Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:8407

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-09-2019
Datum publicatie
19-09-2019
Zaaknummer
7934546/AZ/19-126 18092019
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Sociaal werker wordt beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag; het herhaaldelijk maken van seksueel getinte opmerkingen tegenover cliëntes en collega’s en het onderhouden van een seksuele relatie met een cliënte. De kantonrechter oordeelt dat aannemelijk is dat de sociaal werker zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. Dat blijkt mede uit een door een onderzoeksbureau ingesteld onderzoek waarbij een aantal cliëntes en collega’s zijn gehoord. Dat gedrag is in strijd met de bij werkgeefster geldende gedragscode en de in het personeelshandboek vermelde regels dienaangaande. De kantonrechter oordeelt dat dit gedrag zodanig ernstig is dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder toekenning van een transitievergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0970
JHSE 2019/0
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 7934546 \ AZ VERZ 19-126

Beschikking van de kantonrechter van 18 september 2019

in de zaak van:

de stichting STICHTING MOVEOO,

gevestigd te Roermond,

werkgever

gemachtigde mr. E.V.C. Savelkoul,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

[verweerder] ,

wonend [adres verweerder] ,

[woonplaats verweerder] ,

werknemer

procederende in persoon,
verwerende partij in het verzoek.

Partijen zullen hierna Moveoo en [verweerder] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 26 juli 2019 ter griffie ontvangen verzoekschrift

- de op 16 augustus 2019 binnengekomen productie van Moveoo

- de mondelinge behandeling d.d. 21 augustus 2019.

1.2.

Daarna is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] 1978, is op 1 maart 2018 bij Moveoo in dienst getreden en vervult thans voor 28 uren per week de functie van sociaal werker 2 tegen een loon van
€ 3.076,00 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.2.

Op 17 juni 2019 heeft Moveoo aan [verweerder] mondeling meegedeeld dat twee cliënten een klacht hadden ingediend over het gedrag van [verweerder] . Een cliënt klaagt erover dat [verweerder] seksuele toespelingen zou hebben gemaakt en de andere cliënt spreekt over een seksuele relatie met [verweerder] . Moveoo heeft aan [verweerder] verder meegedeeld dat zij een onderzoek zal instellen en dat [verweerder] voor een periode van 14 dagen op non-actief wordt gesteld. Moveoo heeft dit bij brief van dezelfde dag aan [verweerder] bevestigd.

2.3.

Bij brief van 28 juni 2019 heeft Moveoo aan [verweerder] meegedeeld dat de op non actiefstelling met 14 dagen wordt verlengd.

2.4.

Op 11 juli 2019 heeft Moveoo met [verweerder] gesproken. Bij brief van dezelfde dag heeft Moveoo dat gesprek aan [verweerder] bevestigd, inhoudende – zakelijk weergegeven – dat uit het door Bureau Signum Interfocus ingestelde onderzoek is gebleken dat [verweerder] zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag, [verweerder] zich niet zou hebben gehouden aan de Gedragscode en de in het Personeelshandboek opgenomen regels en dat Moveoo ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal nastreven.

3 Het geschil

3.1.

Moveoo verzoekt de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met primair artikel 7:669 lid 3, onderdeel e en subsidiair artikel 7:669, lid3, onderdeel g, Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Voorts verzoekt Moveoo om [verweerder] een contactverbod op te leggen.

3.2.

[verweerder] heeft verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat niet is gebleken dat het onderhavige verzoek verband houdt met een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670, leden 1 tot en met 4 en 10 van het BW, of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. Derhalve komt de kantonrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

4.2.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW in verbinding met artikel 7:671b lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

4.3.

Moveoo verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel e, BW en stelt ter onderbouwing van het verzoek dat [verweerder] gedurende een langere periode zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. Naar aanleiding van klachten van twee van haar cliënten heeft zij bureau Signum Interfocus verzocht om een onderzoek Uit het door haar ingeschakelde bureau Signum Interfocus is namelijk gebleken dat [verweerder] herhaaldelijk seksuele toespelingen heeft gemaakt tegenover meerdere cliënten en tegen meerdere collega’s en voorts dat [verweerder] een seksuele relatie heeft onderhouden met een cliënt. Moveoo acht dit gedrag van [verweerder] ontoelaatbaar. Dat gedrag is in strijd met de geldende Gedragscode en de in het Personeelshandboek opgenomen regels dienaangaande. Moveoo is van mening dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het door [verweerder] vertoonde gedrag heeft mede tot gevolg dat Moveoo alle vertrouwen als goed werknemer in [verweerder] heeft verloren. Naar de mening van Moveoo is sprake van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie. In ieder geval kan van haar niet verlangd worden om het dienstverband met [verweerder] te laten voortduren.

4.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de rapportage van bureau Signum Interfocus in voldoende mate dat [verweerder] tijdens de uitoefening van zijn functie zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. Uit die rapportage blijkt dat dit bureau vijf cliëntes, een vriendin van een cliënte en twaalf medewerkers van Moveoo heeft gehoord. Uit de verklaringen van de gehoorde personen blijkt dat [verweerder] herhaaldelijk seksueel getinte opmerkingen tegenover die cliënten en medewerkers heeft gemaakt en/of die personen op een ongewenste en/of ongepaste wijze heeft aangeraakt. Een van de cliënten heeft verklaard dat zij een aantal maanden een seksuele relatie met [verweerder] heeft onderhouden. [verweerder] heeft ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het maken van seksueel getoonde opmerkingen en voorts dat hij met een van de cliëntes een seksuele relatie zou hebben onderhouden. Volgens [verweerder] was de betreffende cliënte verliefd op hem en omdat hij die liefde op enig moment niet meer beantwoordde heeft die cliënte als wraakactie een klacht tegen hem ingediend. Aan dat verweer kan echter weinig geloof worden gehecht. Uit de verklaring van de betreffende cliënte blijkt weliswaar dat zij een korte periode verliefd is geweest op [verweerder] , maar dat die verliefdheid op een gegeven moment is over gegaan en dat zij er geen moeite mee had dat [verweerder] omstreeks november 2018 afstand van haar had genomen. Uit die verklaring blijkt niet dat sprake is geweest van ruzie tussen [verweerder] en die cliënte en die cliënte deswege voornemens was om [verweerder] een hak te zetten door een klacht over hem in te dienen. Dat [verweerder] afstand had genomen van de betreffende cliënte strookt weliswaar met zijn standpunt dat hij omstreeks november 2018 aan zijn leidinggevende had gemeld dat een cliënte verliefd op hem was geworden en hij het advies had gekregen om afstand van die cliënte te nemen, maar dat vlakt de daaraan voorafgaande periode van het onderhouden van een seksuele relatie met die cliënte niet weg. Het verweer van [verweerder] dat hij niet de kans heeft gekregen om zich te verweren gaat niet op. Uit de stukken blijkt dat [verweerder] op 10 juli 2019 door bureau Signum Interfocus is gehoord en dat daags daarna een gesprek heeft plaatsgevonden tussen Moveoo en [verweerder] . Tegenover de gedetailleerde verklaringen van de door bureau Signum Interfocus gehoorde cliënten en medewerkers staat de enkele blote ontkenning van [verweerder] . Mede gelet op het aantal belastende verklaringen is voldoende aannemelijk dat [verweerder] zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag en [verweerder] zich niet heeft gehouden aan de bij Moveoo geldende en bij [verweerder] bekende Gedragscode.

Gelet op al het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de door Moveoo naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond opleveren voor ontbinding, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Door [verweerder] is niet weersproken dat herplaatsing van hem binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is en evenmin in de rede ligt.

4.5.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Moveoo zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel b, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 oktober 2019.

4.6.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om [verweerder] een contactverbod op te leggen. Gesteld noch anderszins is gebleken dat [verweerder] sinds zijn op non actief stelling op 17 juni 2019 contact heeft gehad met cliënten en/of met medewerkers van Moveoo dan wel pogingen daartoe heeft ondernomen en er ook geen concrete aanwijzingen zijn dat [verweerder] voornemens is contact op te nemen met cliënten en/of met medewerkers van Moveoo.

4.7.

[verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Moveoo worden tot op heden begroot op:

- griffierecht € 121,00

- salaris gemachtigde € 600,00

Totaal € 721,00.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2019,

5.2.

veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, aan de zijde van Moveoo tot op heden begroot op € 721,00,

5.3.

verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenvergoeding uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: FL

coll: