Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:8505

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-09-2019
Datum publicatie
20-09-2019
Zaaknummer
03/254494-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 28-jarige man tot een gevangenisstraf van 5 jaar met aftrek van voorarrest voor poging tot doodslag.

Het slachtoffer is door de man op straat in elkaar geschopt en geslagen en heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. Zonder tijdig medisch ingrijpen zou het slachtoffer dit niet overleefd hebben.

Het opleggen van bijzondere voorwaarden in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf is vanwege de straf die de rechtbank oplegt niet mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/254494-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 september 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in P.I. Sittard, Op de Geer 1 te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.A. van Enckevort, advocaat, kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 september 2019. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

primair : op 10 december 2018 in Baarlo heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden;

subsidiair : op 10 december 2018 in Baarlo [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft

toegebracht;

meer subsidiair : op 10 december 2018 in Baarlo heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het primair ten laste gelegde bewezen te verklaren. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat alleen de verdachte en het slachtoffer ter plaatse waren. Verder blijkt uit de getuigenverklaringen dat de man die door de politie is meegenomen de persoon is geweest die het geweld gepleegd heeft. De verdachte is door de politie meegenomen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het opzet van de verdachte op de dood van [slachtoffer] kan worden afgeleid uit de door de verdachte verrichte en door de getuigen beschreven gedragingen. Zonder tijdig en adequaat medisch ingrijpen zouden de gedragingen van de verdachte tot de dood van [slachtoffer] hebben geleid.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit, omdat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op de dood of op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] heeft ontbroken. De getuigenverklaringen zijn onduidelijk. Er is geen sprake van gedragingen van de verdachte die naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het, behoudens contra-indicaties, niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het ontstaan van het gevolg heeft aanvaard.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1

Bewijsmiddelen

Aanleiding onderzoek

Op 10 december 2018, omstreeks 21:45 uur, kregen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de

melding om te gaan naar de [adres] te Baarlo. Daar zou ter hoogte van

huisnummer [x] een persoon in elkaar geschopt worden. Het slachtoffer zou op de grond liggen en niet meer bewegen. Hierop zijn de verbalisanten met spoed naar de aangegeven plaats gegaan.

Verbalisant [verbalisant 1] zag dat zijn collega’s zich al over het slachtoffer hadden ontfermd. [verbalisant 1] zag dat op ongeveer 5 a 6 meter afstand van het slachtoffer, een man - de latere verdachte - op een laag stenen muurtje voor de woning met huisnummer [x] zat. Hij zag dat de verdachte donkere sneakers van het merk Nike droeg en dat deze sneakers een witte zool hadden. De verbalisant zag dat er bloedafdrukken op de witte zool zaten. De verbalisant deelde de verdachte mede dat hij op het politiebureau van hem een uitgebreide verklaring wenste op te nemen en verzocht hem om plaats te nemen in het politiedienstvoertuig. De verdachte nam vervolgens plaats in het dienstvoertuig.2

Relaas verbalisanten

Verbalisant [verbalisant 3] heeft gerelateerd dat zij op 10 december 2018 omstreeks 21:50 uur zag dat er een man op het fietspad voor de woning op de [adres] huisnummer [x] te Baarlo op de grond lag. Ernaast stond een andere man. Deze man keek naar de op de grond liggende man. De man op de grond had een bebloed gezicht. Het rechteroog van het slachtoffer was gezwollen en blauw. Het linkeroog van het slachtoffer zat dicht. Het slachtoffer had bloed in zijn gezicht en op zijn handen. Hij had geen ademhaling. De ambulance was ter plaatse. De ambulancemedewerker sloot apparatuur aan bij het slachtoffer om een hartslag te krijgen. [verbalisant 3] is toen begonnen met de reanimatie van het slachtoffer. Het slachtoffer werd door het ambulancepersoneel meegenomen naar het Radboud ziekenhuis te Nijmegen.3

Verbalisant [verbalisant 4] heeft gerelateerd dat hij op 11 december 2018 contact heeft opgenomen met het Radboud UMC ziekenhuis te Nijmegen, waar het slachtoffer [slachtoffer] was opgenomen. De dienstdoende arts gaf aan dat het slachtoffer buiten levensgevaar was. Later op de dag kreeg [verbalisant 4] te horen dat het slachtoffer [slachtoffer] op de afdeling voor intensive care aan de beademingsapparatuur lag en dat hij hersenletsel had. [slachtoffer] zou buiten levensgevaar zijn. Over de ernst van het hersenletsel kon op dat moment niets worden medegedeeld.4

Getuigenverklaringen

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 10 december 2018, omstreeks 21:00 uur, samen met haar gezin in de woonkamer televisie zat te kijken. Zij heeft vanuit haar woonkamer zicht op de [adres] te Baarlo. Zij zag dat er al een hele tijd twee mannen heen en weer langs haar woning liepen. Zo’n 5 tot 10 minuten voordat zij de sirenes hoorde zag zij de twee mannen nog voorbij lopen. Zij zag dat de politie bij deze twee mannen stond.5

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op 10 december 2018, omstreeks 22:00 uur, in haar woning op de [adres] huisnummer [Y] te Baarlo was. Zij keek door het raam van haar slaapkamer naar de overzijde van de straat. Zij zag toen twee mannen aan de overzijde van de straat lopen, ter hoogte van de woning met huisnummer [x] . Een van de twee mannen ging op het muurtje voor deze woning zitten. De andere man ging voor de man op het muurtje staan. De man die op het muurtje zat werd getrapt door de man die voor hem stond. Het slachtoffer werd getrapt in de omgeving van zijn buik. Het slachtoffer viel voorover van het muurtje op het fietspad. Het op de grond liggende slachtoffer kreeg meerdere trappen van de man. Het slachtoffer kwam overeind en viel weer op de grond. De man begon het slachtoffer weer te trappen. Het slachtoffer werd ter hoogte van zijn hoofd/bovenlijf geraakt. De man gaf 3 of 4 trappen en telkens op dezelfde plaats, ter hoogte van het hoofd/bovenlijf. De man trok het slachtoffer omhoog aan zijn kleding en liet het slachtoffer vervolgens weer vallen. Het slachtoffer lag inmiddels achter een personenauto. Getuige [getuige 2] had op dat moment geen zicht meer op het slachtoffer. Zij zag dat de man een schopbeweging maakte. [getuige 2] had het gevoel dat de man agressiever begon te trappen toen hij de sirenes van de hulpdiensten hoorde. Zij zag namelijk dat de schopbewegingen heftiger werden.6

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij op 10 december 2018 omstreeks 21:30 uur, in Baarlo met zijn honden ging wandelen. Ter hoogte van de [adres] , huisnummer [x] zag hij een man op de grond liggen. De man lag met zijn gezicht richting de grond. Er stond een andere man bij. De staande man trok de liggende man omhoog en liet hem vervolgens weer op de grond vallen. De man trapte de op de grond liggende man, van boven naar beneden. Dat deed hij twee of drie keer, met kracht. De politie heeft een man met een hoofddeksel op apart gehouden. Dit is de persoon die de op de grond liggende man heeft getrapt. [getuige 3] heeft geen andere personen gezien.7

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij op 10 december 2018, omstreeks 21:35 uur, bij zijn vriendin op bezoek was. Zijn vriendin is woonachtig op de [adres] nummer [Y] te Baarlo. Hij zag dat er aan de overzijde van de straat een man stond en dat er een man naast hem op de grond lag. De staande man schopte de op de grond liggende man. Dit gebeurde met kracht. De man schopte het slachtoffer met een soort van “wreeftrap” met

grote kracht op het hoofd. Hij herhaalde dit zeker 4 of 5 keer. Hij raakte het slachtoffer met kracht op het hoofd en ook in de zij. [getuige 4] zag dat het slachtoffer op dat moment niet bewoog of reageerde. Het slachtoffer maakte op hem een soort van “levenloze” indruk. De man pakte het slachtoffer bij zijn kraag vast en sloeg met kracht met zijn rechter gebalde vuist het slachtoffer op het hoofd. Het op de grond liggende slachtoffer reageerde niet. [getuige 4] hoorde sirenes. Vervolgens zag hij dat de man het slachtoffer achter een auto sleepte. Hij had toen geen zicht meer op het slachtoffer. Ongeveer een minuut later arriveerde de politie. Er was slechts één dader. De persoon die door de politie is meegenomen is de persoon die het slachtoffer heeft mishandeld.8

Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat zij op 10 december 2018, omstreeks 21:45 uur op de bank zat in de woonkamer van de woning aan de [adres] [Y] te Baarlo. Zij keek naar buiten en zag dat er een persoon onderuit tegen een muurtje zat. Naast de zittende persoon stond een andere persoon. De staande persoon stampte twee keer vanuit stand met zijn geschoeide voet, van boven naar beneden, tegen het hoofd van de zittende persoon. De zittende persoon zakte door het schoppen nog meer onderuit. [getuige 5] heeft toen de politie gebeld. De staande persoon schopte de zittende persoon nog een keer tegen het hoofd. De staande persoon sleepte de liggende persoon achter een geparkeerde auto. [getuige 5] had daarna geen zicht meer op de op de grond liggende persoon, maar had het idee dat de persoon met kracht met zijn voeten bovenop de liggende persoon sprong. [getuige 5] heeft niemand vanaf de plaats waar het gebeurde weg zien lopen.9

Letsel

Uit de medische informatie afkomstig van drs. T.H. van Prooije, ANIOIS neurologie bij het Radboud UMC, van 25 maart 2019 volgt dat [slachtoffer] van 10 tot 28 december 2018 in het ziekenhuis was opgenomen. Bij [slachtoffer] werden letsels waargenomen. Zijn gelaat was bont en blauw, er was een bloeduitstorting rond het rechteroog en er werd opgedroogd bloed in het rechter neusgat gezien. Er was sprake van een vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel: bij beeldvormende diagnostiek (CT-scan etc.) een verbrijzeld neusbeen (os nasale) en neustussenschot (septum), fractuurlijnen doorlopend in de naastgelegen rechter kaakholte (sinus maxillaris) en de (tussen de oogkassen bevindende) zeefbeenholten (etmoïdcellen). Gebroken 2e en 4e rib aan voorzijde. Bloedingen onder harde hersenvlies (subduraal) links doorlopend naar het de hersenscheiding (falx) met mogelijk hersenzwelling zwelling en/of bloed in de hersengroeven links. Er was sprake van storingen in het bewustzijn. [slachtoffer] was bewusteloos, werd geïntubeerd en werd beademd door ambulance op SEH binnen gebracht. Er vond eerst een opname op Intensieve Care plaats, daarna afdeling neurologie. Er was sprake van alcohol-onttrekkings-delieren die medicamenteus behandeld werden. Op 18 december 2018 werd de verbrijzelde neus terug ‘in stand gezet’. Tegen het advies van de artsen – [slachtoffer] was medicamenteus nog niet uitbehandeld – verliet [slachtoffer] op 28 december 2018 het ziekenhuis.10

3.3.2

Tussenconclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 10 december 2018 in Baarlo, [slachtoffer] met kracht met gebalde vuist tegen het hoofd heeft geslagen en met kracht met geschoeide voet in de buik heeft getrapt, waardoor [slachtoffer] op de grond viel en met kracht met geschoeide voet die [slachtoffer] tegen en op het hoofd en andere delen van het lichaam heeft getrapt, terwijl [slachtoffer] weerloos op de grond lag/zat.

3.3.3

Bewijsoverwegingen en kwalificatie

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de bewezenverklaarde handelingen van verdachte kunnen worden gekwalificeerd als een poging tot doodslag op [slachtoffer] . De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Van deze aanmerkelijke kans moet de verdachte ook wetenschap hebben gehad en hij moet die aanmerkelijke kans hebben aanvaard. Hierbij dient te worden opgemerkt dat een bepaalde gedraging naar de uiterlijke verschijningsvorm geacht kan worden zozeer te zijn gericht op een bepaald gevolg dat het, behoudens contra-indicaties, niet anders kan zijn dan dat de verdachte met zijn gedraging de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd en de zich daarin bevindende hersenen kwetsbaar zijn en dat verwondingen van het hoofd en/of de hersenen levensbedreigend kunnen zijn en gemakkelijk tot de dood kunnen leiden. In dit geval heeft de verdachte het slachtoffer herhaaldelijk met kracht tegen het hoofd geslagen en getrapt. Zo heeft hij met zijn lichaamsgewicht van 85 kilogram met een neerwaartse beweging van boven naar beneden en met kracht meerdere malen met geschoeide voet de op de grond liggende [slachtoffer] op het hoofd getrapt. Het slachtoffer heeft daarbij de hiervoor beschreven letsels opgelopen. De rechtbank is van oordeel dat de gewelddadige aard van het bewezenverklaarde handelen naar zijn uiterlijke verschijningsvorm niet anders kan worden uitgelegd dan dat de verdachte [slachtoffer] dood wilde maken. Van contra-indicaties voor deze vaststelling is uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting niet gebleken. De rechtbank acht dan ook de onder primair aan verdachte ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 10 december 2018 te Baarlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, telkens:

- die [slachtoffer] met kracht met gebalde vuist tegen het hoofd heeft geslagen en

- die [slachtoffer] met kracht met geschoeide voet in de buik heeft getrapt waardoor die [slachtoffer] op de grond viel en

- vervolgens die [slachtoffer] met kracht met geschoeide voet op het hoofd en het lichaam heeft getrapt en geschopt, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag/zat,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

primair:

poging tot doodslag.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar op te leggen met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft een blanco strafblad en is ontzettend geschrokken van wat hem wordt verweten. De raadsvrouw heeft verzocht het reclasseringsadvies te volgen en maximaal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van het reeds ondergane voorarrest op te leggen. De verdachte stemt in met de door de reclassering voorgestelde voorwaarden, verbonden aan een voorwaardelijk strafdeel. Hij zal hieraan zijn volledige medewerking verlenen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Het gaat hierbij om schokkende geweldshandelingen die minuten lang duurden en waarbij het slachtoffer volgens getuigen verder niet reageerde, zich niet kon verweren en een levenloze indruk maakte. De verdachte heeft het slachtoffer meermalen geslagen en geschopt tegen het hoofd, terwijl het slachtoffer op de grond lag. De verdachte heeft daarbij ook met kracht met een neerwaartse beweging op het hoofd van het slachtoffer getrapt terwijl deze op de grond lag. Het slachtoffer heeft daarbij ernstig letsel opgelopen, waaronder bloedingen onder het harde hersenvlies, een verbrijzeld neusbeen en neustussenschot, een fractuur in de rechter kaakholte en de tussen de oogkassen bevindende zeefbeenholten. Zonder medisch ingrijpen had het slachtoffer dit niet overleefd. Het slachtoffer is ter plekke gereanimeerd. Hij is bewusteloos, geïntubeerd en beademd door de ambulance naar het ziekenhuis gebracht en hij is opgenomen op de Intensieve Care. Ook voor de omstanders zijn deze geweldshandelingen en agressie van de verdachte enorm beangstigend geweest.

Voor ernstige, schokkende feiten als deze past alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De rechtbank ziet in de persoon van verdachte geen aanleiding om een andersoortige of lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie geëist. De verdachte heeft geen openheid van zaken gegeven, omdat hij zegt zich niets te kunnen herinneren. Of dit daadwerkelijk zo is valt te betwijfelen, omdat verdachte direct na het gebeuren tegenover de politie wel een verklaring heeft afgelegd, welke verklaring op geen enkele wijze strookt met de verklaringen van de getuigen in het dossier. Eenmaal op het politiebureau heeft de verdachte zich beroepen op zijn zwijgrecht. Deze twee verklaringen staan lijnrecht tegenover de latere stelling van verdachte dat hij geen herinnering meer heeft aan de gebeurtenissen en wat daaraan vooraf is gegaan. De rechtbank weegt deze houding in het nadeel van verdachte mee. De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van de verdachte d.d. 13 augustus 2019, waaruit blijkt dat hij nog niet eerder in Nederland door de strafrechter is veroordeeld. Wel is sprake van een andere openstaande zaak. Het baart de rechtbank zorgen dat het feit kennelijk uit het niets, ogenschijnlijk zonder aanleiding en onder invloed van drank en drugs heeft plaatsgevonden.

Alles afwegend, zal de rechtbank conform de eis van de officier van justitie aan de verdachte opleggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar met aftrek van de tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

De rechtbank ziet geen mogelijkheid tot het opleggen van bijzondere voorwaarden in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf, zoals door de reclassering geadviseerd in het rapport van 26 maart 2019, nu de hoogte van de op te leggen straf dit wettelijk gezien niet toelaat.

7 Het beslag

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen, nog niet terug gegeven schoenen, genoemd onder voorwerpnummer 1 op de beslaglijst, moeten worden verbeurd verklaard.

Zij zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, aangezien zij aan de verdachte toebehoren en met behulp van die schoenen het feit is begaan.

Teruggave rechthebbende

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen, nog niet teruggegeven kleding,

genoemd onder voorwerpnummer 2 tot en met 9 op de beslaglijst, moet worden teruggegeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, omdat niet kan worden vastgesteld dat met betrekking tot deze kleding strafbare feiten zijn begaan.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 45, 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van vijf (5) jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

  • -

    verklaart verbeurd de in beslag genomen schoenen, genoemd onder voorwerpnummer 1 op de beslaglijst;

  • -

    gelast de teruggave van de in beslag genomen kleding, genoemd onder voorwerpnummer 2 tot en met 9 op de beslaglijst, aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Nollen, voorzitter, mr. J.H. Klifman en

mr. R.J.M.G. Rulkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.E. van de Venne, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 september 2019.

Buiten staat

Mr. J.H. Klifman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is (na wijziging tenlastelegging) ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 10 december 2018 te Baarlo, gemeente Peel en Maas, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, (telkens):

- die [slachtoffer] (met kracht)(met gebalde vuist) tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) (met geschoeide voet) in de buik heeft getrapt (waardoor die [slachtoffer] op de grond viel) en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] (met kracht) (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft getrapt en/of geschopt, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag/zat en/of

- op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer] heeft gesprongen, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 december 2018 te Baarlo, althans in de gemeente Peel en Maas aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten:

- verbrijzeld neusbeen (os nasale) en/of neus-tussenschot (septum), fractuurlijnen doorlopend in de naastgelegen rechter kaakholte (sinus maxillaris) en de (tussen de oogkassen bevindende) zeefbeenholten (etmoïdcellen), en/of

- gebroken 2e en 4e rib aan de voorzijde, en/of

- bloedingen onder harde hersenviles (subduraal) links doorlopend naar het de hersenscheiding (falx) met mogelijk hersenzwelling, en/of

- zwelling en/of bloed in de hersengroeven links,

heeft toegebracht door meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk:

- die [slachtoffer] (met kracht)(met gebalde vuist) tegen het hoofd te slaan en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) (met geschoeide voet) in de buik te trappen (waardoor die [slachtoffer] op de grond viel) en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] (met kracht) (met geschoeide voet)

op/tegen het hoofd en/of lichaam te trappen en/of schoppen, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag/zat en/of

- op het lichaam en/of hoofd van die [slachtoffer] te springen, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag;

(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 december 2018 te Baarlo, gemeente Peel en Maas, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, althans eenmaal, (telkens):

- die [slachtoffer] (met kracht)(met vuist) tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) (met geschoeide voet) in de buik heeft getrapt (waardoor die [slachtoffer] op de grond viel) en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] (met kracht) (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft getrapt, geschopt, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag/zat en/of

- op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer] heeft gesprongen, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg-Noord, Districtsrecherche Noord-Midden-Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2018188702, gesloten d.d. 14 januari 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 74.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2018, pagina’s 9 en 10.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2018, pagina’s 21 en 22.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2018, pagina 33.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d.11 december 2018, pagina’s 41 en 42.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 december 2018, pagina’s 43 en 44.

7 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 december 2018, pagina’s 45 en 46.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 december 2018, pagina’s 51 tot en met 52.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 december 2018, pagina’s 54 en 55.

10 Geschrift inhoudende medische informatie met betrekking tot [slachtoffer] , geboren op 26 februari 1968, opgesteld en ondertekend d.d. 25-03-2019 door drs. T.H. van Prooije, ANIOIS neurologie bij Radboud UMC, transcriptiedatum 01-04-2019 door C.J. van Leeuwen, forensisch geneeskundige.