Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:6873

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-07-2019
Datum publicatie
06-09-2019
Zaaknummer
C/03/265753 / KG ZA 19-279
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verplichting tot decertificering van aandelen? Binnen het bestek van het kort geding is uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht niet objectief en eenduidig vast te stellen wat het doel van de certificering is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2019/301
RN 2019/98
JONDR 2019/1219
ERF-Updates.nl 2020-0016
JIN 2020/23 met annotatie van Wolf, R.A.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/265753 / KG ZA 19-279

Vonnis in kort geding van 24 juli 2019

in de zaak van

[eiseres] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. J.L.E. Marchal;

tegen:

1. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR BOVA,

gevestigd te Maastricht,

2 [gedaagde sub 2] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

3 [gedaagde sub 3] ,

wonend te [woonplaats 3] ,

4 [gedaagde sub 4] ,

wonend te [woonplaats 3] ,

gedaagden,

advocaat mr. R.F.H. Mertens.

Eiseres zal hierna [eiseres] genoemd worden.
Gedaagden zullen gezamenlijk Stichting Administratiekantoor BoVa c.s. genoemd worden, en zullen afzonderlijk de stak, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de producties 1 tot en met 21 van Stichting Administratiekantoor BoVa c.s.

  • -

    de mondelinge behandeling op 11 juli 2019

  • -

    de pleitnota van [eiseres]

  • -

    de pleitnota van Stichting Administratiekantoor BoVa c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam echtgenoot] , echtgenoot van [eiseres] , hield sinds 28 januari 1986 alle aandelen in [naam bv 1] Op 17 november 2012 heeft hij alle aandelen in die holding ter certificering geleverd aan de stak. [naam bv 1] (hierna: [naam bv 1] ) houdt alle aandelen in respectievelijk [naam bv 2] , [naam bv 3] en [naam bv 4] [naam echtgenoot] is overleden op
[overlijdensdatum] .

2.2.

Ten tijde van het overlijden van haar echtgenoot was [eiseres] , gelet op het tussen hen geldende huwelijksgoederenregime, houdster van 50% van de certificaten in de holding. In de uiterste wilsbeschikking van [naam echtgenoot] zijn de 50% van de certificaten die door [naam echtgenoot] werd gehouden toegedeeld aan [eiseres] .

2.3.

[eiseres] is derhalve thans houdster van alle certificaten in de stak. In de statuten van de stak, zoals die sedert 26 maart 2016 luiden, is in artikel 18 – zakelijk weergegeven – als overgangsbepaling bepaald dat zodra [naam echtgenoot] als bestuurder van de stichting
defungeert, [eiseres] bestuurslid van de stichting wordt, indien zij dan nog in leven is en bereid is in het bestuur van de stichting zitting te nemen, en het bestuur daarnaast nog wordt gevormd door de [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] .

2.4.

Artikel 3 van de statuten van de stak luidt als volgt:

“(…)DOEL

Artikel 3

1. De stichting heeft ten doel:

a. het tegen uitgifte van certificaten op naam verwerven van aandelen in de vennootschap;

b. het houden van aandelen in de vennootschap;

c. het uitoefenen van alle aan de aandelen verbonden rechten, zoals het ontvangen van uitkeringen en het uitoefenen van stemrecht;

d. het optreden als bewindvoerder;

e. het verrichten van handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

2. De stichting is niet bevoegd:
a. de aandelen te vervreemden of een daartoe strekkende rechtshandeling aan te gaan, anders dan bij wijze van decertificering;
b. op de aandelen een recht van pand of vruchtgebruik te vestigen of de aandelen anderszins te bezwaren.(…)”

2.5.

Artikel 8 lid 2 van die statuten luidt als volgt:

“2. Bestuursbesluiten strekkend tot het verlenen van medewerking aan decertificering van één of meer aandelen of tot wijziging van de voorwaarden als bedoeld in artikel 5 lid 5, moeten eveneens worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.”

2.6.

Artikel 9 van de Administratievoorwaarden van de stak luidt als volgt:

“(…)DECERTIFICERING

Artikel 9

1. Slechts het bestuur van de stichting kan tot gehele of gedeeltelijke decertificering van de aandelen besluiten.
Certificaathouders kunnen geen decertificering van de aandelen verlangen, tenzij:
- alle certificaten van aandelen worden gehouden door één persoon, of
- de stichting wordt ontbonden.

2. Na het einde van de administratie gaan de verbintenissen voortvloeiende uit de certificering voor de certificaathouders teniet en worden de met de certificaten corresponderende aandelen overgedragen.(…)”

2.7.

In het najaar van 2011 is door [gedaagde sub 2] een zogenaamde Interne Nota opgesteld. Deze nota luidt – voor zover van belang – als volgt.

“INTERNE NOTA

- Besprekingen met [naam echtgenoot] en [eiseres]

- Betreft: strategisch thema “het verminderen van de kwetsbaarheid”

- Nota samengesteld door [gedaagde sub 2]

Context

In het beleidsplan van de [naam groep bv's] is als strategisch thema “het verminderen van de kwetsbaarheid” opgenomen. Ik citeer: “De huidige [naam groep bv's] leunt te zwaar op de [naam echtgenoot] alleen, hetgeen het bedrijf kwetsbaarheid maakt.(…)

Rondom dit strategisch thema zijn in het jaarplan 2011 een drietal acties geformuleerd, ik citeer wederom:

- Oprichting stichting administratiekantoor
Een eerste stap van het verminderen van de kwetsbaarheid wordt gezet in 2011 middels de oprichting van een stichting administratiekantoor.

(…)

Tijdens het 1e gesprek wordt helder dat ook [eiseres] ernstige zorgen heeft voor het geval [naam echtgenoot] onverhoopt mocht komen te overlijden, immers:

- Er is niet helder welke consequenties dit heeft voor de [naam groep bv's]

De gesprekken hebben vooral een verkennend karakter gehad met betrekking tot de consequenties van een onverhoopt overlijden van [naam echtgenoot] voor de [naam groep bv's] .

(…)

De voorlopige bevindingen uit de gesprekken zijn als volgt:

- met het oog op de belangen binnen de familie [familienaam] , de medewerkers en de klanten staat continuïteit van de [naam groep bv's] staat voorop tijdens het komende proces

- deze continuïteit kan in het geding komen doordat bij een onverhoopt overlijden van [naam echtgenoot] de aandelen van [naam bv 1] in handen komen van meerdere erfgenamen. Dit is niet alleen het geval indien één of meerdere erfgenamen hun aandelenbelang willen verzilveren, maar ook als mocht blijken dat nieuwe aandeelhouders directiefuncties wensen te gaan vervullen

- momenteel is niet helder wat de exacte consequenties zijn van een overlijden van [naam echtgenoot] voor de aandelenverhoudingen in [naam bv 1] . In het vervolgtraject dient dit met de notaris besproken te worden

- voornoemde situaties kunnen worden voorkomen door de oprichting van een Stichting Administratiekantoor. Deze heeft als doel om aandelenbezit en zeggenschap over de onderneming te scheiden.

- Wens van [naam echtgenoot] en [eiseres] is:

dat in geval van overlijden van [naam echtgenoot] de aandelen van [naam bv 1] in handen komen van [eiseres] ; gecheckt moet worden of dit kan rekening houdend met wettelijke bepalingen ten aanzien van legitieme porties

dat uiteindelijk de aandelen van [naam bv 1] in handen komen van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Gedacht wordt aan een verhouding van 60% ( [naam 1] ), 20% ( [naam 2] ) en 20% ( [naam 3] )(…)”

2.8.

Bij besluit van 19 januari 2017 zijn [eiseres] en [gedaagde sub 3] door het bestuur van de stak benoemd tot bestuurders van [naam bv 1] . Zij vormen een interim-bestuur in
afwachting van een definitieve bestuursvoorziening voor [naam bv 1] .

2.9.

[eiseres] heeft de overige bestuurders van de stak bij aangetekend schrijven van 1 april 2019 opgeroepen voor een bestuursvergadering op 10 april 2019, die later op verzoek van de raadsman van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] is verplaatst naar 19 april 2019. Het agendapunt van de vergadering was het verlangen van [eiseres] tot decertificering van de aandelen in [naam bv 1] . [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hebben ter vergadering tegen het verlangen van [eiseres] tot decertificering gestemd, zodat het voorstel is verworpen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] stelt dat decertificering van de aandelen enkel is geschied om te voorkomen dat de vennootschap verlamd zou raken indien de aandelen van de vennootschap na het overlijden van haar echtgenoot in handen van meerdere erfgenamen zouden komen. Er zijn, anders dan in het geval berecht door Gerechtshof Amsterdam van 24 juli 2018 ECLI:NL:GHAMS:2018: 2640), geen anderen met wier belangen rekening dient te worden gehouden bij de verlangde decertificering, omdat zij alle certificaten houdt. De vrees voor het verlamd raken van de vennootschap doet zich daarom volgens [eiseres] niet voor.

3.2.

[eiseres] is van mening dat het bestuur van de stak zich primair dient te richten naar haar belangen als enig certificaathouder. Zij stelt dat haar verlangen tot decertificering een dwingend karakter heeft en dat dat dus had moeten worden gevolgd door het bestuur van de stak.

3.3.

Met het woord “kan” in artikel 9 lid 1 van de administratievoorwaarden wordt volgens [eiseres] enkel bedoeld aan te geven dat slechts het bestuur van de stak de bevoegdheid heeft aandelen te decertificeren, doch niet dat indien decertificering wordt verlangd, de stak nog de bevoegdheid heeft om tegen decertificering te beslissen.

3.4.

Het woord “verlangen” in artikel 9 lid 1 van de administratievoorwaarden duidt volgens [eiseres] , gelet op het feit dat zij enig certificaathouder is en de stak zich primair dient te richten naar het belang van de certificaathouders, op de verplichting van de stak om het verlangen van haar als enig certificaathouder te volgen. Dat het woord “verlangen” op een verplichting duidt, volgt volgens [eiseres] ook uit het feit dat hetzelfde woord wordt gebruikt in een opsomming van een tweetal gevallen waarin decertificering kan worden “verlangd”. In beide gevallen moet aan het woord “verlangen” dezelfde betekenis worden toegekend. Omdat in het geval van de ontbinding van de stichting duidelijk is dat het om een verplichting gaat, moet het woord “verlangen” ook worden uitgelegd als een verplichting als het gaat om de situatie waarin alle certificaten worden gehouden door één persoon.

3.5.

Op grond van het vorenstaande vordert [eiseres] dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de stak veroordeelt om binnen twee weken na betekening van het vonnis alle aandelen in [naam bv 1] over te dragen aan [eiseres] , onder gelijktijdige intrekking door de stichting van alle certificaten;

II. [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] veroordeelt om aan de voormelde aandelenoverdracht binnen twee weken na betekening van het vonnis hun medewerking te verlenen, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag, te verbeuren door elke gedaagde die in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

III. bepaalt dat, voor zover één of meer gedaagden in gebreke mocht(en) blijven aan de onder I en II vermelde veroordelingen te voldoen, dit vonnis in de plaats zal treden van de voor de levering van de aandelen vereiste en in wettige vorm opgemaakte akte, dan wel een deel daarvan;

IV. de stak, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] veroordeelt in de kosten.

3.6.

De stak, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] voeren verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Stichting Administratiekantoor BoVa c.s. hebben het door [eiseres] gemotiveerd gestelde spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen niet betwist zodat de voorzieningenrechter daarvan uit zal gaan.

Verplichting tot decertificering?

4.2.

Kern van het geschil is of het stichtingsbestuur verplicht is gehoor te geven aan het verlangen van [eiseres] tot decertificering van de aandelen in [naam bv 1] , of dat het stichtingsbestuur een discretionaire bevoegdheid daartoe heeft.

4.3.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat ook indien het eerste geval zoals omschreven in de opsomming van artikel 9 lid 1 van de administratievoorwaarden een verplichting zou inhouden om gevolg te geven aan het verlangen tot decertificering, zoals [eiseres] betoogt, dit niet betekent dat het stichtingsbestuur geen enkele beoordelingsvrijheid toekomt. De stichting heeft een eigen belang, waarnaar het bestuur zich dient te richten (zie ook: de noot van mr. R.A. Wolf in JOR 2018/270, onder een arrest van het
Gerechtshof Amsterdam van 24 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2640, en het artikel van mr. S.B. Garcia Nelen in JBN 2019/14, pagina’s 12 tot en met 14). Dat belang wordt in de allereerste plaats gegeven door de doelomschrijving in de statuten van de stichting.

4.4.

In de doelomschrijving van de stak is geen specifiek doel opgenomen, doch eerder wat haar taken zijn en waaruit haar werkzaamheden bestaan, zonder dat concreet wordt omschreven ter bereiking van welk (achterliggend) doel die taakuitoefening en werkzaamheden zullen moeten strekken.

4.5.

De doelstelling van certificering kan ook blijken uit andere feiten en omstandigheden. Indien objectief is vast te stellen dat de stak is opgericht met oog op de belangen van andere betrokkenen dan de certificaathouder, mag het bestuur van de stak niet zonder meer toegeven aan een verlangen van de certificaathouder tot decertificering, indien dat betekent dat de belangen van andere betrokkenen worden geschaad.

4.6.

Partijen twisten over het doel van de certificering. Artikel 3 van de statuten biedt geen duidelijkheid.

4.7.

Partijen zijn het er wel over eens dat het doel van certificering was de continuïteit van de onderneming te garanderen. Echter, over wat die continuïteit bedreigt, en waartegen de certificering derhalve beoogt te beschermen, zijn partijen het niet eens.

4.8.

[eiseres] stelt dat het doel van de certificering was om te verhinderen dat de onderneming verlamd zou raken, indien aandelen van de holding in handen van meerdere erfgenamen zouden komen. Dat gevaar heeft zich niet gerealiseerd, omdat alle certificaten zich in haar handen bevinden. Het gaat het bij de decertificering daarom alleen om haar belangen als certificaathouder.

4.9.

Stichting Administratiekantoor BoVa c.s. stellen zich op het standpunt dat niet alleen met de belangen van [eiseres] als enig certificaathouder rekening moet worden gehouden, doch ook met de belangen van de onderneming. Volgens hen komt de continuïteit van de onderneming in gevaar, indien [eiseres] , na decertificering, de leiding binnen de holding kan overnemen. Het is juist ter bescherming tegen dat gevaar dat de certificering van de aandelen heeft plaatsgevonden.

4.10.

Beide partijen verwijzen ter ondersteuning van hun standpunten ten aanzien van het doel van de certificering naar de interne nota van [gedaagde sub 2] , waaruit hierboven is geciteerd.

4.11.

[eiseres] beroept zich meer in bijzonder op de volgende passages daaruit: “doordat bij een onverhoopt overlijden van [naam echtgenoot] de aandelen van [naam bv 1] in handen komen van meerdere erfgenamen.”, en “wens van [naam echtgenoot] en [eiseres] is: dat in geval van overlijden van [naam echtgenoot] de aandelen van [naam bv 1] in handen komen van [eiseres]” Uit deze interne nota volgt volgens [eiseres] onmiskenbaar dat niet juist is wat [gedaagde sub 4] ter vergadering van 19 april 2019 heeft gesteld, namelijk dat: “Wijlen [naam echtgenoot] heeft willen voorkomen dat na zijn overlijden de leiding van zijn bedrijf in handen van zijn weduwe en/of zijn dochter [naam 1] terecht zou komen.

4.12.

Stichting Administratiekantoor BoVa c.s. beroepen zich ook op de inhoud van de interne nota, waarin volgens hen in bedekte termen de belangrijkste reden voor de grote zorgen die [naam echtgenoot] zich maakte is opgenomen. Hij wilde [eiseres] en zijn dochter verzorgd achter laten, maar hij achtte zijn echtgenote niet in staat om de onderneming te leiden en hij wilde absoluut voorkomen dat zijn dochter ( [naam 1] ) zich met de leiding van de onderneming zou bemoeien.

4.13.

Voorts doen partijen ter ondersteuning van hun standpunten een beroep op uitlatingen die [naam echtgenoot] tegenover hen zou hebben gedaan. Gebleken is dat deze uitlatingen wat betreft het doel van de certificering niet met elkaar stroken.

4.14.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat binnen het bestek van dit kort geding uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht niet objectief en eenduidig is vast te stellen wat het doel van de stak is. De interne nota is daartoe ontoereikend, zeker in het licht van de stellingen die partijen hebben ingenomen over de uitlatingen die [naam echtgenoot] ten over staan van ieder van hen gedaan zou hebben. Daartoe is nadere bewijslevering noodzakelijk, waartoe in een kort geding geen ruimte bestaat.

4.15.

Dat leidt tot de conclusie dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen.

Proceskosten

4.16.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stichting administratiekantoor BoVa c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 639,00;

- salaris advocaat € 980,00;

Totaal € 1.619,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van
Stichting administratiekantoor BoVa c.s. tot op heden begroot op € 1.619,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT