Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:174

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-01-2019
Datum publicatie
06-02-2019
Zaaknummer
6729681 BR VERZ 18-80
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erfrecht. 4:210 BW aanwijzing. Belangen behartigen van de schuldeisers van de nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0034
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zaaknr: 6729681 BR VERZ 18-80

Beschikking van 8 januari 2019

inzake

[verzoeker] ,

Kantoor houdend te [vestigingsplaats] ,

verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Op 29 augustus 2018 is een boedelbeschrijving met bijlagen van de nalatenschap van [erflater] ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.2.

Naar aanleiding van de brief van de griffier van deze rechtbank van 4 oktober 2018 heeft verzoeker bij brief met bijlagen, ter griffie ontvangen op 9 november 2018, de kantonrechter bericht.

1.3.

Vervolgens is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

2 De beoordeling

2.1.

Uit de processtukken blijkt het volgende:

- op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaat] [erflater] (verder te noemen: de erflater)

laatstelijk wonend te [woonplaats] overleden

- tot de nalatenschap van de erflater zijn vier kinderen gerechtigd

- bij beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 24 juni 2015 is Verkerk & Vos Bewindvoeringen B.V. (mr. M.A. Bos) benoemd tot bewindvoerder van een van de erfgenamen van de erflater en is voor en namens de onder bewind gestelde de nalatenschap van de erflater beneficiair aanvaard

- van de overige erfgenamen hebben er twee de nalatenschap beneficiair aanvaard en een de nalatenschap verworpen

- verzoeker is bij beschikking van deze rechtbank van 25 januari 2018 tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater benoemd

- de tot de nalatenschap behorende onroerende zaken aan de [adres] te [woonplaats] zijn verkocht voor € 125.000,00 kosten koper en de huurder heeft het gehuurde aan de [adres] te [woonplaats] in de tweede helft van oktober 2017 verlaten.

2.2.

De kantonrechter stelt voorop dat de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap er toe leidt dat de nalatenschap overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:202 lid 1 BW dient te worden vereffend volgens de wet.

2.3.

Verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar, voert aan dat de huurder van de erflater een vordering op de nalatenschap heeft ingediend van € 12.114,83 wegens door de huurder betaalde voorschotten aan servicekosten in de periode augustus 2011 tot juli 2016 en wegens een betaalde reparatienota aan de voordeur van het gehuurde. Aangezien deze voorschotten door de erflater nimmer zijn afgerekend heeft de huurder de huurpenningen van juni 2017 tot en met heden niet betaald. Nu de huurder de huurovereenkomst niet formeel heeft opgezegd en het gehuurde inmiddels heeft verlaten heeft verzoeker een tegenvordering op de huurder van € 7.800,00 wegens onbetaald gelaten huurpenningen.

2.4.

Verzoeker stelt zich op het standpunt dat een deel van de vordering van de huurder inmiddels is verjaard. Met de huurder is verzoeker het eens dat het gehuurde in een dermate slechte staat verkeerde dat sprake is van gebreken en dat de erflater als verhuurder jegens de huurder tekort schoot in zijn verplichtingen. Om een juridische discussie te voorkomen vraagt verzoeker de aanwijzing om met instemming van de huurder tot ontbinding van de huurovereenkomst over te gaan onder de voorwaarden dat de vordering van de huurder wordt verrekend met de vordering van de nalatenschap op de huurder en dat de huurder afstand doet van € 4.314,83 (het bedrag dat na verrekening resteert).

2.5.

Uit de stellingen van verzoeker en uit de bijlagen volgt dat het aannemelijk is dat sprake is van het door de huurder en de verhuurder over en weer tekort schieten in hun verplichtingen die uit het huurrecht volgen. Verder volgt dat de kans bestaat dat in een zowel voor de nalatenschap als voor de huurder kostbare juridische procedure geoordeeld zou kunnen worden dat een deel van de vordering van de huurder is verjaard. Met het oog op het behartigen van de belangen de crediteuren, de nalatenschap en de huurder zal de kantonrechter het verzoek inwilligen zoals in het dictum is bepaald.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

geeft verzoeker de aanwijzing om met de huurder of met diens gemachtigde een vaststellingsovereenkomst te sluiten waarin zij de huurovereenkomst, met inbegrip van de gemaakte juridische kosten, onder finale kwijting over en weer ontbinden,

3.2.

geeft verzoeker de aanwijzing om de kantonrechter een afschrift van voormelde vaststellingovereenkomst aan te leveren,

3.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

type: TY