Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:8310

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-09-2019
Datum publicatie
18-09-2019
Zaaknummer
C/03/267642 / KG ZA 19-382
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Conventie: vordering opheffen beslag afgewezen. Niet summierlijk gebleken ondeugdelijkheid; niet op eenvoudige wijze vast te stellen wie gelijk aan haar zijde; uitvoerig feitenonderzoek voor nodig; leent kort geding procedure zich niet voor.

Reconventie: vordering betaling bedrag toegewezen; bestaan vordering voldoende aannemelijk; beroep verrekening verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/267642 / KG ZA 19-382

Vonnis in kort geding van 12 september 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROBO PAPER B.V.,

gevestigd te Maastricht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROBO FOOD B.V.,

gevestigd te Meerssen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JURO BEHEER B.V.,

gevestigd te Roermond,

4. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. R.R.H.J. Ramakers,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROBO MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Meerssen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROBO HOLDING B.V.,

gevestigd te Meerssen,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. D.A.J. Roomberg.

Partijen zullen hierna Robo Paper, Robo Food, Juro Beheer en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] , tezamen Robo Paper c.s., respectievelijk Robo Management en Robo Holding, tezamen Robo Management c.s., genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 11,

  • -

    de door Robo Management c.s. als productie 1 overgelegde dagvaarding in de bodemprocedure, met de daarbij behorende producties,

  • -

    de eis in reconventie,

  • -

    de door Robo Management c.s. overgelegde producties 2 tot en met 5,

  • -

    de door Robo Paper c.s. overgelegde producties 12 tot en met 14,

  • -

    de mondelinge behandeling op 29 augustus 2019,

  • -

    de pleitnota van Robo Paper c.s.,

  • -

    de pleitnota van Robo Management c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Juro Beheer is een holdingmaatschappij van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] en mevrouw [naam echtgenote] . Robo Paper is een werkmaatschappij van Juro Beheer en Robo Food is een joint venture van Juro Beheer en Cimacon Holding B.V.

2.2.

De heer [naam bestuurder] is bestuurder van Robo Management en Robo Holding.

2.3.

De aandelen van Robo Paper en Robo Food zijn op 20 oktober 2017 door Robo Management c.s. aan Juro Beheer geleverd. De overeengekomen koopprijs bedroeg € 1.000.000,- en voldoening zou op basis van een “earn-out” methodiek plaatsvinden.

2.4.

Robo Management c.s. en Juro Beheer hebben op 9 november 2018 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin is bepaald dat de overeengekomen koopprijs van € 1.000.000,- opnieuw wordt vastgesteld op € 58.331,-. Voorts is daarin bepaald dat de heer [naam bestuurder] een maandelijkse managementvergoeding van € 8.333,34 zal ontvangen.

2.5.

Robo Paper en Robo Food, aangeduid als “de vennootschap”, hebben, eveneens op 9 november 2018, een managementovereenkomst gesloten met Robo Holding en Robo Management. Juro Beheer heeft de managementovereenkomst in haar hoedanigheid van bestuurder en contractpartij mee ondertekend. In de managementovereenkomst is bepaald dat deze ingaat op 1 juni 2018 en is aangegaan voor bepaalde tijd en zal eindigen op 1 november 2027 (looptijd 113 maanden). Tevens is daarin een betalingsregeling ten behoeve van de partner van de heer [naam bestuurder] overeengekomen voor het geval hij binnen de looptijd zou overlijden.

2.6.

Bij brief van 28 juni 2019 hebben Robo Paper en Robo Food de managementovereenkomst met ingang van 1 augustus 2019 opgezegd.

2.7.

Op 19 juli 2019 hebben Robo Management c.s. van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, verlof gekregen tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van (1) [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] , (2) Juro Beheer, (3) Robo Paper en (4) Robo Food, met begroting van de vordering voorlopig op € 1.152.907,62 en onder bepaling dat de eis in de hoofdzaak binnen 28 dagen na het eerst gelegde beslag moet worden ingesteld en met bepaling dat het aantal malen dat het beslag mag worden gelegd wordt beperkt tot maximaal 5 keer.

2.8.

Robo Management c.s. hebben (twee keer, voor het eerst op 22 juli 2019) de navolgende beslagen gelegd:

  • -

    beslag onder de ING Bank N.V. (geen doel getroffen),

  • -

    beslag onder Juro Beheer,

  • -

    beslag onder Robo Paper,

  • -

    beslag op de aandelen van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] in Robo Paper waarvan Juro Beheer eigenaar is,

  • -

    de Stichting Administratiekantoor Familie [familienaam] .

3 Het geschil in conventie

3.1.

Robo Paper c.s. vorderen – kort samengevat – bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de opheffing van de gelegde beslagen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, met hoofdelijke veroordeling van Robo Management c.s. in de kosten van deze procedure, alsmede betaling van de nakosten.

3.2.

Robo Management c.s. voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Robo Management c.s. vorderen – kort samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van Robo Paper, Robo Food en Juro Beheer tot betaling van € 21.833,36, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten (€ 993,33) en de wettelijke handelsrente vanaf de data van verzuim.

4.2.

Robo Paper c.s. voeren verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

5.2.

Robo Paper c.s. stellen ter onderbouwing van hun vordering tot opheffing van de beslagen dat het ingeroepen recht kennelijk ondeugdelijk is.

5.2.1.

Robo Management c.s. leggen ten onrechte in hun verzoekschrift conservatoir beslag aan hun vordering ten grondslag dat de managementovereenkomst niet opzegbaar is en Robo Management c.s. nog de resterende duur van die overeenkomst aanspraak maken op de managementvergoeding, wat volgens hen in totaal neerkomt op € 929.334,68. De managementovereenkomst was wel degelijk opzegbaar. Het betreft een overeenkomst van opdracht en ook indien deze voor bepaalde duur is gesloten, is deze opzegbaar. De inbreng van de heer [naam bestuurder] in Robo Paper werd steeds beperkter en de wijze van communiceren leverde problemen op. De financiële situatie van Robo Paper was bovendien zorgwekkend. Juro Beheer moest steeds de maandelijkse tekorten aanvullen. De opzegging was rechtmatig en de gehanteerde opzegtermijn van een maand was redelijk. De managementovereenkomst vormt in tegenstelling tot wat Robo Management c.s. beweren geen onlosmakelijk deel van de verkoop van de aandelen en de daarmee samenhangende koopsom, maar staat daar los van.

5.2.2.

Dat sprake zou zijn van persoonlijke aansprakelijkheid van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] is door Robo Management c.s. in het beslagrekest onvoldoende onderbouwd. Enig bewijs van de stelling van Robo Management c.s. dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] tijdens de onderhandelingen over de vaststellingsovereenkomst en de managementovereenkomst toezeggingen zou hebben gedaan over de betaling van een managementvergoeding, die zouden leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid, ontbreekt. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] was ook niet aanwezig tijdens deze besprekingen.

5.2.3.

Robo Paper c.s. betwisten verder de door Robo Management c.s. gestelde hoofdelijke verbondenheid van Robo Paper, Robo Food en Juro Beheer (en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] ). Omtrent een dergelijke verbondenheid is in de (management)overeenkomst niets opgenomen.

5.3.

Robo Management c.s. betwisten dat hun vorderingen summierlijk ondeugdelijk zijn.

5.3.1.

De managementovereenkomst heeft een gemengd karakter en vormt een onlosmakelijk onderdeel van de verkoop van de aandelen en de daarmee samenhangende koopsom. Partijen hebben bewust een vaste duur van 113 maanden afgesproken waarbinnen Robo Management/ [naam bestuurder] in staat moeten worden gesteld de volledige koopsom van de aandelen te kunnen ontvangen, zij het in de vorm van een managementvergoeding. Voor zover de managementovereenkomst al opzegbaar zou zijn, hetgeen wordt betwist, is de gehanteerde opzegtermijn van een maand in de gegeven omstandigheden geen redelijke opzegtermijn.

5.3.2.

Robo Management c.s. betwisten de door Robo Paper c.s. gestelde slechte financiële situatie van Robo Paper. Onduidelijk is door wie de als productie 11 ingebrachte financiële stukken waaruit dit zou moeten blijken zijn opgesteld en met welk doel. Bovendien is een deel van de inhoud weggelakt. Er is ook geen accountantsverklaring bijgevoegd, zodat aan de inhoud van dit stuk geen waarde moet worden gehecht.

5.3.3.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] is de achterliggende natuurlijke persoon van de drie vennootschappen en het lag binnen zijn macht, indien Robo Paper daadwerkelijk de financiële middelen ontbeerde, Juro Beheer haar verplichting uit hoofde van de managementovereenkomst te laten nakomen. Nu [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] dit niet heeft gedaan is sprake van betalingsonwil en niet van betalingsonmacht. Deze handelwijze kan onder de gegeven omstandigheden leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad vanwege een persoonlijk ernstig verwijt.

5.3.4.

De hoofdelijke verbondenheid (van Juro Beheer) vloeit voort uit art. 7:407 lid 1 BW, waarin is bepaald dat indien twee of meer personen tezamen (zich als eenheid presenterend) een opdracht hebben gegeven, zij hoofdelijk jegens de opdrachtnemer zijn verbonden.

5.4.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

opzegbaarheid managementovereenkomst

5.5.

Partijen twisten over de vraag of al dan niet rechtmatig is opgezegd. Zij verschillen in het verlengde daarvan van mening over de vraag of de verschillende gesloten overeenkomsten als één geheel moeten worden gezien, waaruit voortvloeit dat het de bedoeling van partijen was dat de resterende 113 termijnen als totaalbedrag als een soort verkapte pensioenvoorziening/“earn out” regeling aan [naam bestuurder] toekwamen of dat sprake was een volledig van alle andere gesloten overeenkomsten losstaande managementovereenkomst waarin een (opzegbare) arbeidsrelatie geregeld is.

5.6.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het kader van hetgeen partijen over en weer hebben gesteld niet op eenvoudige wijze valt vast te stellen dat Robo Paper c.s. het gelijk aan haar zijde heeft en dat daar vermoedelijk een uitvoerig feitenonderzoek voor nodig is, waartoe de kort geding procedure zich niet leent. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat Robo Paper c.s. erkennen dat zij [naam bestuurder] door middel van de managementovereenkomst in staat wilden stellen het door hem benodigde pensioenbedrag te realiseren. Uit het voorgaande volgt dat niet summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van het door de beslagleggers ingeroepen recht jegens Robo Paper, Robo Food en Juro Beheer.

persoonlijke aansprakelijkheid [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4]

5.7.

Partijen twisten voorts over de vraag of er grond bestaat voor de persoonlijke aansprakelijkheid van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] . Robo Management c.s. leggen aan deze persoonlijke aansprakelijkheid ten grondslag dat sprake was van betalingsonwil. De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] is middellijk bestuurder van Robo Paper en Juro Beheer en het lag in zijn macht ervoor te zorgen dat die vennootschappen hun financiële verplichtingen jegens Robo Management c.s. na zouden komen. Robo Management c.s. betwisten dat de financiële situatie van Robo Paper zo slecht was als Robo Paper c.s. betogen. De gepresenteerde cijfers zijn afkomstig uit een boekhoudsysteem en deels weggelakt. Juro Beheer behaalde volgens de jaarstukken in 2017 nog een positief resultaat van afgerond € 470.000,00 en beschikte toen over een eigen vermogen van € 1.100.000,00. Dat sprake was van betalingsonmacht en de managementvergoeding daarom niet meer kon worden voldaan, is door Robo Paper c.s. op geen enkele wijze concreet onderbouwd, aldus Robo Management c.s.

Robo Paper c.s. beroept zich op haar productie 11 bij dagvaarding, zonder deze gegevens toe te lichten.

5.8.

Als onbetwist staat in deze procedure vast dat de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] als middellijk bestuurder van Robo Paper en Juro Beheer de macht had ervoor te zorgen dat die vennootschappen hun financiële verplichtingen jegens Robo Management c.s. na zouden komen. Of sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid wegens betalingsonwil of dat er sprake was van betalingsonmacht, zoals door Robo Paper c.s. gesteld, is, gelet op het voorgaande, evenmin op eenvoudige wijze vast te stellen. Ook hiervoor zal een bodemprocedure nodig zijn. Aldus is niet summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht jegens de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] .

5.9.

De vorderingen van Robo Paper c.s. zullen gelet op al het voorgaande worden afgewezen.

proceskosten

5.10.

Robo Paper c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Robo Management c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

managementvergoeding juni en juli 2019

6.2.

Niet in geschil is dat de managementvergoeding over de maanden juni en juli 2019 (2 x € 10.916,68 = € 21.833,36,-) niet is betaald (facturen, productie 33 bij dagvaarding bodemprocedure) en dat de managementovereenkomst eerst per 1 augustus 2019 is opgezegd.

6.2.1.

Robo Paper c.s. betwisten hun gehoudenheid tot betaling van de maanden juni en juli 2019 en beroepen zich op opschorting, respectievelijk verrekening.

6.2.2.

Dat sprake zou zijn van een bevoegdheid tot opschorting is door Robo Paper c.s. niet aannemelijk gemaakt. Dat de betaling over de maanden vóór 1 augustus 2019 nog zou plaatsvinden, is in de opzeggingsbrief van 28 juni 2019 door Robo Paper en Robo Food ook toegezegd (productie 29 bij de dagvaarding in de bodemprocedure), zo hebben Robo Management c.s. terecht gesteld. Het beroep op opschorting treft dan ook geen doel.

6.2.3.

Robo Paper c.s. beroepen zich voorts op verrekening en stellen dat Robo Management c.s. jegens hen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zo begrijpt de voorzieningenrechter. Zij leggen in dat verband een overschrijvingsbewijs over betreffende een overboeking van € 35.000,- naar de rekening van Robo Management d.d. 13 december 2017 met als omschrijving “ovb Mayr Melnhof” (productie 14). Dit bedrag komt volgens hen niet aan Robo Management c.s. toe. Robo Management c.s. betwisten dit. Zij stellen dat de betalingsopdracht door Robo Paper zelf is gegeven en dat het bedrag hen toekwam. Zij verwijzen in dat kader naar productie 4 behorend bij de bodemprocedure, waaronder zich een lijst bevindt met een overzicht van de omstreeks het sluiten van de koopovereenkomst nog lopende projecten, die hen toekwamen. Op deze lijst staat ook Mayer Melnhof onder vermelding “order ontvangen € 40.000,-” en dit bedrag is volgens Robo Management c.s. in twee termijnen voldaan. Eerst de thans aan de orde zijnde € 35.000,- en daarna nog een bedrag van € 5000,-. Robo Management c.s. verwijzen in dit verband eveneens naar productie 24 bij dagvaarding in de bodemprocedure, waarin wordt verwezen naar het bedrag van € 5.000,- en wordt opgemerkt dat ook dit bedrag is terug te voeren naar de “oude” projecten van [naam bestuurder] en als zodanig hen toekomt. Desgevraagd blijken dhr. en mw. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4] ter zitting van mening te verschillen over de vraag of dit bedrag (een terechte overboeking betreft die) Robo Management c.s. toekwam in verband met de afwikkeling van een oud project dat nog liep.

6.2.4.

Gelet op de gemotiveerde betwisting van Robo Management c.s. en de onduidelijkheid aan de zijde van Robo Paper c.s. zal het beroep op verrekening (onder verwijzing naar art. 6:136 BW) worden verworpen.

6.3.

Het bestaan van de vordering ten bedrage van € 21.833,36 van Robo Management c.s. op Robo Paper c.s. is, gelet op het voorgaande, voldoende aannemelijk.

6.4.

Gelet voorts op de onweersproken stelling van [naam bestuurder] dat hij sinds juni 2019 (nagenoeg) geen inkomsten heeft, is eveneens voldoende aannemelijk dat sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Dat sprake zou zijn van een restitutierisico is gemotiveerd weersproken. De vorderingen van Robo Management c.s. zullen gelet op het voorgaande als hierna volgt worden toegewezen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

6.5.

De voorzieningenrechter volgt Robo Paper c.s. niet in hun stelling dat geen sprake is van hoofdelijke verbondenheid. Robo Management c.s. hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat art. 7:407 lid 1 BW in dit geval aan de orde is. De opdracht is in dit geval immers niet alleen verstrekt door Robo Paper en Robo Food maar eveneens door Juro Beheer, die als bestuurder en mede contractspartij de managementovereenkomst (ook) mede heeft ondertekend. De omstandigheid dat hieromtrent niets (uitdrukkelijks) is opgenomen in de managementovereenkomst doet er niet aan af dat deze verbondenheid kan voortvloeien uit de wet.

6.6.

Robo Paper c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Robo Management c.s. worden begroot op:

- salaris advocaat € 490,00 (factor 0,5 × tarief € 980,00)

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

wijst de vorderingen af,

7.2.

veroordeelt Robo Paper c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Robo Management c.s. tot op heden begroot op € 1.619,00,

7.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.4.

veroordeelt Robo Paper, Robo Food en Juro Beheer hoofdelijk om aan Robo Management c.s. te betalen een bedrag van € 22.826,69, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW over € 21.833,36, met ingang van de data van het verzuim tot de dag der algehele voldoening,

7.5.

veroordeelt Robo Paper c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Robo Management c.s. tot op heden begroot op € 490,00,

7.6.

verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: CB