Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:6257

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-07-2019
Datum publicatie
16-08-2019
Zaaknummer
7851470 CV 19-4386
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Concurrentie en relatiebeding. Belangenafweging. Werknemer is er door HR manager op gewezen dat de werkgever de werknemer zou houden aan het concurrentie- en relatiebeding. Desondanks heeft de werknemer, ivm positieverbetering bij een andere werkgever, de arbeidsovereenkomst opgezegd. De onderhavige casus is niet op één lijn te stellen met de gevallen waarop door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2018:676) en de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2018:14924) zijn beslist. Het voorlopig oordeel van de kantonrechter is dat de belangen van de werkgever om de werknemer aan het concurrentiebeding te houden opwegen tegen het belang van de werknemer om in dienst te kunnen treden bij een andere werkgever die nagenoeg in dezelfde branche werkzaam is (Uitzendburo)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0884
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 7851470 \ CV EXPL 19-4386

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 4 juli 2019

in de zaak van:

[eiser] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. N.G.N. Laumen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SD WORX STAFFING SOLUTIONS B.V.,

gevestigd te Heerlen,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M.M.J.F. Sijben.

Partijen zullen [eiser] en SDWorx genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van [eiser] met producties 1 t/m 6

- het faxbericht van 28 juni 2019 van SDWorx met producties 1 t/m 3

- het faxbericht van 28 juni 2019 van [eiser] met productie 7 en 8

- de mondelinge behandeling van 1 juli 2019 waarbij [eiser] , bijgestaan door mr. Laumen voormeld en SDWorx, vertegenwoordigd door B. Jeurissen, HR Officer bij SDWorx, bijgestaan door mr. Sijben voormeld zijn verschenen

- de pleitnota’s van de gemachtigden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

2 De feiten

2.1.

SDWorx is een onderneming in de uitzend-, uitleen- en arbeidsbemiddelingsbranche.

2.2.

[eiser] is op 1 september 2017 voor bepaalde tijd in de functie van intercedent in dienst getreden bij Flexpoint Diensten Groep B.V. (rechtsvoorganger van SDWorx). Per 1 april 2019 is de overeenkomst omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd en is de functie van [eiser] gewijzigd in senior intercedent. [eiser] diende deze functie uit te oefenen in of vanuit de regio Maastricht.

2.3.

In art. 13 van de arbeidsovereenkomst is onder het opschrift “Concurrentiebeding” opgenomen:

“Het is de werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever niet toegestaan, na het eindigen van de arbeidsovereenkomst in enige vorm werkzaam te zijn of rechtstreeks of indirect betrokken te zijn bij activiteiten die gelijk of gelijksoortig zijn aan de activiteiten van de werkgever of aan haar gelieerde ondernemingen. Dit verbod geldt voor een periode van 2 jaar na einde dienstverband binnen een straal van 50 km van de standplaats van de werknemer.”

2.4.

In art. 14 van de arbeidsovereenkomst is onder het opschrift “Relatiebeding” opgenomen:

“Onverminderd het bepaalde in artikel 11 (nevenactiviteiten) zal de werknemer gedurende dienstbetrekking, alsmede gedurende een periode van één jaar na eindigen van de dienstbetrekking, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever, geen activiteiten ondernemen bij/voor relaties van de werkgever, op welke wijze en in welke vorm dan ook, hetzij op eigen naam, hetzij door middel van en/of samenwerking met, die gelijk zijn aan of vergelijkbaar zijn met de activiteiten van de werkgever of met de werkgever gelieerde organisaties.”

2.5.

[eiser] heeft zijn dienstverband bij SDWorx op 20 mei 2019 mondeling en op 22 mei 2019 per e-mail tegen 1 juli 2019 opgezegd. Bij brief van 23 mei 2019 heeft SDWorx (onder meer) de opzegging geaccepteerd.

2.6.

Per 1 juli 2019 kan [eiser] bij Stadion Uitzenden B.V. in dienst treden als kantoormanager. Stadion Uitzenden houdt zich bezig met activiteiten die gelijk of gelijksoortig zijn aan die van SDWorx.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair

per 1 juli 2019 schorsing van het concurrentiebeding als vermeld in art. 13 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, althans gedeeltelijk te schorsen in die zin dat de straal van het beding wordt ingeperkt tot 15 kilometer vanaf de standplaats Maastricht, althans het beding gedeeltelijk te schorsen in die zin dat het beding wordt ingeperkt tot de duur van zes maanden dan wel door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn;

subsidiair

voor de periode dat SDWorx [eiser] aan zijn concurrentiebeding houdt te bepalen dat SDWorx gehouden is aan [eiser] een vergoeding te voldoen van € 2.833,81 bruto per maand te vermeerderen met vakantietoeslag en overige emolumenten teneinde in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien;

II. veroordeling van SDWorx in de proces- en nakosten.

3.2.

[eiser] heeft aangevoerd dat hij een passie heeft voor het uitzendvak maar het liefst voor een kleinere organisatie werkt. Dat is SDWorx niet (meer). [eiser] werd benaderd door zijn oude leidinggevende bij Flexpoint (die inmiddels bij Stadion Uitzenden werkt) en hij kon bij Stadion Uitzenden solliciteren naar de functie van kantoormanager. Zijn oude leidinggevende zou hem gaan begeleiden/opleiden en, gelet op de standplaats (Kerkrade), leverde dat [eiser] naast een positieverbetering bestaande uit - onder meer - een auto en telefoon van de zaak en meer salaris, een flinke besparing van zijn reistijd op. SDWorx was bereid om [eiser] te laten gaan, althans om de voorwaarden waaronder te bespreken.

3.2.1.

Omdat SDWorx alsnog niet met zijn indiensttreding bij Stadion Uitzenden instemt en hem houdt aan het concurrentie- en relatiebeding wordt hij onredelijk benadeeld, aldus [eiser] . Het onderwerpelijke, ruim geformuleerde concurrentiebeding is uitsluitend bedoeld om het bedrijfsdebiet (de opgebouwde knowhow en goodwill) van de werkgever te beschermen. Het bedrijfsdebiet van SDWorx wordt door zijn aanstelling bij Stadion Uitzenden echter niet geschonden want de knowhow heeft hij bij Tempo Team en niet bij SDWorx opgebouwd. Verder is [eiser] niet door SDWorx opgeleid en beschikt hij niet over bedrijfsgevoelige informatie van SDWorx die Stadion Uitzenden een oneerlijk concurrentievoordeel zal opleveren. [eiser] was tijdens de uitvoering van zijn functie (een jaar en tien maanden) bij SDWorx immers niet betrokken bij de prijsopbouw of prijsstellingen in welk vorm dan ook. Hij heeft geen commerciële functie bekleed en geen offertes geschreven of over prijzen onderhandeld. Kortom, hij levert geen concurrentiegevaar voor SDWorx. Hij is branchegebonden en kan door het concurrentiebeding niet binnen een acceptabele reisafstand van zijn woonplaats aan de slag. Indien het beding niet wordt geschorst of gedeeltelijk wordt ingeperkt tot een straal van 15 kilometer vanaf de standplaats en/of tot een duur van zes maanden is hij per 1 juli 2019 verstoken van inkomsten. Hij is kostwinner, heeft de zorg over een klein kind en komt niet in aanmerking voor een WW-uitkering. Door deze omstandigheden wegen zijn belangen zwaarder dan die van SDWorx.

3.3.

SD voert gemotiveerd verweer, waarop, voor zover van belang, hierna nader wordt ingaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening is door SDWorx onweersproken gelaten en volgt bovendien uit de aard van de vorderingen afgezet tegen de ingangsdatum van de door [eiser] beoogde arbeidsovereenkomst bij Stadion Uitzenden per 1 juli 2019.

4.2.

Een vordering in kort geding is alleen toewijsbaar als voldoende aannemelijk is dat die toewijzing in overeenstemming zal zijn met een oordeel in een bodemprocedure. De voorzieningenrechter dient daarom te beoordelen of de vorderingen van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop de toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is. Daarbij dient te worden uitgegaan van de gestelde en ter zitting gebleken feiten waarbij toetsing maar beperkt mogelijk is, aangezien een kort geding procedure zich naar haar aard niet goed leent voor nadere bewijslevering.

4.3.

Uit de stellingen van SDWorx volgt dat, voordat [eiser] zijn dienstverband opzegde, er op 20 mei 2019 een gesprek tussen SDWorx en [eiser] heeft plaatsgevonden waarbij SDWorx aan [eiser] meedeelde dat zij hem zou houden aan het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding. [eiser] heeft dat ter zitting erkend. Ondanks die mededeling heeft [eiser] tijdens dat gesprek zijn dienstverband mondeling en daarna bij e-mail van 22 mei 2019 schriftelijk en zonder voorbehoud opgezegd. Bij brief van 23 mei 2019 heeft SDWorx de ontvangst van de opzegging bevestigd en geaccepteerd en [eiser] wederom op zijn gebondenheid aan het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding gewezen.

4.4.

Uitgangspunt is dat een werknemer vrije keuze van arbeid heeft, maar dat daarop onder voorwaarden beperkingen mogelijk zijn. Een van die beperkingen is een (geldig) concurrentiebeding waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn (art. 7:653 BW). Een concurrentiebeding heeft de strekking oneerlijke concurrentie te voorkomen. De rechter kan het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Met betrekking tot het belang van de werkgever geldt als uitgangspunt dat het concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen. Het concurrentiebeding biedt geen bescherming tegen het vertrek van een opgeleide en ervaren werknemer en tegen indiensttreding van die werknemer bij een concurrent van de oude werkgever, maar alleen tegen de aantasting van het bedrijfsdebiet door zo’n overstap.

4.4.1.

In de eerste plaats overweegt de kantonrechter dat de onderhavige casus - anders dan [eiser] heeft betoogd - niet op één lijn te stellen is met de gevallen die door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2018:676) en de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2018:14924) zijn beslist. In de eerst genoemde zaak legde het nodige gewicht in de schaal dat sprake was van een “zeer grote positieverbetering” van de werknemer - terwijl de werknemer bij zijn oude werkgever juist op een dood spoor zat - en in de andere zaak was doorslaggevend dat handhaving van het concurrentiebeding niet diende ter bescherming van het bedrijfsdebiet van de werkgever. Beide omstandigheden zijn in de onderhavige zaak niet - althans niet in deze mate - aan de orde. Er is weliswaar, als onweersproken gesteld, aannemelijk geworden dat [eiser] bij Stadion Uitzenden BV een positieverbetering tegemoet zou kunnen zien, maar ook weer niet zo significant als dat in de genoemde zaak aan de orde was. Bovendien zat de carrière van [eiser] bij SDWorx niet in het slop en bood SDWorx [eiser] juist de nodige kansen op positieverbetering, zoals door SDWorx onbestreden is gesteld. SDWorx was over [eiser] immers uitermate tevreden, maar [eiser] heeft, om hem moverende redenen, niet op die betreffende functies bij SDWorx - waaronder ook een soortgelijk aan de door hem bij Stadion Uitzenden aanvaarde functie - gesolliciteerd. Niet is voorts aannemelijk geworden dat bescherming van het bedrijfsdebiet van SDWorx hier niet in het geding zou zijn. De stelling van [eiser] dat hem door SDWorx zou zijn medegedeeld dat het SDWorx bij handhaving van het concurrentiebeding uitsluitend te doen zou zijn om precedentwerking te voorkomen (maar niet om hem), is, gelet op de betwisting door SDWorx, niet aannemelijk geworden. De lezingen van partijen staan over wat er (mondeling) is gecommuniceerd lijnrecht tegenover elkaar en in dit geding, waar voor bewijslevering geen plaats is, kan de kantonrechter niet uitzoeken welke lezing de juiste is. Op basis van de stukken en van wat wel aannemelijk is geworden heeft SDWorx - zo oordeelt de kantonrechter - een duidelijk belang bij handhaving van het concurrentiebeding, reeds ook omdat [eiser] oude functie als intercedent raakvlakken heeft met commerciële taken, zoals ook volgt uit de overgelegde functieomschrijving en de door SDWorx daarop gegeven toelichting, en datzelfde geldt voor de functie van kantoormanager bij Stadion Uitzenden. Beide ondernemingen zijn actief in de uitzend-, uitleen- en arbeidsbemiddelingsbranche en vissen bovendien - zo bevestigen partijen - deels in dezelfde vijver. Dat SDWorx [eiser] aan het concurrentiebeding wil houden, kan de kantonrechter dan ook begrijpen. De omstandigheid dat [eiser] bij indiensttreding bij Stadion Uitzenden aanzienlijk minder reistijd heeft, legt onvoldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen.

4.4.2.

Ook de omstandigheid dat [eiser] kostwinner is en de zorg heeft voor een klein kind en mogelijk geen of slechts gedurende een korte tijd een WW-uitkering zal ontvangen, maakt dat - hoe vervelend dat voor [eiser] ook is - niet anders. [eiser] is tijdens een gesprek met de HR-Officer van SDWorx juist gewaarschuwd dat hij gehouden zou worden aan het concurrentiebeding, maar heeft desalniettemin vervolgens alsnog zijn dienstverband opgezegd. De kantonrechter onderschrijft daarmee het standpunt van SDWorx dat [eiser] de situatie waarin hij thans is komen te verkeren vooral zelf heeft veroorzaakt. Als bij [eiser] de indruk is ontstaan dat de soep niet zo heet zou worden gegeten, is dat een inschattingsfout, die voor zijn rekening moet komen.

4.5.

Op grond van het voorgaande is het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat de belangen van SDWorx om [eiser] aan het concurrentiebeding te houden opwegen tegen het belang van [eiser] om in dienst te kunnen treden Stadion Uitzenden.

4.6.

De primaire vordering zal worden afgewezen en de subsidiaire deelt in dat lot. Niet is immers aannemelijk geworden dat [eiser] in belangrijke mate wordt belemmerd om anders dan in dienst van SDWorx werkzaam te zijn.

4.7.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van SDWorx tot aan dit vonnis gerezen en begroot op

€ 720,00 aan salaris gemachtigde.

5 Beslissing

De voorzieningenrechter,

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure tot aan dit vonnis aan de zijde van SDWorx gerezen en begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.

type: YT