Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:2525

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-03-2019
Datum publicatie
16-08-2019
Zaaknummer
7110999 BR VERZ 18-213
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Erfgenaam tevens legitimaris had niet o.g.v. 4:78 BW doch o.g.v. 3:166 lid 3 BW recht op informatie. Verzoek tot het aanwijzen van een boedelnotaris door de kantonrechter ontbeert wettelijke grondslag. De kantonrechter kan wel o.g.v. 672 Rv een notaris aanwijzen. Verzoek tot het bijzetten van de as van de overledene kent een andere rechtsingang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2019/262
ERF-Updates.nl 2019-0212
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zaaknummer: 7110999 BR VERZ 18-213

Beschikking van 18 maart 2019

op een verzoek van

[verzoeker] ,

wonend te [woonplaats 1] aan de [adres 1] ,

verzoeker,

gemachtigde mr. E. Emons (DAS N.V.),

tegen

1 [verweerster sub 1] ,

wonend te [woonplaats 1] aan de [adres 2]

verweerster,

verschenen in persoon,

2. [verweerder sub 2],

wonend te [woonplaats 2] aan de [adres 3] ,

verweerder,

verschenen in persoon,

3. [verweerster sub 3] ,

wonend te [woonplaats 1] aan de [adres 4] ,

verweerster,

gemachtigde mr. E.R.Th.A. Luijten.

Partijen zullen [verzoeker] , [verweerster sub 1] , [verweerder sub 2] en [verweerster sub 3] genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie van deze rechtbank ontvangen op 30 juli 2018

- het verweerschrift met bijlagen van mr. Luijten voornoemd, ter griffie ontvangen op 26 oktober 2018

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 oktober 2018 waarbij verzoeker, bijgestaan door mr. Emons voornoemd, verweerders sub 1 en 2, verweerster sub 3 bijgestaan door mr. Luijten voornoemd en vergezeld van haar dochter [naam dochter verweerster sub 3] , zijn verschenen

- de brief van mr. Luijten, ter griffie ontvangen op 11 december 2018

- de brief van mr. Emons, ter griffie ontvangen op 26 februari 2019.

1.2.

Vervolgens is beschikking en de uitspraak daarvan bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op [overlijdensdatum 1] is te [overlijdensplaats 1] [erflater] (verder: de erflater) laatstelijk wonend te [woonplaats 1] , overleden.

2.2.

Op [overlijdensdatum 2] is te [overlijdensplaats 2] [erflaatster] , (verder: de erflaatster) laatstelijk wonend te [woonplaats 1] , overleden.

2.3.

De erfgenamen van de nalatenschappen van de erflater en de erflaatster zijn [verzoeker] , [verweerster sub 1] , [verweerder sub 2] en [verweerster sub 3] die allen de nalatenschappen zuiver hebben aanvaard.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] vraagt:

  1. een boedelbeschrijving te bevelen in de nalatenschappen van de erflater en de erflaatster door een door de kantonrechter aan te wijzen notaris

  2. [verweerster sub 3] te verplichten om binnen veertien dagen na de beschikking - verkort weergegeven - de aangifte inkomstenbelasting, alle bankafschriften, de verkoopovereenkomst van de bus, de polissen van levensverzekeringen of andere uitkering na overlijden, de contracten en opzeggingen bij Skala, een overzicht van de goederen en sieraden en de verkoopbewijsstukken daarvan, de eindafrekening van Stichting 40-45, de facturen en betaalbewijzen van de terugbetaling BPM bus, de gegevens over de schuld van € 10.431,84, en de overige facturen af te geven

  3. [verweerster sub 3] dan wel [verweerder sub 2] en [verweerster sub 1] te verplichten om binnen veertien dagen na de beschikking een overzicht van de door [verweerster sub 3] , [verweerder sub 2] en [verweerster sub 1] of hun afstammelingen ontvangen schenkingen van de erflaatster af te geven

  4. [verweerster sub 3] te verplichten om binnen 3 maanden na de beschikking de as van de erflaatster en de erflater conform hun wens bij te zetten in het graf van vader [naam] en [verzoeker] daarvan een bewijs toe te sturen

  5. hoofdelijke proceskostenveroordeling van [verweerster sub 1] , [verweerder sub 2] en [verweerster sub 3] .

3.2.

Verweerders voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal de kantonrechter, indien nodig, nader ingaan.

4 De beoordeling

4.1.

Uit de processtukken volgt dat [verweerster sub 3] bij e-mail van 1 mei 2018 een overzicht van baten en kosten en een toelichting daarop aan mr. Milek (haar contactpersoon c.q. haar gemachtigde bij Achmea Rechtsbijstand) heeft doen toekomen welke mr. Milek bij e-mail van 2 mei 2018 aan mr. Emons (de gemachtigde van [verzoeker] ) heeft verzonden.

4.2.

[verzoeker] stelt dat [verweerster sub 3] na het overlijden van de erflater de erflaatster in huis heeft genomen en over beide nalatenschappen heeft beschikt en het beheer daarover heeft gevoerd. Aangezien [verweerster sub 3] goederen heeft verkocht en er schulden in het onder r.o. 4.1. vermelde overzicht zijn opgenomen die kwijt zijn gescholden doch nadien door [verweerster sub 3] zijn betaald, de nalatenschappen van de erflater en de erflaatster niet zijn gesplitst, er posten in het overzicht ontbreken en [verweerster sub 3] over het door haar gevoerde beheer nauwelijks informatie aan hem verstrekt, twijfelt [verzoeker] aan de juistheid van voormeld overzicht. Hij kan de breukdelen, die niet gelijk zijn voor alle gerechtigden, in de nalatenschap van de erflater en het al dan niet schenden van zijn legitieme portie niet vaststellen. Gelet hierop heeft hij er belang bij dat er een boedelbeschrijving wordt opgemaakt door een onafhankelijke notaris die, om schijn van partijdigheid te voorkomen, door de kantonrechter dient worden gekozen, aldus [verzoeker] .

4.3.

[verweerster sub 3] erkent de financiële verwevenheid in beide nalatenschappen en stelt dat de nalatenschap van de erflater een negatief en de nalatenschap van de erflaatster een positief saldo heeft. Zij heeft naar eer en geweten de nalatenschappen beheerd en ter mondelinge behandeling toegezegd om alle door [verzoeker] gevraagde stukken aan te leveren. Aangezien daarna de boedelbeschrijvingen compleet zullen zijn, ziet zij geen meerwaarde om ter zake een notaris te benoemen, aldus [verweerster sub 3] .

4.4.

Voorop staat dat [verzoeker] ter mondelinge behandeling in de gelegenheid is gesteld om aan te geven of hij op zijn verzoeken een beschikking wenst. [verzoeker] heeft bij brief van 26 februari 2019 aangegeven dat partijen er voor wat de beschrijvingen betreft niet uitkomen en verzoekt in deze alsnog een boedelnotaris toe te wijzen en dienaangaande een beschikking te wijzen. Gelet hierop kan voormelde brief niet anders begrepen worden dan dat [verzoeker] enkel ter zake zijn verzoek onder 1 een beslissing wenst.

4.5.

Het bij voormelde brief gedane verzoek om een boedelnotaris toe te wijzen ontbeert wettelijke grondslag. Een boedelnotaris wordt aangewezen door partijen en niet door de kantonrechter. Gelet echter op het oorspronkelijke verzoek en de stellingen van partijen ter zake leest de kantonrechter niet “boedelnotaris” doch “notaris”. De kantonrechter kan op grond van het bepaalde in art. 672 Rv een notaris aanwijzen en bevelen om boedelbeschrijvingen op te maken temeer nu uit de, overigens door [verweerster sub 1] en [verweerder sub 2] onweersproken gelaten, stellingen van [verzoeker] volgt dat hij voldoende belang bij zijn verzoek heeft. Het verzoek zal daarom worden ingewilligd.

4.6.

Ondanks het feit dat [verzoeker] bij brief van 26 februari 2019 niet heeft gepersisteerd bij zijn verzoeken 2 t/m 5 hecht de kantonrechter er belang aan om partijen het volgende voor te houden.

4.6.1.

Wat de verzoeken onder 2 en 3 betreft kunnen deze door een legitimaris die niet erfgenaam is worden gedaan. Gesteld noch gebleken is dat [verzoeker] die hoedanigheid heeft. Uit productie 4, waarnaar [verzoeker] verwijst, volgt dat de erflater noch de erflaatster bij testament over hun nalatenschappen hebben beschikt en dat de wettelijke verdeling, waarbij alle erfgenamen samen de nalatenschappen dienen af te wikkelen en waarbij ieder voor een gelijk deel meedeelt in de saldi van die nalatenschappen, geldt. Met inachtneming daarvan heeft en had [verzoeker] , in zijn hoedanigheid van erfgenaam, op grond van het bepaalde in art. 3:166 lid 3 BW en niet op grond van het bepaalde in art. 4:78 BW recht op bedoelde informatie. Die informatie leidt overigens tot het kunnen redigeren van onder meer de boedelbeschrijvingen die, zoals eerder is overwogen, bij verzoek 1 zijn ingewilligd.

4.6.2.

Los van de vraag of [verzoeker] als erfgenaam op grond van het bepaalde in art. 18 van de Wet op de lijkbezorging recht bij zijn verzoek zou hebben, voorziet de wet in een andere rechtsingang dan hier is gekozen voor een op voormeld artikel gestoelde procedure.

4.7.

Met inachtneming van al het vorenoverwogene zal het verzoek onder 1 worden toegewezen en zullen de proceskosten, gelet op het feit dat partijen familie van elkaar zijn en erfgenamen in dezelfde nalatenschappen zijn, gecompenseerd worden in die zin dat iedere partij de hare draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst mr. Ghislain H.M. van Kan, verbonden aan notariskantoor Metis Notarissen aan tot notaris in de nalatenschappen van [erflater] en [erflaatster] , en beveelt mr. van Kan voornoemd om in die hoedanigheid de boedelbeschrijvingen in voormelde nalatenschappen op te maken,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de hare draagt,

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.1

YT

1 type: TY coll: