Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:5615

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-06-2019
Datum publicatie
20-06-2019
Zaaknummer
03-720777-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt drie broers voor het medeplegen van pogingen tot moord op twee slachtoffers medio 2018 op de parkeerplaats van de begraafplaats te Kitskensdal, Roermond voor gevangenisstraffen variërend tussen de 6 en 14 jaar. Een vierde verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde medeplichtigheid aan dezelfde pogingen tot moord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/720777-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 juni 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [adres verdachte] ,

gedetineerd in P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L. Bien, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 juni 2019. De verdachte (hierna te noemen: [verdachte] of [verdachte] ) en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De zaak is gelijktijdig doch niet gevoegd behandeld met de zaak van medeverdachten

[medeverdachte 1] (hierna te noemen: [medeverdachte 1] of [medeverdachte 1] ) (03/720776-18) en [medeverdachte 2] (hierna te noemen: [medeverdachte 2] of [medeverdachte 2] ) (03/720829-18).

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte] op 29 april 2018 in Roermond samen met anderen:

Feit 1: heeft geprobeerd [slachtoffer/bp 1] met een vuurwapen te vermoorden;

Feit 2: heeft geprobeerd [slachtoffer/bp 2] en [slachtoffer/bp 3] met een vuurwapen te vermoorden;

Feit 3: een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie is wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer/bp 1] te vermoorden en heeft hij zich samen met anderen schuldig gemaakt aan poging doodslag ten aanzien van [slachtoffer/bp 2] . Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat [verdachte] ook samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer/bp 3] te vermoorden, zodat hij van dat deel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken. Het laatste feit, het samen en in vereniging voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie, is wettig en overtuigend bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

[verdachte] is niet de schutter, dat is [medeverdachte 2] . Van de voor medeplegen noodzakelijke nauwe en bewuste samenwerking is geen sprake. Ook van voorbedachten rade is geen sprake. In de optiek van de verdediging is er ‘enkel’ sprake geweest van een ‘ordinaire ruzie’ die via Whatsapp hoog opliep. Het conflict werd nog groter toen het telefonisch contact niet meer plaatsvond tussen [slachtoffer/bp 1] en [verdachte] , maar toen [medeverdachte 2] het van [verdachte] overnam. [verdachte] wilde juist geen wapen in het spel, maar [medeverdachte 2] nam het wapen toch mee en heeft daarmee geschoten. [verdachte] kan daar niet verantwoordelijk voor worden gehouden.

[medeverdachte] verklaart dat [verdachte] samen met zijn broers het vuurwapen bij hem heeft gebracht en dat zij het vuurwapen vlak voor het schietincident hebben opgehaald. De verklaring van [medeverdachte] moet in de optiek van de verdediging worden uitgesloten van het bewijs, nu [medeverdachte] belastend heeft verklaard voor [verdachte] ten overstaan van de politie en hij zich vervolgens ten overstaan van de rechter-commissaris – toen de verdediging hem met betrekking tot zijn belastende verklaring wilde bevragen – op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. Het ondervragingsrecht van de verdediging is hierdoor geschonden. Omdat er verder geen steunbewijs is en ook geen compenserende maatregelen zijn genomen, kunnen de ten overstaan van de politie afgelegde verklaringen niet voor het bewijs worden gebruikt.

De door [slachtoffer/bp 2] en [slachtoffer/bp 1] afgelegde verklaringen zijn onbetrouwbaar, inconsistent, innerlijk tegenstrijdig, onderling tegenstrijdig en – nadat ze bij elkaar op de kamer in het ziekenhuis hebben gelegen – ook op elkaar aangepast.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Bewijsmiddelen

Binnen het strafrechtelijk onderzoek is de mobiele telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] , in gebruik bij [verdachte] en de mobiele telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer slachtoffer 1] , in gebruik bij het slachtoffer [slachtoffer/bp 1] , in beslag genomen2. In die telefoons is gebleken dat op 29 april 2018 [verdachte] en [slachtoffer/bp 1] door middel van tekstberichten en geluidsfragmenten een gesprek hebben gevoerd van 13.56 uur tot 15.35 uur. Vanwege het belang van dit gesprek én omdat van dit gesprek geen transcriptie is gemaakt in de zin dat alle tekstfragmenten in een gewoon document achter elkaar zijn geplaatst, zal de rechtbank deze conversatie (inclusief taalfouten) integraal opnemen. Daarbij zijn enkele fragmenten vet gedrukt omdat daar in de bewijsoverwegingen naar verwezen wordt.

Tussen 13.56 en 14.16, steeds met minder dan één minuut tussenpozen:

[verdachte] : jou ga ik zo zien /spreken onder vier ogen / wa ben jij

[slachtoffer/bp 1] : wie ben jij

[verdachte] : Puntje / lees die tekst / zie jou straks

[slachtoffer/bp 1] : jatoch / wie ben je

[verdachte] : wel komen hé / ben [verdachte]

[slachtoffer/bp 1] : Waar ben je

[verdachte] : wel komen he / ben [verdachte]

[slachtoffer/bp 1] : waar ben je / ik weet wie je bent

[verdachte] : Tmm / Kok solo/ ik ook solo

[slachtoffer/bp 1] : Ja wa bn jw

[verdachte] : Als manne / Ben net wakker / App jou als ik buite ben / Glijk die cimeid appe

[slachtoffer/bp 1] : (audio) … als je wilt vechten .. weet ik ben geen viezerik, ik gebruik jou naam niet bij mensen en zo, dus maar als je wil vechen kunnen wij vechten matti, ik ben niet bang voor jou …

[verdachte] : Ben slape / zie jou straks

[slachtoffer/bp 1] : Ja lees / en luister / Tmm

[verdachte] : Ja / Niet bang / Zeg ik niet / Maar joun gaat zien ‘Uurtje ben ik buite /

[verdachte] : (audio) .. niet twee drie keer herhalen ik ben niet bang voor jou, dadelijk ga jij schrik van je leven krjgen ik zeg je, jou hoofd breek ik dadelijk door midden onthoud dat goed. Veze stink Turk, wie denk je niet dat je bent jij posie boy, je vrouw werkt in de club, kanker hoer, kind ik ga dadelijk jou nek breken. Maar kom alleen. Ik kom ook alleen . Marok komen allen onthoud dat. Neem je gun, neem mee wat je wilt . Mijn vuisten gaan jou hoofd breken vandaag onthoud dat ..

[slachtoffer/bp 1] : Wat / Voor veraden

[verdachte] : .. je bent toch niet ban, jebt toch een man of niet? Ik zie jou zo meteen. Ik ben net wakker, douche eten en zo ga ik jou zien .. op mijn moeder gan graf ik ga jou vandaag zien en ga jij zien wat puntje waard is. Ik haal die hoofd van jou jou doormidden . Ik zweer je, vandaag gaat je hoofd .. ik breek die doormidden. Kleine snotneus, ik ben niet bang voor jou, komdadelijk naar mij toe .. solo .

[slachtoffer/bp 1] : Man / Wat voor gannoe man / Ahahahahaha / Mattie / Kheb niks / Mt jou temaken / Gezegttegen haar

[verdachte] : (audio) .. laag praten over mijn vriendin, ze is mooi ik ben verliefd op haar en nu flik je me die lelijke stinkslet, stuur dit gesprek ook maar naar haar. Dit is de 2e keer de 3e keer ga ik met je vechten op de vuist, onthoud dat

[slachtoffer/bp 1] : fack haar / En fack you / Wat denk je / Voor die kind

[verdachte] : Kom / Aub / ik ga nu douche / Waar zie ik joi / Dak mij toch / fak my tog

[slachtoffer/bp 1] : Wie

[verdachte] : Wie ben jij

[slachtoffer/bp 1] : Boem / Noem jij / Hoerekind Ian

[verdachte] : Kom / Wa ben jij

[verdachte] : (audio) ..he Ian, Ian moet je tegen je vader zegen onthoud dat ..

[verdachte] : Wa ben jij / Ik praat niet meer / Ga nu douche / Zie ik jou

[slachtoffer/bp 1] : Oke

[verdachte] : Kom solo / Als man

[slachtoffer/bp 1] : Jaa Jong / Ga nou douche

[verdachte] : Ok

[slachtoffer/bp 1] : Praatjes maker Wolluh / Puntjee

[verdachte] : Tmm

[slachtoffer/bp 1] : Jij gaat te ver mattie

[verdachte] : Tot zo

[slachtoffer/bp 1] : Vieze heroine junk

[verdachte] : Heroine junk / Haha / Wa ben jij / Kom goeie plek / wa niemand ons ziet

[slachtoffer/bp 1] : Wacht mattie / Kga nu na Klannie met iemand

[verdachte] : Tmm / Appa mij / Wacht op je / Manne komen solo / App mij gelijk / Wacht op jou

[slachtoffer/bp 1] : Wacht maar / Ik wacht op jou

[verdachte] : Yes bewijs materiaal / jij dealer / Meld als je klaar bent / Tmm / Je mag ook iemand meenemen / Geen probleem / Ik neem mijn schatje mee / App mij ben wachten

[slachtoffer/bp 1] : Wa ben jij

[verdachte] : Zeg plek / Kom ik erheen / ? / Jij mag plek kieze /

[verdachte] : Kom kerkhof / bij EMS / Te druk daar / Jij bent bij [slachtoffer/bp 2] / vo de deut / Respect / Ga niet bij ouders / Kijke wie eerst schiet / Politie id op de hoogte / kom

[slachtoffer/bp 1] : Jatoch jij bent ziek man met je schiete

[verdachte] : Pak je pistool / En kom

[slachtoffer/bp 1] : Kheb er geen

[verdachte] : Kerkhof / Kom kerkhof / Kom / Pak bij [slachtoffer/bp 2] / Thuis jullie wapens / En kopm

[slachtoffer/bp 1] : Moruqqq / Wat spave jij gannoe man

[verdachte] : Heb respect voor zijn ouders

[slachtoffer/bp 1] : Jj pedofiel / 16 jarige meisjes / Ruzie / Maken om

[verdachte] : Lekker man

[slachtoffer/bp 1] : Schaam je man / Wollah / Schandalig

[verdachte] : Jij ptraat tegen haar mou zwart make tog / Kom

[slachtoffer/bp 1] : Wat

[verdachte] : Aub

[slachtoffer/bp 1] : Voor / Zwart / Maken

[verdachte] : Kome praten

[slachtoffer/bp 1] : Kheb jou / Naaam / Niet gebruikt

[verdachte] : Kerkhof

[slachtoffer/bp 1] : Mattie / Jij mag helemgesprek zien / Ga ke zien / Dat ik niks berkeeds heb geaan

[verdachte] : Breng [slachtoffer/bp 2] mee / Heb geen ouders die vo mij gaan huile / Ik zeg jou kom aleen / Wou mij laten afzette / Breng jij mensen / Is goed / Kom Ben alleen met [medeverdachte 1]

[verdachte] is op 14 maart 2019 bij de rechter-commissaris verhoord3. Tijdens

dit verhoor heeft hij, voor zover van belang, het volgende verklaard:

Ik kreeg ruzie met [slachtoffer/bp 1] om een meisje. Ik wilde verhaal gaan halen bij hem. Ik heb mijn

broertje wakker gemaakt. Daarmee bedoel ik [medeverdachte 1] om mij af te zetten. Dat doet hij

altijd als ik hem dat vraag. Ik ben toen eerst te voet alleen naar [medeverdachte 2] gegaan. En heb met hem over de ruzie gesproken met [slachtoffer/bp 1] . Mijn broer [medeverdachte 2] zei dat [slachtoffer/bp 2] zich ermee ging bemoeien, omdat hij met [slachtoffer/bp 1] omgaat. [slachtoffer/bp 2] is onvoorspelbaar volgens [medeverdachte 2] ..Daarom wilde [medeverdachte 2] een wapen meenemen en meegaan. Ik heb gezegd tegen [medeverdachte 2] dat het niet nodig was om een wapen mee te nemen. We gingen om te praten en eventueel te vechten. Ik ben toen naar huis gegaan om bij [medeverdachte 1] in de auto te stappen. Toen zijn we samen [medeverdachte 2] gaan ophalen.

Op de terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij wist dat [medeverdachte 2] een wapen mee had.

Medeverdachte [medeverdachte] is door de politie verhoord op 2 mei 2018 en heeft, zakelijk

weergegeven, het volgende verklaard4:

Twee dagen voor zondag. Vrijdag dus, volgens mij was het koningsdag, werd ik eerst door

[medeverdachte 1] gebeld. Vervolgens kwamen ze naar de woning van mijn moeder op de [adres moeder medeverdachte]

. Ik zag ze daar met z’n drieën in de auto zitten. Dit was een kleine Seat.

[medeverdachte 1] reed, [verdachte] zat langs hem en [medeverdachte 2] zat achterin, achter [medeverdachte 1] . Ik ben voor twee van

hen niet bang, maar voor [medeverdachte 2] wel. Ik was in gesprek met [verdachte] . Ze bleven allen in de

auto zitten. [verdachte] zei tegen mij dat ik het vuurwapen moest verstoppen. [verdachte] is ook degene

die mij bedreigde. Ik wilde geen gezeik, vooral niet omdat [medeverdachte 2] achterin zat. Ik kreeg het

vuurwapen van [verdachte] . Hij is ook degene die het kwam halen.

Het was een zwart pistool met een bruin handvat. Het was in ieder geval geen negen

millimeter. Die zijn groter.

Zondag rond een uur of twaalf, een, twee. Toen belde [medeverdachte 1] op. Hij vroeg waar ik was en zei

dat hij mij dringend nodig had. Hij zei, kom eens naar jouw ouders voor de deur. Toen ik

daar aankwam, zag ik ze alledrie weer in dezelfde auto zitten. Dit waren [medeverdachte 1] achter het

stuur, [verdachte] er langs en [medeverdachte 2] zat achter [medeverdachte 1] . [verdachte] deed weer het woord en zei dat ik

het ding moest pakken. Ik zei dat ik deze niet kon pakken. Dit wilde ik niet omdat ik zag dat

zij opgefokt waren. Hij dreigde mij kapot te slaan als ik het vuurwapen niet zou pakken. Toen

heb ik het vuurwapen toch maar gepakt en aan [verdachte] gegeven. Vervolgens reden zij weg.

[verdachte] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard5 dat toen zij naar de begraafplaats reden [medeverdachte 1] de auto bestuurde, dat hij zelf op de bijrijdersplaats zat en dat [medeverdachte 2] achterin de auto zat.

Voorts heeft hij verklaard:

U vraagt mij toen ik en [medeverdachte 2] uitstapten op de parkeerplaats, of ik zag waar [medeverdachte 2] naar toe

ging. Het ging allemaal zo snel. Hij heeft gelijk geschoten. [medeverdachte 2] sprong uit de auto. Ik zag

de jongens en toen hoorde ik schoten.

Slachtoffer en benadeelde partij [slachtoffer/bp 1] heeft bij zijn aangifte, zakelijk weergegeven, het

volgende verklaard6:

We hebben afgesproken, ik dan met [verdachte] [de rechtbank begrijpt: [verdachte] ] om het met hem te kunnen uitpraten over een akkefietje en ze hebben een opgezet plan gemaakt om ons aan te kunnen pakken, zeg maar. Akkefietje was dat hij beweerde dat ik iets over hem had gezegd. Voordat wij iets konden doen haalde hij zijn broer erbij. Zijn broer heeft zich toen verstopt. Toen kwam hij, zijn broer, gelijk op ons schieten. De broer is [medeverdachte 2] . Ik ben naar het kerkhof gereden met [slachtoffer/bp 2] en [slachtoffer/bp 3] . Gewoon daarheen gereden, onbewapend en niks, gewoon om te praten. Maar toen wij daar aankwamen zonder enig iets, kwam [medeverdachte 2] die zich had verstopt achter de bosjes tevoorschijn met het geweer. Hij kwam gelijk dichtbij met het geweer en schoot op [slachtoffer/bp 2] [de rechtbank begrijpt: [slachtoffer/bp 2] ] en mij.

Slachtoffer en benadeelde partij [slachtoffer/bp 2] heeft ten overstaan van de rechter-commissaris, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard7:

[verdachte] heeft [medeverdachte 2] het vieze werk laten doen. Hij had ruzie met [slachtoffer/bp 1] over een meisje. [verdachte] wilde vechten. Ik ben meegegaan om het uit te praten. Toen we aan kwamen rijden stonden [medeverdachte 1] en [verdachte] buiten de auto, [medeverdachte 2] zag ik niet. Ik heb niet de kans gekregen iets te zeggen. Toen ik de deur van de auto open maakte kwam [medeverdachte 2] gelijk uit de bosjes en begon te schieten. Hij heeft mij en [slachtoffer/bp 1] geraakt. Vanaf het eerste moment voelde ik dat ik geraakt was. Hij heeft twee keer geraakt en daarna heeft hij [slachtoffer/bp 1] geraakt. Hij had een wit T-shirt aan waardoor je heel goed zag dat hij geraakt was. Daarna heeft [medeverdachte 2] een derde keer op mij geschoten. Hij stond op 4 meter afstand van mij en heeft mij in mijn buik geraakt. Tussen het tweede en derde schot heeft [verdachte] mij met de ploertendoder geslagen. Ik ben tussen de 5 en 10 keer geraakt met de ploertendoder. Ik ben een paar keer in mijn zij geraakt, maar de meeste klappen heb ik op mijn armen gekregen toen ik de slagen afweerde. Ik heb nog gezien dat [medeverdachte 1] met een dolk achter [slachtoffer/bp 1] aanrende.

Slachtoffer en benadeelde partij [slachtoffer/bp 1] heeft ten overstaan van de rechter-commissaris, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard8:

We kwamen aan bij de parkeerplaats tegenover het kerkhof. [medeverdachte 1] en [verdachte] stonden naast de auto. De oudere broer, [medeverdachte 2] , was ergens verstopt. Hun auto stond geparkeerd met de neus naar voren zodat ze meteen konden wegrijden. De nummerplaat was afgeplakt. Ik parkeerde de auto naast die van hen. [slachtoffer/bp 2] zei dat ik moest blijven zitten omdat hij het wilde gaan uitpraten. Voordat hij kon uitstappen werd er meteen twee keer op hem geschoten door de oudste broer. Toen ben ik geraakt. De kogel ging dwars door mij heen. Ik ben toen weg gerend en achter een boom gaan schuilen. Ik zag dat ik kort naast mijn hart geraakt was. Ik keek toen terug naar [slachtoffer/bp 2] . Hij was nog steeds aan het schreeuwen tegen [verdachte] dat we waren gekomen om te praten. [verdachte] had een ploertendoder en sloeg [slachtoffer/bp 2] . Ik voelde me heel schuldig want het ging om mijn ruzie met [verdachte] . Ik zag dat ik aan het doodbloeden was. Ik rende toen terug om mijn vriend [slachtoffer/bp 2] te helpen. Toen zag ik [medeverdachte 1] met een kapmes uit de auto stappen en hij zwaaide dreigend om mij daar weg te krijgen. Hij heeft mij niet geraakt. Ik was bang dat ze mij gingen snijden. Ik ben toen terug gerend naar die boom. [verdachte] heeft met de ploertendoder de auto kapot geslagen.

Getuige [getuige 1] heeft ten aanzien van de door haar als buurtbewoner waargenomen gebeurtenissen, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, het volgende verklaard9:

Ik was op 29 april 2018 omstreeks 15.30 uur thuis en keek door het raam. Ik zag omstreeks 15.15 uur een kleine zwarte auto de parkeerplaats tegenover de begraafplaats oprijden. Ik zag een man uitstappen. Ik zag nog twee mannen uitstappen. Ik zag dat ze iets aan de voorkant van de auto aan het doen waren. Ik kon niet zien wat ze aan het doen waren. Op een gegeven moment liepen ze naar de achterkant van de auto. Ik zag dat een van hen een stuk papier scheurde en iets aan de auto deed en het andere stuk op de grond op de parkeerplaats gooide. Achteraf vul ik het voor mezelf in dat dit stuk papier mogelijk gebruikt kon worden om de kentekenplaat af te plakken. Ik zag dat de eerste man zich niet ophield bij de andere twee.

[medeverdachte 1] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard10 dat hij, samen met [medeverdachte 2] en [verdachte] na het incident heel snel is weggereden, richting het EMS-terrein en vervolgens de snelweg op.

Er heeft forensisch radiologisch onderzoek plaatsgevonden door het Maastricht UMC+ naar het letsel bij [slachtoffer/bp 2] . Daarbij zijn de volgende waarnemingen gedaan11:

Er zijn drie huiddefecten en een metaal dens fragment zichtbaar in het lichaam. Hieruit zijn twee trajecten te reconstrueren: één vanuit huiddefect A naar een metaal dens fragment, de andere vanuit huiddefect B naar huiddefect C. Beide trajecten geven schade aan onderhuidse weefsels en organen:

Traject 1 beschadigt de rechter 10de rib, de punt van de lever en de rechternier. Rondom de beschadigingen zijn bloeduitstortingen, met name rondom de rechternier, doorlopend tot in het kleine bekken.

Traject 2 geeft zeer waarschijnlijk beschadigingen aan de darmstructuren. Er is bloed zichtbaar in de onderhuidse weefsels, rondom de darmen en in de buikholte. In het verloop van dit traject is een rond defect in de rechterbekkenkam te zien en een defect van de peesplaat.

Ook is er forensisch radiologisch onderzoek verricht door het Maastricht UMC+ naar het letsel van [slachtoffer/bp 1] . Dit heeft, voor zover van belang, de volgende resultaten12 opgeleverd:

Er zijn drie huiddefecten zichtbaar. Hieruit is één traject te reconstrueren: vanuit huiddefect C naar huiddefect B. Het traject geeft schade aan onderhuidse weefsels en organen: linker 6de en 12de rib, de linkerlong met contusie haarden, klaplong links en bloed in de borstholte links.

Op de parkeerplaats tegenover de begraafplaats aan de Kitskensdal te Roermond (plaats delict) en in de daarop geparkeerde auto van [slachtoffer/bp 1] zijn drie hulzen en een kogelpunt aangetroffen13. Deze zijn voorzien van de volgende SIN nummers:

Huls 1 SIN AAKI0029NL

Huls 2 SIN AAKI0028NL

Huls 3 SIN AAKI0020NL

Kogelpunt SIN AAHB8405NL

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft munitieonderzoek verricht naar aanleiding van de op de plek van het schietincident aangetroffen hulzen en kogel en heeft in haar rapport14, zakelijk weergegeven, de volgende bevindingen neergelegd:

De drie aangetroffen hulzen [AAKI0020NL, -28NL, -29NL] zijn van het kaliber 7,65mm Browning. De kogel [AAHB8405NL] past gezien de massa en de uiterlijke kenmerken het best bij het kaliber 7,65mm en bij een patroon van het merk Geco. Hypothese 1, ‘de hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen’ is zeer veel waarschijnlijker dan dat hypothese 1 ‘de hulzen zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken’ waar is. De hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een semi-automatisch werkend pistool van het kaliber 7,65mm Browning, merk Walther of Manurhin, model PP of PK. De afvuursporen in de kogel passen bij dit vuurwapen.

Bewijsoverwegingen

Uit de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen is af te leiden dat nadat de afspraak tussen [verdachte] en [slachtoffer/bp 1] was gemaakt om elkaar te ontmoeten (rond 14.00 uur), [medeverdachte 2] door [verdachte] daarvan op de hoogte is gebracht. [medeverdachte 2] heeft daarop aangegeven dat [slachtoffer/bp 1] dan [slachtoffer/bp 2] wel mee zou brengen en dat hij daarom met [verdachte] mee zou gaan en een wapen mee zou nemen. [verdachte] heeft vervolgens [medeverdachte 1] wakker gemaakt en hem gevraagd hen naar de ontmoetingsplek te rijden. [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn vervolgens [medeverdachte 2] gaan ophalen en samen zijn ze naar [medeverdachte] gereden. Aldaar hebben zij het vuurwapen opgehaald dat zij samen enkele dagen eerder naar [medeverdachte] hadden gebracht. De drie broers zaten samen in één auto toen [verdachte] aan [medeverdachte] opdroeg het wapen te pakken. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat zowel [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de hoogte waren van het feit dat op dat moment een vuurwapen werd opgehaald en meegenomen naar de confrontatie met [slachtoffer/bp 1] . [medeverdachte] constateerde dat de drie broers opgefokt waren, maar gaf hen toch het wapen. Ondertussen ging het app-gesprek tussen [verdachte] , die op dat moment in de auto zat met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , en [slachtoffer/bp 1] (al dan niet in het gezelschap van [slachtoffer/bp 2] ) door en werd door [verdachte] geappt dat hij een vuurwapen mee zal brengen (“kijken wie eerst schiet”, “neem je pistool mee”). Samen rijden ze naar de afgesproken plek: de parkeerplaats van de begraafplaats op Kitskensdal, waar [verdachte] nog een app-bericht stuurt dat hij alleen is met [medeverdachte 1] , de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] .

Daarna hebben beide ‘kampen’ elkaar omstreeks 15.20 uur ontmoet op de begraafplaats. Zoals blijkt uit de verklaringen van [verdachte] en slachtoffers [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] werd er vrijwel direct geschoten door [medeverdachte 2] op zowel [slachtoffer/bp 1] als [slachtoffer/bp 2] . [verdachte] hanteerde een ploertendoder en sloeg daarmee meerdere malen tegen het lichaam van [slachtoffer/bp 2] . Toen [slachtoffer/bp 1] [slachtoffer/bp 2] wilde gaan helpen, voorkwam [medeverdachte 1] dit door met een kapmes dreigend ertussen te gaan staan. Vervolgens, zo blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1] , zijn [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] weggereden en hebben zij [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] achtergelaten.

Uit de radiologische rapporten blijkt dat zowel [slachtoffer/bp 1] als [slachtoffer/bp 2] ernstig gewond zijn geraakt en door meerdere kogels geraakt zijn in hun romp, waarbij bij beide personen vitale organen geraakt en beschadigd zijn.

Bewijsverweren / alternatieve scenario’s

[verdachte] en [medeverdachte 1] hebben ten overstaan van de rechter-commissaris en daarna bij de rechtbank verklaringen afgelegd waaruit zou moeten blijken dat:

  1. [verdachte] en [medeverdachte 1] niet wisten dat [medeverdachte 2] een wapen bij zich had;

  2. De verklaring van [medeverdachte] dat het wapen bij hem is opgehaald, onjuist is;

  3. De berichten vanuit de telefoon van verdachte aan [slachtoffer/bp 1] op het moment dat over een wapen wordt gesproken, buiten medeweten van [verdachte] door [medeverdachte 2] zijn verstuurd;

  4. [verdachte] niet wist dat [medeverdachte 2] direct zou gaan schieten;

  5. [verdachte] en [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] hebben horen zeggen in de auto direct na het schietincident dat [slachtoffer/bp 2] een wapen had en dat hij daarom geschoten heeft;

  6. [medeverdachte 1] niets wist over de ruzie en gedurende de gehele ruzie niet uit de auto is geweest en de verklaringen van aangevers daarover onjuist zijn;

  7. [verdachte] [slachtoffer/bp 2] met de ploertendoder heeft geslagen, maar dat dit was omdat [slachtoffer/bp 2] hem sloeg en dat de verklaring van [slachtoffer/bp 2] daarover onjuist is;

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van de verdachten onaannemelijk zijn en op meerdere onderdelen in strijd komen met andere bewijsmiddelen. De rechtbank stelt vast dat deze verklaringen pas zijn afgelegd toen nagenoeg het hele dossier compleet was. In die verklaringen wordt alles zodanig voorgesteld dat alleen [medeverdachte 2] als schutter verantwoordelijk gehouden kan worden voor de beschieting en aan [verdachte] en [medeverdachte 1] geen verwijt kan worden gemaakt als medeplegers. De rechtbank gaat hierin niet mee om de volgende redenen.

Ten aanzien van het wapen (a, b en d) acht de rechtbank de verklaring van [medeverdachte] daarover betrouwbaar. De rechtbank acht het zeer onwaarschijnlijk dat [medeverdachte] die verklaring op verzoek van de familie [slachtoffer/bp 2] zou hebben verzonnen om op die manier de familie [verdachte] extra te belasten, zoals de verdediging stelt. [medeverdachte] betaalt namelijk een hoge prijs voor zijn eerlijkheid: hij heeft de toorn van de familie [verdachte] op zich geladen en is ook zelf vervolgd. Zijn verklaring komt daarenboven oprecht over. Zelfs zijn correctie in zijn tweede verklaring dat hij het wapen niet in een gangetje, maar in de tuin van zijn moeder had verstopt, komt authentiek over: hij wilde aanvankelijk zijn moeder niet boos maken. Daarnaast noemt hij details in zijn verklaring die ook juist zijn. Zo weet hij dat [medeverdachte 1] reed, [verdachte] ernaast zat en [medeverdachte 2] achter [medeverdachte 1] zat. Die verklaring stemt overeen met de verklaring van (mede)verdachte(n) zelf. Ook zegt hij over het wapen dat hem in bewaring werd gegeven dat het een kleiner wapen was dan de politie gebruikt. Ook dit is bij nader onderzoek (van hulzen en patroon) juist gebleken.

Het standpunt van de verdediging dat de verklaring van [medeverdachte] niet gebezigd kan worden voor het bewijs, volgt de rechtbank niet. De verdediging komt inderdaad het recht toe een ten overstaan van de politie afgelegde belastende verklaring te toetsen. Dit ondervragingsrecht heeft de verdediging niet kunnen effecturen omdat [medeverdachte] zich vervolgens ten overstaan van de rechter-commissaris op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. Dit maakt echter niet dat de door [medeverdachte] bij de politie afgelegde verklaring uitgesloten moet worden van het bewijs omdat er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van [medeverdachte] . Dit steunbewijs bestaat daaruit dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] precies zo in de auto zaten bij het schietincident dat even later plaatsvond als door [medeverdachte] omschreven en dat de omschrijving van het pistool door [medeverdachte] matcht met de hulzen die zijn aangetroffen.

Daarnaast is de lezing die [verdachte] geeft over het geheel autonoom handelen van [medeverdachte 2] volstrekt onaannemelijk. In deze zaak is komen vast te staan dat de gehele ruzie alleen maar draaide om een al dan niet vermeende inbreuk door [slachtoffer/bp 1] op een door [verdachte] gewenste liefdesaffaire met een meisje. Hoewel het op zich al moeilijk voorstelbaar is om vanwege zo’n aanleiding iemand te willen ombrengen, is het nog minder invoelbaar dat [medeverdachte 2] dit geheel op eigen houtje en zonder inzet en overleg met [verdachte] zou doen. In lijn met het ophalen van het wapen bij [medeverdachte] en in lijn met het sturen van de berichtjes door [verdachte] aan [slachtoffer/bp 1] en in lijn met het vrijwel direct beschieten van [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] is het dat [verdachte] en [medeverdachte 2] afspraken dat [verdachte] en [medeverdachte 1] [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] zouden opwachten en [medeverdachte 2] zou schieten.

[verdachte] erkent dat hij zelf de afspraak om te vechten die dag (ruim anderhalf uur voor het daadwerkelijk treffen) met [slachtoffer/bp 1] heeft gemaakt. In het berichtenverkeer tussen [slachtoffer/bp 1] en (de telefoon van) [verdachte] is een constante dat [slachtoffer/bp 1] alleen moet komen. Als (om wat voor reden dan ook) bij [verdachte] bekend is dat [slachtoffer/bp 1] bij [slachtoffer/bp 2] is, verhardt de toon en wordt aan het einde gezegd: Breng [slachtoffer/bp 2] mee / Ik zeg jou kom alleen / Breng jij mensen / Is goed / Kom ben alleen met [medeverdachte 1] . De rechtbank vindt deze rode draad in het gesprek - alleen komen dan wel [slachtoffer/bp 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer/bp 2] ) meenemen - zodanig specifiek dat het veel waarschijnlijker is dat de hele conversatie door [verdachte] is gevoerd dan dat een deel ervan (namelijk als het over een wapen gaat) door [medeverdachte 2] is overgenomen (zoals onder c gesteld).

De verklaring van [verdachte] en [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 2] gezegd zou hebben tegen hen dat [slachtoffer/bp 2] een wapen bij zich had, wordt niet ondersteund door enig bewijsmiddel. In het zojuist genoemde berichtenverkeer blijkt veeleer dat [slachtoffer/bp 1] de hele situatie wil sussen. Hij schrijft dat hij de naam van [verdachte] tegenover het meisje niet heeft genoemd. Ook zegt hij dat [verdachte] het hele app-gesprek met [naam meisje] mag inzien. Als hij wordt uitgenodigd om te vechten, zegt hij dat hij komt om te praten. Als hem gezegd wordt een wapen mee te nemen, verklaart hij [verdachte] voor gek en zegt hij geen wapen te hebben. In hun aangiftes klinkt het ongeloof door dat ze direct en zonder enige inleiding nog voor ze uitgestapt zijn, volop beschoten worden. De rechtbank vindt de verklaringen daarover van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (voor zover hij het zou hebben gezegd) dan ook ongeloofwaardig (zie gestelde onder e).

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] uit de auto is geweest. Niet alleen [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] verklaren dit, maar ook de getuige mevrouw [getuige 1] . Zij is de enige getuige die vanaf de overzijde van de parkeerplaats al vóór de confrontatie de situatie in ogenschouw had. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat éérst de drie broers [verdachte] ter plaatse zijn en dat pas daarna [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] arriveren. Geheel in lijn daarmee verklaart de getuige [getuige 1] dat zij ziet vóórdat [slachtoffer/bp 1] c.s. arriveren, dat er eerst één en daarna nog twee mannen uit de auto stappen, er twee iets met de nummerplaten doen en dat als de andere auto arriveert, er twee mannen uitstappen en er gelijktijdig geschoten wordt. De rechtbank acht deze verklaring objectief en betrouwbaar en daarmee de verklaring van [medeverdachte 1] (en [verdachte] ) leugenachtig. Dat [medeverdachte 1] geholpen heeft met het afdekken van de nummerplaten, vindt bevestiging in de aanwezigheid van zijn vingersporen op het materiaal waarmee dat is gebeurd. Ervan uitgaande dat [medeverdachte 1] zich buiten de auto bevond op het moment van de confrontatie, ondersteunt de verklaringen van [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] dat hij zich met die confrontatie heeft bemoeid (argument onder f).

Evenmin acht de rechtbank het geloofwaardig dat [verdachte] met zijn ploertendoder op [slachtoffer/bp 2] insloeg uit zelfverdediging. [slachtoffer/bp 2] ontkent dat. De verklaring van [slachtoffer/bp 2] zelf en het gegeven dat er direct in de auto werd geschoten, maken aannemelijk dat [slachtoffer/bp 2] al vrij snel na aankomst zwaar gewond was door kogels (hoewel dat onder andere door een donker shirt minder zichtbaar was). De rechtbank acht het hoogst onaannemelijk dat [slachtoffer/bp 2] in die situatie (gewond zijnde én [medeverdachte 2] in de buurt met een wapen) [verdachte] zou aanvallen (argument onder g).

Voor de rechtbank bevestigt het gedrag van [verdachte] en [medeverdachte 1] tijdens en/of na de beschietingen dat zij zich niet van de beschietingen door [medeverdachte 2] distantieerden. Integendeel leveren zij er hun bijdrage aan door [slachtoffer/bp 2] en [slachtoffer/bp 1] erna op afstand te houden (argument onder h).

Medeplegen [medeverdachte 2] en [verdachte] ?

Uit de voornoemde omstandigheden leidt de rechtbank af dat [verdachte] de agressor was: het conflict dat uiteindelijk heeft geleid tot de schietpartij vond immers plaats tussen hem en [slachtoffer/bp 1] . Hij heeft [slachtoffer/bp 1] uitgedaagd tot een ontmoeting en heeft daarbij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] betrokken. [medeverdachte 2] besluit vervolgens, omdat hij vermoedt dat [slachtoffer/bp 2] met [slachtoffer/bp 1] mee zal komen naar de ontmoetingsplek, om mee te gaan met [verdachte] en een vuurwapen mee te nemen. [verdachte] is hiervan op de hoogte en later, als [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar medeverdachte [medeverdachte] rijden om het vuurwapen op te halen, zijn alle drie de broers [verdachte] op de hoogte van het vuurwapen dat mee zal worden genomen naar de ontmoetingsplek. [medeverdachte 1] zorgt voor het vervoer, [verdachte] is de agressor en geeft in het app-gesprek dreigend richting [slachtoffer/bp 1] aan ‘kijken wie eerst schiet’ en [medeverdachte 2] is uiteindelijk degene die het vuurwapen hanteert. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat er een nauwe en bewuste samenwerking heeft plaatsgevonden tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ter voorbereiding op het door hen voorgenomen misdrijf en de daadwerkelijke uitvoering daarvan. Aan deze vaststelling verbindt de rechtbank dan ook de gevolgtrekking dat sprake is geweest van medeplegen zonder onderscheid te maken tussen de beschieting van [slachtoffer/bp 1] en van [slachtoffer/bp 2] . Uit het berichtenverkeer blijkt dat [medeverdachte 2] en [verdachte] kennis hadden van de komst van [slachtoffer/bp 2] . Zowel [slachtoffer/bp 1] als [slachtoffer/bp 2] worden direct beschoten en er blijkt nergens dat het raken van [slachtoffer/bp 2] niet gewild was. Sterker nog, juist als [verdachte] [medeverdachte 2] op de hoogte brengt van zijn berichtverkeer met [slachtoffer/bp 1] , geeft [medeverdachte 2] aan dat [slachtoffer/bp 2] dan ook mee zal komen naar de confrontatie, waarop hij aangeeft dan hij dan mee zal gaan met [verdachte] en een vuurwapen zal meenemen.

Poging moord of poging doodslag?

Voor ‘voorbedachten rade’ moet komen vast te staan dat de verdachte enige tijd heeft gehad om zich te beraden, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daar rekenschap van te geven. Of voorbedachten raad bewezen kan worden, hangt sterk af van de gelegenheid en van de overige feitelijke omstandigheden van het geval zoals de aard van het feit, de wijze waarop het feit is begaan alsmede de gedragingen van de verdachte voor en tijdens het begaan van dat feit.

Uit de voornoemde omstandigheden leidt de rechtbank af dat zowel [medeverdachte 2] als [verdachte] op basis van een duidelijk vooropgezet plan en onmiskenbare voorbereidingshandelingen handelden toen zij poogden [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] van het leven te beroven. [medeverdachte 2] en [verdachte] hebben zich gedurende enige tijd kunnen beraden op het besluit om een vuurwapen mee te nemen naar de confrontatie met de slachtoffers. Zij hebben het vuurwapen samen met [medeverdachte 1] opgehaald, zijn vervolgens naar de ontmoetingsplek gereden en hebben aldus gedurende deze hele tijd kunnen nadenken over de betekenis en de gevolgen van de door hen voorgenomen daad en hebben zich daarvan rekenschap kunnen geven. Ook eenmaal gearriveerd op de ontmoetingsplek hadden [medeverdachte 2] als [verdachte] nog kunnen afzien van hun plan. Er was echter geen ander plan dan de slachtoffers van dichtbij meerdere malen te beschieten. Immers, vrijwel direct nadat [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] arriveren worden zij beschoten door [medeverdachte 2] . Er is geen gelegenheid gegeven om de ruzie uit te praten of om te vechten: [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] moesten worden gedood en daartoe heeft [medeverdachte 2] meerdere malen zijn pistool op hen gericht en de trekker overgehaald. Aan deze vaststelling verbindt de rechtbank dan ook de gevolgtrekking dat zowel bij [medeverdachte 2] als bij [verdachte] sprake is geweest van handelen met voorbedachten raad en dus poging tot moord op zowel [slachtoffer/bp 1] als [slachtoffer/bp 2] . Bij [verdachte] blijkt zijn intentie ook uit het feit dat hij tijdens het schietincident ook nog met een ploertendoder op [slachtoffer/bp 2] heeft ingeslagen. Hij heeft zich in het geheel niet gedistantieerd van het door [medeverdachte 2] gebruikte schietgeweld maar zijn eigen bijdrage aan het geweld geleverd.

Voor wat betreft [medeverdachte 1] blijkt er volgens de rechtbank onvoldoende wetenschap van de voorbedachten raad en daarom zal hij daarvan worden vrijgesproken. Voor [medeverdachte 1] staat immers alleen vast dat hij wist dat zijn broer een wapen bij zich had en dat zij naar een treffen op de parkeerplaats gingen. Hoewel van hem niet gezegd kan worden dat hij op de hoogte was (of moet zijn geweest) van de intentie tot moord van zijn broers, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank wel de aanmerkelijke kans aanvaard dat er bij de geplande vechtpartij geschoten zou worden. Zijn gedrag tijdens en na de beschieting bevestigt dat hij die kans ten volle aanvaardde en zich daarvan niet gedistantieerd heeft. Hij heeft immers zelf met een mes in zijn handen gestaan en heeft zijn broers weg gereden van het incident. Daarmee acht de rechtbank ten aanzien van hem het medeplegen van de poging doodslag op beide aangevers bewezen.

Poging moord, doodslag op of bedreiging van [slachtoffer/bp 3] ?

Anders is dit ten aanzien van de tenlastegelegde poging moord of doodslag op dan wel bedreiging van [slachtoffer/bp 3] . De enige die daarover verklaart, is [slachtoffer/bp 2] . Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het wettig bewijs ontbreekt. De rechtbank zal dan ook voor dit gedeelte van het tenlastegelegde feit 2 vrijspreken.

Medeplegen voorhanden hebben wapen en munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie

De rechtbank vindt bewezen dat het vuurwapen dat [medeverdachte 2] samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] bij medeverdachte [medeverdachte] heeft opgehaald hetzelfde wapen betreft waar tijdens het schietincident te Kitskensdal mee is geschoten. Dit leidt de rechtbank af uit de verklaring van [medeverdachte] ten overstaan van de politie waarin hij aangeeft dat het vuurwapen een kleiner kaliber vuurwapen betreft dan een 9mm, uit het feit dat het schietincident kort nadat de broers het wapen bij [medeverdachte] hadden opgehaald, heeft plaatsgevonden en uit het feit dat geenszins is gebleken dan wel naar voren gebracht dat er nog sprake zou zijn van een ander vuurwapen.

Uit het onderzoek naar de hulzen en de kogelpunt volgt dan dat [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] een vuurwapen van het kaliber 7.65mm Browning, merk Walther of Manurhin hebben opgehaald bij [medeverdachte] en dat [medeverdachte 2] dit vuurwapen vervolgens tijdens het schietincident heeft gebruikt. Niet is vast komen te staan dat [medeverdachte] behalve het vuurwapen ook de bijbehorende munitie in bewaring heeft gehad. Nu het vuurwapen tijdens het schietincident kennelijk geladen was, doet het er naar het oordeel van de rechtbank voor de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van het vuurwapen en de munitie niet toe of verdachten het wapen in geladen toestand bij [medeverdachte] hebben opgehaald of het daarna hebben geladen met munitie: ten tijde van het schietincident hadden zij het vuurwapen en de munitie voorhanden.

Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen en in vereniging een vuurwapen en munitie als bedoeld in Categorie II van de Wet wapens en munitie voorhanden hebben gehad.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de [verdachte]

1.

op 29 april 2018 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer/bp 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, genoemde [slachtoffer/bp 1] met een pistool een kogel in de buik, in elk geval in het lichaam heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 29 april 2018 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer/bp 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, genoemde [slachtoffer/bp 2] met een pistool, kogels in de buik, in elk geval in het lichaam heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

In of omstreeks de periode van 26 april 2018 tot en met 29 april 2018 in de gemeente Roermond , tezamen en in vereniging met anderen een vuurwapen van categorie II en munitie van categorie II voorhanden heeft gehad;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. [verdachte] zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1: medeplegen van poging tot moord;

feit 2: medeplegen van poging tot moord;

feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

[verdachte] is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan [verdachte] op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren, met aftrek van het voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat sprake is geweest van een uit de hand gelopen confrontatie die mede door toedoen van [verdachte] is ontstaan. De zaak moet vanuit deze visie worden bekeken. Er was geen sprake van een vooropgezet plan. De geëiste straf dient dan ook te worden gematigd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

[verdachte] heeft zich ten aanzien van twee personen schuldig gemaakt aan het medeplegen van pogingen tot moord. Bij deze pogingen tot het vermoorden van zijn slachtoffers heeft [verdachte] samen met zijn broer [medeverdachte 2] gebruik gemaakt van een vuurwapen met munitie. Vanwege een conflict over een meisje heeft [verdachte] zijn broer [medeverdachte 2] het vuur laten openen op de twee slachtoffers die ongewapend tegenover hem stonden. Mogelijk hebben de slachtoffers zich uit laten dagen, echter de broers [verdachte] hebben hen in het geheel geen gelegenheid geboden om het gesprek aan te gaan. [medeverdachte 2] heeft hen direct en doelbewust beschoten en uit het gehele onderzoek is gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte 2] hierbij geen enkel ander doel hadden dan hen te doden. [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn vervolgens bij hun broertje [medeverdachte 1] in de auto gestapt, waarna ze samen de plaats delict hebben verlaten en ze hun slachtoffers zwaargewond hebben achtergelaten.

Gelet op de letselbeschrijvingen en de loop van de kogel(s) zoals die uit de radiologische analyse van de verwondingen van de twee slachtoffers blijkt, is het puur een kwestie van geluk dat zij nog in leven zijn.

Levensdelicten zijn de ernstigste delicten die er zijn en dienen zwaar bestraft te worden. De omstandigheden waaronder de broers [verdachte] deze delicten hebben gepleegd, worden aan verdachte zwaar toegerekend. Op klaarlichte dag, op de parkeerplaats van een begraafplaats waar mensen in alle rust en kalmte ongestoord hun overleden naasten willen bezoeken. En bovendien te midden in een woonwijk waardoor vele omwonenden het geweld hebben meegekregen, de schoten hebben gehoord en met de gewonden zijn geconfronteerd.

[verdachte] heeft een strafblad, met hierop geen ten aanzien van deze strafzaak relevante eerdere veroordelingen. Voor het overige zijn geen voor de strafmaat relevante persoonlijke omstandigheden van [verdachte] naar voren gebracht of anderszins bekend.

De rechtbank zal een hogere straf opleggen dan de 10 jaar gevangenisstraf die de officier van justitie heeft geëist. Naast de hierboven genoemde omstandigheden acht de rechtbank meer bewezen (dubbele poging tot moord) dan de officier van justitie. Daarnaast ziet de rechtbank geen aanleiding om onderscheid te maken tussen degene die geschoten heeft en de medepleger. De door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf acht de rechtbank in dit geval dan ook onvoldoende voor een dubbele poging moord.

Dit alles in aanmerking nemende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren passend en geboden. Deze straf zal de rechtbank dan ook aan [verdachte] opleggen.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

Benadeelde partij [slachtoffer/bp 2] heeft het volgende gevorderd:

Materiële schade

  • -

    Ziekenhuiskosten (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 24.115,81

  • -

    Ziekenhuiskosten (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 1.765,10

  • -

    Ziekenhuiskosten (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 5.828,76

  • -

    Ambulancevervoer, (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 910,37

  • -

    Helikopter, (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 1.626,00

  • -

    Opvragen medisch dossier (nota bijgevoegd) € 8,15

  • -

    Daggeldvergoeding 19 dagen ad € 30,00 € 570,00

  • -

    Kleding (geschat) € 300,00

  • -

    Verplaatste kosten (vergoeding verzorging door ouders) € 2.128,00

Immateriële schade

  • -

    Smartengeld € 17.000,00

  • -

    Shockschade € 10.000,00

Deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de maatregel van schadevergoeding. De schadevergoeding dient hoofdelijk aan [verdachte] en zijn medeverdachten te worden opgelegd.

Benadeelde partij [slachtoffer/bp 1] heeft het volgende gevorderd.

Materiële schade

  • -

    Opvragen medisch dossier (nota bijgevoegd) € 8,15

  • -

    Daggeldvergoeding 9 dagen ad € 30,00 € 270,00

  • -

    Verplaatste kosten (vergoeding verzorging door ouders) € 2.128,00

  • -

    Kleding (geschat) € 300,00

Immateriële schade

  • -

    Smartengeld € 17.000,00

  • -

    Shockschade € 10.000,00

Deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de maatregel van schadevergoeding. De schadevergoeding dient hoofdelijk aan [verdachte] en zijn medeverdachten te worden opgelegd.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

Benadeelde partij [slachtoffer/bp 2]

De officier is van oordeel dat de shockschade niet toewijsbaar is en dat de daggeldvergoeding voor een iets lager bedrag van € 534,00 toewijsbaar is. Voor het overige is de officier van oordeel dat alle bedragen dienen te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de maatregel van schadevergoeding. De schadevergoeding dient hoofdelijk aan [verdachte] en zijn medeverdachten te worden opgelegd.

Benadeelde partij [slachtoffer/bp 1]

De officier is van oordeel dat de shockschade niet toewijsbaar is en dat de daggeldvergoeding voor een iets lager bedrag van € 552,00 toewijsbaar is. Voor het overige is de officier van oordeel dat alle bedragen dienen te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de maatregel van schadevergoeding. De schadevergoeding dient hoofdelijk aan [verdachte] en zijn medeverdachten te worden opgelegd.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen door de strafrechter een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. Dit, met name gelet op het feit dat de vorderingen dermate kort op de inhoudelijke behandeling van de strafzaak zijn ingediend, dat de verdediging niet meer in de gelegenheid is geweest deze met verdachte te bespreken. De vorderingen dienen daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de verzochte shockschade niet voor toewijzing in aanmerking komt. Gewezen wordt in dit kader op de eigen schuld van [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] en het feit dat uit de verklaringen van beide slachtoffers geen eenduidig beeld kan worden gedestilleerd over wat er nu precies is gebeurd [slachtoffer/bp 1] heeft zelfs verklaard dat hij een groot deel heeft gemist.

Ten aanzien van de verzorgingskosten stelt de verdediging zich op het standpunt dat onvoldoende duidelijk is waar de verzorging uit bestond en waarom deze voor de duur van 4 weken is opgevoerd. Was deze verzorging gedurende 4 weken fulltime nodig en was er dan geen sprake van afbouw? Was er per dag 8 uur zorg noodzakelijk of was er wellicht enkel sprake van een dagelijkse verbandwissel?

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer/bp 2] geldt ten aanzien van de kostenpost ‘ziekenhuiskosten’ dat deze niet meer bestaat indien een ziektekostenverzekering de opgevoerde kosten reeds heeft vergoed. Nu niet onderbouwd is dat [slachtoffer/bp 2] niet over een ziektekostenverzekering beschikt, dient de vordering ten aanzien van dit gedeelte niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De verzochte immateriële schadevergoeding dient in de optiek van de verdediging in behoorlijke mate te worden gematigd, gelet op de eigen schuld en betrokkenheid van [slachtoffer/bp 1] en [slachtoffer/bp 2] bij het incident.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer/bp 2]

Materiële schade

Ziekenhuiskosten (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 24.115,81

Ziekenhuiskosten (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 1.765,10

Ziekenhuiskosten (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 5.828,76

Ambulancevervoer, (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 910,37

Helikopter, (nota bijgevoegd), niet verzekerd € 1.626,00

Opvragen medisch dossier (nota bijgevoegd) € 8,15

Kleding (geschat) € 300,00

Verplaatste kosten (vergoeding verzorging door ouders) € 2.128,00

De rechtbank zal deze kostenposten / dit gedeelte van de vordering volledig toewijzen, nu deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen en de kosten voldoende zijn onderbouwd en het geschatte bedrag de rechtbank redelijk voorkomt.

Gelet op de betalingsherinnering van AmbulanceZorg, ten aanzien van het ambulancevervoer van [slachtoffer/bp 2] naar het ziekenhuis, acht de rechtbank voldoende onderbouwd dat [slachtoffer/bp 2] inderdaad niet beschikt over een ziektekostenverzekering. Immers, zou hij hierover wèl beschikken, dan ligt het in de lijn der verwachting dat de verzekeringsmaatschappij deze nota reeds zou hebben voldaan en het niet zover zou komen dat er een betalingsherinnering zou zijn uitgegaan.

Ten aanzien van de verplaatste kosten is door de benadeelde partij naar voren gebracht dat familieleden hem gedurende een lange periode thuis hebben verzorgd en dat deze zorg gedurende ongeveer vier weken vrijwel fulltime (8 uur per dag) was. Daarna nam het aantal uren zorg per dag af. De benadeelde partij brengt daarom een periode van vier weken in rekening, ondanks dat de zorg meer dan 28 dagen ad 8 uren heeft behelst. De rechtbank acht de vordering op dit punt redelijk en zal het gevorderde bedrag dan ook toewijzen.

De daggeldvergoeding stelt de rechtbank vast op € 28,00. Nu [slachtoffer/bp 2] 19 dagen in het ziekenhuis heeft verbleven, heeft hij recht op een totale daggeldvergoeding van € 534,00. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook toewijzen, nu deze post voor vergoeding in aanmerking komt en de post voldoende is onderbouwd.

De rechtbank zal dan ook een totaalbedrag ad € 37.216,19 aan materiële schadevergoeding toewijzen.

Immateriële schade

De rechtbank zal, nu zij dit bedrag redelijk en passend acht, een bedrag ter hoogte van

€ 12.000,00 aan immateriële schadevergoeding toewijzen en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Deze niet-ontvankelijkheid ziet niet enkel op het gedeelte van de post ‘smartengeld’ dat niet door de rechtbank wordt toegewezen, maar ook op de post ‘shockschade’, nu niet gebleken is van psychiatrische schade bij [slachtoffer/bp 2] , zijnde een van de voorwaarden om voor vergoeding van shockschade in aanmerking te komen. Aan [slachtoffer/bp 2] wordt een hoger bedrag toegewezen dan aan [slachtoffer/bp 1] omdat [slachtoffer/bp 2] blijvende beperkingen aan de poging moord heeft overgehouden. Een van de kogels zit ook nog altijd in zijn lichaam.

Deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 29 april 2018 en met oplegging van de maatregel van schadevergoeding. [verdachte] en zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de vergoeding van de schade aan [slachtoffer/bp 2] .

Benadeelde partij [slachtoffer/bp 1]

Materiële schade

Opvragen medisch dossier (nota bijgevoegd) € 8,15

Verplaatste kosten (vergoeding verzorging door ouders) € 2.128,00

Kleding (geschat) € 300,00

De rechtbank zal deze kostenposten / dit gedeelte van de vordering volledig toewijzen, nu deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen, de kosten voldoende zijn onderbouwd en het geschatte bedrag de rechtbank redelijk voorkomt.

Ten aanzien van de verplaatste kosten is door de benadeelde partij naar voren gebracht dat familieleden hem gedurende een lange periode thuis hebben verzorgd en dat deze zorg gedurende ongeveer vier weken vrijwel fulltime (8 uur per dag) was. Daarna nam het aantal uren zorg per dag af. De benadeelde partij brengt daarom een periode van vier weken in rekening, ondanks dat de zorg meer dan 28 dagen ad 8 uren heeft behelst. De rechtbank acht de vordering op dit punt redelijk en zal het gevorderde bedrag dan ook toewijzen.

De daggeldvergoeding stelt de rechtbank vast op € 28,00. Nu [slachtoffer/bp 1] 9 dagen in het ziekenhuis heeft verbleven, heeft hij recht op een totale daggeldvergoeding van € 252,00. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook toewijzen, nu deze post voor vergoeding in aanmerking komt en de post voldoende is onderbouwd.

De rechtbank zal dan ook een totaalbedrag ad € 2.688,15 aan materiële schadevergoeding toewijzen.

Immateriële schade

De rechtbank zal een bedrag ter hoogte van € 8.000,00 aan immateriële schadevergoeding toewijzen en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Deze niet-ontvankelijkheid ziet niet enkel op het gedeelte van de post ‘smartengeld’ dat niet door de rechtbank wordt toegewezen, maar ook op de post ‘shockschade’, nu niet gebleken is van psychiatrische schade bij [slachtoffer/bp 1] , zijnde een van de voorwaarden om voor vergoeding van shockschade in aanmerking te komen.

Deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 29 april 2018 en met oplegging van de maatregel van schadevergoeding. [verdachte] en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de vergoeding van de schade aan [slachtoffer/bp 1] .

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 60a, 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 14 jaren, met aftrek van het voorarrest;

Benadeelde partij [slachtoffer/bp 2] en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/bp 2] , gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen

€ 37.216,19 aan materiële schade en een bedrag van € 12.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van

29 april 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer/bp 2] , van € 49.216,19, bij niet betaling en verhaal te vervangen door

281 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 29 april 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] is betaald;

  • -

    verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij of [medeverdachte 2] dan wel [medeverdachte 1] heeft voldaan aan de opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

Benadeelde partij [slachtoffer/bp 1] en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/bp 1] , gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen

€ 2.436,15 aan materiële schade en een bedrag van € 8.000,00 aan immateriële schade,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van

29 april 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer/bp 1] , van € 10.436,15, bij niet betaling en verhaal te vervangen door

88 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 29 april 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] is betaald;

  • -

    verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij of [medeverdachte 2] dan wel [medeverdachte 1] heeft voldaan aan de opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers, voorzitter, mr. A.M. Koster-van der Linden en mr. G.L.A.M. van Doveren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.L.J. Damoiseaux, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 juni 2019.

Buiten staat

Mr. G.L.A.M. van Doveren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 29 april 2018 in de gemeente Roermond

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer/bp 1]

opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven,

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, genoemde [slachtoffer/bp 1] met een

pistool, in elk geval met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meer

kogel(s) in de buik, in elk geval in het lichaam heeft geschoten en/of een of

meer kogel(s) in de richting van die [slachtoffer/bp 1] heeft geschoten

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 29 april 2018 in de gemeente Roermond

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer/bp 3] en/of

[slachtoffer/bp 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven,

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, genoemde [slachtoffer/bp 3] en/of [slachtoffer/bp 2]

met een pistool, in elk geval met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

- een of meer kogel(s) in de buik, in elk geval in het lichaam heeft geschoten

en/of

- een of meer kogel(s) in de richting van die [slachtoffer/bp 3] en/of [slachtoffer/bp 2] heeft geschoten

en/of

- een of meer kogel(s) op/in de auto waarin die [slachtoffer/bp 3] en/of [slachtoffer/bp 2] zich bevonden

heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 29 april 2018 in de gemeente Roermond

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer/bp 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met

zware mishandeling,

immers heeft verdachte een pistool, in elk geval een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer/bp 3] gericht en/of op/in de auto gericht waarin die

[slachtoffer/bp 3] zich bevond en/of de trekker overgehaald;

3.

hij in of omstreeks de periode van 26 april 2018 tot en met 29 april 2018

in de gemeente Roermond , tezamen en in vereniging met een of meer anderen

een vuurwapen van categorie II en/of categorie III en/of munitie van categorie

II en/of categorie III voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie-eenheid Limburg, Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2018062940, gesloten d.d. 27 juli 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 910 en opgevolgd door de aanvulling op het einddossier (pagina 911 tot en met pagina 1028).

2 Proces-verbaal van bevindingen, pv-nr. 113, p. 513-533.

3 Proces-verbaal van verhoor van getuige [verdachte] bij de rechter-commissaris, 14-3-2019.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , 2-5-2018, p. 136-139.

5 Proces-verbaal verhoor getuige [verdachte] bij rechter-commissaris, 14-3-2019.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer/bp 1] , 1-5-2018, p.216-225.

7 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer/bp 2] bij rechter-commissaris, 12-3-2019.

8 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer/bp 1] bij rechter-commissaris.

9 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , 14-5-2018, p.353-354.

10 Proces-verbaal verhoor getuige [medeverdachte 1] bij rechter-commissaris, 14-3-2019.

11 Forensisch radiologisch onderzoek, rapportnr 51/2018, p.868-879.

12 Forensisch radiologisch onderzoek, rapportnr 52/2018, p.880-889.

13 Aanvraag extern forensisch onderzoek, 9-5-2018, p.851

14 Munitieonderzoek, rapport, 21-6-2018, p.890-897.