Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:6239

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-07-2019
Datum publicatie
04-07-2019
Zaaknummer
03/720847-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Limburg veroordeelt een 34-jarige man uit Voerendaal voor het (mede)plegen van valsheid in geschrifte en eenmaal oplichting van de gemeente Heerlen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en tot een taakstraf van 240 uur. De verdachte wordt van twee andere tenlastegelegde oplichtingen van de gemeente Heerlen en van een tenlastegelegde oplichting van de Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/720847-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 juli 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboortegegevens] ,

wonende te [adresgegevens]

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A. Carli, advocaat, kantoorhoudende te Geleen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 17, 18 en 20 juni 2019. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feiten 1, 3 en 5: samen met een ander of anderen facturen valselijk heeft opgemaakt teneinde deze facturen als echt en onvervalst te (doen) gebruiken.

Feiten 2, 4 en 6: samen met een ander of anderen de gemeente Heerlen heeft opgelicht.

Feit 7: samen met een ander of anderen de Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector heeft opgelicht.

3 De voorvragen

3.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging wegens schending van het Tallon-criterium. Er is sprake van een ernstige inbreuk op de beginselen van een goede procesorde. De verdachte zijn handelingen ontlokt waarop zijn opzet niet gericht was. [naam] heeft zonder medeweten van de verdachte een schadefactuur opgemaakt en bij [naam bedrijf] ingediend, waarna de verdachte hiermee werd geconfronteerd. [naam] heeft als het ware de opzet bij de verdachte gecreëerd.

[naam] heeft daarbij ook in strijd gehandeld met de opdracht die in de overeenkomst tot burgerpseudodienstverlening was neergelegd. Er zijn namelijk door [naam] meer handelingen verricht dan het enkel sturen van een fictieve factuur ad. € 15.350,-, het ontvangen van dit geldbedrag van de gemeente Heerlen en het overboeken van een bedrag van in totaal € 13.000,- aan de verdachte [verdachte] na ontvangst van de fictieve factuur van de verdachte [verdachte] . Het bevel en de overeenkomst burgerpseudodienstverlening zien niet op de feiten 3 en 4. Verder is tot op heden niet gebleken dat [naam] de inkomsten die hij in verband met de uitvoering van de overeenkomst tot burgerpseudodienstverlening heeft verkregen aan de Staat heeft afgedragen.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bij de feiten 3 en 4 het Talloncriterium niet is geschonden. De opzet op de feiten bestond al bij de verdachte. De verdachte besluit zelf alsnog ook de schaderekening door de laten factureren een de gemeente. [naam] heeft verder correct gehandeld overeenkomstig de overeenkomst burger-pseudodienstverlening. Vanaf 7 juni 2016 kwam [naam] in beeld bij de officier van justitie en vanaf dat moment werd hij voor de handelingen van [naam] verantwoordelijk. Voor eerdere handelingen niet. Het verweer dient derhalve te worden verworpen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

Op 26 mei 2016 heeft de heer [naam] , directeur van [naam] Verhuur en Steigerbouw, zich bij de gemeente Heerlen gemeld met de mededeling dat een ambtenaar corrupt zou zijn. De verdachte zou [naam] hebben gevraagd of hij op een snelle manier € 5.000,- wilde verdienen. De verdachte zou zorgen dat [naam] een opdrachtbon voor geleverde steigers bij het Werkplein voor € 15.000,- zou krijgen waarna [naam] voor dat bedrag een factuur kon sturen. [naam] zou op zijn beurt van het eigen bedrijf van de verdachte een factuur ontvangen van € 10.000,-. Zo zou [naam] er € 5.000,- aan overhouden. De verdachte had verder bij [naam] materiaal gehuurd dat [naam] bij hoveniersbedrijf [naam bedrijf] in rekening moest brengen van de verdachte. De gemeente heeft aangifte2 gedaan tegen de verdachte, waarop onderzoek is gevolgd, waarbij [naam] vanaf 7 juni 2016 is ingezet als zogenaamde burgerpseudodienstverlener3. [naam] heeft in dit kader onder regie van de politie contacten met de verdachte onderhouden en diensten verleend aan de verdachte.4 De aangifte van de gemeente Heerlen en het daarop gevolgde politieonderzoek heeft geleid tot de tenlastegelegde verdenkingen tegen de verdachte.

De overeenkomst tot pseudodienstverlening met [naam]

Uit het dossier kan worden afgeleid dat deze overeenkomst is gesloten met [naam] op 7 juni 2016 rond 14.30 uur. Daarna is rond 15.33 uur een gesprek gevolgd tussen [naam] en de opsporingsambtenaar die [naam] ging begeleiden. De aard van de door [naam] te verlenen diensten zijn daarbij besproken. [naam] zou het door de verdachte bedachte plan om snel geld te verdienen uitvoeren zonder zelf initiatief te nemen.5

De overeenkomst ziet niet op de handelingen van [naam] met betrekking tot het tenlastegelegde onder 3 en 4. Deze handelingen vloeien voort uit de eerdere contacten van [naam] met de verdachte op 26 mei 2016 en het daarop volgende weekend. Op 28 mei 2016 is de verdachte de graafmachine komen halen bij [naam] . Toen deze op 30 mei 2016 werd teruggebracht is daaraan schade geconstateerd. De verhuur van de graafmachine en de constatering van de schade had derhalve al plaatsgevonden voor sluiting van de burgerpseudodienstverleningsovereenkomst met [naam] . Het bevel burgerpseudodienstverlening benoemt expliciet dat het bevel niet kan worden gegeven vanwege de reeds ontstane situatie en de contacten die de verdachte al met de burger heeft gelegd. De factuur met de kosten van verhuur is van 31 mei 2016. De factuur met de kosten van de schade is weliswaar van 7 juni 2016 maar op grond van de stukken is niet aannemelijk dat [naam] met het insturen van deze factuur naar [naam bedrijf] gehandeld heeft in weerwil van afspraken die justitie met hem zou hebben gemaakt. Daar komt bij dat als dat het geval zou zijn geweest, dit nog niet betekent dat dit aan vervolging van de verdachte in de weg staat.

De strafbare feiten die zien op de schadefactuur

De verdediging heeft gesteld dat de verdachte de schade niet door de gemeente had willen laten betalen, maar dat het handelen van [naam] hem daartoe heeft gebracht. Omdat de handelingen van [naam] in dit kader niet onder de overeenkomst met het Openbaar Ministerie vallen (zie hiervoor) treft dit verweer geen doel. Het strookt ook niet met de feiten zoals daarvan blijkt uit het dossier. Verdachte heeft – geconfronteerd met het feit dat [naam] een tweede factuur aan [naam bedrijf] had gezonden – ervoor gekozen ook de kosten van deze factuur voor rekening van de gemeente te laten komen door [naam bedrijf] de kosten te laten doorbelasten naar de gemeente. Hij heeft volgens eigen verklaring daar nog een fictieve opdrachtbon van de gemeente voor opgemaakt en ingezonden aan [naam bedrijf] .6 [naam] heeft verklaard dat het niet zo was dat de verdachte de schade zelf had willen betalen, maar dat de verdachte ervan baalde dat [naam] de kosten van de verhuur en de schade niet in één factuur had gezet.7

De eventuele inkomsten van [naam]

De rechtbank moet met de raadsvrouw vaststellen dat uit het dossier niet blijkt wat er uiteindelijk is gebeurd met het (positieve) verschil tussen het totaalbedrag dat de gemeente heeft overgemaakt aan [naam] en het bedrag dat [naam] op zijn beurt aan de verdachte heeft betaald en de kosten van de bij [naam] door de verdachte en medeverdachte [naam] gehuurde materialen. Het is de rechtbank echter niet duidelijk – mede gelet op de geringe hoogte van dit bedrag en het feit dat dit bedrag door de gemeente is betaald en niet door justitie – waarom dit een ernstige inbreuk op de goede procesorde zou zijn die een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie tot gevolg zou moeten hebben. De verdediging heeft dit ook niet onderbouwd.

Er zijn geen redenen het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te achten, zodat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De officier van justitie verwijst hierbij naar de (bekennende) verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd bij de politie en ter zitting, welke verklaringen worden ondersteund door de overige bewijsmiddelen in het dossier.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, omdat de bestanddelen achter ‘bestaande dat gebruikmaken hierin’ niet bewezen kunnen worden verklaard. De verdachte heeft andere handelingen verricht dan feitelijk in de tenlastelegging zijn opgenomen. [naam] heeft wel die handelingen verricht, echter hij is geen medeverdachte in deze zaak.

Feit 2

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, omdat geen sprake is van het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels. De verdachte heeft immers de in de tenlastelegging omschreven handelingen niet gepleegd. Al had hij ze wel gepleegd dan zijn die handelingen onvoldoende te kwalificeren als listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels. Evenmin kan worden bewezen dat de verdachte ‘de gemeente heeft bewogen’. De gemeente Heerlen zat zelf in het complot om de verdachte te vangen. Onder verwijzing naar Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht is er geen sprake van oplichting wanneer iemand verklaart dat hij niet heeft gegeven omdat hij werd misleid, maar omdat hij, de misleiding onderkennende, aan het verzoek tot afgifte heeft voldaan om de dader daarna aan de politie over te leveren. Het aanwenden van het middel is hier niet de causa van de afgifte, maar slechts een aanleiding. De gemeente heeft de onjuiste voorstelling van zaken tevoren doorzien, gelet op het gesprek met [naam] op 2 juni 2016 en de aangifte op 7 juni 2016, en is toch op 14 juni 2016 overgegaan tot betaling.

Feit 3

De verdediging stelt zich op het standpunt dat vrijspraak dient te volgen voor dit feit, omdat de bestanddelen achter ‘bestaande dat gebruikmaken hierin’ niet bewezen kunnen worden verklaard. De verdachte heeft de tenlastegelegde handelingen niet gepleegd. Medeverdachte [naam] heeft zich in het geheel ook niet beziggehouden met het factureren en administreren bij [naam bedrijf] BV.

Feit 4

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken en verwijst hierbij naar het gevoerde verweer onder feit 2, dat als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

Feit 5

De tenlastelegging is taalkundig slordig. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft een bewezenverklaring van het tenlastegelegde dat betrekking heeft op [naam] 5, 7 en 9. Voor het overige dient vrijspraak te volgen.

Feit 6

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken en verwijst hierbij naar het gevoerde verweer onder feit 2, dat als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. De verdediging heeft verder gewezen op de taalkundige slordigheden in de tenlastelegging.

Feit 7 primair en subsidiair

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken, enkel al vanwege het feit dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in de tenlastelegging had moeten staan en niet de Stimuleringsregeling. Een regeling kun je namelijk niet oplichten. Overigens kan niet worden vastgesteld dat de STEP/RVO werd bewogen tot afgifte van geld, omdat de aanvraag door de verdachte was ingetrokken. Verder is in de visie van de verdediging geen sprake van het soort bedrog dat binnen het bereik van oplichting valt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraakoverweging feit 2

Op 7 juni 2016 is door [naam] , [werkzaam] , namens de gemeente Heerlen aangifte gedaan tegen de verdachte.8 De gemeente heeft daarbij aangegeven dat zij van [naam] heeft gehoord dat verdachte ervoor zou zorgen dat [naam] een opdrachtbon voor geleverde steigers bij het Werkplein voor € 15.000,- zou krijgen waarna [naam] voor dat bedrag een factuur aan de gemeente kon sturen. Daarbij is een zogenaamde workflowhistorie overgelegd waaruit blijkt de verdachte op 26 mei 2016 een dergelijke verplichting in de administratie van de gemeente Heerlen heeft aangemaakt en de opdrachtbon daarvoor op 2 juni 2016 heeft uitgeprint.9 Op 9 juni 2016 stuurt [naam] de gemeente de valse factuur van 7 juni 201610, die vervolgens op 14 juni 2016 door de gemeente is betaald.11

Er zit een interne mailwisseling van medewerkers bij de gemeente Heerlen12 in het dossier waaruit blijkt dat de verdachte op 10 juni 2016 een mail stuurt naar [naam] met de volgende inhoud:

“Hallo [naam] , Als het goed is staat er een factuur van [naam] verhuur in jou werkstroom. Met kenmerk 4001610757, zou jij deze willen doorsturen ter afhandeling? Deze betaling ligt al langer, hoor het graag.”

[naam] stuurt deze mail door naar een medewerker van de crediteurenadministratie [naam] . Deze stuurt de mail op zijn beurt op 10 juni 2016 om 11:06 uur door aan [naam] , afdelingshoofd van de afdeling [naam] bij de gemeente Heerlen, waaronder het [afdeling] valt. [verdachte] was werkzaam binnen dat Bureau. [naam] schrijft [naam]

“ [naam] ter info, de factuur van [naam] wordt betaald.

Nu vind ik de mail van [naam] wel vreemd (misschien ook door jouw vraag van vorige week), ten eerste omdat hij dit nooit doet en daarnaast zegt hij dat de betaling al langer ligt maar die heeft welgeteld 1 dag gelegen.”

[naam] stuurt vervolgens de mail op 10 juni 2016 om 11:15 uur door naar [naam] , hoofd van de afdeling [medewerker] , die op 7 juni 2016 aangifte namens de gemeente Heerlen heeft gedaan. In de mail van [naam] staat vermeld:

“Wat moet er gedaan worden”?

Van oplichting in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is sprake indien iemand door een oplichtingsmiddel wordt bewogen tot (…) etc. Gezien de inhoud van voormelde mailwisseling is het de vraag of de gemeente wel is opgelicht toen zij op 14 juni 2016 is overgegaan tot betaling van de factuur van [naam] . [naam] wist immers dat het hier om een factuur ging waar geen werkzaamheden aan ten grondslag hadden gelegen. Hij had zelf de aangifte gedaan. Ook [naam] lijkt gelet op de bewoordingen van zijn mail op de hoogte van het feit dat het hier een valse factuur betreft. Gelet op het tijdstip van verzenden van de mails lijken beiden op moment van betaling op 14 juni 2016 op de hoogte te zijn geweest. Gelet hierop beantwoordt de rechtbank de vraag of de gemeente door een oplichtingsmiddel bewogen is tot afgifte van een geldbedrag ontkennend. De gemeente lijkt in dit geval niet te hebben betaald in de veronderstelling dat betaald werd voor verrichte werkzaamheden. Een poging tot oplichting is niet subsidiair ten laste gelegd. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 1, Feit 3 en Feit 4

Op 7 juni 2016 heeft [naam] , hoofd van de afdeling [medewerker] , Aanbestedingen en Inkoop van de gemeente Heerlen, aangifte gedaan ter zake ambtelijke corruptie en valsheid in geschrifte.13 Hieraan is het volgende voorafgegaan.

Op 26 mei 2016 meldde zich [naam] , zijnde directeur/eigenaar van [naam] Verhuur en Steigerbouw BV te Heerlen, zich telefonisch bij de gemeente Heerlen dat hij wilde praten over een ambtenaar die corrupt zou zijn.14 Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2016.15 Uit dit gesprek rees bij de gemeente Heerlen het vermoeden dat de verdachte een opdrachtbon aan [naam] zou verstrekken met de bedoeling dat [naam] voor niet verrichte werkzaamheden een factuur naar de gemeente Heerlen stuurt, ter grootte van € 15.000,-. Na betaling door de gemeente zou [naam] € 5.000,- mogen houden en € 10.000 aan de verdachte privé over moeten maken. Verder rees het vermoeden dat de verdachte in privé een graafmachine had gehuurd en de rekening via tussenkomst van het bedrijf [naam bedrijf] BV door de gemeente is betaald.

[naam] heeft verklaard dat de verdachte op 26 mei 2016 bij hem is geweest. De verdachte heeft [naam] gevraagd of hij snel € 5.000,- wilde verdienen. De verdachte vertelde [naam] dat hij een opdrachtbon van de gemeente Heerlen zou ontvangen voor een bedrag van € 15.000,- van de verdachte voor geleverde en gemonteerde steigers bij het Werkplein te Heerlen. Het Werkplein is een pand van de gemeente Heerlen. De verdachte heeft tegen [naam] gezegd dat de werkzaamheden niet feitelijk hoeven plaats te vinden. [naam] moest alleen die opdrachtbon met een factuur naar de gemeente Heerlen sturen. Volgens de verdachte zou [naam] zich geen zorgen hoeven maken dat de factuur niet betaald zou worden. [naam] zou vervolgens een factuur van de verdachte [naam] [functie 1] ) ontvangen ter hoogte van € 10.000,-. Dit bedrag moest [naam] aan de verdachte overmaken. De overige € 5.000,- mocht [naam] houden.16

Uit een intern onderzoek binnen de gemeente Heerlen is gebleken dat op 26 mei 2016 door de verdachte een verplichting in de administratie is aangemaakt en op 2 juni 2016 een bestelopdracht/opdrachtbon door de verdachte is geprint die aan [naam] is verzonden met een opdrachtwaarde van € 15.350,- ex BTW. Omschrijving Bon: “Werkplein leveren, opbouwen en huurtermijn steiger. E.e.a. ter ondersteuning van uitvoerende partijen, voor reinigen gevel, folie plakken kozijnen. Excuus voor vertraging opdracht.”17

Op 9 juni 2016 stuurt [naam] de gemeente de valse factuur van 7 juni 2016.18

O 9 juni 2016 wordt om 15:48 een (interne) mail gestuurd naar het mailadres van de verdachte vanaf herinneringworkflow@heerlen.nl waarin de verdachte wordt gemeld dat de factuur van [naam] op zijn naam staat voor afwikkeling (…).19

Op 10 juni 2016 stuurt de verdachte een mail naar [naam] , ook werkzaam bij de gemeente Heerlen, met de volgende inhoud:

“Hallo [naam] , Als het goed is staat er een factuur van [naam] verhuur in jou werkstroom. Met kenmerk 4001610757, zou jij deze willen doorsturen ter afhandeling? Deze betaling ligt al langer, hoor het graag.” 20

[naam] stuurt deze mail door naar [naam] .21 De gemeente Heerlen heeft de factuur op 14 juni 2016 (161078) betaald.22

De verdachte heeft verklaard dat het klopt dat hij € 13.000,- ex BTW heeft gehad van [naam] voor het verlenen van een fictieve dienst op basis van een door hem namens de gemeente gemaakte opdracht aan [naam] . Hij deed dit omdat hij in financiële nood dreigde te raken door zijn arbeidsgeschil met de gemeente Heerlen.23

[naam] 24 heeft verder verklaard dat de verdachte op 26 mei 2016 bij hem is geweest voor het huren van een graafmachine. De verdachte heeft [naam] verzocht de rekening van de gehuurde materialen niet naar hem of naar de gemeente te sturen, maar naar de firma [naam bedrijf] . De graafmachine is op 28 mei 2016 opgehaald bij [naam] . Op 30 mei 2016 is de huurperiode geëindigd. De graafmachine is met schade teruggebracht. Op 31 mei 2016 heeft [naam] de factuur voor de verhuur van de graafmachine

(€ 851,11) aan de firma [naam bedrijf] gestuurd.25 Daarop is hij gebeld door een medewerker van [naam bedrijf] dat de factuur niet geaccepteerd zou worden omdat de opdrachtbon ontbrak. [naam] heeft daarop de naam van de verdachte als opdrachtgever genoemd en de naam van een persoon die [naam] heet en bij de firma [naam bedrijf] zou werken. De medewerker van [naam bedrijf] is vervolgens akkoord gegaan. Op 7 juni 2016 is de schadefactuur (€ 1.609,13) door [naam] aan [naam bedrijf] verzonden.26

De verdachte heeft verklaard dat het door hem in privé huren van goederen bij [naam] op kosten van de gemeente Heerlen klopt. Hij had in het kader van werkzaamheden bij CBS ambtelijk contact met [naam] . Hij heeft [naam] gevraagd of hij een graafmachine bij [naam] kon betrekken en dat kon. De factuur is door de gemeente betaald op het CBS-weg project en daar heeft de verdachte een fictieve bestelopdracht onder ten grondslag gelegd. [naam] heeft hem gewezen op aan de graafmachine toegebrachte schade. Naderhand werd de verdachte boos gebeld door [naam] waarom deze schadefactuur bij [naam bedrijf] terechtgekomen was. In overleg met [naam] heeft de verdachte toen nog een fictieve opdrachtbon van de gemeente opgemaakt en ingezonden aan [naam bedrijf] . Deze factuur is ook betaald door de gemeente Heerlen en dat was onterecht.27

[naam] heeft verklaard dat in het algemeen een rekening binnenkomt bij de administratie van [naam bedrijf] . Er wordt door de administratie een stempel opgezet. De factuur wordt in het postbakje van de uitvoerders gelegd. Door de uitvoerders - waar hij er één van is - worden de facturen bekeken en voorzien van een paraaf en een werknummer waarop ze geboekt moeten worden. [naam] wist van het huren af en hij denkt dat deze facturen door hem van een paraaf voorzien zijn en van een werknummer. Hierna gaan de facturen terug naar de administratie. De administratie maakt dan op basis van de factuur van [naam] een nieuwe factuur op naam van [naam bedrijf] voor de gemeente Heerlen. Op die factuur wordt een kenmerk van [naam bedrijf] gezet en wordt de opdrachtbon van de gemeente Heerlen gevoegd. Op de [naam] getoonde factuur van 3 juni 2016 van € 2.295,37 ziet hij dat er bij het tweede kenmerk staat K1601/MDU/001. MDU staat voor [naam] . Daaruit concludeert hij dat hij die rekening behandeld heeft.

Ook herkent [naam] de factuur van [naam] van 7 juni 2016 van de schade en de factuur van 9 juni 2016 van [naam bedrijf] . Bij de factuur van [naam bedrijf] kan hij zien aan de omschrijving dat [naam bedrijf] achterstallig onderhoud heeft gedaan aan de CBS-weg.

(…)

[naam bedrijf] maakt facturen op waarbij zij als beschrijving in de factuur opneemt wat op de opdrachtbon van de gemeente Heerlen staat. Dan zal daar, volgens [naam] , in dit geval wel opgestaan hebben ‘achterstallig onderhoud CBS-weg’. Die opdrachtbon heeft de verdachte zo gemaakt. Dit wordt dan letterlijk door onze administratie zo opgenomen in de factuur die [naam bedrijf] opmaakt, ook al staat op de factuur van [naam] een andere omschrijving. [naam] heeft daar verder niets mee van doen.28

Bij de gemeente zijn de opdrachten aan en facturen ingediend door [naam bedrijf] BV opgevraagd.29 Daarbij kwamen twee bestelopdrachten naar voren van de verdachte van 27 mei 2016 met verplichtingennummer 2016002865. Aan dit nummer waren 2 facturen gekoppeld:

- Factuur (…)/2016060001/2016 van [naam bedrijf] d.d. 3 juni 2016 van € 2.295,37 met kenmerk K1601/MDU/001 en omschrijving: CBS-weg achterstallig OH;

- Factuur (…)/2016060005/2016 van [naam bedrijf] d.d. 9 juni 2016 van € 1.609,13 met omschrijving: CBS-weg achterstallig OH.

Uit de workflowhistorie van voormelde facturen staat de verdachte als accordeur. Verdachte heeft de facturen op respectievelijk 9 juni 2016 14:37 uur (factuur (…)001) en 10 juni 2016 12:46 uur (factuur (…)005 doorgestuurd aan [naam] .

De gemeente heeft de facturen op 14 juni 2016 aan [naam bedrijf] betaald.30

Conclusie ten aanzien van feiten 1, 3 en 4

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank de feiten 1, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen, op de wijze als onder 4.4 vermeld.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw met betrekking tot feit 4. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er geen sprake is van oplichting omdat de gemeente overgegaan is tot betaling van de factuur terwijl ze van tevoren al wist van de onjuiste voorstelling van zaken door de verdachte. De rechtbank heeft - anders dan onder feit 2 - geen aanknopingspunten in het dossier aangetroffen, die aanleiding geven om aan te nemen dat de gemeenteambtenaren die betrokken zijn geweest bij de afhandeling van de betalingen van de facturen van [naam bedrijf] op de hoogte waren van de situatie rondom de persoon van de verdachte en zijn betrokkenheid bij de facturen van [naam bedrijf] BV. De rechtbank heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat [naam bedrijf] BV een regiecontract met de gemeente had en geregeld facturen indiende bij de gemeente Heerlen.

Feit 5 en Feit 6

Medeverdachte [naam] was net als de verdachte31 werkzaam als projectuitvoerder [functie 1] van de gemeente Heerlen32. Ook [naam] was uit hoofde van zijn functie gemachtigd namens de gemeente opdrachten te verstrekken aan derden33. Ten behoeve van de uitvoering van een opdracht vroegen de projectuitvoerders een verplichtingennummer aan, waarop de wederpartij de werkzaamheden kon declareren. De projectuitvoerders maakten vervolgens een opdrachtbon op die naar de wederpartij werd gezonden. Op de opdrachtbon stond het verplichtingennummer, een omschrijving van de werkzaamheden en de kosten in geval niet op basis van nacalculatie werd gewerkt. Wanneer vervolgens de factuur binnenkwam, beoordeelde de betreffende projectuitvoerder de factuur, gaf daarop akkoord waarna deze voor betaling gereed werd gemaakt. De betaling diende te worden geaccordeerd door de budgethouder waarna tot betaling werd overgegaan. De administratie van de gemeente Heerlen is geautomatiseerd. Medewerkers geven in het geautomatiseerde systeem hun akkoord door middel van een handeling binnen dit systeem (aanvinken)34. Uit de verklaringen van de direct leidinggevende van de verdachte en [naam] en het hoofd van de afdeling [functie 1] blijkt dat inhoudelijke controle van aangegane verplichtingen en betalingen door de budgethouder nagenoeg niet plaatsvond35.

De verdachte en [naam] hielden na vertrek van de verdachte bij de gemeente op 1 augustus 2016 contact. [naam] is op een gegeven moment op de hoogte geraakt van de door verdachte onder feit 1 en 2 ten laste gelegde gedragingen36.

De verdachte en [naam] besloten vlak na het vertrek van de verdachte bij de gemeente dit nogmaals te doen. Ditmaal zou [naam] offertes uitbrengen voor wel uit te voeren werkzaamheden, maar daarvoor een hoger bedrag in rekening brengen dan hij normaal in rekening bracht. [naam] zou de opdrachtbonnen opmaken en de facturen accorderen. De verdachte onderhield daarbij de contacten met [naam] . Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat het idee tussen [naam] en hem gaandeweg was ontstaan en [naam] op een gegeven moment met het idee van de verhoogde offertes kwam.37

En aldus geschiedde. De verdachte heeft contact opgenomen met [naam] en hem het plan voorgelegd. Begin oktober 2016 heeft [naam] zes offertes gestuurd aan [naam] voor plaatsing en verhuur van steigers bij zes panden van de gemeente. [naam] had deze offertes opgemaakt aan de hand van een door [naam] opgestelde opgave van de werkzaamheden die uitgevoerd moesten worden en de (verhoogde) kosten die [naam] daarvoor in rekening kon brengen38. De verdachte heeft deze opgave aan [naam] gegeven. [naam] heeft vervolgens opdrachtbonnen verstrekt aan [naam] waarin deze bedragen waren verwerkt39. Bij een pand aan [adresgegevens] zijn daadwerkelijk steigers geplaatst. Deze werkzaamheden zijn door [naam] ook gefactureerd en door de gemeente is daarop betaald40. Bij de andere panden is het zover niet gekomen omdat medio november 2016 is overgegaan tot aanhouding van de verdachten.

De opmerking gemaakt over de tenlastelegging en de reactie daarop van de officier van justitie

De rechtbank heeft bij de bespreking van de tenlastegelegde feiten 5 en 6 (zaaksdossier 03) gewezen op gebreken in de tenlastelegging. De verdediging heeft hier ook op gewezen. Daarbij is door de verdediging niet in details getreden. De officier van justitie heeft ervoor gekozen om geen gebruik te maken van zijn wettelijke mogelijkheid tot wijziging van de tenlastelegging.

De gebondenheid van de rechter aan de tenlastelegging

De rechter is bij het onderzoek ter zitting gebonden aan de bewoordingen van de tenlastelegging en moet de vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) beantwoorden op basis van de tenlastelegging. De rechter spreekt daarmee recht niet op basis van een voorval in het leven van de verdachte maar op basis van een beschrijving van dat voorval. De tenlastelegging mag echter gedurende de gehele behandeling in feitelijke aanleg door de officier van justitie nog worden gewijzigd zodat het belang van deze zogenoemde grondslagleer beperkt is. Ook de rechter staan een aantal correctiemechanismen ter beschikking tegen de nadelen van de grondslagleer. De rechter kan de tenlastelegging in de lijn van de gebruikte bewoordingen en in het licht van het dossier interpreteren, gedeeltelijk bewezen verklaren, kennelijke verschrijvingen herstellen en de tenlastelegging verbeterd lezen. Bij verbeterd lezen worden feitelijke onjuistheden hersteld.

De beoordeling

In deze zaak zitten haken en ogen aan de vertaling van de strafbare feiten die uit het procesdossier blijken naar de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten. De omschrijving van de strafbare feiten bevat taalkundige onjuistheden als het terugverwijzen naar zaken die eerder niet zijn genoemd (‘voornoemde facturen’ onder 5 en 6) en het omschrijven van de materiële valsheden op een wijze die niet strookt met de aard van de valse geschriften (ten aanzien van offertes en opdrachten spreken van ‘al verrichte werkzaamheden en al geleverde goederen en diensten’). Bij de omschrijving van de strafbare feiten worden handelingen beschreven als ‘ondertekenen’ en ‘paraferen’ die, uitgaande van de letterlijke betekenis van deze begrippen, niet hebben plaatsgevonden. De omschrijving van de strafbare feiten in feit 6 bevat ook feitelijke onjuistheden. Er worden zes voltooide oplichtingen ten laste gelegd terwijl alleen voor [adresgegevens] door de gemeente ook is betaald. Verder is ten laste gelegd dat het bij de betreffende offertes van [naam] en daaropvolgende opdrachten van de verdachte namens de gemeente zou gaan om werkzaamheden die niet zouden zijn verricht of goederen die niet zouden zijn geleverd. In werkelijkheid waren de werkzaamheden die zouden plaatsvinden tegen een te hoog bedrag geoffreerd.

De rechtbank moet, nu de officier van justitie niet tot wijziging van de tenlastelegging is overgegaan, beoordelen of door de verdachte gepleegde strafbare feiten, uitgaande van de tenlastelegging, door toepassing van een van de correctiemechanismen die de rechtbank ter beschikking staan, bewezenverklaard kunnen worden.

Conclusie ten aanzien van feit 5

In de tenlastelegging is het gebruik van de valse documenten geconcretiseerd in de handelingen ‘voor akkoord ondertekenen’, ‘paraferen’ en ‘doen toekomen aan de crediteurenadministratie’. [naam] is op basis van valse offertes van [naam] valse opdrachtbonnen gaan maken. [naam] heeft op basis van een van deze valse opdrachtbonnen op zijn beurt aan [adresgegevens] steigers geplaatst en hiervoor een valse factuur opgesteld en naar de gemeente gezonden. Deze factuur is door [naam] in de geautomatiseerde administratie akkoord bevonden en doorgezet naar de crediteurenadministratie die de betaling heeft verzorgd. Daarmee hebben zowel [naam] als [naam] over en weer de door hen opgemaakte en verzonden valse geschriften in wezen akkoord bevonden of geaccordeerd. De rechtbank is van oordeel dat de (letterlijke) bewoordingen van de tenlastelegging in die zin kunnen worden geïnterpreteerd. Verdachten hebben daarmee gebruik gemaakt van valse geschriften. Dat de geschriften door henzelf valselijk zijn opgemaakt staat niet in de weg aan een bewezenverklaring van het (daaropvolgende) gebruik van deze geschriften door de verdachten. De verdachte heeft deze feiten medegepleegd. Het gebruik van valse documenten maakte onderdeel uit van het plan van [naam] en de verdachte. De verdachte heeft [naam] ook de gegevens aangeleverd om de valse offertes op te maken.

De offertes en bestelopdrachten of opdrachtbonnen zagen op werkzaamheden die nog moesten plaatsvinden op het moment dat deze geschriften zijn opgemaakt en verzonden en niet op werkzaamheden die al hadden plaatsgevonden zoals ten laste gelegd. Verder is in de tenlastelegging aangegeven dat het gebruik onder meer zou bestaan uit het doen toekomen van een eerder genoemde factuur aan de crediteurenadministratie terwijl eerder alleen de offertes en de bestelopdrachten/opdrachtbonnen worden genoemd als geschriften waar gebruik van zou zijn gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat deze slordigheden niet hersteld kunnen worden door voor ‘hadden plaatsgevonden’ ‘zouden plaatsvinden’ te lezen en bij de bewezenverklaring het gebruik te beperken tot het accorderen van de offertes en de bestelopdrachten of opdrachtbonnen maar dat wel een gedeeltelijke bewezenverklaring kan volgen, namelijk voor zover de werkzaamheden hebben plaatsgevonden. De bewezenverklaring moet dan ook worden beperkt tot het gebruik van de offerte en de bestelopdracht of opdrachtbon en factuur voor het project aan [adresgegevens] , zoals hierna vermeld onder 4.4. De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring op dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Conclusie ten aanzien van feit 6

De onder feit 6 in de tenlastelegging opgenomen feitelijke onjuistheden lenen zich, mede gelet op de overige taalkundige onjuistheden, niet (ook nog) voor verbeterde lezing. Dit betekent dat de verdachte van het onder 6 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Gelet op dit oordeel behoeft het door de raadsvrouw gevoerde verweer geen bespreking.

Feit 7

In feit 7 van de tenlastelegging is aan de verdachte – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij samen met anderen de Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP) heeft opgelicht dan wel heeft proberen op te lichten. Hij zou de STEP hebben bewogen tot afgifte van € 24.800,-, door valse huurovereenkomsten in te dienen.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. De reden daarvoor is dat slechts van oplichting van de STEP sprake kan zijn als de STEP zou zijn bewogen tot afgifte van geld aan de verdachte. De STEP is niet bewogen tot afgifte en heeft evenmin geld aan de verdachte verstrekt of in het vooruitzicht gesteld. De STEP betreft een wettelijke regeling, die door een aangewezen orgaan (en de daarbij werkzame personen) wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van (toen genaamd:) Wonen en Rijksdienst. Een wettelijke regeling kan niet worden opgelicht en kan evenmin geld afgeven of in het voorzicht stellen. Ingevolge artikel 2 van de regeling was het destijds de minister van Wonen en Rijksdienst die de subsidie verstrekte. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (het aangewezen orgaan) voerde deze bevoegdheid namens de minister uit.

De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de tenlastelegging op dit punt verbeterd te lezen, te meer nu de verdediging dit punt expliciet aan de orde heeft gesteld en de officier van justitie ervoor gekozen heeft om geen gebruik te maken van zijn wettelijke mogelijkheid tot wijziging van de tenlastelegging.

Conclusie ten aanzien van feit 7

Niettegenstaande de bekentenis van de verdachte dat hij valse huurovereenkomsten heeft ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland om in aanmerking te komen voor een subsidie op grond van de STEP, moet verdachte worden vrijgesproken gezien de wijze waarop het feitelijk handelen van de verdachte in de tenlastelegging is omschreven.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

in de periode van 27 mei 2016 tot en met 1 juli 2016 in de gemeente Heerlen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valselijk opgemaakt geschrift, te weten

- een factuur (nummer 161078) betreffende de huur, montage en demontage van steiger(s) bij [adresgegevens] ,

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte die factuur heeft geaccordeerd en (vervolgens) voornoemde factuur voor betaling heeft doen toekomen aan de crediteurenadministratie;

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat -zakelijk weergegeven-

- in dat geschrift werkzaamheden en/of levering (van diensten en/of goederen) waren vermeld, die niet hadden plaatsgevonden door [naam] Verhuur en Steigerbouw;.

3.

in de periode van 26 mei 2016 tot en met 29 juni 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland meermalen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften, te weten

- een factuur (firma [naam bedrijf] BV, ons kenmerk K16501/MDU/001, ad 2295,37 euro)

en/of

- een factuur (firma [naam bedrijf] BV, ons kenmerk K16501/MDU/004, ad 1609,13 euro)

- zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte die facturen heeft geaccordeerd

en (vervolgens) voornoemde facturen voor betaling heeft doen toekomen aan

de crediteurenadministratie

en bestaande die valsheid hierin dat -zakelijk weergegeven-

- op die geschriften door en/of namens [naam bedrijf] BV verrichte werkzaamheden en/of levering (van diensten en/of goederen) waren vermeld, die niet voor zulke bedragen hadden plaatsgevonden;

4.

in de periode van 26 mei 2016 tot en met 29 juni 2016 in de gemeente Heerlen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, de gemeente Heerlen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten 2.460,24 euro, immers heeft verdachte -zakelijk weergegeven-

- een factuur (firma [naam bedrijf] , ons kenmerk K16501/MDU/001, ad 2.295,37 euro, voor deels niet verrichte werkzaamheden en/of niet geleverde goederen en

- een factuur (firma [naam bedrijf] , ons kenmerk K16501/MDU/004, ad 1.609,13 euro, voor niet verrichte werkzaamheden en/of niet geleverde goederen,

voornoemde facturen heeft geaccordeerd en vervolgens voornoemde facturen voor betaling doen toekomen aan de crediteurenadministratie, waardoor de gemeente Heerlen werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

in de periode van 15 augustus 2016 tot en met 15 november 2016 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften, te weten

- een offerte, een bestelopdracht of opdrachtbon en een factuur betreffende [adresgegevens] 5,7 en 9 ten bedrage van € 2.664,90 exclusief BTW;

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en zijn medeverdachte die offerte en bestelopdracht of opdrachtbon hebben geaccordeerd en vervolgens de factuur voor betaling hebben doen toekomen aan de crediteurenadministratie;

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat -zakelijk weergegeven-

- op die geschriften werkzaamheden en/of levering (van diensten en goederen) waren vermeld, die niet voor zulk bedrag, hadden plaatsgevonden door [naam] Verhuur en Steigerbouw BV.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst

Feit 3:

opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

Feit 4:

oplichting

Feit 5:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De straf en/of de maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat kan worden volstaan met het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest. Daarnaast ligt een taakstraf of een geldboete in de rede.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Wat betreft de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich als gemeenteambtenaar van de gemeente Heerlen schuldig gemaakt aan opzettelijk gebruik van valse geschriften en oplichting van de gemeente. De verdachte was als projectleider werkzaam bij [functie 1] , cluster Techniek van de afdeling [afdeling] . Zijn dienstperiode bij de gemeente liep af op 1 augustus 2016. Tot die tijd had hij de toegang tot de gemeentelijke systemen, ook via een thuiswerkplek. De verdachte had de bevoegdheid om bedrijven opdrachten te geven tot € 10.000,-. Voor opdrachten boven dat bedrag was toestemming nodig van de budgethouder. Gelet op de werkdruk, zo verklaarde [naam] , kon er echter geen adequate controle worden uitgeoefend.

De verdachte heeft met behulp van [naam] van [naam] Verhuur en Steigerbouw en door gebruik te maken van zijn ambtelijk contact met [naam] van [naam bedrijf] BV, valse facturen laten opmaken die ingestuurd werden naar de gemeente. De verdachte maakte privé gebruik van gehuurde materialen en verhaalde de kosten op de gemeente. Verder heeft hij de gemeente een fors bedrag laten betalen voor werkzaamheden die niet waren verricht. Het grootste deel van het uitgekeerde bedrag verdween in de zakken van de verdachte. Hij kon die praktijken makkelijk verrichten omdat enerzijds hij niet alleen de opdrachtbonnen voor [naam] en [naam bedrijf] BV opmaakte maar ook hun facturen accordeerde en anderzijds hij ervan op de hoogte was dat ook (de budgethouders van) de gemeente zelf geen adequate controle uitoefenden bij de afhandeling van opdrachten. Het resultaat daarvan is geweest dat de betrokken bedrijven uiteindelijk bij de gemeente facturen indienden met ‘automatische’ betaling tot gevolg. Mede door misbruik te maken van deze gang van zaken heeft de verdachte op een heel gemakkelijke wijze gemeenschapsgeld in eigen beurs kunnen doen verdwijnen.

De verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur eigen financieel gewin.

De verdachte heeft daarvoor welbewust gemeenschapsgeld gebruikt.

In zijn algemeenheid wordt door zulk handelen als ambtenaar het vertrouwen dat de samenleving in de integriteit van overheidsdienaren mag hebben in ernstige mate geschaad. Verdachte heeft zich door aldus te handelen verwerpelijk gedragen en het vertrouwen beschaamd dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in de juistheid van bescheiden met een bewijsbestemming, in dit geval: facturen.

Na zijn uitdiensttreding heeft de verdachte voornoemde praktijken voortgezet, maar dan met gebruik van een ‘bevriende’ ambtenaar die nog altijd werkzaam was op dezelfde afdeling als de verdachte. Het is hem zeer kwalijk te nemen dat hij het - aldus handelende - bijna ‘gewoontjes’ vond om de gemeente stelselmatig te belazeren. Na zijn aanhouding heeft de verdachte lange tijd gezwegen, vervolgens heeft hij gedeeltelijk bekend, maar naar het oordeel van de rechtbank tot en met het einde van de inhoudelijke behandeling van de zaak zijn verantwoordelijkheid niet ten volle genomen. Hij blijft de schuld overwegend bij anderen leggen en noemt zijn handelen slechts ‘domme fouten’. Hoewel de verdachte zijn betrokkenheid op zitting trachtte te verduidelijken, bleef hij om onbegrijpelijke redenen zich ook in een slachtofferrol plaatsen en heeft hij tot verbijstering van de rechtbank bij de Reclassering zelfs verklaard dat hij – vanwege de nadelige gevolgen die hij door zijn handelen heeft ondervonden – zijn vertrouwen in ambtelijke instanties heeft verloren. De rechtbank neemt het verdachte ook kwalijk dat hij telkens [naam] het gehele gebeuren in de schoenen probeert te schuiven. [naam] verdient lof voor zijn handelen. Hij heeft de zaak aan het rollen gebracht en veel tijd en energie gestoken in de samenwerking met justitie.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 22 mei 2019, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Overschrijding redelijke termijn

De rechtbank doet ambtshalve onderzoek of er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. In het arrest van 17 juni 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD2578) heeft de Hoge Raad algemene uitgangspunten en regels geformuleerd over de inbreuk op het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM gewaarborgde recht van een verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn en het rechtsgevolg dat aan een vastgestelde inbreuk op dat recht dient te worden verbonden. Op de voet van dit arrest beoordeelt de rechtbank of sprake is van overschrijding, in welke mate deze heeft plaatsgevonden en wat daarvan het gevolg moeten zijn.

Uitgangspunt is dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Bijzondere omstandigheden waarvan de redelijkheid van de duur afhankelijk is, zijn onder meer de ingewikkeldheid van de zaak en de invloed van de verdachte en/of zijn raadsvrouw op het procesverloop. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. De vermindering van de straf is afhankelijk van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden.

De termijn heeft een aanvang genomen met de inverzekeringstelling van verdachte op

15 november 2016. Gelet op voormeld uitgangspunt zou uiterlijk op 15 november 2018 een vonnis gewezen moeten zijn. Het eindproces-verbaal is op 16 februari 2017 ondertekend.

Naar het oordeel van de rechtbank is in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden, gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak en in de invloed van de (mede)verdachte(n) en/of zijn raadsvrouw op het onderzoek. De zaak heeft stil gelegen van 16 februari 2017 tot aan 7 november 2017, toen de raadsvrouw de beschikking kreeg over het dossier en haar onderzoekswensen kenbaar kon maken. Dat vervolgens op verzoek van de verdediging nog enkele getuigen zijn gehoord door de rechter-commissaris kan niet als een verwijtbare vertraging aan de verdachte worden toegeschreven. De rechtbank stelt de overschrijding van de redelijke termijn op ruim 7 maanden, daar eerst op 4 juli 2019 vonnis wordt gewezen.

De rechtbank zal verdachte omdat hij van veel van de tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken en ter compensatie van het feit dat de redelijke termijn in deze zaak is geschonden geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

De aard en de ernst van de wel bewezen verklaarde feiten rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een maximale taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, naar de maatstaf van 2 uur per dag. Naast deze taakstraf acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Enerzijds wordt hiermee de ernst van de bewezenverklaarde feiten aangeduid, anderzijds is het een signaal aan de verdachte om hem te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 2, 6 en 7 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt de verdachte voorts tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Wapenaar, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 juli 2019.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2016 tot en met 1 juli 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een valselijk opgemaakt en/of vervalst geschrift, te weten

- een factuur (nummer 161078) betreffende de huur, montage en demontage van steiger(s) bij [adresgegevens] ,

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die factuur voor akkoord heeft/hebben ondertekend en/of heeft/hebben geparafeerd en/of (vervolgens) voornoemde factuur voor betaling heeft/hebben doen toekomen aan de crediteurenadministratie;

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat -zakelijk weergegeven-

- op/in dat geschrift (een) werkzaamhe(i)d(en) en/of levering ((van (een) dienst(en) en/of goeder(en)) was/waren vermeld en/of aangegeven, die (in het geheel) niet, in elk geval niet voor zulk(e) bedrag(en), had(den) plaatsgevonden door (een of meer medewerk(st)(er)(s) van) [naam] Verhuur en Steigerbouw BV;

2.

hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2016 tot en met 1 juli 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de gemeente Heerlen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten 18.573,50 euro, althans een geldbedrag, immers heeft/hebben verdachte en/of

zijn mededader(s) -zakelijk weergegeven-

- een factuurnummer 161078 ad 18.573,50 euro, voor niet verrichte werkzaamheden en/of niet geleverde goederen gezonden aan en/of ingediend bij de gemeente Heerlen en/of

- voornoemde factuur voor akkoord ondertekend en/of geparafeerd en/of

- ( vervolgens) voornoemde factuur voor betaling doen toekomen aan de

crediteurenadministratie, waardoor de gemeente Heerlen werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2016 tot en met 29 juni 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) geschrift(en), te weten

- een factuur (firma [naam bedrijf] BV, ons kenmerk K16501/MDU/001, ad 2295,37 euro)

en/of

- een factuur (firma [naam bedrijf] BV, ons kenmerk K16501/MDU/004, ad 1609,13 euro)

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die factuur voor akkoord (dat de gemeente deze goederen/diensten heeft genoten) heeft/hebben ondertekend en/of heeft/hebben geparafeerd en/of (vervolgens) voornoemde factuur voor betaling heeft/hebben doen toekomen aan de crediteurenadministratie

en bestaande die valsheid of vervalsing hier dat -zakelijk weergegeven-

- op/in dat/die geschrift(en) door en/of namens [naam bedrijf] BV verrichtte werkzaamhe(i)d(en) en/of meer en/of andere werkzaamhe(i)d(en), althans (een) onjuiste omschrijving(en) was vermeld en/of aangegeven en/of

- op/in dat/die geschrift(en) (een) werkzaamhe(i)d(en) en/of levering ((van (een) dienst(en) en/of goeder(en)) was vermeld en/of aangegeven, die (in het geheel) niet en/of niet ten behoeve van de gemeente had(den) plaatsgevonden, in elk geval niet voor zulk(e) bedrag(en), had(den) plaatsgevonden door (een of meer medewerk(st)(er)(s) van) [naam bedrijf] BV,

4.

hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2016 tot en met 29 juni 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de gemeente Heerlen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten 2.460,24 euro, althans een geld bedrag, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) -zakelijk weergegeven-

- een factuur (firma [naam bedrijf] , ons kenmerk K16501/MDU/001, ad 2.295,37 euro,

voor niet verrichte werkzaamheiden en/of niet geleverde goederen gezonden aan

en/of ingediend bij de gemeente Heerlen en/of

- een factuur (firma [naam bedrijf] , ons kenmerk K16501/MDU/004, ad 1.609,13 euro,

voor niet verrichte werkzaamhe(i)d(en) en/of niet geleverde goederen gezonden

aan en/of ingediend bij de gemeente Heerlen en/of

- voornoemde factu(u)r(en) voor akkoord ondertekend en/of geparafeerd en/of

- ( vervolgens) voornoemde factu(u)r(en) voor betaling doen toekomen aan de

crediteurenadministratie, waardoor de gemeente Heerlen werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

5.

hij in of omstreeks de periode van 15 augustus 2016 tot en met 15 november 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van (een) vals(e) of

vervalst(e) geschrift(en), te weten

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 1621,50 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 1776,60 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 2664,90 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 4235,00 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 3066, 75 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 10.469,25 exclusief BTW.

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die offerte(n) en/of opdrachtbon(nen) voor akkoord heeft/hebben ondertekend en/of heeft/hebben geparafeerd en/of (vervolgens) voornoemde factuur voor betaling heeft/hebben doen toekomen aan de crediteurenadministratie;

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat -zakelijk weergegeven-

- op/in dat/die geschrift(en) (een) werkzaamhe(i)d(en) en/of levering ((van (een) dienst(en) en/of goeder(en)) was/waren vermeld en/of aangegeven, die (in het geheel) niet, in elk geval niet voor zulk(e) bedrag(en), had(den) plaatsgevonden door (een of meer medewerk(st)(er)(s) van) [naam] Verhuur en Steigerbouw BV,

6.

hij in of omstreeks de periode van 15 augustus 2016 tot en met 15 november 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de gemeente Heerlen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten 18.573,50 euro, althans een geldbedrag, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) -zakelijk weergegeven-

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende de [adresgegevens] ten

bedrage van 1.621,50 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 1.776,60 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 2.664,90 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 4.235,00 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 3.066, 75 exclusief BTW en/of

- een offerte en/of een bestelopdracht betreffende [adresgegevens] ten

bedrage van 10.469,25 exclusief BTW.

(telkens) voor niet verrichte werkzaamheden en/of niet geleverde goederen

gezonden aan en/of ingediend bij de gemeente Heerlen en/of

- voornoemde factu(u)r(en) en/of offerte(n) voor akkoord ondertekend en/of

geparafeerd en/of

- ( vervolgens) voornoemde factu(u)r(en)/offerten voor betaling doen toekomen

aan de crediteurenadministratie, waardoor de gemeente Heerlen werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

7.

hij in of omstreeks de periode van 3 juni 2016 tot en met 9 november 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (afgekort STEP), heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een subsidie te verlenen ten bedrage van € 24.800,-, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

- een (fictieve) huurovereenkomst (periode van 1 maart 2015 tot 31 juni 2015)

betreffende de woning [adresgegevens] te Heerlen met als verhuurder [naam]

Beheer en Beleggingsmaatschappij BV en als huurder [naam] ingediend

en/of

- een (fictieve) huurovereenkomst (periode van 1 januari 2015 tot 31 juni 2015)

betreffende de woning [adresgegevens] te Heerlen met als verhuurder [naam]

Beheer en Beleggingsmaatschappij BV en als huurder [naam] ingediend

en/of

- een (fictieve) huurovereenkomst (periode van 1 april 2015 tot 30 april 2015)

betreffende de woning [adresgegevens] te Heerlen met als verhuurder [naam]

Beheer en Beleggingsmaatschappij BV en als huurder [naam]

ingediend en/of

-een (fictieve) huurovereenkomst (periode van 1 maart 2015 tot 31 juni 2015)

betreffende de woning [adresgegevens] te Heerlen met als verhuurder [naam]

Beheer en Beleggingsmaatschappij BV en als huurder N [naam] ingediend,

waardoor STEP werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 3 juni 2016 tot en met 9 november 2016 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (afgekort STEP) te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een subsidie te verlenen ten bedrage van 24.800,-, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

- een (fictieve) huurovereenkomst (periode van 1 maart 2015 tot 31 juni 2015)

betreffende de woning [adresgegevens] te Heerlen met als verhuurder [naam]

Beheer en Beleggingsmaatschappij BV en als huurder [naam] ingediend

en/of

- een (fictieve) huurovereenkomst (periode van 1 januari 2015 tot 31 juni 2015)

betreffende de woning [adresgegevens] te Heerlen met als verhuurder Mauriks

Beheer en Beleggingsmaatschappij BV en als huurder [naam] ingediend

en/of

- een (fictieve) huurovereenkomst (periode van 1 april 2015 tot 30 april 2015)

betreffende de woning [adresgegevens] te Heerlen met als verhuurder [naam]

Beheer en Beleggingsmaatschappij BV en als huurder [naam]

ingediend en/of

-een (fictieve) huurovereenkomst (periode van 1 maart 2015 tot 31 juni 2015)

betreffende de woning [adresgegevens] te Heerlen met als verhuurder [naam]

Beheer en Beleggingsmaatschappij BV en als huurder [naam] ingediend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Rijksrecherche Regio Zuid, proces-verbaalnummer 20160054, gesloten d.d. 16 februari 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 2492 en van pagina 3178 tot en met pagina 3666.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 7 juni 2016, (o.a.) dossier pagina’s 451 tot en met 455.

3 Bevel burgerpseudodienstverlening d.d. 7 juni 2016 en overeenkomst tot pseudodienstverlening met een burger d.d. 7 juni 2016, beiden opgenomen in het BOB-dossier.

4 Proces-verbaal van bevindingen afspraken en contacten met [naam] aangaande burgerpseudodienstverlening, gesloten d.d. 5 december 2016, (o.a.) dossier pagina’s 512 tot en met 561.

5 Proces-verbaal van bevindingen afspraken en contacten met [naam] aangaande burgerpseudodienstverlening, gesloten d.d. 5 december 2016, (o.a.) dossier pagina’s 512 tot en met 561 op pagina 513.

6 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 november 2016, dossier pagina’s 744 tot en met 747 op pagina 746.

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] d.d. 14 juni 2016, dossier pagina’s 1174 tot en met 1176.

8 Proces-verbaal van aangifte d.d. 7 juni 2016, (o.a.) dossier pagina’s 451tot en met 455.

9 Dossier pagina 461.

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] dossier pagina’s 656 tot en met 658 op pagina 657.

11 Zie de uitdraai in het dossier uit de administratie van de gemeente Heerlen met details van de betreffende inkoopfactuur, dossier pagina 498.

12 Dossier pagina 737.

13 Proces-verbaal van aangifte d.d. 7 juni 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 52 tot en met 55.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 februari 2017, doorgenummerde dossierpagina 446.

15 Geschrift d.d. 2 juni 2016, zijnde het gespreksverslag tussen de gemeente Heerlen en [naam] .

16 Processen-verbaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 8 juni 2016 (inclusief bijlagen) en 14 juni 2016 , doorgenummerde dossierpagina’s 131, 132, 139, 140, 141, 142 en 142

17 Geschriften, zijnde de workflowhistorie opdrachtbon 2 juni 2016 en een emailbericht met de opdrachtbon met besteldatum 2 juni 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 461, 488 en 489.

18 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] , dossier pagina’s 656 tot en met 658 op pagina 657.

19 Dossier pagina 654.

20 Dossier pagina 737.

21 Dossier pagina 737.

22 Geschrift, zijnde een uitdraai uit het systeem van de gemeente Heerlen ter zake de betaalde facturen relatie [naam] Verhuur d.d. 15 juni 2016, doorgenummerde dossierpagina 496 en 497.

23 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte, doorgenummerde dossierpagina’s 745 en 746.

24 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 8 juni 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 131 en 132.

25 Geschrift, zijnde factuur verhuur van [naam] aan [naam bedrijf] d.d. 31 mei 2016, doorgenummerde dossierpagina 904.

26 Geschrift, zijnde factuur verhuur van [naam] aan [naam bedrijf] d.d. 31 mei 2016, doorgenummerde dossierpagina 905.

27 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 november 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 1254-1255.

28 Proces-verbaal van verhoor van [naam] d.d. 15 november 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 1272-1276.

29 Proces-verbaal van bevindingen betreffende facturen gemeente Heerlen inclusief bijlagen, doorgenummerde dossierpagina’s 919-928.

30 Geschriften, zijnde de workflowhistorie en de factuur [naam bedrijf] d.d. 3 juni 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 931-934 en de geschriften, zijnde de workflowhistorie en de factuur [naam bedrijf] d.d. 9 juni 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 935-938.

31 Proces-verbaal van bevindingen ambtenaarschap verdachte [verdachte] (o.a.) dossier pagina’s 401 tot en met 414.

32 Proces-verbaal van bevindingen ambtenaarschap verdachte [naam] d.d. 27 september 2016, dossier pagina’s 1335 tot en met 1342.

33 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 7 december 2016, (o.a.) dossier pagina’s 664 tot en met 669, op pagina’s 666 en 667 en proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 11 januari 2017, (o.a.) dossier pagina’s 687 tot en met 693, op pagina 688.

34 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam] voornoemd, overzichten workflowhistorie en verklaring van de verdachte op de zitting van 18 juni 2019.

35 Processen-verbaal van verhoor van de getuigen [naam] en [naam] voornoemd.

36 Onderzoek GUARDEA, zaaksdossier 01.

37 Verklaring van de verdachte op de zitting van 18 juni 2019.

38 Overzicht aangetroffen tijdens de doorzoeking bij de gemeente Heerlen in de persoonlijke netwerkomgeving van de verdachte: zie PV bevindingen dossierpagina’s 1689 tot en met 1694, op p. 1693.

39 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 13 oktober 2016 met bijlagen, dossierpagina’s 1724 tot en met 1764 op pagina 1727.

40 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 28 november 2016 met bijlagen, dossierpagina’s 1765 tot en met 1791 op pagina 1767 tot en met 1770 en Proces-verbaal van aangifte d.d. 6 december 2016, dossierpagina’s 1345 tot en met 1348.