Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:381

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-01-2019
Datum publicatie
18-01-2019
Zaaknummer
C/03/259169 / KG ZA 19/9
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Recht op collectieve actie als bedoeld in artikel 6, aanhef en onder 4, van het Europees Sociaal Handvest (ESH). Beperkingen van het recht op collectieve actie (stakingen bij VDL Nedcar op 10 en 11 januari 2019) maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk (artikel G ESH)?

Inhoudelijk vonnis ECLI:NL:RBLIM:2019:382

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0057
JIN 2019/62 met annotatie van Vlodrop, A. van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/259169 / KG ZA 19/9

MD

Verkort vonnis in kort geding van 9 januari 2019

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VDL NEDCAR b.V.,

statutair gevestigd en kantoor houdend te Born,

eiseres, hierna te noemen: ‘VDL Nedcar’,

advocaat mr. M.J.M.T. Keulaerds te Den Haag,

tegen:

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Federatie Nederlandse Vakbeweging,

statutair gevestigd en mede kantoor houdend te Utrecht,

gedaagde partij sub 1, hierna te noemen: ‘FNV’,

advocaat mr. R. van der Stege,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CNV Vakmensen.nl

statutair gevestigd en mede kantoor houdend te Utrecht,

gedaagde partij sub 2, hierna te noemen: ‘CNV’,

advocaat mr. M.E. Stefels,

3. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

De Unie,

statutair gevestigd en mede kantoor houden te Culemborg,

gedaagde partij sub 3, hierna te noemen: ‘De Unie’,

advocaat mr. R. van der Stege,

4. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VHP2,

statutair gevestigd en mede kantoor houden te Eindhoven,

gedaagde partij sub 4, hierna te noemen: ‘VHP2’

advocaat mr. R. van der Stege.

Gedaagde partijen worden hierna gezamenlijk ‘de vakbonden’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het exploot van dagvaarding met producties 1 tot en met 28;

- de aanvullende productie 29 van VDL Nedcar;

- de ter zitting overgelegde en voorgedragen pleitnota van de advocaat van VDL Nedcar;

- de ter zitting overgelegde en voorgedragen gezamenlijke pleitnota’s van de advocaten van de vakbonden;

- de aanvullende producties 1 tot en met 4 en de daarbij gevoegde brief van de FNV aan FME t.a.v. [naam] d.d. 8 juni 2018;

- de mondelinge behandeling op 9 januari 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vordering

2.1.

VDL Nedcar vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vakbonden te gebieden om binnen een half uur na het in dezen te wijzen vonnis, althans een half uur na betekening daarvan, hun bij VDL Nedcar werkzame leden op de daartoe meest geëigende wijze, althans op een door de voorzieningenrechter te bepalen wijze, op te roepen al de door de vakbonden bij VDL Nedcar op donderdag 10 en vrijdag 11 januari 2019 voorgenomen collectieve acties geen doorgang te laten vinden, dan wel deze collectieve acties onmiddellijk te staken en gestaakt te houden, alles op straffe van een door ieder van de vakbonden aan VDL Nedcar verschuldigde, onmiddellijk opeisbare, dwangsom van € 500.000,--, met veroordeling van de vakbonden in de proceskosten en met bepaling dat dit vonnis op alle dagen en uren aan de vakbonden mag worden betekend.

3 De beoordeling

3.1.

Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter, gezien de spoedeisendheid van de zaak, op 9 januari 2019 omstreeks 18.00 uur dit verkorte vonnis gewezen. Daarbij heeft de kantonrechter zich gebaseerd op de stukken – voor zover die zijn toegelicht – en het verhandelde ter zitting. Het vonnis zal zo spoedig mogelijk worden uitgewerkt. Die schriftelijke uitwerking zal aan (de advocaten van) partijen worden toegezonden. De voorzieningenrechter beslist als volgt.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

gebiedt de vakbonden om binnen een half uur na betekening van dit vonnis hun bij VDL Nedcar werkzame leden op te roepen al de door de vakbonden bij VDL Nedcar op donderdag 10 en vrijdag 11 januari 2019 voorgenomen collectieve acties géén doorgang te laten vinden;

4.2.

bepaalt dat ieder van de vakbonden afzonderlijk, voor het geval zij handelt in strijd met het in 4.1. van dit vonnis uitgesproken gebod, een dwangsom verbeurt van € 500.000,--,

4.3.

verleent VDL Nedcar verlof als bedoeld in art. 64 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dit vonnis op alle dagen en uren aan de vakbonden te laten betekenen;

4.4.

veroordeelt de vakbonden hoofdelijk in de proceskosten aan de zijde van VDL

Nedcar gerezen en tot dit vonnis begroot op € 2.001,16, zijnde € 382,16 (4 x € 95,54 per exploot) aan explootkosten, € 639,-- aan griffierecht en € 980,-- aan salaris advocaat;

4.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken.