dat onderzoek zou het strafgeding onevenredig belasten, zodat ook dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard.

[slachtoffer 1] heeft ten gevolge van het ongeval lichamelijk letsel opgelopen. Op grond van het bepaalde in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan hij aanspraak maken op een vergoeding van de door hem geleden immateriële schade. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden tot een bedrag van tenminste
€ 3.500,-- en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezen verklaarde. Om te beoordelen of, en zo ja tot welk bedrag, de immateriële schade dit een bedrag van € 3.500 te boven gaat, is nader onderzoek nodig. Een dergelijk onderzoek zou echter te veel tijd vergen en zou het strafgeding onevenredig belasten.

De benadeelde partij zal daarom voor immateriële schade voor het meerdere niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ten aanzien van de gevorderde vergoeding van kosten voor rechtsbijstand overweegt de rechtbank als volgt. Een redelijke uitleg van art. 592a Sv brengt mee dat bij de begroting van de daar bedoelde kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. In civiele procedures wordt doorgaans bij de begroting van door een in het ongelijk gestelde partij te vergoeden proceskosten een zogenoemd liquidatietarief gehanteerd. Nu ter terechtzitting geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken waarom er afgeweken zou moeten worden van het liquidatietarief, is de rechtbank van oordeel dat voor de vaststelling van die vergoeding het bij de behandeling van civiele zaken gebruikelijke liquidatietarief voor kantonzaken (een tarief van € 150,- per punt voor vorderingen tussen de € 2.500 en € 3.750 waarbij de rechtbank uitgaat van het toegewezen bedrag) als uitgangspunt gehanteerd dient te worden. Bij de berekening – op grond van genoemd liquidatietarief – heeft de rechtbank gelet op de verrichte werkzaamheden, te weten voorbereiding (1 punt) en de mondelinge toelichting ter terechtzitting (1 punt). Niet is gebleken dat er voorts nog kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Ter terechtzitting is door de raadsman van [slachtoffer 1] mondeling toegelicht dat het grootste deel van de opgevoerde kosten voor rechtsbijstand ziet op werkzaamheden die hij heeft verricht teneinde de politie en het Openbaar Ministerie te bewegen om het strafrechtelijk vooronderzoek op te pakken en te voltooien en de verdachte te vervolgen. Dat zijn echter geen kosten die voor rekening van de verdachte kunnen worden gebracht.

In totaal komt daarmee in aanmerking een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van € 300,-.

De vordering van [slachtoffer 2]

Naar het oordeel van de rechtbank is de gevorderde materiele schadevergoeding terzake loonderving (€ 15.981,12) en vervanging van kleding (€ 150,00), gelet op de gemotiveerde betwisting van deze posten, onvoldoende onderbouwd. Om te beoordelen of, en zo ja tot welk bedrag, de benadeelde partij deze schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde, is nader onderzoek nodig. Een dergelijk onderzoek zou echter te veel tijd vergen en zou het strafgeding onevenredig belasten. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard ten aanzien van de gevorderde vergoeding van materiële schade.

[slachtoffer 2] heeft ten gevolge van het ongeval lichamelijk letsel opgelopen. Op grond van het bepaalde in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan hij aanspraak maken op een vergoeding van de door hem geleden immateriële schade. De rechtbank is ook van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering leent zich, naar maatstaven van billijkheid en gelet op de jurisprudentie in vergelijkbare gevallen, voor toewijzing voor het gehele gevorderde bedrag van € 3.500,00.

8 Het beslag

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 2 jaren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 3.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 23 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening en verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in zijn vordering;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 300,00;

- wijst de gevorderde proceskosten voor het meerdere af;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , van € 3.500,00, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 45 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 3.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 23 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening en verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in zijn vordering;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 2] , van € 3.500,00, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 45 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Beslag

- gelast de bewaring van de volgende in beslag genomen voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende:

  • -

    1 STK Wieldop (Omschrijving: Opel Vivaro)

  • -

    1 STK Knipperlicht

  • -

    1 STK Kentekenplaat (Omschrijving: [kenteken] )

  • -

    1 STK Geluidsapparatuur.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux, voorzitter, mr. A.M. Koster- van der Linden en mr. R.A.M.M. Gijselaers, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van

26 september 2019.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 23 oktober 2017 te Montfort, gemeente Roerdalen, en/of te Linne, gemeente Maasgouw,

tezamen en in vereniging met een of meer (onbekend gebleven) ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met een door hem, verdachte, bestuurde bestelbus (merk Citroen) en/of met een door een (onbekend gebleven) ander bestuurde bestelbus (merk Opel), met (zeer) hoge snelheid, althans aanzienlijke snelheid:

- de spiegel van een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft geschampt en/of (vervolgens) langs (de bestuurderszijde van) deze bestelbus is geschuurd, en/of

- een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft achtervolgd en/of heeft gesneden en/of heeft getracht klem te rijden en/of van de weg te drukken, en/of

- tegen een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, is aangereden/gebotst, en/of

- ( op) een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft ingereden en/of heeft geramd als gevolg waarvan deze bestelbus over de kop is gevlogen/geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 289 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 oktober 2017 te Montfort, gemeente Roerdalen, en/of te Linne, gemeente Maasgouw,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een borstbeenfractuur, heeft toegebracht, door met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, met een door hem, verdachte, bestuurde bestelbus (merk Citroen) en/of met een door zijn mededader(s) bestuurde bestelbus (merk Opel) met (zeer) hoge snelheid, althans aanzienlijke snelheid:

- de spiegel van een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft geschampt en/of (vervolgens) langs (de bestuurderszijde van) deze bestelbus is geschuurd, en/of

- een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft achtervolgd en/of heeft gesneden en/of heeft getracht klem te rijden en/of van de weg te drukken, en/of

- tegen een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, is aangereden/gebotst, en/of

- ( op) een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft ingereden en/of heeft geramd als gevolg waarvan deze bestelbus over de kop is gevlogen/geslagen,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (te weten een borstbeenfractuur) heeft bekomen;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 23 oktober 2017 te Montfort, gemeente Roerdalen, en/of te Linne, gemeente Maasgouw,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, met een door hem, verdachte, bestuurde bestelbus (merk Citroen) en/of met een door zijn mededader(s) bestuurde bestelbus (merk Opel) met (zeer) hoge snelheid, althans aanzienlijke snelheid:

- de spiegel van een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft geschampt en/of (vervolgens) langs (de bestuurderszijde van) deze bestelbus is geschuurd, en/of

- een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft achtervolgd en/of heeft gesneden en/of heeft getracht klem te rijden en/of van de weg te drukken, en/of

- tegen een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, is aangereden/gebotst, en/of

- ( op) een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft ingereden en/of heeft geramd als gevolg waarvan deze bestelbus over de kop is gevlogen/geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 oktober 2017 te Montfort, gemeente Roerdalen, en/of te Linne, gemeente Maasgouw,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door meermalen, althans eenmaal, met een door hem, verdachte, bestuurde bestelbus (merk Citroen) en/of met een door zijn mededader(s) bestuurde bestelbus (merk Opel) met (zeer) hoge snelheid, althans aanzienlijke snelheid:

- de spiegel van een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft geschampt en/of (vervolgens) langs (de bestuurderszijde van) deze bestelbus is geschuurd, en/of

- een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft achtervolgd en/of heeft gesneden en/of heeft getracht klem te rijden en/of van de weg te drukken, en/of

- tegen een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, is aangereden/gebotst, en/of

- ( op) een (rijdende) bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zich hebben bevonden, heeft ingereden en/of heeft geramd als gevolg waarvan deze bestelbus over de kop is gevlogen/geslagen;

(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie-eenheid Limburg, Districtsrecherche Noord en Midden Limburg, proces-verbaalnummer 2017170714, gesloten d.d. 22 februari 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 259.

2 Het proces-verbaal van bevindingen alarmlijn, dossierpagina’s 29 en 30.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 31.

4 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , dossierpagina’s 58 en 59.

5 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , dossierpagina’s 60 en 61.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , dossierpagina 95.

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , dossierpagina 98.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , dossierpagina, 101.

9 Het proces-verbaal fotoblad, dossierpagina’s 80 tot en met 83.