Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:4849

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-05-2019
Datum publicatie
16-08-2019
Zaaknummer
7560043 BR VERZ 19-57
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Art. 4:149 lid 2 BW. Ontslag executeur. Uit de testamenten blijkt dat de erflater zijn echtgenote tot executeur en (afwikkelings)bewindvoerder van zijn nalatenschap heeft aangewezen en dat de erflater daarbij geen beperkingen ter zake het beheer en het beschikken aan de executeur en (afwikkelings)bewindvoerder heeft gesteld. Er is sprake van een volledige volmacht die vlak na het overlijden van de erflater door de executeur aan haar kinderen is verleend. Door deze volmacht zijn de taken, bevoegdheden en plichten als bepaald in Boek 4, Titel 5 afdelingen 6 en 7 BW van de executeur en (afwikkelings)bewindvoerder, op dat moment integraal overgegaan op de kinderen. Pien. In het verlengde hiervan lag het dus op de weg van de kinderen om een boedelbeschrijving op te stellen, om inlichtingen aan de erfgenamen te verstrekken en om rekening en verantwoording af te leggen, een en ander als bepaald in de artt. 4:146 lid 2, 4:148 en 4:151 BW. Niet kan worden geoordeeld dat de executeur en (afwikkelings)bewindvoerder haar taken, in die hoedanigheid heeft verzaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2019/268
ERF-Updates.nl 2019-0205
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer 7560043 BR VERZ 19-57

Beschikking van 21 mei 2019

op een verzoek van

[verzoeker] ,

wonend te [woonplaats 1] aan de [adres] ,

verzoeker, in zijn hoedanigheid van erfgenaam in de nalatenschap van [erflater] (verder: de erflater)

verschenen in persoon,

tegen

1 [verweerster sub 1] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

verweerster, in haar hoedanigheid van erfgename, executeur

en (afwikkelings)bewindvoerder van de nalatenschap van de erflater,

gemachtigde mr. P.J. Hentenaar-Polderman en

2. [verweerster sub 2],

wonend te [woonplaats 1] ,

verweerster, in haar hoedanigheid van erfgename van de nalatenschap van de erflater,

gemachtigde mr. P.J. Hentenaar-Polderman.

Partijen zullen hierna [verzoeker] (verzoeker), moeder (verweerster sub 1) en [verweerster sub 2] (verweerster sub 2) genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Bij vonnis van 20 februari 2019 gewezen door de rechtbank Amsterdam in het incident met zaaknummer C/13/655546/ HA ZA 18-1039 heeft voornoemde rechtbank zich onbevoegd verklaard om te beslissen op de incidentele vorderingen van [verzoeker] als eiser in het incident en moeder en [verweerster sub 2] als verweerders in het incident om:

I. moeder met onmiddellijke ingang te verbieden enige handeling en/of rechtshandeling te verrichten ten aanzien van de boedel van de erflater

II. bij vonnis, subsidiair bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, moeder te schorsen als, en te ontslaan uit haar functie van executeur en voor zover rechtens nog mogelijk en/of noodzakelijk, te schorsen en ontslaan uit haar functie van bewindvoerder ter zake de nalatenschap van de erflater onder benoeming van een executeur.

Het overige onder II en III incidenteel gevorderde is door de rechtbank Amsterdam afgewezen met veroordeling van [verzoeker] in de proces- en nakosten van het incident. Bij opgemeld vonnis zijn de onder I en II vermelde vorderingen verwezen naar de rechtbank

Limburg, kamer voor kantonzaken, locatie Maastricht, om aldaar te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure.

1.2.

Op 25 februari 2019 is opgemeld vonnis ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.3.

Op 1 mei 2019 is een schrijven met vier hoofdproducties die onderverdeeld zijn in zestig subproducties van moeder en [verweerster sub 2] ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.4.

Op 2 mei 2019 is een schrijven met veertien producties van [verzoeker] ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.5.

Op 9 mei 2019 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarvan een proces-verbaal is opgemaakt. [verzoeker] , moeder, [verweerster sub 2] en mr. Hentenaar-Polderman voornoemd zijn ter mondelinge behandeling verschenen.

1.6.

Vervolgens is beschikking bepaald en wordt vandaag uitspraak gedaan.

2 De feiten

2.1.

Op [overlijdensdatum] is [erflater] te [overlijdensplaats] , aldaar laatstelijk wonend, overleden.

2.2.

Bij testamenten van de erflater van 21 november 2008 en 21 februari 2013 heeft de erflater over zijn nalatenschap beschikt en zijn echtgenote (moeder) en hun kinderen ( [verweerster sub 2] en [verzoeker] ) tot erfgenamen benoemd en moeder tot executeur en (afwikkelings)bewind-voerder aangewezen.

2.3.

Bij verklaring van erfrecht van 29 oktober 2013 heeft moeder volmacht verleend aan [verzoeker] en [verweerster sub 2] om haar zowel samen als ieder afzonderlijk te vertegenwoordigen ter zake het beheer, de beschikking en de vereffening van de nalatenschap en de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap waartoe de erflater gerechtigd was. Bij e-mail van 6 december 2017 heeft moeder haar volmacht ingetrokken.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] stelt ter onderbouwing van zijn verzoeken dat de communicatie tussen hem, moeder en [verweerster sub 2] niet goed verloopt, dat moeder haar wettelijke taken als executeur verzaakt c.q. niet goed heeft uitgeoefend omdat zij hem desgevraagd geen inlichtingen verstrekt, geen verantwoording aan hem aflegt, zijn elementaire vragen niet beantwoordt en geen boedelbeschrijving heeft opgemaakt. Ook de vragen die [verzoeker] door tussenkomst van zijn echtgenote aan moeder heeft gesteld zijn door moeder niet beantwoord. Het enige waarover moeder wil praten is over de inboedel van het [naam] . Door de handelwijze van moeder heeft [verzoeker] geen vertrouwen meer in moeders functioneren als executeur. Mede gelet op de leeftijd en kennis van moeder vindt hij dat moeder minder goed geëquipeerd is om de afwikkeling tot een goed einde te brengen. Moeder schiet tekort in haar taken als executeur en dat maakt dat er sprake is van gewichtige redenen.

3.2.

Moeder en [verweerster sub 2] voeren - verkort weergegeven - aan dat het [verzoeker] was die na de volmachtverlening door moeder de nalatenschap is gaan vereffenen en binnen een maand na het overlijden van de erflater in overleg met moeder een boedelbeschrijving heeft opgesteld. Alle lopende procedures zijn afgewikkeld en het enige dat nog moet gebeuren is het leeg opleveren van het inmiddels verkochte [naam] en het verdelen van de inboedel daarvan die moeder heeft opgeslagen. Moeder heeft de volmacht aan [verzoeker] en [verweerster sub 2] onder meer ingetrokken omdat [verzoeker] bij de door hem verrichte verkooponderhandelingen ten aanzien van het [naam] geen informatie meer verstrekte aan haar. Van gewichtige redenen is geen sprake waardoor de vorderingen van [verzoeker] dienen te worden afgewezen.

4 De beoordeling

4.1.

Uit de testamenten blijkt dat de erflater moeder tot executeur en (afwikkelings)bewindvoerder van zijn nalatenschap heeft aangewezen en dat de erflater daarbij geen beperkingen ter zake het beheer en het beschikken over zijn nalatenschap aan de executeur en (afwikkelings)bewindvoerder heeft gesteld. Uit de verklaring van erfrecht van 29 oktober 2013 volgt:

AFWIKKELINGSBEWIND; DE BEWINDVOERDER

Bij gemeld testament de dato eenentwintig november twee duizend acht heeft de erflater een afwikkelingsbewind ingesteld over de erfdelen van de overige erfgenamen van erflater onder de voorwaarden als opgenomen in het testament. Tot bewindvoerder heeft de erflater aangewezen: zijn echtgenote, mevrouw [verweerster sub 1] voornoemd, die blijkens een aan deze akte te hechten schriftelijke verklaring haar benoeming heeft aanvaard. De bewindvoerder heeft het beheer van de nalatenschap en is zelfstandig bevoegd om de nalatenschap te verdelen met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in het testament. Het bewind vervalt na de verdeling van de nalatenschap en in ieder geval twee jaar na de overlijdensdatum van de erflater.

EXECUTELE: DE EXECUTEUR

Bij gemeld testament de dato eenentwintig november twee duizend acht heeft de erflater tot executeur benoemd: zijn echtgenote, mevrouw [verweerster sub 1] voornoemd, die blijkens voormelde verklaring haar benoeming heeft aanvaard. De executeur heeft ingevolge de wet en ingevolge het hiervoor vermelde testament de taak en de bevoegdheid de nalatenschap te beheren. De executeur is bevoegd de door hem beheerde goederen te gelde te maken, voorzover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden van de nalatenschap. De executeur behoeft voor de tegeldemaking van een goed geen toestemming van de erfgenamen. Gedurende zijn beheer vertegenwoordigt de executeur bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte.

ALGEHELE VOLMACHT TOT BEHEER EN VEREFFENING

Mevrouw [verweerster sub 1] voornoemd heeft volmacht gegeven aan: haar kinderen sub 1. en 2. voornoemd, zowel tezamen als ieder afzonderlijk, teneinde haar te vertegenwoordigen terzake van het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek van de nalatenschap en de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap waartoe de erflater was gerechtigd (hierna te noemen: het vermogen), alsmede terzake van de vereffening daarvan. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging betreft onder meer: het innen van vorderingen, alsmede uitkeringen, zoals van levensverzekering of pensioen, door het overlijden van de erflater opeisbaar geworden en aan de nalatenschap of aan één of meer van de erfgenamen toekomende, het opheffen en doen overboeken van rekeningen bij banken, spaarbanken en girodiensten, het verkopen en leveren van roerende en onroerende zaken op de wijze, onder de voorwaarden en tegen de prijzen welke de gevolmachtigde raadzaam zal achten, het openbreken van safes, het doen van belastingaangiften (waaronder die van het recht van successie, overgang en schenking), het namens de ondergetekende optreden als aandeelhouder in de vergadering van aandeelhouders van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Het [naam] Natuurschoonwet B.V., bezwaar te maken tegen WOZ-beschikkingen en het voeren van juridische procedures terzake, het sluiten van vaststellingsovereenkomsten met schuldeisers en legatarissen van de nalatenschap en voorts al datgene verder of meer te doen hetgeen terzake van een juiste afwikkeling door de gevolmachtigde raadzaam wordt geacht, alles niet de macht van substitutie. De gevolmachtigde heeft de verplichting om van alle werkzaamheden aantekening te houden en aan de ondergetekende rekening en verantwoording af te leggen. De gevolmachtigde is uitdrukkelijk bevoegd alle correspondentie aangaande de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap in nalatenschap namens de ondergetekende te ontvangen, daarop te reageren, en eventuele stukken te ondertekenen.

CONCLUSIE

Mitsdien is mevrouw [verweerster sub 1] , handelend In haar hoedanigheid van executeur en afwikkelingsbewindvoerder, zelfstandig bevoegd de nalatenschap te beheren en te verdelen overeenkomstig het vorenstaande. Voorts zijn mevrouw [verweerster sub 1] en de hiervoor sub 1. tot en met 2. genoemde kinderen in hun hoedanigheid van erfgenamen - met inachtneming van de bevoegdheid van mevrouw [verweerster sub 1] in haar hoedanigheid van executeur en afwikkelingsbewindvoerder - gezamenlijk bevoegd de goederen behorende tot de nalatenschap te beheren en daarover te beschikken. Voorts zijn de hiervoor sub 1. en 2. genoemde kinderen, handelende als gevolmachtigden van mevrouw [verweerster sub 1] , zelfstandig bevoegd tot al hetgeen waartoe zij blijkens het vorenstaande gevolmachtigd zijn.

4.1.1.

Anders dan [verzoeker] betoogt blijkt uit het voorgaande onomstotelijk dat er sprake is van een volledige volmacht. Door deze volmacht zijn de taken, bevoegdheden en plichten als bepaald in Boek 4, Titel 5 afdelingen 6 en 7 BW van moeder, in haar hoedanigheid van executeur en (afwikkelings)bewindvoerder, op dat moment integraal overgegaan op [verzoeker] en [verweerster sub 2] .

4.1.2.

Uit de stellingen van partijen volgt dat [verweerster sub 2] nooit gebruik heeft gemaakt van de volmacht en dat [verzoeker] feitelijk en zonder enige beperking vanaf het verlenen van de volmacht (29 oktober 2013) tot aan het intrekken daarvan door moeder (6 december 2017)

- en derhalve ruim vier jaar - de regie over de vereffening van de nalatenschap heeft gevoerd en in dat kader tot aan het intrekken van de volmacht beheers- en beschikkingshandelingen heeft verricht. In het verlengde hiervan lag het dus op de weg van [verzoeker] om een boedelbeschrijving op te stellen, om inlichtingen aan de erfgenamen te verstrekken en om rekening en verantwoording af te leggen, een en ander als bepaald in de artt. 4:146 lid 2, 4:148 en 4:151 BW. Kortom, vanaf de volmachtverlening tot aan de intrekking daarvan rustten die taken (niet op moeder maar) op [verzoeker] en vanaf het intrekken van de volmacht verlening tot aan de verdeling van de nalatenschap rusten die taken op moeder. Het gaat er dus om of moeder vanaf het intrekken van de volmacht haar wettelijke taken als executeur heeft verzaakt c.q. niet goed heeft uitgeoefend en dat ten gevolge daarvan sprake is gewichtige redenen om moeder als executeur en (afwikkelings)bewindvoerder te schorsen en/of te ontslaan en of er reden bestaat om moeder te verbieden enige handeling en/of rechtshandeling ten aanzien van de nalatenschapsboedel te verrichten.

4.1.3.

Het oordeel van de kantonrechter luidt dat van gewichtige redenen geen sprake is. Uit de verklaring ter mondelinge behandeling van [verzoeker] volgt dat hij binnen een maand na het overlijden van de erflater samen met moeder een boedelbeschrijving heeft opgemaakt. Daarmee is een van de door [verzoeker] aangevoerde bezwaren, die hij ter onderbouwing van zijn vorderingen als gewichtige redenen heeft aangevoerd, aan zijn betoog komen te ontvallen. Ten aanzien van de overige door [verzoeker] aangevoerde bezwaren, dat moeder hem desgevraagd geen inlichtingen verstrekt en geen verantwoording aan hem aflegt overweegt de kantonrechter het volgende.

4.1.4.

Uit de stellingen van partijen volgt dat na het intrekken van de volmacht door moeder enkel nog de aandelen in “Het [naam] B.V.“ (verder: [naam] ) door moeder

diende te worden overgedragen en dat moeder enkel nog de vereffeningshandelingen ter zake de inboedel van het [naam] diende te verrichten in die zin dat moeder die inboedel gereed zouden maken voor de verdeling van de nalatenschap. Onweersproken staat vast dat de aandelen van het [naam] waren ondergebracht in een Natuurschoonwet B.V. genaamd “NSW B.V.”, dat [verzoeker] tot het intrekken van de volmacht zowel de onderhandelingen van de verkoop van de aandelen heeft gevoerd als de verkoopprijs met de kopers is overeengekomen en dat moeder na het intrekken van de volmacht de door [verzoeker] verkochte aandelen op 10 april 2018 aan de kopers heeft overgedragen. [verzoeker] kende dus de waarde van de overgedragen aandelen. Verder is van belang dat [verzoeker] de inhoud van

de door moeder aangeleverde productie 1 nrs. 21 t/m 29 onweersproken heeft gelaten. In het licht daarvan kan niet worden geoordeeld dat moeder aan [verzoeker] geen inlichtingen heeft verstrekt c.q. haar taak ter zake heeft verzaakt, temeer niet nu [verzoeker] een deel van de genoemde stukken zelf heeft opgesteld, althans in bezit had en daarover in ieder geval gedurende de periode van volmachtverlening kon beschikken resp. beschikte. Die periode betrof, met uitzondering van de overdracht van het [naam] en de verkoop van de inboedel daarvan, de vereffeningsperiode waarbinnen [verzoeker] feitelijk alleen heeft gehandeld.

4.1.5.

Voorts staat vast dat moeder de inboedel van het [naam] heeft laten taxeren, dat [verzoeker] lijsten van die taxatie heeft, dat moeder [verzoeker] meermaals heeft uitgenodigd om aan te geven welke goederen hij (tegen een geldelijke vergoeding ten behoeve van de boedel van de nalatenschap) wenste te ontvangen en dat moeder [verzoeker] in de gelegenheid heeft gesteld om die goederen op te halen. [verzoeker] heeft een deel van die goederen opgehaald, aangegeven dat hij in ieder geval niet voor de goederen wilde betalen en dat hij van de nog niet opgehaalde goederen een deel niet wilde hebben. Teneinde het [naam] leeg op te kunnen leveren heeft moeder de inboedel opgeslagen zoals een goed executeur en (afwikkelings)bewindvoerder betaamt.

4.1.6.

Uit het voorgaande volgt dat de taken in het kader van de vereffening, die zoals eerder is overwogen hoofdzakelijk door [verzoeker] en daarna door moeder zijn verricht, op het te gelde maken van de inboedelgoederen van het [naam] na zijn voltooid en dat de nalatenschap thans grotendeels gereed ligt voor verdeling. Zonder nadere toelichting die [verzoeker] niet, althans onvoldoende, heeft gegeven oordeelt de kantonrechter dat de vragen van [verzoeker] betrekking hebben op de verdeling van de nalatenschap en pas bij de verdeling aan de orde komen. Daar gaat de onderhavige procedure niet over. Voor zover de vragen nog betrekking zouden hebben op de vereffening is van belang dat [verzoeker] ten tijde van het door hem gevoerde beheer die vragen zelf al kon beantwoorden, althans onderzoeken en indien [verzoeker] daar steken heeft laten vallen valt dat moeder niet aan te rekenen.

4.1.7.

Wat het afleggen van rekening en verantwoording betreft heeft moeder dat in zoverre al gedaan in de dagvaarding tot verdeling van de nalatenschap van 3 oktober 2018 die moeder en [verweerster sub 2] bij de rechtbank te Amsterdam aanhangig hebben gemaakt. Over de nog niet te gelde gemaakte inboedel van het [naam] kan moeder dat nog niet zodat dat geen verdere beoordeling behoeft. Dat over de verdeling tussen partijen geschil bestaat maakt niet dat moeder haar taken en plichten ten aanzien van de rekening en verantwoording heeft verzaakt. Dat geldt ook voor de vragen “wat moeten we nu doen, wat gaan we doen en wat resteert dan nog?” die [verzoeker] door moeder beantwoordt wenst te zien. De antwoorden volgen immers uit voormelde dagvaarding en de daarbij aangeleverde producties.

4.1.8.

Met inachtneming van al het vorenstaande kan dus niet worden geoordeeld dat moeder haar taken, in haar hoedanigheid van executeur en (afwikkelings)bewindvoerder,

heeft verzaakt. Moeder kan en moet zelfs in het kader van de nog te verrichten vereffeningswerkzaamheden de inboedel van het [naam] nog te gelde maken om de opbrengst daarvan toe te voegen aan de saldi van de bankrekeningen teneinde over te kunnen gaan tot verdeling van de nalatenschap. In dat kader en met inachtneming van het in de eerste volzin overwogene ziet de kantonrechter geen grond tot het verbieden van het verrichten van enige (rechts)handeling door moeder ten aanzien van de nalatenschaps-boedel. De kantonrechter hecht er aan te melden dat de aanwijzing bij testament van moeder tot executeur en tot (afwikkelings)bewindvoerder er toe leidt dat moeder als een zogenoemde “drie sterren executeur” heeft te gelden. Dat betekent dat moeder ook (zelf) over mag gaan tot het verdelen van de nalatenschap.

4.1.9.

De stelling van [verzoeker] dat hij met moeder zelf en niet met haar gemachtigde wil communiceren omdat er maar één persoon, in casu moeder, executeur is die haar verantwoordelijkheid niet kan afwentelen op een gemachtigde treft geen doel. Er bestaat geen wettelijke bepaling die moeder, in haar hoedanigheid van executeur en afwikkelings-bewindvoerder, gebiedt om persoonlijk (en daarom niet door tussenkomst van een gemachtigde) met de erfgenamen te communiceren. Moeder mag zich bij laten staan of zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Daar mag [verzoeker] de bereidheid - van zijn kant - tot communiceren niet van laten afhangen.

4.1.10.

Partijen lijken in een patstelling verzeild geraakt en zijn al enige tijd niet meer on speaking terms. Dat is spijtig en zowel [verzoeker] als moeder betreurt dat, zoals zij ter zitting ook hebben benadrukt. Mede gelet daarop geeft de kantonrechter moeder, als executeur, in overweging om toch zoveel mogelijk (al dan niet door tussenkomst van haar gemachtigde) in overleg met [verzoeker] te treden over de door [verzoeker] opgeworpen thema’s, althans voor zover die de omvang van de nog te verdelen nalatenschap zouden (kunnen) betreffen.

4.1.11.

Gelet op al het vorenoverwogene zullen de verzoeken worden afgewezen. Gelet op het feit dat partijen zowel familie van elkaar zijn als erfgenamen in dezelfde nalatenschap, zal de kantonrechter de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de hare draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de verzoeken als vermeld in 1.1. onder I en II af,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de hare draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

YT