Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:521

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-01-2019
Datum publicatie
06-02-2019
Zaaknummer
5447323 BR VERZ 16-265
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erfrecht. art. 278 RV Verzoekster heeft ondanks alle beoordelingen ter zake in meerdere beschikkingen in deze zaak tot op heden wederom haar (gewijzigde) verzoek niet overeenkomstig het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv ingericht. Om deze reden wordt het verzoek afgewezen, heeft om proceseconomische redenen geen mondelinge behandeling van het onderhavige verzoek plaatsgevonden en komt de kantonrechter niet toe aan verdere beoordeling van het verzoekschrift. Kostenveroordeling mag verzoekster niet omslaan over de nalatenschap of anderszins in rekening bij de erfgenamen mag brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0035
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zaaknr: 5447323 BR VERZ 16-265

Beschikking van 21 januari 2019

Inzake

[verzoekster] ,

kantoor houdende te [vestigingsplaats] ,

verzoekster, in haar hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] (verder te noemen: de erflater).

1 De procedure

1.1.

Op 19 november 2018 is een (gewijzigd) verzoekschrift met bijlagen en een schrijven waarin verzoekster heeft meegedeeld dat zij [naam] zal dagvaarden voor de door hem onbetaald gelaten schuld aan de nalatenschap ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.2.

Beschikking is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

Anders dan verzoekster meent kan ook bij de rechtbank Limburg een wijziging van het petitum van een verzoekschrift bij brief worden gedaan. Dat heeft verzoekster eerder gedaan (de brief van 26 januari 2018 onder 2.5. sub e een gewijzigd verzoek heeft ingediend dat zijzelf heeft onderstreept) en waarop is beschikt. Of een verzoekschrift bij brief of bij gewijzigd verzoekschrift wordt ingediend maakt niet uit zolang er maar is voldaan aan het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv. Verzoekster heeft ondanks alle beoordelingen ter zake in meerdere beschikkingen in deze zaak tot op heden wederom haar (gewijzigde) verzoek niet overeenkomstig het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv ingericht. Om deze reden wordt het verzoek afgewezen, heeft om proceseconomische redenen geen mondelinge behandeling van het onderhavige verzoek plaatsgevonden en komt de kantonrechter niet toe aan verdere beoordeling van het verzoekschrift.

2.2.

De met deze meermaals nodeloze discussie gepaard gaande uren mogen niet ten laste van de boedel worden gebracht. Van een professional als verzoekster mag worden verwacht dat zij een (gewijzigd) verzoek inricht overeenkomstig opgemeld artikel. Nu verzoekster dat wederom heeft nagelaten zal de kantonrechter haar in de proceskosten van

€ 79,00 (het griffierecht) veroordelen met bepaling dat verzoekster deze proceskostenveroordeling niet om mag slaan over de nalatenschap of anderszins in rekening bij de erfgenamen mag brengen.

3. De beslissing

3.1.

wijst het verzoek af,

3.2.

veroordeelt verzoekster in de kosten van deze procedure die begroot zijn op € 79,00 aan griffierecht en bepaalt dat verzoekster deze kosten niet om mag slaan over de nalatenschap of anderszins in rekening bij de erfgenamen mag brengen.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

YT