Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:4943

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
27-05-2019
Datum publicatie
27-05-2019
Zaaknummer
03/133320-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte, werkzaam als schoonmaakster in een hotel, steelt van hotelgasten. Veroordeling tot een deels voorwaardelijke taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/133320-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 mei 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J. de Bruin, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 mei 2019. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte meermalen diverse goederen van hotelkamers heeft gestolen (feiten 1 tot en met 5) en een laptop van [naam hotel 1] heeft gestolen (feit 6).

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat alle feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, gelet op de aangiften en de bekennende verklaringen van de verdachte. Voor wat betreft feit 5 heeft de officier van justitie betoogd dat de tenlastegelegde geldbedragen zien op de bedragen van € 20,- en € 50,-.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1:

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen op grond van:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 3 maart 2018, p. 26 en 27;

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 13 mei 2019 afgelegd.

Feit 2:

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen op grond van:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 februari 2018, p. 44;

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 13 mei 2019 afgelegd.

Feit 3:

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen op grond van:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 februari 2018, p. 48;

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 13 mei 2019 afgelegd.

Feit 4:

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen op grond van:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 februari 2018, p. 52 en 53;

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 13 mei 2019 afgelegd.

Feit 5:

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen op grond van:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 19 augustus 2017, p. 56 en 57;

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 13 mei 2019 afgelegd.

De rechtbank overweegt ten aanzien van feit 5 dat zij bewezen acht dat de verdachte een horloge en geldbedragen heeft gestolen. De geldbedragen bestaan uit een bedrag van € 20,- en € 50,-.

Feit 6

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen op grond van:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 18 augustus 2017, p. 63 en 64;

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 13 mei 2019 afgelegd.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

op 26 februari 2018 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (24,30 euro), toebehorende aan het [naam hotel 2] en/of aan [slachtoffer 1] ;

2.

In de periode van 12 februari 2018 tot en met 22 februari 2018 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

twee sloffen sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

3.

in de periode van 21 februari 2018 tot en met 22 februari 2018 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een geldbedrag (50 euro), toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

4.

in de periode van 24 februari 2018 tot en met 25 februari 2018 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een telefoon (merk/type Samsung S8), toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

5.

in de periode van 1 augustus 2017 tot en met 17 augustus 2017 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

geldbedragen en een horloge, toebehorende aan gasten van [naam hotel 1] ;

6.

in de periode van 11 augustus 2017 tot en met 15 augustus 2017 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een laptop (merk HP), toebehorende aan [naam hotel 1] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feiten 1 tot en met 6: (telkens) Diefstal

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 220 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht een deels voorwaardelijke taakstraf op te leggen. Hij geeft de rechtbank in overweging een taakstraf voor de duur van 150 uren, waarvan 75 uren voorwaardelijk, op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft tijdens haar werk als schoonmaakster in een hotel geldbedragen, een horloge en sigaretten van verschillende hotelgasten gestolen. Ook heeft zij geld en een laptop gestolen van de hotels waar zij werkzaam was.

De verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen van de hotelgasten. Zij moeten er immers vanuit kunnen gaan dat zij hun spullen veilig kunnen achterlaten op de hotelkamer, hun tijdelijke privé-onderkomen. In plaats van een zorgeloos verblijf in een hotel, werden zij tijdens hun afwezigheid bestolen. Daarbij heeft de verdachte niet geschroomd hun persoonlijke spullen te doorzoeken. De verdachte heeft met haar handelen bovendien de naam van het hotel geschaad.

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij zich genoodzaakt zag te stelen vanwege een benarde financiële situatie. Zij droeg niet alleen de (financiële) zorg voor haar kinderen, maar ook voor haar toenmalige partner. Van het gestolen geld en goederen, die werden ingeruild voor geld, heeft zij boodschappen gedaan.

Door de reclassering zijn rapporten over de verdachte uitgebracht. Hieruit volgt dat verdachte een kwetsbare vrouw is, met veel schulden, die impulsief kan stelen. Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat zij nog steeds bang is voor een terugval. Inmiddels krijgt zij de nodige ondersteuning van instellingen op het gebied van huisvesting, werk en inkomen. Ook wordt de verdachte ondersteund met de zorg voor de kinderen.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte hard aan het werk is haar leven weer op de rails te krijgen. De geboden hulp grijpt zij met beide handen aan.

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat een voorwaardelijke taakstraf passend is. Het onvoorwaardelijk deel dient om verdachte de strafwaardigheid van haar gedrag te laten inzien. Zij zal gedurende een flink aantal uren onbetaalde arbeid moeten verrichten. Het voorwaardelijk deel dient de verdachte er van te weerhouden opnieuw in de fout te gaan.

Alles overwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf alleszins redelijk. Zij zal deze dan ook overnemen.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [naam hotel 1] vordert een schadevergoeding van € 1.358,- ter zake van de feiten 5 en 6 en € 1.200,- aan proceskosten (kosten advocaat). Zij vordert tevens de vordering te verhogen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de kosten voor de laptop en de proceskosten toe te wijzen. De € 50,- die werd betaald aan de klant die werd bestolen, komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat er - zonder nadere toelichting die ontbreekt - geen sprake is van rechtstreekse schade van [naam hotel 1] . De benadeelde partij dient voor wat betreft dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de bedragen € 769,- en € 199,-, welke kosten verband houden met de diefstal van de laptop, voor toewijzing in aanmerking komen. Van de in dat kader gevorderde € 340,- aan kosten “conform werkbon” is niet komen vast te staan dat dit bedrag verloren is gegaan als gevolg van de diefstal. De benadeelde partij dient voor wat betreft dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Hetzelfde geldt voor de gevorderde € 50,- welke werden uitbetaald aan de bestolen hotelgast.

De vordering dient te worden afgewezen voor wat betreft de gevorderde proceskosten, aangezien deze kosten niet voldoende zijn onderbouwd.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat [naam hotel 1] rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de diefstal van de laptop. De kosten voor een nieuwe laptop ad € 769,- en de aanschaf van het office-programma ad € 199,- zijn voldoende onderbouwd en komen voor vergoeding in aanmerking. Van de overige kosten (conform werkbon) is niet komen vast te staan dat deze kosten werkelijke schade betreffen. Voor dit deel van de vordering zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

De gevorderde € 50,- (vergoeding voor gast) en de kosten voor een advocaat ad € 1.200,- zijn niet onderbouwd en zullen worden afgewezen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 220 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 110 dagen;

  • -

    beveelt dat een gedeelte van deze straf, groot 60 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van 2 jaar zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

  • -

    beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [naam hotel 1] te Maastricht gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 986,- (aanschaf nieuwe laptop en aanschaf Office), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 15 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige aan gevorderde kosten in het kader van de gestolen laptop niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de posten “vergoeding voor gast” en de proceskosten af;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam hotel 1] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 19 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2017;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 mei 2019.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 26 februari 2018 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (24,30 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het [naam hotel 2] en/of aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

zij in of omstreeks de periode van 12 februari 2018 tot en met 22 februari 2018 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

twee sloffen sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

zij in of omstreeks de periode van 21 februari 2018 tot en met 22 februari 2018 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een geldbedrag (50 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

zij in of omstreeks de periode van 24 februari 2018 tot en met 25 februari 2018 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een telefoon (merk/type Samsung S8), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

zij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2017 tot en met 17 augustus 2017 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een of meer geldbedragen en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer gasten van [naam hotel 1] en/of aan [naam hotel 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6.

zij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2017 tot en met 15 augustus 2017 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een laptop (merk HP), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie, Districtsrecherche Zuid-West-Limburg, proces-verbaalnummer 2018031917, gesloten d.d. 9 mei 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 120.