Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:3279

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-03-2019
Datum publicatie
14-08-2019
Zaaknummer
C/03/260663 / HA RK 19-36
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

---

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Wrakingskamer

Zaaknummer / rekestnummer: C/03/260663 / HA RK 19-36

Beslissing van de meervoudige kamer belast met behandeling van wrakingszaken

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

verschenen in persoon,

indiener van een verzoek strekkende tot wraking van mr. C.M.J. van den Acker, rechter in deze rechtbank, hierna: de rechter.

1 De procedure

Op 15 februari 2019 is tijdens de behandeling van de zaak met nummer C/03/235191/ FA RK 17-1724, inhoudende een verzoek tot wijziging van de zorgregeling, door de verweerder [verzoeker] een verzoek tot wraking van de rechter ingediend.

Op 15 februari 2019 heeft de rechter de wrakingskamer meegedeeld dat zij niet in het verzoek tot wraking berust en dat zij ter zitting van de wrakingskamer gehoord wenst te worden. Tevens heeft zij op 19 februari 2019 een schriftelijke reactie ingediend.

De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van de wrakingskamer op 12 maart 2019. Verzoeker is verschenen, de rechter is eveneens verschenen.

De wrakingskamer heeft de datum van de uitspraak bepaald op heden.

2 Het standpunt van verzoeker

Verzoeker stelt dat de rechter partijdig is: zij kiest voor de moeder en hij, als vader, wordt niet gehoord.

3 De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Uit het proces verbaal van de zitting van 15 februari 2019 volgt dat vader in gelijke mate als moeder de gelegenheid is geboden om te reageren op hetgeen de rechter hem heeft voorgehouden, en van die gelegenheid ook gebruik heeft gemaakt.

Afgezien van een opmerking over de wijze van optreden van de rechter - een opmerking waarvan de rechter zegt dat zij haar stijl van optreden daarin herkent - noemt verzoeker geen concrete uitlatingen en/of gedragingen van de rechter waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zij tegen verzoeker vooringenomen was. Uit de opmerking over de wijze van optreden kan evenmin vooringenomenheid worden afgeleid.

De wrakingskamer kan derhalve geen feiten en omstandigheden vaststellen waaruit naar objectieve maatstaven (de schijn van) vooringenomenheid van de rechter jegens verzoeker zou kunnen worden afgeleid. Het verzoek is daarom ongegrond en zal worden afgewezen.

4 De beslissing

De wrakingskamer:

- wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, mr. A.C.A. Schreinemakers en mr. E.P. van Unen en in tegenwoordigheid van de griffier

mr. M.J.W.D. Janssen in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2019.1

1 type: coll: