Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:7492

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-08-2019
Datum publicatie
20-08-2019
Zaaknummer
7168635 BR VERZ 18-237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Loon vereffenaar. 4:206 lid 3 BW. Een eenvoudige nalatenschap bestaande uit een niet actieve eenmanszaak, een woning en 13 crediteuren rechtvaardigt niet 268,6 uur (waarvan 176,3 daadwerkelijk gedeclareerd) aan werkzaamheden. De vereffenaar is een professional met met veel know how als faillissementscurator en met een groot kantoor. Niet valt in te zien op grond waarvan het dossier- c.q. kantooroverleg met diverse kantoormedewerkers en het inschakelen van een fiscalist omgeslagen zou moeten worden over de nalatenschapsboedel en daarmee ten nadele van de crediteuren komt. Het salaris is daarom door de kantonrechter begroot en het meerdere verzochte is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0218
JERF 2019/288
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer 7168635 BR VERZ 18-237

Beschikking van 12 augustus 2019

op een verzoek van

[verzoeker] ,

kantoor houdend te [vestigingsplaats] , [adres] ,

verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [erflater] .

1 Verloop van de procedure

1.1.

Op 24 augustus en 5 december 2018 zijn twee brieven met bijlagen van [naam] ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.2.

Op 28 maart 2019 is een verzoekschrift met bijlagen van verzoeker, die bij beschikking van deze rechtbank van 25 februari 2019 in de plaats van [naam] tot vereffenaar van opgemelde nalatenschap is benoemd, ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.3.

Naar aanleiding van de brieven van de griffier van 27 februari, 23 april en 13 mei 2019 heeft verzoeker op 6 juni 2019 bij brief met een bijlage gereageerd.

1.4.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

Bij verzoekschrift van 28 maart 2019 heeft verzoeker om vaststelling van het vereffenaarsloon verzocht. Gelet op onduidelijkheden in de urenspecificatie en in de door [naam] geredigeerde concept uitdelingslijst heeft de griffier [naam] dan wel verzoeker voornoemd bij de in 1.3. vermelde brieven verzocht om de navolgende vragen te beantwoorden:

- op grond waarvan staat het restantbedrag aan uitvaartkosten niet meer in de lijst van de preferente crediteuren?

- heeft PVF bij de verkoop van het tot de nalatenschap behorende onroerende zaak een boedelbijdrage geleverd?

- wat is de uitkomst van het erfgenamenonderzoek en welke keuze hebben de erfgenamen uitgebracht?

- wie heeft de notaris- en begrafeniskosten betaald?

Bij voormelde brieven is tevens verzocht om de volgende bescheiden aan te leveren: - een gespecificeerde salarisberekening waaruit per medewerker apart de uren en de aard van de werkzaamheden blijken en de splitsing van de uren die niet of die voor 50 % in rekening zijn gebracht

- een opgave van de (overige) vereffeningskosten

- een opgave van de per februari 2019 voorhanden zijnde activa en passiva.

2.2.

[naam] voornoemd dan wel verzoeker heeft bij brief van 27 maart 2019 respectievelijk 6 juni 2019 de vragen beantwoord en, met uitzondering van de verzochte gespecificeerde salarisberekening (eerste gedachtenstreepje), de verzochte bescheiden aangeleverd.

2.3.

Gelet op de mededeling van verzoeker dat het voor hem technisch niet meer mogelijk is om een overzicht te verstrekken van de uren die door hem c.q. zijn kantoor per medewerker in mindering zijn gebracht zal de kantonrechter aan de hand van de voorhanden zijnde bescheiden en met inachtneming van de aard en omvang van deze nalatenschap het salaris vaststellen. De kantonrechter stelt daarbij voorop dat de onderwerpelijke nalatenschap geen uitzonderlijk bewerkelijke betrof. De erflater had immers een niet actieve eenmanszaak en zijn activa bestonden uit een met een spaarhypotheek bezwaarde onroerende zaak en een motorfiets die geen waarde vertegenwoordigde. De onroerende zaak is inclusief de zich daarin bevindende inboedel verkocht. Verder waren er vijf boedelcrediteuren, twee preferente en zes concurrente crediteuren. De vereffeningswerkzaamheden hadden hoofdzakelijk betrekking op het inventariseren van de crediteuren, de verkooponderhandelingen met de hypotheekhouder van de tot de nalatenschap behorende onroerende zaak, het uitschrijven van de motorfiets bij de RDW en het erfgenamenonderzoek.

2.3.1.

[naam] , verzoeker en de door hen ingeschakelde kantoormedewerkers hebben 268,60 uren aan de vereffening van deze nalatenschap gewerkt. Van deze 268,60 uren brengen zij 92,3 uren niet in rekening en 12,6 uren voor 50% in rekening aan een boedelfactor van 1 in plaats van 1,2, aldus [naam] en verzoeker. Na aftrek van de niet in rekening gebrachte uren resteren 176,3 uren waarvan 163,7 uren voor het volledige en 12,6 uren voor 50% van het toepasselijke Recofa tarief zijn gedeclareerd.

2.3.2.

Gelet op de kennis en ervaring van met name verzoeker die als faillissementscurator veel grote faillissementen heeft afgewikkeld, de omvang van diens kantoor en de aldaar aanwezige know how ontgaat de kantonrechter de noodzaak om een fiscalist in te schakelen. Zoals eerder is overwogen had de erflater een niet actieve eenmanszaak en fiscale werkzaamheden behoren tot die van een professionele vereffenaar. De als boedel- c.q. vereffeningskosten opgevoerde werkzaamheden van de fiscalist van

€ 318,84 zullen daarom door verzoeker ondergebracht dienen te worden bij de concurrente crediteuren.

2.3.3.

Wat het aantal bestede uren betreft blijkt uit de urenspecificatie dat het dossier- c.q. kantooroverleg door [naam] met diverse medewerkers en de daarmee gepaard gaande tijd bij nagenoeg iedere medewerker én bij [naam] in de urenspecificatie zijn opgenomen (zie bijvoorbeeld de gedeclareerde uren op 14 augustus 2018) en daardoor meerdere keren in rekening zijn gebracht. Niet valt niet in te zien op grond waarvan het dossier- c.q. kantooroverleg van een professionele vereffenaar omgeslagen moet worden over de nalatenschapsboedel, ten laste daarvan dient te worden gebracht en daarmee ten nadele van de crediteuren komt. De kantonrechter zal voormelde gedeclareerde uren daarom niet honoreren.

2.4.

Bij gebrek aan de verzochte nadere specificatie en met inachtneming van het in r.o. 2.3 t/m 2.3.3. overwogene acht de kantonrechter een salaris, inclusief de afwikkelingswerk-zaamheden, van in totaal € 20.661,17 exclusief btw (zijnde € 25.000,00 inclusief btw) redelijk en zal dat in het dictum vaststellen. Het voorgaande betekent dat de activa zoals bekend per 27 maart 2019 van € 61.896,53 verminderd dienen te worden met de vereffeningskosten van € 6.423,03 (opgeven was € 6.741,87 doch daar dienen de kosten van de fiscalist van € 318,84 op in mindering te worden gebracht) en met het vereffenaarsloon. Het alsdan batige saldo kan dan nagenoeg geheel aan de preferente crediteuren worden voldaan en het restant aan de concurrente crediteuren.

2.5.

De kantonrechter wijst verzoeker op de mogelijkheid om tegen deze beschikking in beroep te gaan. Daargelaten of verzoeker dat voornemens is geeft de kantonrechter verzoeker de aanwijzing om, met inachtneming van het vorenoverwogene, binnen drie maanden na heden een herziene concept uitdelingslijst aan te leveren.

3 De uitspraak

De kantonrechter

3.1.

stelt het loon van verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] , overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum] , en dat van zijn medewerkers vanaf 18 mei 2018 t/m de algehele afwikkeling vast op in totaal € 20.661,17, exclusief btw,

3.2.

geeft verzoeker de aanwijzing als vermeld in r.o. 2.5.,

3.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr. P. Hoekstra, en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

YT