Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:6397

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-07-2019
Datum publicatie
12-07-2019
Zaaknummer
7685564/AZ/19-66 11072019
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onregelmatige opzegging van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding. Gefixeerde schadevergoeding wordt toegewezen. Geen reden tot matiging. Billijke vergoeding wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2019/189
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 7685564 \ AZ VERZ 19-66

Beschikking van de kantonrechter van 11 juli 2019

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonend [adres verzoeker] ,

[woonplaats verzoeker] ,

werknemer

gemachtigde mr. J.M.C. de Ree,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POLYCEL HELDEN-PANNINGEN B.V.,

gevestigd te Panningen,

werkgever

vertegenwoordigd door P.C. van den Heuvel,

verwerende partij in het verzoek.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en Polycel worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het navolgende:

  • -

    het op 12 april 2019 ingekomen verzoekschrift

  • -

    het op 6 juni 2019 ingediende verweerschrift

  • -

    de mondelinge behandeling van het verzoek op 27 juni 2019

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is op 4 februari 2019 bij Polycel in dienst getreden in de functie van bedrijfsleider/vertegenwoordiger op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden tegen een salaris van € 2.500,00 bruto per maand. In de arbeidsovereenkomst is geen proeftijd- en/of tussentijds opzegbeding opgenomen.

2.2.

Polycel heeft de arbeidsovereenkomst op 13 februari 2019 mondeling beëindigd.

[verzoeker] heeft met die beëindiging niet ingestemd.

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker] verzoek de kantonrechter – kort samengevat –:

I. aan hem, ten laste van Polycel, toe te kennen de gefixeerde schadevergoeding van € 15.000,00 bruto wegens onregelmatige opzegging, te vermeerderen met de wettelijke rente,

II. aan hem, ten laste van Polycel, toe te kennen een billijke vergoeding van

€ 2.500,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente,

III. Polycel te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Polycel voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal – voor zover van belang – hierna nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Polycel is niet ter zitting van 27 juni 2019 verschenen en heeft zich evenmin door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Polycel heeft aldus haar verweer niet nader toegelicht. Uit het niet verschijnen van Polycel ter zitting kan de kantonrechter de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

4.2.

[verzoeker] grondt zijn verzoek op het feit dat het Polycel niet was toegestaan om de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds op te zeggen. Polycel voert daartegen in haar conclusie van antwoord aan – samengevat – dat er hooggespannen verwachtingen waren ten aanzien van [verzoeker] en dat al snel bleek dat hij die niet kon waarmaken. [verzoeker] was aangetrokken om op korte termijn verbetering te brengen in de financiële positie van Polycel. [verzoeker] heeft de verwachtingen die er bij Polycel waren niet waar kunnen maken en Polycel heeft om financiële redenen direct een einde gemaakt aan het dienstverband. De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt.

4.3.

Als niet weersproken staat tussen partijen vast dat de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst geen proeftijd- en/of tussentijds opzegbeding bevat. Daaruit volgt dat Polycel het dienstverband met [verzoeker] niet per direct kon beëindigen en dat er naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7:677 lid 4 BW. Nu Polycel de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] onregelmatig heeft opgezegd, maakt dit haar schadeplichtig. Polycel is dan ook op grond van voormeld artikel een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd. Tussen partijen is niet in debat dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van 6 maanden. Polycel is in beginsel dan ook gehouden aan [verzoeker] zes bruto maandsalarissen uit te keren.

4.4.

Artikel 7:677 lid 4 BW geeft de kantonrechter de bevoegdheid de hiervoor bedoelde vergoeding matigen, indien hem dit met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt. Op dat punt wordt als volgt overwogen.

4.5.

Polycel voert bij antwoord aan dat het bedrijf er slecht voor staat en dat de jaarcijfers 2018 laten zien dat er geen ruimte is om aan [verzoeker] een ontslagvergoeding in welke vorm dan ook te betalen. De kantonrechter leest in dit verweer een beroep op matiging zoals hiervoor omschreven. Polycel heeft dit verzoek onderbouwd met de accountantsrapportages over de jaren 2017 en 2018. De kantonrechter stelt vast dat uit deze cijfers blijkt van een verliesgevende situatie in 2018 terwijl in 2017 een kleine winst werd gemaakt. Echter, op enkel deze stukken kan de kantonrechter niet vaststellen dat Polycel in het geheel niet aan enige betalingsverplichting kan voldoen. Door deze cijfers wordt immers slechts een deel van de financiële positie van het bedrijf duidelijk gemaakt. Er is echter niets bekend over zaken als mogelijke herfinanciering, zekerheden, (voorgenomen) wijziging van de bedrijfsstrategie etc. Dergelijke zaken kunnen van groot belang zijn voor de draagkracht van het bedrijf en de toekomstige winstgevendheid. Nu Polycel niet ter zitting is verschenen en haar financiële situatie niet nader heeft toegelicht blijven deze vragen onbeantwoord en daarmee het “habe nichts” verweer onvoldoende onderbouwd. Aan het verzoek tot matiging van de verschuldigde vergoeding als bedoeld in artikel 6:677 lid 4 BW zal de kantonrechter voorbijgaan.

4.6.

Ten aanzien van de door [verzoeker] gevorderde billijke vergoeding overweegt de kantonrechter het volgende.

4.7.

Polycel heeft [verzoeker] ontslagen zonder dat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst daartoe mogelijkheden bood. Het van de ene op de andere dag onregelmatig opzeggen van de arbeidsovereenkomst, zoals hier aan de orde is, valt Polycel ernstig aan te rekenen en leidt tot ernstige verwijtbaarheid aan die kant. Reeds om die reden is Polycel een billijke vergoeding verschuldigd. Met inachtneming van de beschikking van de Hoge Raad van 30 juni 2017, bekend als het New Hairstyle-arrest (ECLI:NL:HR:2017:1187), en de daaruit voortvloeiende gezichtspunten, houdt de kantonrechter bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding met de volgende omstandigheden rekening.

4.8.

De kantonrechter betrekt bij de beoordeling de omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst maar zeer kort heeft geduurd. Daarnaast was het een overeenkomst voor bepaalde tijd waarvan – gelet op de onvrede die al snel ontstond bij Polycel - niet te verwachten was dat die zou worden verlengd. Aan [verzoeker] wordt een gefixeerde schadevergoeding toegekend en ter zitting is gebleken dat hij al snel weer een andere baan heeft gevonden. Inkomensverlies heeft hij dus niet geleden. Met betrekking tot eventuele andere schade is niets gesteld en de kantonrechter is daar ook ambtshalve niets van gebleken.

Echter, de Hoge Raad heeft in voornoemd arrest er weliswaar op gewezen dat de billijke vergoeding geen punitief karakter heeft, maar de Hoge Raad heeft wel expliciet aangegeven dat de vergoeding ook mede tot doel heeft de werkgever te doen inzien dat zijn/haar handelen niet juist is geweest. Er mag wel een preventieve werking van uit gaan. In deze zaak ziet de kantonrechter aanleiding om op grond van dat aspect van de billijke vergoeding aan [verzoeker] een billijke vergoeding toe te kennen ter hoogte van € 2.500,00 bruto.

4.9.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de door [verzoeker] verzochte vergoedingen integraal aan hem zullen worden toegewezen.

4.10.

Polycel zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op een bedrag van € 681,00 (griffierecht € 81,00 en salaris gemachtigde € 600,00).

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

kent aan [verzoeker] , ten laste van Polycel, toe de gefixeerde schadevergoeding van

€ 15.000,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2019 tot aan de dag van de gehele betaling,

5.2.

kent aan [verzoeker] , ten laste van Polycel toe, een billijke vergoeding ter hoogte van

€ 2.500,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2019 tot aan de dag van de gehele betaling,

5.3.

veroordeelt Polycel in de kosten van deze procedure aan de kant van [verzoeker] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op € 681,00,

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst – voor zoveel nodig – het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: ph

coll: