Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:1675

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-02-2019
Datum publicatie
22-02-2019
Zaaknummer
03/721699-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Megazaak Fuut (Satudarah). Verdachte (vice-president) wordt veroordeeld tot 7 jaren gevangenisstraf wegens deelneming aan een criminele organisatie, drie afpersingen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en verboden wapenbezit. Vrijspraakoverweging witwassen i.v.m. onder meer gebrekkige onderzoeksopzet: onvoldoende onderscheid t.o.v. ontneming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummers: 03/721699-17 en 03/700155-16 (ttz.gev)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 februari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte 2] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte 2] ,

gedetineerd in P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 10, 11 en 13 december 2018. Op 12 februari 2019 is de verdachte in de gelegenheid gesteld het laatste woord te voeren en is het onderzoek gesloten. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte, al dan niet samen met anderen:

In de zaak met parketnummer 03/721699-17

  1. als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;

  2. [slachtoffer 2] heeft afgeperst;

  3. [slachtoffer 1] heeft afgeperst;

  4. [slachtoffer 1] van zijn vrijheid heeft beroofd;

  5. een geldbedrag van ruim 91 duizend euro heeft witgewassen;

  6. twee pistolen en munitie voorhanden heeft gehad;

  7. een boksbeugel voorhanden heeft gehad;

  8. een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad.

In de zaak met parketnummer 03/700155-16

[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft afgeperst, dan wel een aantal goederen heeft geheeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Inleiding

In september 2016 startte de politie Limburg het onderzoek genaamd Fuut naar leden van de Limburgse chapters van Satudarah Motor Club (SMC). Het onderzoek richtte zich bij aanvang op president [verdachte 1] . Later heeft het onderzoek zich uitgebreid naar andere leden van het Geleense chapter van Satudarah: vice-president [verdachte 2] , secretary [verdachte 4] , sergeant at arms [verdachte 3] en treasurer [verdachte 5] . Naast deze personen zijn uiteindelijk ook road captain [verdachte 6] alsmede [verdachte 7] , [verdachte 8] , [verdachte 9] en [verdachte 10] als verdachten aangemerkt.

Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier, dat bestaat uit onder meer 12 afzonderlijke zaakdossiers.

Een deel daarvan is aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank zal hieronder per ten laste gelegd feit aangeven of zij dit bewezen acht. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zal de rechtbank ook per feit aangeven indien daar tot (partiële) vrijspraak wordt gekomen.

3.2

De standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging

De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1 (criminele organisatie), 2 (zaakdossier Witgat), 4 (zaakdossier Grutto: wederrechtelijke vrijheidsberoving), 5 (witwassen) en het feit onder parketnummer 03/700155-16 (zaakdossier Dichroiet). De raadsvrouw heeft zich voor wat betreft de feiten 3 (zaakdossier Grutto: afpersing), 6, 7 en 8 (wapens en munitie) gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken. Ook eventuele (partiële) niet-ontvankelijkheids- en nietigheidsverweren zullen voor de leesbaarheid per feit besproken worden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Voor de leesbaarheid heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, in bijlage II opgenomen.

Inleiding

De rechtbank heeft geconstateerd dat het dossier verschillende termen bevat waarvan de betekenis wellicht niet onmiddellijk herkenbaar is. Ter duiding van hetgeen hierna volgt, acht de rechtbank een korte introductie op zijn plaats.

Zo is gebleken dat leden van motorclub Satudarah, alvorens zij volwaardig lid, Fullmember (FM), worden een zogenaamde intake-periode doorlopen. Tijdens die intakeperiode doorlopen zij verschillende fases/functies, genaamd Hangaround (HA) en Prospect (PP). Binnen de rang Hangaround zijn er bovendien de rangen HA1 en HA2. Voorts kan uit het dossier worden afgeleid dat personen die volwaardig lid worden een zogenaamde bloedeed afleggen en dat leden die een specifieke functie, ook wel kaderfunctie, gaan bekleden een officierseed afleggen. Leden, ook aspirant-leden, kunnen in bepaalde gevallen gedegradeerd worden in rang. Die degradatie wordt “(terug)snijden” genoemd. Verder heeft de rechtbank geconstateerd dat (aspirant-)leden ook tijdelijk in de vries / vriezer kunnen. Dat is een metafoor voor een tijdelijke vrijstelling van lidmaatschapsverplichtingen, die bijvoorbeeld in geval van gezondheidsproblemen verleend kan worden.

Naast de motorclub Satudarah komen in het dossier nog enkele andere clubnamen voor. Dat zijn Saudarah, One-Niners en Barbarians. Uit het dossier valt af te leiden dat dit zogenaamde supportclubs zijn: clubs die wel gelieerd zijn aan Satudarah, maar die minder verplichtingen kennen en als ondersteuning wel betrokken zijn bij diverse activiteiten. Een lidmaatschap van een dergelijke supportclub kan ook een opstap zijn naar een later lidmaatschap van Satudarah.

3.3.1

Feit 1 (ZD Fuut: Criminele organisatie)

Verdenking

Verdachte wordt verweten dat hij als leider, samen met anderen heeft deelgenomen aan een criminele organisatie waarvan het oogmerk was gericht op (gekwalificeerde) diefstal, afpersing, bedreiging, (zware) mishandeling, witwassen en overtreding van de drugs- en wapenwetgeving.

I. Organisatie

De rechtbank stelt voorop dat onder ‘een organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon – om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt – moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is (Hoge Raad 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7134).

Het Geleense chapter van Satudarah (hierna: Satudarah Geleen) maakt deel uit van het (inter)nationale clubverband Satudarah Motorcycle Club (SMC). Deze informele vereniging is inmiddels sinds 18 juni 2018 in Nederland verboden wegens strijd met de openbare orde (beschikking van de rechtbank Den Haag d.d. 18 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7183).

Satudarah Geleen is op 5 juli 2013 opgericht. Sinds 7 juni 2013 volgden [verdachte 1] , [verdachte 4] , [verdachte 5] en [verdachte 6] hun intakeperiode als Hang Around (HA). Uiteindelijk werden zij op 27 juni 2014 Full Member. Op 12 december 2014 legden [verdachte 1] , [verdachte 4] en [verdachte 5] vervolgens hun officierseed af. [verdachte 2] werd op 27 juni 2014 Prospect (PP) en legde op 12 december 2014 de bloedeed af. Ten tijde van de inval op 6 december 2017 bekleedden zij allen een officiersfunctie, ook wel genoemd kaderfunctie. [verdachte 1] was president, [verdachte 2] vice-president, [verdachte 4] secretary, [verdachte 3] sergeant at arms, [verdachte 5] treasurer en [verdachte 6] road captain.

Zij gebruikten het gebouw van de [gemeenschapshuis] in Geleen als clubhuis, alwaar zij in de regel op woensdagen en vrijdagen hun clubavonden hielden. De leden droegen een hesje, de zogenaamde ‘colors’, waardoor zichtbaar was dat zij lid waren van Satudarah Geleen en welke functie zij bekleedden. Zij betaalden contributie voor het lidmaatschap. Bovendien hadden ze hun eigen regels, normen en waarden en alleen al uit de functiebenamingen blijkt de hiërarchie.

De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband binnen het Chapter Geleen van Satudarah, bestaande uit de leden [verdachte 1] (president), [verdachte 2] (vice-president), [verdachte 4] (secretary), [verdachte 3] (sergeant at arms), [verdachte 5] (treasurer) en [verdachte 6] (road captain), en dus van een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr.

II. Oogmerk van de organisatie

Vervolgens is de vraag aan de orde of deze organisatie als oogmerk had het plegen van misdrijven. Het oogmerk van de organisatie moet weliswaar gericht zijn op het plegen van misdrijven, maar niet is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is (HR 15 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6148). Voor een bewezenverklaring is voldoende dat het plegen van misdrijven wordt beoogd, zodat geen aanvang hoeft te zijn gemaakt met het daadwerkelijk plegen daarvan. Voor bewijs van het bestanddeel “oogmerk” zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie (HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0502, NJ 2008/559).

De rechtbank komt op basis van de bewijsmiddelen tot de conclusie dat dit oogmerk aanwezig was.

II.A. Afscherming

Uit het aantreffen van een leeg doosje van een BlackBerry telefoon met daarop een e-mailadres dat verwijst naar de term PGP in de woning van [verdachte 1] , in combinatie met meerdere verwijzingen naar het gebruik van PGP in de OVC gesprekken van 16 augustus 2017, 1 en 27 september 2017 en 25 oktober 2017 leidt de rechtbank af dat verdachte en/of zijn medeverdachten gebruik maakten van PGP-telefoons. PGP staat voor Pretty Good Privacy. Dit is een wijze van versleuteling van mobiel telefoonverkeer met gebruik van een BlackBerry die het aftappen van de gesprekken of tekstberichten nagenoeg onmogelijk maakt. De redenen voor gebruik van dergelijke PGP-apparatuur kunnen heel divers zijn. Het is de rechtbank echter ambtshalve bekend dat criminele organisaties vaker gebruik maken van een PGP-telefoon teneinde afluisteren door de justitiële autoriteiten tegen te gaan. Uit de inhoud van de OVC gesprekken blijkt ook dat het gebruik van een PGP-telefoon binnen Satudarah dit doel had.

Kennelijk wilde men niet afgeluisterd worden. Zo ook werd aan ene [slachtoffer 8] duidelijk gemaakt dat hij niet zomaar alles “op de app” kan zetten. Op 25 oktober 2017 werd hem in de memberroom in het bijzijn van [verdachte 1] duidelijk gemaakt dat er geen inhoudelijke informatie via de app gedeeld mocht worden vanwege het gevaar van meelezen door de politie. Dat inhoudelijke informatie alleen via de PGP mocht en dat het nog beter was om even naar iemand toe te rijden om de boodschap over te brengen.

Uit diverse OVC’s kan voorts het bestaan van een zwijgplicht worden afgeleid, waarmee eveneens afscherming beoogd wordt. Daaromtrent het volgende.

Op 21 juni 2017 legde het in Genk (B) gevestigde Satudarah chapter MC North West verantwoording af ten overstaan van vooral [betrokkene 6] en [verdachte 1] in de memberroom in Geleen. Een van de leden van het chapter MC North West vertelde dat een lid van dit chapter het afgesproken plan, kennelijk voor een overval op een juwelier, niet nakomt. Kennelijk heeft dit lid contacten gelegd met personen die niet mochten weten van deze overval. Daardoor is uitvoering nagenoeg niet meer mogelijk zonder dat de identiteit van de dader(s) bekend zal worden. Uit de OVC bleek dat het lid van het chapter North West op de hoogte was van de regels: “Ik ken de regels van de club, je kunt niet zomaar praten, dat gaat niet dat gaat niet.”

Op 24 juli 2013 werd aan de [adres 2] te Maastricht een loods aangetroffen waar synthetische drugs werden geproduceerd. In die zaak werden aangehouden [betrokkene 7] , lid van Satudarah, en [betrokkene 8] , lid van supportclub van Satudarah Barbarians. [betrokkene 8] heeft diverse verklaringen afgelegd. Op 19 juli 2017 werd deze zaak besproken in de memberroom in Geleen. Daarbij waren aanwezig [verdachte 1] , [verdachte 4] , [betrokkene 6] , [verdachte 2] , [verdachte 3] en een onbekende persoon. Er werd gesproken over [betrokkene 7] en [betrokkene 8] . Uit het gesprek is af te leiden dat men het strafdossier heeft gelezen en de verklaringen die daarin zijn afgelegd. Men neemt het [betrokkene 8] duidelijk kwalijk dat hij een verklaring heeft afgelegd en de schuld naar [betrokkene 7] heeft toegeschoven, waardoor hij volgens de aanwezigen is vrijgekomen.

Tijdens de doorzoeking op 6 en 7 december 2017 werd in de woning van [verdachte 3] een usb-stick aangetroffen, met daarop een dossier van de politie Hasselt (België). Dit dossier ging over de op 19 juli 2016 in de woning van [betrokkene 9] aangetroffen restanten van een (verborgen) hennepkwekerij en een lab voor de aanmaak van synthetische drugs, alsmede honderden liters vloeistoffen. In dit dossier wordt gerelateerd over [betrokkene 9] , [betrokkene 10] en [betrokkene 11] in relatie tot de doorzoeking van de woning van [betrokkene 9] . [betrokkene 11] was ten tijde van het aantreffen van het lab en de verborgen (voormalige) kwekerij Full Member van Satudarah Geleen. Uit een op de usb-stick aangetroffen afbeelding blijkt dat [betrokkene 9] heeft verklaard dat de contacten tussen hem en [betrokkene 10] werden gelegd door [betrokkene 11] . Dit dossier was reeds op 14 juni 2017 kennelijk onderwerp van gesprek in de memberroom in Geleen. Daarbij waren onder meer aanwezig [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] en [verdachte 4] . Uit de opmerkingen van [verdachte 1] blijkt dat hij de beschikking heeft over het strafdossier. Hij geeft aan dat hij erachter is gekomen wat “die rooie” heeft verklaard en dat ze sowieso even [betrokkene 9] (fon.) moeten verhoren hierover. Ook [betrokkene 11] wordt genoemd.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de twee voorgaande alinea’s blijkt dat de organisatie tweemaal de beschikking had over een strafdossier. Die strafdossiers werden besproken in de memberroom, waarbij men duidelijk niet te spreken was over het feit dat betrokkenen in de dossiers verklaringen hadden afgelegd. Dat werd hun niet in dank afgenomen. Zij zouden dan ook nog ter verantwoording worden geroepen. Hieruit leidt de rechtbank af dat op aan de organisatie gelieerde personen kennelijk een zwijgplicht rust. Dat kan niet anders worden gezien dan het afschermen van activiteiten.

Tot slot blijkt onder meer uit de zaakdossiers Witgat en Grutto dat de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] niets, dan wel een ander (verzonnen) verhaal, behoorden te vertellen aan de buitenwereld.

II.B. Bedreigende en gewelddadige reputatie

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat Satudarah Geleen een bedreigende en gewelddadige reputatie had. Uit diverse verklaringen en tapgesprekken volgt dat mensen niet of nauwelijks een verklaring durven af te leggen ten nadele van Satudarah uit vrees voor represailles. Ook blijkt dat personen bang zijn om naar het clubhuis te gaan, omdat ze weten wat daar staat te gebeuren. Verder blijkt ook dat leden van Satudarah Geleen hun bedreigende en/of gewelddadige aard duidelijk etaleren.

Zo werden [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] (zaakdossier Vireo) op 17 juni 2015 door leden van Satudarah overvallen in hun woning in Geleen, waarbij [slachtoffer 6] met een knuppel tegen haar hoofd werd geslagen. [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] deelden de politie diezelfde dag mede dat ze “nog niet wisten of ze aangifte wilden doen, aangezien ze bang waren voor represailles.” Toen de politie op 17 augustus 2017 aan [slachtoffer 7] meedeelde dat zij voornemens waren om de zaak op te pakken, liet [slachtoffer 7] blijken enorm bang te zijn, “hetgeen te zien was doordat hij trilde over zijn hele lichaam en de tranen in zijn ogen had staan.” Betrokkenen in deze zaak waren [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [verdachte 1] .

Op 15 maart 2016 werd [slachtoffer 3] (zaakdossier Dichroiet) door leden van Satudarah afgeperst in het clubhuis in Hoensbroek. Daarbij waren onder anderen betrokken [verdachte 1] en [verdachte 2] . Tijdens een van de verhoren barstte [slachtoffer 3] in huilen uit en zei hij dat hij niets meer wilde verklaren, mede omdat “het proces-verbaal naar de advocaat van de tegenpartij zou gaan.” Verder verklaarde hij “Ik weet dat mijn leven nu voorbij is. Ik heb iets gedaan wat niet hoort. Ik heb aangifte gedaan…” en “Ik moet die verklaringen intrekken! Omdat ik benaderd ben door iemand die ik niet ken. Hij heeft tegen mij gezegd dat ik de verklaringen in moest trekken en dat ik moest zeggen dat ik mijn auto aan hun uitgeleend had. Als ik de verklaring niet introk, zou ik problemen hebben.”

In oktober 2016 werden diverse telefoongesprekken van [verdachte 1] en [slachtoffer 11] getapt. [slachtoffer 11] blijkt uit de club te willen en daarover heeft [verdachte 1] vervolgens contact met [verdachte 4] en [verdachte 2] . Strekking van die communicatie is dat [slachtoffer 11] niet zomaar uit de club kan stappen; hij moet een sanctie krijgen. Uit de taps kan verder worden afgeleid dat [slachtoffer 11] een Bad Standing zou krijgen, daar onderuit wilde komen door in de vriezer te gaan, en op enig moment werd “uitgenodigd” om in het clubhuis te verschijnen. Uit die taps blijkt overduidelijk dat hij bang is om naar het clubhuis te gaan omdat hij uit ervaring uit het verleden weet wat er dan bij de [gemeenschapshuis] gaat gebeuren. Voorts geeft hij aan dat hij denkt dat ze hem toch wel kapot zullen schieten ooit. Ook de moeder van [slachtoffer 11] is op de hoogte van hetgeen hem te wachten zou staan. Moeder geeft aan dat ze [slachtoffer 11] ‘buiten’ niet zo snel iets aan zullen doen, omdat er dan mogelijk getuigen zijn die de politie gaan bellen. Hij zal in de memberroom door het hele kader misschien wel dood worden geslagen, omdat dan nooit iemand een verklaring hierover zal afleggen.

Op 19 juli 2017 zegt [verdachte 2] , terwijl onder meer [verdachte 4] en [verdachte 3] ook in de memberroom in Geleen aanwezig zijn dat hij op zoek is gegaan naar ene [slachtoffer 15] . Die [slachtoffer 15] is kennelijk erg bang. [verdachte 2] belt [slachtoffer 15] ’s schoonbroer op om te vertellen dat ze bij de vrouw en de kleine van [slachtoffer 15] aan de deur zullen gaan, waarop [slachtoffer 15] hem binnen een minuut terugbelt en aangeeft dat hij niet meer durft te komen. [verdachte 2] geeft aan dat als [slachtoffer 15] niet op tijd verschijnt, hij er naar toe zal gaan en hem alle tanden uit zijn mond zal slaan.

Op 19 juli 2017, later die avond, geeft [verdachte 1] , in aanwezigheid van onder meer [verdachte 4] , [verdachte 2] en [verdachte 3] , in de memberroom in Geleen aan dat ze er om bekend staan dat ze ‘vieze klappen’ uitdelen. Als iemand naar Chapter Geleen moet komen dan weten ze al 99% zeker dat ze rammel gaan krijgen.

Op 1 september 2017 werd [slachtoffer 2] (zaakdossier Witgat) afgeperst in de memberroom van Satudarah Geleen. Daarbij waren onder meer betrokken [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] en [verdachte 6] . [slachtoffer 2] sprak weliswaar met de politie en hem werd gevraagd of hij aangifte wenste te doen, maar hij “gaf duidelijk te kennen dit niet te willen. [slachtoffer 2] gaf aan alleen maar meer problemen van Satudarah te verwachten na het doen van aangifte. Voorts verklaarde [slachtoffer 2] dat “hij hoopt dat Satudarah hem nu met rust laat en hij elders in het land graag opnieuw wil beginnen”. Voorafgaand aan de eerste keer dat hij zich moest melden in Geleen (op 14 juni 2017), zei hij in een telefoongesprek over zijn uitnodiging “ja uitpraten, uitpraten, dat loopt gewoon weer uit de hand, dat kan ik jou wel vast vertellen.”

Op 1 november 2017 vond in de memberroom van Satudarah Geleen een gesprek plaats tussen [verdachte 1] , [verdachte 3] en [betrokkene 12] (zaakdossier Boekvink). Uit de OVC en diverse tapgesprekken valt op te maken dat [betrokkene 12] Satudarah wil inschakelen voor een probleem dat hij heeft met ene [betrokkene 13] . Ook blijkt dat Satudarah die [betrokkene 13] al benaderd heeft, want het is al een tijdje rustig. Nadien blijkt [betrokkene 12] echter in het krijt te staan bij Satudarah, hetgeen hem ook angstig maakt. Zo zegt hij in een telefoongesprek op 29 november 2017 dat ze (o.a. [verdachte 3] ) met hem wilden buurten, maar dat hij het niet vertrouwt. Ook geeft hij aan zijn telefoon uit te zetten en zich af te vragen “wat als ze me meenemen?” Hij spreekt met zijn vrouw een codewoord af en zijn vrouw zegt dat ze aangifte van vermissing zal doen als ze die avond niets meer van [betrokkene 12] hoort. In een telefoongesprek op 1 december 2017 zegt [betrokkene 12] onder meer: “Ja nu sta ik weer in het krijt bij hun nou, snap je en dat vind ik kut. Ze zitten nu weer achter mij aan, snap je.”

Op 1 december 2017 werd [slachtoffer 1] afgeperst in de memberroom van Satudarah Geleen. Daarbij waren onder meer betrokken [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 5] en [verdachte 6] . [slachtoffer 1] heeft weliswaar meerdere verklaringen afgelegd, maar deed pas later aangifte. Hierover verklaarde hij: “Ik heb een tijdje moeten nadenken over het doen van aangifte en de gevolgen hiervan omdat ik vrees voor represailles. Ik moet zorgen dat die jongens bij mij weg blijven.”

Op 1 februari 2018 werd [betrokkene 14] gehoord in verband met het aantreffen van een hennepplantage in zijn woning in Geleen op 29 januari 2018. Hij verklaarde – kort gezegd – dat hij, toen hij begin 2017 in de memberroom in Geleen ter verantwoording werd geroepen en mishandeld, door Satudarah onder druk werd gezet om die kwekerij te laten plaatsen. Op het einde van zijn verhoor verklaarde hij: “Ik ben bang dat de Satudarah-club nog verhaal komt halen bij me. Daar zie ik wel tegenop, want ze zullen het heus niet vergeten ofzo. Ik zal het maar over me heen moeten laten gaan denk ik.”

II.C. Aanmoediging van geweld

Naast die bedreigende en gewelddadige reputatie, leidt de rechtbank uit de bewijsmiddelen ook af dat geweld binnen Satudarah Geleen daadwerkelijk aangemoedigd wordt.

Zo blijkt [verdachte 1] het gebruik van geweld niet te schuwen, integendeel. Zo dreigt hij op 25 oktober 2017 met het in een café binnen gooien van drie handgraten als iemand zijn broeders wat zou hebben aangedaan. Dat daarbij wellicht ook onschuldigen het slachtoffer zouden worden, interesseert hem niet.

Op 27 oktober 2017, terwijl onder meer [verdachte 3] ook aanwezig is, zegt [verdachte 1] in de memberroom onder meer dat de Saudarah en de One Niners knokploegen van Satudarah zijn, maar dat men in Chapter Geleen dat eigenlijk zelf doet. Voormelde knokploegen moeten meteen komen opdraven bij ‘code rood’. Ook geeft [verdachte 1] aan dat er binnen het Chapter Geleen in tegenstelling tot andere chapters wel straffen worden uitgedeeld, die kunnen bestaan uit een degradatie (terugsnijden), een boete betalen, motor en hesje inleveren of klappen krijgen.

Het dossier bevat voorts aanwijzingen dat de zogenaamde 1% patch verdiend kan worden door het uitoefenen van geweld, of door - zoals in de documentaire One Blood gezegd - “het hardhandig de grond indrukken van een probleem door middel van een daad van agressie.” Verdachten hebben over de betekenis van deze patch geen uitleg willen geven. Evenwel blijkt uit het dossier dat [betrokkene 2] “wegens taken in juni 2015” de 1% patch heeft gekregen. In juni 2015 vond de overval plaats op [slachtoffer 6] en haar man, waarbij [slachtoffer 6] met een honkbalknuppel zwaar werd mishandeld en waarbij [betrokkene 2] en [betrokkene 1] betrokken waren. De rechtbank ziet dan ook een relatie tussen deze overval en het verkrijgen van de 1% patch. Van alternatieve redenen daarvoor of een alternatieve betekenis daarvan is niet gebleken. Voorts heeft de rechtbank geconstateerd dat [betrokkene 1] in diezelfde periode wederom – na eerder tweemaal gesneden (gedegradeerd) te zijn tot Hang Around – Full Member werd. Ook hierin ziet de rechtbank bevestiging dat geweld beloond wordt.

Tot slot wijst de rechtbank op de reactie van diverse personen op het gebruikte geweld van [verdachte 7] bij de afpersing van [slachtoffer 1] (zaakdossier Grutto). Nadat [verdachte 2] zei: “ [verdachte 7] ik vond je wel erg agressief vanavond.” wordt door de omstanders gelachen en meermalen “ [verdachte 7] !” geroepen.

II.D. Strafbare feiten

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat leden van Satudarah Geleen zich schuldig hebben gemaakt aan verschillende misdrijven, die naar het oordeel van de rechtbank rechtstreeks verband houden met de club en waaruit het oogmerk van de organisatie op die misdrijven kan worden afgeleid.

II.D.1 Geweld: gekwalificeerde diefstal, afpersing, bedreiging

Zoals al onder II.B vermeld werden op 17 juni 2015 [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] (zaakdossier Vireo) door Satudarah overvallen in hun woning in Geleen, waarbij [slachtoffer 6] met een knuppel werd geslagen. Zij liep daarbij ernstig letsel op. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , beiden lid van Satudarah Geleen, zouden deze overval met nog een ander gepleegd hebben. Nadien hebben de slachtoffers nog contact gehad met [verdachte 1] hieromtrent. Als [betrokkene 1] op 30 augustus 2017 voor deze zaak wordt opgepakt, belt zijn vriendin meteen met [verdachte 1] en als ze deze niet te pakken krijgt met [verdachte 2] . Kort daarna staat [verdachte 4] voor de deur met een telefoonnummer van een advocaat. In de dagen daarna wordt er door of namens [verdachte 1] voor gezorgd dat [betrokkene 1] in detentie de beschikking heeft over geld en goederen. Ook hieruit -in combinatie met hetgeen hierboven is overwogen over de 1 % patch van [betrokkene 2] en de promotie van [betrokkene 1] - blijkt dat de mishandeling van [slachtoffer 6] een aangelegenheid van de criminele organisatie was

Op 15 maart 2016 werd [slachtoffer 3] (zaakdossier Dichroiet) door leden van Satudarah afgeperst in het clubhuis in Hoensbroek. Daarbij waren onder anderen betrokken [verdachte 1] en [verdachte 2] . Ook [slachtoffer 3] kreeg daarbij klappen. Bovendien werd hij onder schot gehouden en werd hij gedwongen een auto af te staan.

Op 14 juni 2017 vertelde [verdachte 1] , terwijl ook onder anderen [verdachte 4] aanwezig was, over een mishandeling van ene [slachtoffer 12] . Hij geeft aan dat die [slachtoffer 12] niet de memberroom in durfde te komen. [verdachte 1] heeft [slachtoffer 12] Bad Standing gegeven en tevens over de stoelen heen geslagen en daarna nog een paar flinke klappen verkocht (“Vol! BAF! BAF! En dan op de grond hè.”)

Op 21 juni 2017 legde het in Genk (B) gevestigde Satudarah chapter MC North West verantwoording af ten overstaan van vooral [betrokkene 6] en [verdachte 1] in de memberroom in Geleen. Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor in de paragraaf “Afscherming” heeft overwogen, merkt de rechtbank op dat tot annulering van een overval op een juwelier wordt besloten wegens een ontstaan risico op ontdekking en niet omdat [verdachte 1] als president van het chapter Geleen afwijzend tegenover het plan stond.

Uit de OVC’s van 19 juli 2017, zoals die ook hiervoor zijn besproken, blijkt niet alleen dat [verdachte 2] van plan is ene [slachtoffer 15] “alle tanden eruit te slaan” als hij zich niet meldt op de clubavond. Daarnaast geeft [verdachte 1] aan dat iemand die niet wil komen “ gewoon vieze klappen” moet krijgen.

Op 16 augustus 2017 vertelde [verdachte 1] over de afpersing van [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] ; voordat beiden de club mochten verlaten heeft hij ( [verdachte 1] spreekt over ‘hebben we’) ze 25.000 euro boete laten betalen en klappen gegeven.

Op 1 september 2017 werd [slachtoffer 2] (zaakdossier Witgat) afgeperst in de memberroom van Satudarah Geleen. Daarbij waren onder meer betrokken [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] en [verdachte 6] . Ook [slachtoffer 3] kreeg klappen. Hij werd gedwongen om onder meer 5.500 euro te betalen en zijn motor af te staan in het kader van een bad standing.

Op 26 september 2017 werden drie landelijk leidinggevenden van Satudarah MC, te weten: [betrokkene 15] , [betrokkene 16] en [betrokkene 6] , aangehouden. Voor [verdachte 1] was dat kennelijk reden om de leden van Satudarah Geleen toe te spreken. Op 27 september 2017 zei hij namelijk onder meer het volgende in de memberroom, terwijl onder andere [verdachte 2] , [verdachte 3] en [verdachte 6] ook aanwezig waren. Hij heeft het over de politie (in mekaar slaan als ze op bezoek komen) en wat hij/de club zal doen als de politie het lef heeft om binnen te vallen. Het chapter Geleen zal dan alle café’s kort en klein slaan en door middel van molotovcocktails in de fik steken. Dit geldt ook voor de politie.

Op 1 november 2017 vond in de memberroom van Satudarah Geleen een gesprek plaats tussen [verdachte 1] , [verdachte 3] en [betrokkene 12] (zaakdossier Boekvink). Uit de OVC en diverse tapgesprekken valt op te maken dat [betrokkene 12] Satudarah wil inschakelen voor een probleem dat hij heeft met ene [betrokkene 13] . In dit gesprek wordt gesproken over de beloning die de club zal ontvangen als de inspanningen succesvol zijn. [betrokkene 12] biedt een deel van de toekomstige opbrengsten van de hennepteelt aan. [verdachte 1] geeft dat aan dat hij ook ‘loopgeld’ voor de jongens verwacht voor als het misgaat. Bijvoorbeeld als de politie komt en ze net iemand in de kofferbak hebben. Hij noemt een bedrag van tussen de 5.000 en 10.000 euro. Later blijkt dat [verdachte 3] al dan niet met anderen die [betrokkene 13] al benaderd heeft, want het is al een tijdje rustig.

Op 3 november 2017 werden ene [slachtoffer 8] en ene [slachtoffer 9] , blijkbaar hangaround en support van Satudarah Venlo, ter verantwoording geroepen in de memberroom in Geleen, alwaar op dat moment onder anderen [verdachte 2] , [verdachte 4] en [verdachte 3] aanwezig waren. Uit de OVC kan worden afgeleid dat zij zich – kort gezegd – door een lid van de motorclub No Surrender de les hebben laten lezen in plaats van hem ‘door het raam te gooien’. Uit de OVC blijkt zonder meer dat beiden die avond door de aanwezigen mishandeld werden. Dat deze mishandeling ook gepland was, blijkt uit de hieraan voorafgaande conversatie tussen [verdachte 2] en [verdachte 4] . Er wordt gesproken over ‘afstraffing’ en over wie de eerste klap zal uitdelen.

Op 10 november 2017 moest ene [slachtoffer 10] zich voor een tweede maal, na 3 november 2017, melden in het clubhuis in Geleen. Uit de OVC blijkt dat hij ter verantwoording wordt geroepen omdat hij, zonder vooraf de president daarvan op de hoogte gesteld te hebben, contact met [betrokkene 17] heeft gezocht over het exporteren van MDMA naar Duitsland. Daarbij zijn aanwezig onder anderen [verdachte 1] , [verdachte 3] , [verdachte 4] en [verdachte 2] . Net als bij andere personen die ter verantwoording worden geroepen wordt hij daarbij verbaal flink aangepakt en mishandeld en krijgt hij te horen dat hij gesneden (gedegradeerd) wordt tot prospect. Later die nacht komt [slachtoffer 10] terug in de memberroom en vertelt hij dat in het ziekenhuis in Genk een hersenschudding is vastgesteld. Hem wordt uiteindelijk medegedeeld: “Laat het een wijze les zijn.”

Op 1 december 2017 werd [slachtoffer 1] (zaakdossier Grutto) afgeperst in de memberroom van Satudarah Geleen. Daarbij waren onder meer betrokken [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 5] en [verdachte 6] . Net als de hiervoor genoemde slachtoffers, werd ook hij geslagen door meerdere personen. Het doel van deze mishandeling en intimidatie was het innen van een ‘boete’ van 50.000 euro, dan wel goederen tot een waarde van dit bedrag.

Op 1 februari 2018 werd [betrokkene 14] gehoord in verband met het aantreffen van een hennepplantage in zijn woning in Geleen op 29 januari 2018. Hij verklaarde dat hij door Satudarah onder druk werd gezet om die kwekerij te laten plaatsen. Dat had weer te maken met een geripte kwekerij jaren eerder, waarvoor hij begin 2017 ter verantwoording werd geroepen in de memberroom in Geleen. Daarbij werd flink op hem ingeslagen. Ook werd hem afgeraden naar de dokter, ziekenhuis of politie te gaan omdat zijn problemen dan alleen groter zouden worden. Ook hem werd een “schuld” opgelegd van 20.000 euro, welke ze wilden innen door spullen bij hem thuis op te halen.

De rechtbank constateert op grond van het voorgaande een duidelijk patroon van gewelddadig gedrag uitgeoefend door de leden van Satudarah Geleen, onder wie verdachte en/of zijn mededaders. Gelet op diverse uitlatingen van [verdachte 1] was het ook daadwerkelijk vast beleid. Uit de bewijsmiddelen blijkt een vast en vaker voorkomend patroon: slachtoffers werden ter verantwoording geroepen in de memberroom, stonden vaak alleen tegenover een aanzienlijk aantal Satudarah-leden, kregen daarbij klappen en in voorkomende gevallen werden aan diverse personen ook nog eens boetes of schulden opgelegd. Betaalden zij die niet direct, dan werd simpelweg een bezoek gebracht aan hun woning teneinde waardevolle goederen, zoals een auto, op te halen. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat het oogmerk van Satudarah Geleen mede was gericht op diefstal met geweld, afpersing en bedreiging.

II.D.2. Wapens en munitie

Op 6 en 7 december 2017 vonden doorzoekingen plaats bij de [gemeenschapshuis] en in de woningen van verdachten. Daarbij werden diverse wapens en munitie aangetroffen:

  • -

    in het gebouw van de [gemeenschapshuis] een – strafbaar – imitatievuurwapen;

  • -

    in de woning van [verdachte 2] twee geladen, waarvan één doorgeladen, semi-automatische pistolen, alsmede 50 patronen, een boksbeugel en een stroomstootwapen;

  • -

    in de woning van [verdachte 3] 100 patronen.

Tevens werd op 20 april 2017 in de woning van [betrokkene 11] , destijds treasurer van Satudarah Geleen, een riotgun aangetroffen.

Op de smartphone van [betrokkene 3] , betrokken bij de afpersing van [slachtoffer 3] (zaakdossier Dichroiet) werden foto’s aangetroffen waaruit afgeleid kan worden dat hij de beschikking had over meerdere vuurwapens.

Op 27 september 2017, een dag na de aanhouding van drie landelijke kopstukken van Satudarah (zie hiervoor), deelden [verdachte 1] en [verdachte 3] in de memberroom in Geleen de aanwezigen mee dat – kort gezegd – wapens, messen, pistolen, drugs en handy’s

– behalve PGP’s – niet meer mee naar binnen mogen. Hieruit leidt de rechtbank af dat dit nieuw beleid is en dat vooraf deze wapens dus wel werden meegenomen naar binnen.

Op 20 oktober 2017 werd in de memberroom in Geleen een schietincident besproken dat diezelfde dag had plaatsgevonden in Blerick, waarbij de voormalig president van Satudarah Venlo betrokken was. Tijdens deze bespreking komt een onbekende man met een Venlo’s accent Satudarah Geleen bijpraten. Aanwezig zijn [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] en [verdachte 6] . Door de man met Venlo’s accent wordt verteld dat ‘de lange heeft geknald’, ‘hij met die Vietnamees met mekaar. Zij liggen allebei in het ziekenhuis.’ Het had te maken met ‘een hok boven een keukenzaak’ en ‘de een of andere oogst.’ [verdachte 2] geeft dan aan dat de Lange niet zomaar met een wapen bij zich loopt. Volgens de man met het accent hebben ‘ze die ochtend mekaar gezien en mekaar liggen bedreigen’. Hieruit leidt de rechtbank af dat wapens in voorkomende gevallen ook gebruikt werden.

Op 18 november 2017 wordt er een AK-47 de memberroom in Geleen ingebracht, die deels door [verdachte 1] in elkaar wordt gezet en later weer uit elkaar wordt gehaald. In de tussentijd verlaat [verdachte 1] met het wapen de memberroom, waarna meerdere schoten gevolgd door gejuich zijn te horen. Ook [verdachte 4] is daarbij aanwezig.

De rechtbank concludeert op grond van de aangetroffen wapens, het normaliter meenemen van wapens naar het clubhuis, het gebruik van een AK-47 in het clubhuis en de omstandigheid dat een – hoewel Venlo’s – Satudarah-lid betrokken was bij een schietpartij in onderling verband en samenhang bezien met de forse bedreigingen die [verdachte 1] meermalen heeft geuit (zie de OVC van 27 september 2017 en 25 oktober 2017, waarin hij onder meer melding maakt van molotovcocktails en handgranaten gooien, de boel in de fik steken en alles kort en klein slaan) dat het oogmerk van de criminele organisatie mede was gericht op overtreding van de Wet wapens en munitie.

II.D.3. Opiumwet

Uit onderstaande bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat de organisatie mede was gericht op overtreding van de Opiumwet.

De blijkt allereerst duidelijk uit de kwestie rond slachtoffer [slachtoffer 1] (zaakdossier Grutto). De afpersing van hem was het gevolg van misgelopen inkomsten uit hennepteelt. [slachtoffer 1] was immers – via via – ingezet om een hennepkwekerij op te zetten en te onderhouden in Maastricht. Die kwekerij werd medegefinancierd door de gedetineerde [betrokkene 18] , hangaround van Satudarah Geleen. Uit de OVC blijkt dat [slachtoffer 1] er van wordt beschuldigd deze broeder benadeeld te hebben. Naast [betrokkene 18] was onder anderen ook [verdachte 8] bij deze hennepteelt betrokken. [verdachte 8] is ook gelieerd aan Satudarah.

[betrokkene 14] verklaart over de op 29 januari 2018 in zijn woning aangetroffen hennepplantage dat hij door Satudarah onder druk werd gezet om die kwekerij te laten plaatsen. Dat had weer te maken met een geripte kwekerij jaren eerder, waarvoor hij begin 2017 ter verantwoording werd geroepen in de memberroom in Geleen. Omdat hij een hem opgelegde “schuld” van 20.000 euro niet kon voldoen, werd hem opgedragen om een hennepkwekerij in zijn woning te nemen. Deze werd op 5 december (naar de rechtbank begrijpt: 2017) geplaatst door iemand van Satudarah.

Op 6 en 7 december 2017 vonden doorzoekingen plaats bij de [gemeenschapshuis] en in de woningen van verdachten . Daarbij werden hennep en aan de hennepteelt gerelateerde goederen aangetroffen:

  • -

    in de woning van [verdachte 4] 72 gram weed, 44 gram hennep en diverse materialen (slangen, transformatoren, filterkasten, stoppenkast, koolstoffilters en lampapparatuur) ten behoeve van hennepkweek;

  • -

    in de woning van [verdachte 5] diverse materialen (transformatoren, koolstoffilters, ventilatoren en lichtarmaturen) ten behoeve van hennepkweek;

  • -

    in de woning van [verdachte 3] 36 gram hennep;

  • -

    in de woning van [verdachte 2] notitievellen met daarop beschreven het complete proces van hennepteelt gedurende 9 weken alsmede een A4’tje met daarop de benodigdheden en kostprijs van materialen die gebruikt kunnen worden ten behoeve van de kweek van hennep.

Op 28 juni 2017 spraken [verdachte 1] en twee onbekende mannen elkaar in de memberroom in Geleen over de productie van GHB en over eventuele opbrengsten. Zo merkte [verdachte 1] dienaangaande op: “Kijk, ping, ping, tsjing, tjing.”

Op 3 november 2017 moest ene [slachtoffer 10] zich melden in het clubhuis in Geleen. Uit de OVC blijkt dat hij ter verantwoording werd geroepen omdat hij zonder vooraf de president daarvan op de hoogte gesteld te hebben contact met [betrokkene 17] (een lid dat onlangs was vrijgekomen na een jarenlange detentie in Duitsland) heeft gezocht over het exporteren van MDMA naar Duitsland. Daarbij zijn aanwezig onder anderen [verdachte 3] , [verdachte 4] en [verdachte 2] . [verdachte 1] verbleef toen in Marokko, aldus de presentielijst. Op 10 november 2017 wordt [slachtoffer 10] nogmaals ter verantwoording geroepen in aanwezigheid van [verdachte 1] . Het wordt [slachtoffer 10] verweten dat hij zonder daarvan vooraf de president en het kader in kennis te stellen iets (MDMA) is gaan doen met andere chapters (Duisburg). Uit de opmerking van [verdachte 1] “het is niet dat je niks mag doen, maar je moet sowieso alles melden hier” en de opmerking van [verdachte 4] “het gaat er gewoon om dat ze het weten” leidt de rechtbank af dat de bezwaren van het kader niet gelegen waren in de handel in MDMA als zodanig, maar in de omstandigheid dat dit buiten medeweten van de president/het kader gebeurde.

Op grond van het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien concludeert de rechtbank dat het oogmerk van de criminele organisatie mede was gericht op overtreding van de Opiumwet.

II.D.5. Overig “crimineel gedrag”

Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen van nog meer gedragingen, die wellicht niet direct onder een van de concreet genoemde strafbare feiten zijn te scharen, maar wel in verband staan met criminaliteit.

De rechtbank verwijst hiervoor naar de gesprekken met leden van het Venlose Chapter na het al eerder aangehaalde schietincident van 20 oktober 2017 waar de voormalig president van het Chapter Venlo, [betrokkene 19] , bij betrokken was. Besproken wordt dat men al doende is alle spullen van [betrokkene 19] die in relatie te brengen zijn met Satudarah weg te halen, opdat de politie deze niet vindt. De rechtbank leidt hieruit af dat het Satudarah eraan gelegen is om zo spoedig mogelijk “op te ruimen” en alles wat aan Satudarah te linken is weg te maken. Dit kan moeilijk anders worden gezien dan het wegmaken van bewijs.

Verder is in de woning van [verdachte 4] een brief aangetroffen van [betrokkene 17] , ook gelieerd aan Satudarah. Die brief vermeldt onder meer: “Als eerste bedank ik jullie voor de kaart die ik heb ontvangen. (…) Leugens en verraad heeft mij in deze situatie gebracht. En daarom hoop ik dat jullie voorzichtig zijn met wie jullie om jullie heen hebben. Misschien is het daarom ook beter dat ik de volgende keer bij jullie aan tafel zit. Want ik ken jullie al veel langer en ik weet dat ik met jullie bergen kan verzetten, zonder dat ik in mijn rug gestoken wordt. Alleen dat zal nog wel effe duren want officieel ben ik veroordeeld tot april 2020.” Ook hieruit is af te leiden dat verdachte en/of zijn medeverdachten kennelijk gerede en betrouwbare kandidaten zijn om in de toekomst samen met deze [betrokkene 17] nieuwe strafbare feiten te plegen.

II.E. Conclusie

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank als volgt. Gelet op de bedreigende en gewelddadige reputatie van Satudarah Geleen, waarvan verdachte en zijn medeverdachten het kader vormden, de heersende cultuur waarin geweld aangemoedigd wordt, het patroon van geweld en dreiging daarmee alsmede de concreet gepleegde strafbare feiten en de betrokkenheid bij andere gewelds- en drugsfeiten is de rechtbank van oordeel dat de samenwerking van verdachten binnen het clubverband (mede) gericht was op het plegen van de volgende misdrijven: diefstal met geweld of dreiging met geweld, afpersing, bedreiging, (zware) mishandeling, verboden wapenbezit en handelen in strijd met de Opiumwet.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat deze misdrijven gepleegd, gepland of besproken werden binnen het clubverband. Het zijn dan ook geen misdrijven die gepleegd zijn door individuen op persoonlijke titel, die daarnaast toevallig ook nog lid zijn van Satudarah, al dan niet het chapter Geleen, zoals door (een deel van de) verdediging is aangevoerd. Dat een en ander niet (altijd) tijdens een officiële clubvergadering werd besproken, doet daar niet aan af. De rechtbank merkt bovendien op dat het goed mogelijk is dat een organisatie naast een crimineel oogmerk ook andere - legale - doelstellingen heeft.

Voor het andere ten laste gelegde misdrijf waarop het oogmerk van de organisatie gericht zou zijn, te weten witwassen, acht de rechtbank onvoldoende bewijs aanwezig. In het bijzonder overweegt de rechtbank dat het gestelde witwassen kennelijk alleen gebaseerd is op de zaakdossiers witwassen die zijn opgemaakt omtrent [verdachte 1] en [verdachte 2] . Voor zover daaruit al mocht blijken van witwassen, blijkt uit het dossier niet dat dit zou zijn gebeurd in clubverband.

III. Deelname

Van alle verdachten staat vast dat zij zich binnen het samenwerkingsverband van Satudarah (Chapter Geleen en andere Chapters) schuldig hebben gemaakt aan diverse misdrijven. Gelet op de duidelijke structuur en hiërarchie binnen Satudarah en de omstandigheid dat voorafgaande aan een Full Membership een intake- en hangaround periode doorlopen moet worden, concludeert de rechtbank dat verdachten zich willens en wetens aangesloten hebben bij een samenwerkingsverband dat tot oogmerk had het plegen van misdrijven zoals in de tenlastelegging genoemd. Verdachten hebben elk ook een aandeel gehad bij de verwezenlijking van het oogmerk van Satudarah Geleen door zelf ook misdrijven (mede) te plegen.

IV. Periode

[verdachte 1] , [verdachte 4] , [verdachte 5] en [verdachte 6] werden op 27 juni 2014 Full Member en [verdachte 2] werd op 12 december 2014 Full Member. Niet bekend is wanneer [verdachte 3] Full Member of sergeant at arms is geworden van Satudarah Geleen. Het dossier bevat aanwijzingen dat hij op 29 september 2016 (tijdens zijn detentie, die tot medio april 2017 duurde), sprak met [verdachte 1] over een overstap naar Geleen. Niet is gebleken wanneer die overstap precies plaats heeft gevonden. Aannemelijk is dat dit onmiddellijk na zijn detentie was, doch in het voordeel van [verdachte 3] zal de rechtbank uitgaan van 19 juli 2017, de dag waarop hij voor het eerst voorkomt in de OVC van de memberroom in Geleen. Dat hij in ieder geval op dat moment sergeant at arms is, blijkt uit een tapgesprek van 26 juli 2017, waarin hij als zodanig wordt aangesproken door [verdachte 4] .

Nu niet blijkt dat verdachten zich reeds voorafgaande aan hun Full Membership binnen het criminele samenwerkingsverband schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten, zal de rechtbank verdachten vrijspreken van deelname aan een criminele organisatie voor zover de tenlastegelegde periode ligt vóór de tijd dat ze Full Member zijn geworden. Voorts zal de rechtbank bij de beoordeling van de tenlastegelegde feiten enkel de strafbare gedragingen betrekken die door verdachten zelf al dan niet in vereniging zijn gepleegd en al dan niet binnen het samenwerkingsverband van het chapter Geleen.

V. Leider

Verdachten wordt tevens verweten dat zij als leider en/of bestuurder hebben deelgenomen aan de criminele organisatie. Degene die het in de organisatie feitelijk voor het zeggen heeft, een zekere macht of gezag bezitten en naar wie de overige deelnemers zich deswege richten, kan als leider en/of bestuurder worden aangemerkt.

Verdachten bekleedden allen een kaderfunctie, hetgeen gelet op de hiërarchische structuur van Satudarah een indicatie is dat zij ook een min of meer leidinggevende functie hebben, waar anderen (gewone leden, prospects, hangarounds en de supportclubs) zich naar te schikken hebben. Evenwel is de rechtbank van oordeel dat de enkele functie onvoldoende is om te concluderen tot de strafverhogende kwalificatie als leider en/of bestuurder. Een dergelijke rol houdt meer in dan het enkel meer te zeggen c.q. een hogere rang hebben dan lager geplaatsten. Het moet gaan om daadwerkelijke beslissings- of aanwijzingsmacht.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er maar één iemand binnen Chapter Geleen deze beslissingsmacht had, waarnaar alle anderen zich hadden te schikken, en dat was [verdachte 1] . Dit blijkt uit het volgende.

- Besluiten worden uitgesteld totdat [verdachte 1] weer aanwezig is (bijvoorbeeld het binnenroepen van [verdachte 1] als [slachtoffer 1] gaat vertellen over de locatie in Susteren waar mogelijk wat te halen valt. [slachtoffer 10] (van de MDMA naar Duitsland) wordt op 3 november 2017 aangezegd dat men er de volgende week op terug komt, als de president er weer is).

- [verdachte 1] gaat er prat op dat Chapter Geleen er om bekend staat dat er forse mishandelingen plaatsvinden en dat hij dan zelf het voortouw neemt. Geweld wordt toegepast vanaf het moment dat [verdachte 1] door woord of gebaar aangeeft dat het mag. Als [verdachte 1] zegt ‘stoppen’ houdt het geweld op. De rechtbank verwijst hiervoor onder meer naar de OVC’s van 14 juni 2017 (kwestie [slachtoffer 12] ), 19 juli 2017 (vieze klappen uitdelen en als ze hier naar toe moeten komen krijgen ze voor 99% rammel) 16 augustus 2017 (kwestie [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] ), 27 oktober 2017 (over knokploegen ‘maar in dit chapter doen we dat nog altijd zelf’) en 1 december 2017 ( [slachtoffer 1] ).

  • -

    Op 27 september 2017 stelt [verdachte 1] nieuwe gedragsregels vast waaraan iedereen zich heeft te houden (geen handy’s, drugs en wapens binnen). Voorts spreekt hij dan de aanwezige leden en gelieerden toe, waabij hij aangeeft wat er gaat gebeuren als de politie het lef heeft om [gemeenschapshuis] te bezoeken (nl. in mekaar slaan) of een inval te doen (‘cafés kort en klein slaan’, ‘de fik er in’, ‘politie ook’, ‘Molotov Boem’).

  • -

    Uit het dossier blijkt dat er bij veel mensen een dermate grote angst heerst dat zij niet of nauwelijks durven te verklaren over Satudarah uit angst voor represailles ( [slachtoffer 3] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] , [betrokkene 14] ). Men is bang dat Satudarah de beschikking krijgt over de strafdossiers en dan vervolgens wraak zal nemen. [verdachte 1] is degene die de beschikking heeft over diverse strafdossiers, hij bestudeert deze en bekijkt of er op basis hiervan jegens betrokkenen (straf-)maatregelen moeten worden genomen.

- Als de politie het onderzoek naar de zware mishandeling van [slachtoffer 6] in 2015 weer oppakt in 2017, doet [slachtoffer 6] veel moeite om [verdachte 1] te pakken te krijgen om uit te leggen dat zij geen aangifte heeft gedaan. Hieruit blijkt dat [verdachte 1] ook voor buitenstaanders degene is met beslissingsmacht.

- [verdachte 1] heeft niet alleen zeggenschap binnen Chapter Geleen, maar ook de nodige actieve bemoeienis en invloed binnen andere chapters, zoals een Belgisch Chapter en Chapter Venlo. Daarnaast is [verdachte 1] actief betrokken bij kwesties die andere chapters of voornamelijk andere chapters aangaan. De rechtbank verwijst hiervoor in het bijzonder naar de kwestie [slachtoffer 3] en de kwestie [slachtoffer 2] .

Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte 1] als leider heeft deelgenomen aan het criminele samenwerkingsverband. Ten aanzien van verdachte acht de rechtbank deze strafverzwarende omstandigheid niet wettig en overtuigend bewezen en zal zij hem van dat onderdeel vrijspreken.

3.3.2

Feit 2 (ZD Witgat: slachtoffer [slachtoffer 2] )

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met anderen [slachtoffer 2] in de periode van 1 tot en met 6 september 2017 heeft afgeperst. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Op 14 juni 2017 vond een eerste bespreking met [slachtoffer 2] plaats in de memberroom van Satudarah in Geleen. Daarbij werd [slachtoffer 2] door onder meer [verdachte 1] aangesproken op zijn gedrag: hij zou zonder overleg hebben meegereden in een stoet waarin ook leden van de rivaliserende motorclub No Surrender meereden. [verdachte 2] en [verdachte 4] waren ook bij deze bespreking aanwezig.

Op 1 september 2017 vond vervolgens een Bad Standing plaats. [slachtoffer 2] moet zijn colors (hesje) inleveren, hij krijgt een boete van 5.500 euro, hij moet zijn motor inleveren en te horen is dat hij de nodige klappen krijgt. Deze klappen hebben aantoonbaar letsel tot gevolg. Er wordt door de aanwezigen voorts van alles besproken en geregeld om te bewerkstelligen dat de opgelegde boetes (geld en motor) ook daadwerkelijk en zo snel mogelijk geïnd kunnen worden.

De politie herkende reeds [verdachte 1] , [verdachte 2] en [verdachte 4] als drie van de aanwezigen in de memberroom. De rechtbank heeft daarnaast – aan zijn groot postuur en kaal hoofd – ook [verdachte 3] herkend. Tot slot heeft de rechtbank na bestudering van de camerabeelden geconstateerd dat de politie ten onrechte [verdachte 5] heeft herkend als een van de aanwezigen. De rechtbank herkent deze persoon – aan zijn postuur en houding – als [verdachte 6] .

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 2] en zijn partner meteen na de mishandeling en de dagen daarna in totaal 7.500 euro van hun rekeningen opnemen. De rechtbank stelt vast dat dit bedrag net voldoende was om de boete die het gevolg was van de Bad Standing van 5.500 euro te betalen en de reparatienota van zijn motor ten bedrage van 1896 euro aan [naam motorzaak] te betalen. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat [slachtoffer 2] bij de betaling van deze nota aangeeft dat anderen zijn motor zullen ophalen, hetgeen op

6 september 2017 ook geschiedt.

I. Afpersing

De rechtbank ziet zich hierbij voor de vraag gesteld of het geweld en de dreiging daarmee ook gericht was op de afgifte van het geld en de motor. Zij beantwoordt die vraag positief. Hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat Satudarah-leden weten dat een Bad Standing gepaard gaat met een “boete” van 5.500 euro en het inleveren van de – zelf gekochte – motor, gaat het de rechtbank te ver om daaruit de conclusie te trekken dat het geweld en de dreiging daardoor niet in causaal verband staan met de incasso van die “boete”. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van dreiging en intimidatie door de besloten setting, de hoeveelheid personen, de wijze van ondervraging en het gebruikte geweld teneinde te verkrijgen waar men recht op meende te hebben. De schreeuwende uitlating “alles inleveren!” in deze setting maakt ook wel duidelijk dat het slachtoffer geen keuze had. Zo bezien wordt het geweld en de dreiging ingezet om te verzekeren dat het slachtoffer meewerkte aan het op zeer korte termijn kunnen incasseren van de “boete”. Dit maakt dat er wel degelijk een direct causaal verband is tussen de afgifte van goederen en dreiging en geweld. De omstandigheid dat andere personen enkele dagen later zelf de motor van het slachtoffer hebben opgehaald bij een motorzaak maakt dit niet anders. Dit ophalen was slechts mogelijk omdat [slachtoffer 2] eerder bij [naam motorzaak] had aangegeven dat derden zijn motor zouden komen afhalen en is dus een voortzetting en daarmee ook onderdeel van de afpersing die in het clubhuis een aanvang nam.

II. Deelneming

Ten aanzien van [verdachte 1] en [verdachte 6] is de rechtbank van oordeel dat uit de OVC zonder meer blijkt van een zodanige bijdrage in de voor [slachtoffer 2] gecreëerde setting, dat die bijdrage als wezenlijk kan worden gekwalificeerd en – mede onder de omstandigheden zoals die hiervoor al zijn genoemd – voldoende is om te concluderen tot een nauwe en bewuste samenwerking gericht op de afpersing. Zo had [verdachte 1] daadwerkelijk een aanzienlijke rol in de verbale intimidatie en concludeert de rechtbank op basis van de beelden dat beiden ( [verdachte 1] én [verdachte 6] ) daadwerkelijk hebben deelgenomen aan de mishandeling van [slachtoffer 2] .

[verdachte 2] , [verdachte 4] en [verdachte 3] hebben in verhouding tot de hiervoor genoemde verdachten een geringere bijdrage gehad, zowel fysiek als verbaal. Niet is gebleken dat zij zelf daadwerkelijk fysiek geweld hebben gebruikt en ook is niet gebleken dat zij een bijdrage hebben geleverd aan de verbale intimidatie. Evenwel waren zij reeds lang lid van en bekleedden zij een kaderfunctie binnen Satudarah. Naar het oordeel van de rechtbank kan het derhalve niet anders dan dat zij op de hoogte waren van de gang van zaken op een avond als deze. Blijkens de bewijsmiddelen zoals gebezigd bij de criminele organisatie werden er immers met enige regelmaat klappen uitgedeeld (zie bijvoorbeeld het geval [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] en de angst die [slachtoffer 11] hiervoor reeds in 2016 had). De rechtbank verwijst hiervoor tevens naar de in de bewijsmiddelen opgenomen uitlatingen van [verdachte 1] over de aframmelingen van [slachtoffer 12] , van [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en zijn mededeling (als het over vieze klappen geven gaat) dat het chapter Geleen daarom bekend staat en dat als mensen ontboden worden in Geleen ze al voor 99% zeker weten dat ze rammel gaan krijgen. Door desondanks zich niet te distantiëren en toch hun bijdrage te leveren in de vorm van een getalsmatige versterking in deze dreigende, intimiderende sfeer in de context van de motorclub, is de rechtbank van oordeel dat ook [verdachte 2] , [verdachte 4] en [verdachte 3] als medeplegers kunnen worden aangemerkt. De suggestie dat [verdachte 3] de ruimte wellicht verlaten zou hebben, vindt overigens geen steun in het dossier en is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden, te meer nu hij dit zelf niet heeft verklaard.

3.3.3

Feit 3 en 4 (ZD Grutto: slachtoffer [slachtoffer 1] )

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten het slachtoffer [slachtoffer 1] op 1 en 2 december 2017 hebben afgeperst en van zijn vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Na een eerdere bespreking op woensdag 29 november 2017, moest [slachtoffer 1] zich op vrijdag

1 december 2017 wederom melden in het clubhuis van de Satudarah in Geleen. Eenmaal binnen moest hij uiteindelijk plaatsnemen in de memberroom, te midden van meer dan 10 personen waaronder de verdachten. Vervolgens werd hij ondervraagd over en verantwoordelijk gehouden voor een kennelijk mislukte hennepteelt waarbij leden van Satudarah benadeeld zouden zijn. Uit de OVC, zowel de beelden als het geluid, blijkt zonder meer dat [slachtoffer 1] gedurende deze avond flinke klappen kreeg van diverse aanwezigen in de memberroom. Uiteindelijk werd door leden van Satudarah bepaald dat [slachtoffer 1] hen een geldbedrag van zo’n 50.000 euro schuldig was, dat hij zo spoedig mogelijk en op welke wijze dan ook diende te voldoende. Onmiddellijk werd hij gedwongen zijn zakken, met daarin zijn huissleutel, leeg te maken, en werd hij gedwongen zijn adres te geven. Verdachte en/of een aantal mededaders zijn vervolgens naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan om onder meer zijn auto als betaling op te halen. Het lukte overigens niet [slachtoffer 1] ’s auto mee te nemen, maar wel werden zijn paspoort, pinpas en pincode meegenomen. Gedurende deze hele periode mocht [slachtoffer 1] het clubhuis niet verlaten.

I. Afpersing

De rechtbank ziet zich hierbij voor de vraag gesteld of het geweld ook gericht was op de incasso van de opgelegde schuld. Zij beantwoordt die vraag bevestigend. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van dreiging en intimidatie door de besloten setting, de hoeveelheid personen, de wijze van ondervraging en het gebruikte geweld teneinde [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte. De rechtbank is van oordeel dat het geweld en de dreiging daarmee wordt ingezet om te verzekeren dat het slachtoffer meewerkt aan het kunnen incasseren van de opgelegde schuld. De afgifte van goederen (te beginnen met de huissleutel) is het directe gevolg van die dreiging en geweld. Ook al zijn diverse personen daarna zelf naar de woning van het slachtoffer gegaan en hebben zij daarbij zelf goederen meegenomen van het slachtoffer, deze wegneming is naar het oordeel van de rechtbank een voortzetting en daarmee ook onderdeel van de afpersing die in het clubhuis een aanvang nam.

II. Vrijheidsberoving

Ten tijde van de ondervraging in de memberroom en in de periode dat diverse personen de woning van [slachtoffer 1] bezochten moest [slachtoffer 1] in het clubhuis blijven. Allereerst werd in de memberroom een situatie gecreëerd, die naar het oordeel van de rechtbank zodanig intimiderend en dreigend was dat [slachtoffer 1] redelijkerwijs niet de mogelijkheid had om de memberroom te verlaten. Hoewel van daadwerkelijke opsluiting geen sprake was, werd hij door de ook hiervoor genoemde besloten setting, de hoeveelheid personen, de wijze van ondervraging en het gebruikte geweld in een situatie gebracht waaraan hij zich niet kon onttrekken. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Nadien moest hij bovendien ook nog in een andere ruimte wachten totdat men terug was van zijn woning. Daarbij werd hij bewaakt. Naar het oordeel van de rechtbank had [slachtoffer 1] ook in die periode niet de mogelijkheid om weg te gaan - bovendien had hij toen zijn sleutels niet meer - en is hierbij sprake van het beroofd houden van zijn vrijheid. Voor de hele avond geldt overigens ook dat het [slachtoffer 1] mede door diverse uitlatingen zoals die uit de OVC blijken (zoals ‘je gaat niet weg voordat het geregeld is’ en ‘wil je hier wegkomen?’) meermalen duidelijk werd gemaakt dat hij die avond niet zomaar, vrijelijk het pand kon verlaten.

III. Deelneming

Ten aanzien van [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 4] , [verdachte 3] , [verdachte 8] en [verdachte 7] is de rechtbank van oordeel dat uit de verklaringen van [slachtoffer 1] in combinatie met de OVC zonder meer blijkt van een zodanige fysieke dan wel verbale bijdrage in de voor [slachtoffer 1] gecreëerde bedreigende setting, dat die bijdrage als wezenlijk kan worden gekwalificeerd – mede onder de omstandigheden zoals die hiervoor al meerdere keren zijn genoemd – en op basis waarvan een nauwe en bewuste samenwerking gericht op zowel de afpersing als de vrijheidsberoving kan worden vastgesteld.

Partiële vrijspraken

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen omtrent de hennepkwekerij in Susteren onder de afpersing én de wederrechtelijke vrijheidsberoving ten laste is gelegd. Hoewel wellicht ingegeven door de dwang om geld af te staan, was het [slachtoffer 1] ’s eigen idee om naar Susteren te gaan teneinde daar een hennepkwekerij c.q. -opslag te bezoeken die eventueel geript zou kunnen worden. Nu dit op eigen initiatief van [slachtoffer 1] was en voor wat betreft de reis naar Susteren ook overigens niet blijkt van dwang, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank geen deel meer uit van de afpersing, noch van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Van dat onderdeel zal verdachte derhalve vrijgesproken worden.

Ne bis in idem?

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat ook (naast het onderdeel Susteren) partiële vrijspraak dient te volgen voor de onderdelen slaan en schoppen en voor zover de vrijheidsberoving ziet op de situatie in de memberroom. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat die onderdelen al zijn opgenomen in de tenlastelegging van de afpersing en dat de ne bis in idem regel zich verzet tegen bewezenverklaring van diezelfde feitelijkheden bij de vrijheidsberoving.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het ne bis in idem beginsel houdt – kort gezegd – een bescherming in tegen een dubbele vervolging wegens hetzelfde feitelijk gebeuren als waarvoor men reeds eerder is veroordeeld, vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging. Van een dergelijke situatie in deze zaak geen sprake. Hoewel diverse onderdelen zowel deel uitmaken van de ten laste gelegde afpersing als de vrijheidsberoving, zijn dit niet dezelfde feiten in de zin van artikel 68 van het Wetboek van strafrecht. Daarentegen is de rechtbank van oordeel dat een situatie als deze gedekt wordt door de samenloopbepaling in artikel 57 van het Wetboek van strafrecht. De rechtbank verwerpt dus het verweer.

3.3.4

Feit 5 (ZD Witwassen)

Vrijspraak

Verdachte wordt verweten dat hij ruim 91 duizend euro heeft witgewassen. Dit verwijt is gebaseerd op een eenvoudige kasopstelling, waarin de contante inkomsten en uitgaven over de periode van 1 januari 2011 tot en met 6 december 2017 zijn vergeleken.

De rechtbank stelt voorop dat het gebruik van een kasopstelling bij de beoordeling of er sprake is geweest van witwassen in de jurisprudentie algemeen is aanvaard. De eenvoudige kasopstelling heeft uitsluitend betrekking op de contante geldstromen. De totale contante uitgaven worden afgezet tegen de beschikbare legale contante gelden. Van contant geld kan niet meer worden uitgegeven dan er binnenkomt. Een groot verschil tussen de contante uitgaven en het legaal verklaarbare contante inkomen wijst op het bestaan van een onbekende contante inkomstenbron.

Naar inmiddels bestendige jurisprudentie kan, in een geval zoals dat zich hier voordoet, witwassen bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Het ligt op de weg van het openbaar ministerie om zicht te bieden op het bewijs waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid.

Allereerst zal de rechtbank daarbij moeten vaststellen of de – door het Openbaar Ministerie – aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen (stap i). Indien dit ernstig vermoeden wordt aangenomen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld (stap ii). Die herkomst moet vervolgens concreet, min of meer verifieerbaar, en niet op voorhand als volslagen onwaarschijnlijk zijn aan te merken (stap iii). Als de verdachte een zodanige verklaring geeft, kan (om desondanks toch tot een veroordeling te komen) van het Openbaar Ministerie worden verlangd daarnaar vervolgens onderzoek te doen (stap iv). Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Het zaakdossier witwassen / wederrechtelijk verkregen voordeel (pg. 3499 e.v.) geeft het onderzoek en de resultaten weer van het financiële onderzoek jegens verdachte. Dit onderzoek was gericht op zowel witwassen als vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel. Hoewel het (opsporings)onderzoek naar witwassen en wederrechtelijk verkregen voordeel overeenkomsten kan vertonen, mag niet uit het oog worden verloren dat juridische toetsingskaders hieromtrent aanzienlijk verschillen. Witwassen betreft een misdrijf dat voor bewezenverklaring wettig en overtuigend bewijs ex art. 338 Sr vereist en waarvoor de bewijsregels en in het bijzonder bewijsminima als genoemd in de daaropvolgende artikelen gelden. Een ontnemingsmaatregel daarentegen kan ex art. 36e Sr al worden opgelegd indien sprake is van aanwijzingen van strafbare feiten. Daarbij wordt de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel ex art. 511f Sv ‘slechts’ geschat, op basis van wettige bewijsmiddelen zonder dat daarbij de bewijsminima van kracht zijn. Tot slot is het in strafzaken aan het openbaar ministerie om het bewijs te leveren van strafbare feiten, terwijl in ontnemingsprocedures veeleer een bewijslastverdeling naar redelijkheid en billijkheid geldt. Aldus is de beoordeling van het ten laste gelegde witwassen met meer juridische waarborgen omkleed dan de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarmee zal dus rekening moeten worden gehouden bij het onderzoek naar witwassen dan wel wederrechtelijk verkregen voordeel, de presentatie van de resultaten daarvan en de beoordeling.

De rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het hiervoor omschreven onderscheid onvoldoende onderkend is in deze zaak. Daartoe overweegt zij het volgende.

In het overzichtsproces-verbaal (pg. 3505-3544) worden de termen ‘witwassen’ en ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ kennelijk willekeurig door elkaar gebruikt om schijnbaar hetzelfde aan te tonen. Daarnaast blijken diverse stellingen gebaseerd op vermoedens en aannames. Bovendien is de onderzoeksperiode gebaseerd op de zogenaamde voordeelfictie die is neergelegd in het derde lid van art. 36e Sr. Op grond daarvan kunnen – kort gezegd – uitgaven en voorwerpen gedurende zes jaren voorafgaand aan het strafbare feit, waaraan geen legale bron ten grondslag kan worden gelegd, geacht worden uit wederrechtelijk verkregen voordeel te zijn betaald. Dit betreft een mogelijkheid die een ontnemingsprocedure biedt en die geen toepassing vindt in een dagvaardingsprocedure als deze. Zulks doet immers afbreuk aan de bewijsregels en –minima zoals hiervoor weergegeven.

Over die periode ook nog het volgende. Het vermoeden van witwassen is gebaseerd op de rol van verdachte binnen Satudarah (pg. 3508). Elders uit het dossier blijkt dat verdachte eerst op 27 juni 2014 prospect (pg. 812 van het beslagdossier) en op 12 december 2014 full member is geworden (pg. 1585 van het beslagdossier). Voor zover de stelling is dat verdachte gelden in relatie tot Satudarah heeft witgewassen, ligt het voor de hand dat zulks pas vanaf het moment dat verdachte full member is, het geval is geweest. Dat zou betekenen dat van witwassen in de periode van 1 januari 2011 tot en met december 2014 nog geen sprake kon zijn, hetgeen betekent dat een bedrag van (13.098 + 2.364 + 7 maanden à 899 =) 21.755 euro ten onrechte als Nibud-uitgaven is toegekend (pg. 3512 i.c.m. 3528), nog los van eventuele andere uitgaven in die periode die zijn meegenomen in de kasopstelling.

Een andere aanname is dat verdachte in de periode van 2013 tot en met 2017 bij 55 bezoeken aan het casino in totaal 29.452,50 euro zou hebben uitgegeven en dat hij met uitzondering van twee grotere geldprijzen van ruim 13 en 20 duizend euro geen winst zou hebben gemaakt. De uitgaven bleken gebaseerd op slechts 4 concreet bekende uitgaven, waarvan het gemiddelde 577,50 euro was (pg. 4352). Verdachte verklaarde (pg. 6433) daarentegen dat zijn inleg gemiddeld 500 euro bedroeg. Bovendien verklaarde hij dat hij bij 7 van de 10 deelnames 400 tot 500 euro winst maakte en derhalve dus gemiddeld 450 euro. Vanaf 2015, toen verdachte full member was, heeft hij 39 bezoeken aan het casino gebracht (pg. 4352). Daarbij zou hij dus (39 x 500 euro =) 19.500 euro hebben ingelegd. Tevens zou hij dan (7/10 x 39 x 950 =) 25.935 euro hebben ontvangen. Per saldo zou hij dus (25.935 – 19.500 =) 6.435 euro hebben verdiend in plaats van 29.452,50 euro te hebben uitgegeven. Dat is een verschil van 35.887,50 euro.

Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat:

  1. verdachte op 30 december 2015 niet enkel 20.720,50 euro heeft gewonnen met pokeren, maar ook nog eens 5.000 euro uit een deal met de andere finalist;

  2. verdachte het Breitling horloge als kado voor zijn 25e verjaardag heeft gekregen van zijn moeder;

  3. de moeder van verdachte in de periode van 2011 tot en met 2017 een totaalbedrag van 31.692 euro heeft geschonken aan haar zoon teneinde te voorzien in zijn levensonderhoud;

  4. e moeder van verdachte twee keer per week voor het gezin van verdachte kookte;

  5. verdachte en zijn gezin wekelijks eenmaal at bij de schoonmoeder van verdachte;

  6. de beste vriendin van verdachte’s partner eenmaal per week voor het gezin van verdachte kookte en daarvoor de kosten droeg.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

De stelling van de verdediging onder a. wordt ondersteund door een verklaring van getuige [getuige 1] (pg. 6461), die heeft bevestigd dat hij in het kader van een finale-deal zo’n 5.000 euro aan verdachte heeft gegeven, en door een schriftelijke verklaring van [naam] d.d. 2 november 2018 met daarbij gevoegd een print-screen van een WhatsApp-chat waarin verdachte te kennen geeft 25.000 euro gewonnen te hebben.

De stellingen van de verdediging onder b. tot en met d. worden ondersteund door een schriftelijke verklaring van mevr. [getuige 2] (moeder van verdachte) d.d. 7 oktober 2018, alsmede daarbij gevoegde bankafschriften. De rechtbank merkt op dat de in de kasopstelling opgenomen handelswaarde van 4.500 euro aldus ten onrechte zou zijn meegenomen. Verder gaat het voor de periode van 2015, toen verdachte full member was, tot en met 2017 om een totaalbedrag van (5.000 + 2.950 + 4.900 =) 12.850 euro aan schenkingen.

De stelling van de verdediging onder e. wordt ondersteund door een (ongedateerde) schriftelijke verklaring van mevr. [getuige 3] (moeder van [betrokkene 20] , zijn de partner van verdachte).

De stelling van de verdediging onder f. wordt ondersteund door een (ongedateerde) schriftelijke verklaring van mevr. [getuige 4] .

Op grond van het vorenstaande heeft de verdediging aldus gesteld en onderbouwd dat verdachte en zijn gezin in totaal vier maal per week niet zelf kookten. Uitgaande van een gezinssamenstelling van twee volwassenen en een kind, zou het gezin daarmee zo’n 5 euro per keer (bron: Nibud) bespaard hebben. Uitgaande van de periode van 2015 tot en met 2017 is dat ongeveer (5 euro x 4 dagen per week x 52 weken per jaar x 3 jaren =) 3.120 euro.

Voor wat betreft voorgaande stellingen heeft het openbaar ministerie enkel nader onderzoek verricht naar de pokerwinst ad a. Daartoe is [getuige 1] als getuige gehoord, die de stelling van verdachte bevestigd heeft. Voor het overige heeft het openbaar ministerie geen nader onderzoek uitgevoerd, terwijl de stellingen van de verdediging wel concreet, verifieerbaar en niet op voorhand volslagen onwaarschijnlijk zijn. Bovendien heeft het openbaar ministerie ter terechtzitting, ook bij requisitoir, geen woorden hieraan gewijd. Aldus zal de rechtbank er vanuit gaat dat de hiervoor genoemde bedragen van 5.000 euro, 4.500 euro, 12.850 euro en 3.120 euro terecht ter discussie zijn gesteld door de verdediging.

Al de hiervoor genoemde discutabele bedragen belopen in totaal 83.112,50 euro. Dat zou betekenen dat van het gestelde witwasbedrag van 91.284,51 euro nog 8.172,01 euro zou resteren over een periode van ruim 36. Dat betekent een fors lager en relatief ook geringer bedrag dat witgewassen zou zijn.

Daarbij komt nog het volgende. Aan verdachte is ten laste gelegd het alleen plegen van witwassen en niet het medeplegen van witwassen. In het onderzoek zijn echter de inkomsten en uitgaven van het hele gezin betrokken en daarbij is geen onderscheid gemaakt naar welke transacties aan verdachte dan wel zijn partner zijn toe te rekenen. Aldus kan de vraag gesteld worden in hoeverre het terecht is dat alle transacties volledig aan verdachte worden toegerekend.

Tot slot heeft de rechtbank geconstateerd dat, hoewel de stelling van het openbaar ministerie begrijpelijk is, uit het dossier niet is gebleken van geldstromen die in relatie te brengen zijn met de bewezenverklaarde feiten. Voor zover al eventuele criminele gelden zichtbaar zijn, zoals uit de Bad Standings van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] , lijken die juist richting de (landelijke) clubkas te gaan en niet naar individuele personen.

Uit het voorgaande blijkt van gebreken in de onderzoeksopzet, het ontbreken van aanwijzingen dat verdachte het - vermeende - tekort aan legale inkomsten heeft aangevuld met opbrengsten uit crimineel handelen, alsmede een uiteindelijk relatief gering bedrag dat wellicht resteert. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de – door het Openbaar Ministerie – aangedragen feiten en omstandigheden – mede bezien in het licht van de wel onderbouwde, maar niet door het Openbaar Ministerie nader onderzochte stellingen van de verdediging – niet van dien aard zijn dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden voor de uitgaven van verdachte. Daartoe is het aanwezige bewijs (in onderhavige strafzaak) ontoereikend. Daarom acht de rechtbank dan ook niet bewezen verdachte ruim 91 duizend euro heeft witgewassen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

3.3.5

Feit 6, 7 en 8 (ZD Wet wapens en munitie)

De rechtbank acht op grond van de bekennende verklaring van verdachte in combinatie met de overige in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte de onder 6 (vuurwapens en munitie), 7 (boksbeugel) en 8 (stroomstootwapen) ten laste gelegde voorwerpen voorhanden heeft gehad.

3.3.6

Parketnummer 03/700155-16 (ZD Dichroiet: slachtoffer [slachtoffer 3] )

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte 1] en [verdachte 2] samen met anderen het slachtoffer [slachtoffer 3] op 15 maart 2016 hebben afgeperst. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Op 15 maart 2016 moest [slachtoffer 3] zich melden in café [naam café 2] in Hoensbroek, welk café dienst doet als clubhuis voor een ander chapter van de Satudarah. Hij moest zich melden omdat hij Satudarah – kort gezegd – een stel treinkapers zou hebben genoemd. Aldaar moest hij plaatsnemen in een afzonderlijke ruimte, waar hij vervolgens werd mishandeld en waar hem een “boete” van zo’n 60.000 euro werd opgelegd. Omdat hij die niet meteen kon betalen, werd hij gedwongen om twee auto’s (een Volkswagen Polo en een Volkswagen Golf) af te geven als onderpand. Daartoe zijn diverse personen met het slachtoffer naar zijn woning gereden. Anders dan bij de afpersingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bevat het dossier geen OVC van de ruimte waarin de afpersing zou hebben plaatsgevonden. Evenwel is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 3] steun vinden in de wel beschikbare camerabeelden van het cafégedeelte van [naam café 2] , de verklaring van zijn buurman over een doodsbange [slachtoffer 3] en de omstandigheid dat [verdachte 2] later die nacht is aangetroffen in de Volkswagen Golf.

I. Afpersing

De rechtbank ziet zich hierbij voor de vraag gesteld of het geweld en de dreiging daarmee ook gericht was op de afgifte van de in de tenlastelegging genoemde goederen en beantwoordt die vraag bevestigend. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van dreiging en intimidatie door de besloten setting, de hoeveelheid personen, de wijze van ondervraging en het daarbij gebruikte geweld. Tijdens de rit van het café naar zijn woning werd [slachtoffer 3] ook nog eens een pistool tegen zijn hoofd gehouden teneinde zijn medewerking te verzekeren. Zo bezien wordt het geweld en de dreiging dan ook ingezet om te verzekeren dat het slachtoffer meewerkte aan het kunnen incasseren van de ‘boete’. Verdachte en/of zijn mededaders zijn enkel in staat geweest de Golf mee te nemen nadat [slachtoffer 3] onder dwang onder andere zijn huisdeursleutel en de code van de garage had afgegeven. Deze wegneming is naar het oordeel van de rechtbank dan ook een voortzetting en daarmee ook onderdeel van de afpersing die in het café reeds een aanvang nam.

II. Deelneming

Deze afpersing past in het beeld dat Satudarah vaker personen ter verantwoording roept. Uit de camerabeelden blijkt dat het hier een Satudarah aangelegenheid betreft en dat ook chapter Geleen betrokken is. De politie herkent immers onder meer de colors van chapter Geleen en onder de aanwezigen in het café bevonden zich naast [verdachte 1] en [verdachte 2] ook andere leden van het chapter Geleen, zoals [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Het is dan ook niet aannemelijk dat [verdachte 1] en/of [verdachte 2] op eigen initiatief, los van clubverband, aanwezig waren in Hoensbroek. De rechtbank ziet hiervoor ook steun in het gesprek dat plaatsvindt tussen [verdachte 1] , [betrokkene 3] en [betrokkene 4] nadat deze laatste twee later die avond terugkomen. Gelet op de gang van zaken die avond concludeert de rechtbank dat hier een terugkoppeling plaatsvindt van hetgeen is gebeurd toen men met [slachtoffer 3] naar zijn woning ging. Dat het een clubaangelegenheid was blijkt tevens uit de omstandigheid dat [betrokkene 3] en [betrokkene 5] (beiden gelieerd aan Satudarah) de volgende dag in gesprek gaan met de eigenaar van de Golf, [slachtoffer 4] , met als doel de verkrijging van de kentekenpapieren.

Niet is gebleken dat [verdachte 1] en [verdachte 2] zelf daadwerkelijk fysiek geweld hebben gebruikt en ook is niet gebleken dat zij een bijdrage hebben geleverd aan de verbale intimidatie in de memberroom. Evenwel waren zij reeds langere tijd lid van en bekleedden zij een kaderfunctie binnen Satudarah. Voorts is [verdachte 2] mee naar België, naar de woning van [slachtoffer 3] , gegaan en is hij kort daarna door de politie aangehouden in de meegenomen Golf, terwijl hij tevens nog de sleutel van de Polo en de huissleutel van [slachtoffer 3] in zijn fouillering had. Nu het een Satudarah aangelegenheid betrof waarbij ook [verdachte 1] als president van het chapter Geleen aanwezig is, acht de rechtbank het ondenkbaar dat [verdachte 2] een dergelijke actie had kunnen doen, zonder toestemming van zijn president. Zodoende hebben zij zich aangesloten bij het eerder toegepaste geweld en de dreiging daarmee.

[verdachte 2] is uiteindelijk aangetroffen in de Volkswagen Golf die is weggenomen bij de woning van [slachtoffer 3] , terwijl hij bovendien in het bezit was van de sleutels van [slachtoffer 3] ’s eigen Volkswagen Polo en huis. Hieruit volgt dat hij een van de personen was die met [slachtoffer 3] naar zijn woning is gegaan om die auto op te halen. Daarmee is [verdachte 2] daadwerkelijk actief betrokken bij de afpersing en die bijdrage, mede in het licht van de hiervoor geschetste omstandigheden, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende voor de conclusie dat ook [verdachte 2] als medepleger kan worden aangemerkt. Dat niet vast staat dat hij daadwerkelijk in de memberroom aanwezig is geweest, doet hieraan niet af en wordt bovendien ruimschoots gecompenseerd door zijn andere uitvoeringshandelingen.

Partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen dat ook [slachtoffer 4] is afgeperst. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt in het dossier bewijs van dwang jegens [slachtoffer 4] alsmede van een daadwerkelijke afgifte van goederen. De rechtbank acht evenmin bewezen dat binnen de tenlastegelegde periode (15-16 maart 2016) aan [slachtoffer 3] opdracht is gegeven zijn verklaring in te trekken. Tot slot acht de rechtbank de afpersing van de code van de garagepoort niet bewezen omdat volgens vaste jurisprudentie een code immers geen goed is in de zin van artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van deze onderdelen van de tenlastelegging.

3.4

De bewezenverklaring

Op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen en de hiervoor weergegeven overwegingen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 van de zaak 03/721699-17 en het in de zaak 03/700155-16 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 03/721699-17

Feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 6 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen en/of elders in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 6] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten

  • -

    diefstal voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld en

  • -

    afpersing en

  • -

    bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en

  • -

    (zware) mishandeling en

  • -

    handelen in strijd met de Wet wapens en munitie en

  • -

    handelen in strijd met de Opiumwet.

Feit 2:

hij in de periode van 1 september 2017 tot en met 6 september 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    5.500,- euro en

  • -

    een motor (merk/type Ducati met kenteken [kenteken 2] ) en

  • -

    de kentekenpapieren van die motor en

  • -

    de reparatiekosten van die motor (1.896,- euro)

toebehorende aan die [slachtoffer 2] ,

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededaders

  • -

    die [slachtoffer 2] naar de memberroom van de Satudarah Motor Club, chapter Geleen hebben laten komen en

  • -

    in deze memberroom meermalen tegen het gezicht van die [slachtoffer 2] hebben geslagen en

  • -

    aan die [slachtoffer 2] duidelijk hebben gemaakt dat hij zijn motor moet inleveren en

  • -

    aan die [slachtoffer 2] duidelijk hebben gemaakt dat hij 5.500,- euro dient te betalen en

  • -

    opdracht hebben gegeven aan die [slachtoffer 2] dat hij tegen zijn vrouw moet zwijgen over dit voorval dan wel een verhaal niet in lijn met de ware gebeurtenissen dient te vertellen en

  • -

    aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden hebben toegevoegd "Als je ooit bij een andere club komt he, wij komen jou halen" en

  • -

    aan die [slachtoffer 2] duidelijk hebben gemaakt dat hij de (kenteken)papieren moet inleveren en

  • -

    met die [slachtoffer 2] naar de woning van die [slachtoffer 2] zijn gereden, om aldaar een hoeveelheid geld en de (kenteken)papieren op te halen en

  • -

    opdracht hebben gegeven aan die [slachtoffer 2] dat hij naar buiten toe dient te zwijgen over de gebeurtenissen.

Feit 3:

hij in de periode van 1 december 2017 tot en met 2 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    (een) huissleutel(s) en

  • -

    een hoeveelheid geld en

  • -

    een pinpas en een papier met daarop de bijbehorende pincode en

  • -

    een paspoort op naam van die [slachtoffer 1] ,

toebehorende aan die [slachtoffer 1] ,

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededaders

  • -

    die [slachtoffer 1] naar de memberroom van de Satudarah Motor Club, chapter Geleen hebben laten komen en

  • -

    in deze memberroom meermalen tegen het gezicht van die [slachtoffer 1] hebben geslagen en

  • -

    aan die [slachtoffer 1] de woorden hebben toegevoegd dat hij 50.000,- euro dient te betalen als schuld en

  • -

    aan die [slachtoffer 1] hebben toegevoegd dat hij zijn pinpas en bijbehorende pincode dient af te staan en

  • -

    aan die [slachtoffer 1] de woorden hebben toegevoegd dat hij zijn auto (merk/type Pontiac) moet inleveren en

  • -

    aan die [slachtoffer 1] dreigend de woorden hebben toegevoegd "de eerste de beste leugen die je nu vertelt, breek ik je vinger" en "ik zweer het je ey, ik breek je nek jongen".

Feit 4:

hij in de periode van 1 december 2017 tot en met 2 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

die [slachtoffer 1] geslagen en geschopt en die [slachtoffer 1] gedurende langere tijd (tegen zijn wil) vast gehouden in het clubhuis van de Satudarah Motor Club, chapter Geleen en met gebruikmaking van hun psychisch en getalsmatig overwicht voor die [slachtoffer 1] , een dusdanige situatie gecreëerd dat die [slachtoffer 1] belet werd zijn eigen bewegingsvrijheid te bepalen en zich te onttrekken aan de intimiderende en bedreigende invloedssfeer van verdachte en zijn mededaders en aldus die [slachtoffer 1] hebben belet te gaan waarheen hij zich wilde begeven.

Feit 6:

hij op 6 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen voorhanden heeft gehad

a. vuurwapens van de categorie III onder 1, te weten

  • -

    een pistool (FN) en

  • -

    een (doorgeladen) pistool (Manurhin) en

munitie van de categorie II onder 4, te weten

2 patronen en

munitie van de categorie III, te weten

47 patronen.

Feit 7:

hij op 6 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen een wapen van categorie I onder 3, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad.

Feit 8:

hij op 6 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen een wapen van categorie II onder 5, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Parketnummer 03/700155-16

Primair:

hij op 15 maart 2016 in de gemeente Heerlen en/of elders in Nederland en/of Maasmechelen (België) en/of elders in België, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    de huisdeursleutel en

  • -

    de sleutel van de Volkswagen Polo en

  • -

    een (Nokia) mobiele telefoon en

  • -

    een personenauto (merk/type Volkswagen Golf met Duits kenteken [kenteken 1] ),

toebehorend aan die [slachtoffer 3] of [slachtoffer 4] ,

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en zijn mededaders

  • -

    die [slachtoffer 3] naar de memberroom van Satudarah Motor Club, chapter South Border hebben laten komen en

  • -

    aan die [slachtoffer 3] hebben toegevoegd dat hij een hoeveelheid geld moet betalen en

  • -

    in deze memberroom meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] hebben geslagen en

  • -

    aan die [slachtoffer 3] hebben toegevoegd dat hij in verband met die betaling een dan wel twee personenauto('s) (VW Golf en VW Polo) moet afgeven en

  • -

    met die [slachtoffer 3] naar de woning van die [slachtoffer 3] in Maasmechelen (België) zijn gereden, zulks terwijl zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en hem (daarbij) de woorden heeft/hebben toegevoegd "van het moment dat je wat doet schiet ik je in je flikker”.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 03/721699-17

feit 1:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 2:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 4:

medeplegen van iemand opzettelijk van de vrijheid beroven

en

medeplegen van iemand opzettelijk van de vrijheid beroofd houden;

feit 6:

a. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

b. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie;

c. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie;

feit 7:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie;

feit 8:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

Parketnummer 03/700155-16

primair:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben - op grond van hetgeen zij bewezen hebben geacht - gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 11 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om te volstaan met een gevangenisstraf van maximaal 50 maanden en geldboetes voor het voorhanden hebben van diverse van de wapens en munitie.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachten hebben zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie. Deze criminele organisatie bestond uit de kaderleden van het chapter Satudarah Geleen, te weten: president [verdachte 1] , vice-president [verdachte 2] , sergeant at arms [verdachte 3] , secretary [verdachte 4] , treasurer [verdachte 5] en road captain [verdachte 6] . Deze criminele organisatie had het oogmerk om tal van misdrijven te plegen.

Het Geleense chapter van motorclub Satudarah is uitgegroeid tot een lokale motorclub met een – zowel lokaal als (inter)nationaal – steeds meer bedreigende en gewelddadige reputatie. [verdachte 1] had als president volledig gezag over de zaken en de (kader)leden van het chapter en de overige leden schikten zich volledig. In de drie jaren dat hij president was van Satudarah Geleen blijkt uit het dossier van een waslijst aan criminele activiteiten. De reputatie van Satudarah Geleen was zodanig, dat veel mogelijke slachtoffers geen of nauwelijks verklaringen durfden af te leggen. Desalniettemin is er wettig en overtuigend bewijs dat een aantal leden van Satudarah Geleen een criminele organisatie vormde en zich in de afgelopen jaren schuldig heeft gemaakt aan mishandelingen, afpersingen, vrijheidsberoving, wapenbezit en drugscriminaliteit.

Verdachten schuwden geen geweld. Zo werden in het clubhuis meerdere personen mishandeld. Ook is gebleken dat geweld werd beloond, in de vorm van promotie of de zogenaamde 1% patch. Daarnaast werd geweld aangemoedigd of toegejuicht, zoals bleek uit de speech die [verdachte 1] hield nadat drie landelijke kopstukken van Satudarah werden opgepakt: “Fack hun allemaal ouw hoer. We gaan geen stap opzij, voor niemand niet. (…) Ik denk dat hier binnenkort de bom gaat barsten. Als ze hier komen binnenvallen, vallen wij daar hun stad binnen. (…) We slaan gewoon alles kort en klein, we steken alles in de fik, ja (…) Hè? Molotov! Boem! Erin. Hoe vind je dat? Zo!”

Leden van Satudarah, ook van andere chapters, die zich niet aan de interne regels hielden, werden in het clubhuis in Geleen ter verantwoording geroepen en konden forse sancties verwachten. Dat betrof niet enkel degradatie in rang/functie, maar ook mishandelingen, tot zelfs verbanning uit de club (Bad Standing). Dit laatste overigens niet zonder de verplichting tot het betalen van een boete van 5.500 euro en het inleveren van de motor.

Echter, ook niet- of oud-leden werden het slachtoffer van verdachten. Personen die Satudarah in slecht daglicht gesteld of benadeeld zouden hebben, wachtte een soortgelijk lot. Zij werden thuis opgezocht of ter verantwoording geroepen in het clubhuis, waarbij zij ernstig werden mishandeld en hen een boete of schuld van tienduizenden euro’s werd opgelegd.

Voorts is gebleken dat Satudarah Geleen belangen had in de -zowel lokale als internationale-hennepteelt. Zo konden diverse hennepplantages in verband worden gebracht met Satudarah.

Tot slot is gebleken dat de organisatie gericht was op verboden wapenbezit. Bij diverse leden zijn thuis wapens en/of munitie aangetroffen. In het clubhuis is zelfs een AK-47 aanwezig geweest, waarmee ook nog eens schoten zijn gelost. Geen enkel lid heeft het wapenbezit veroordeeld, het in bezit hebben van een wapen werd als normaal beschouwd.

Zoals al opgemerkt hebben personen die bij de politie hebben aangegeven dat zij slachtoffer zijn geworden van een misdrijf gepleegd door leden van Satudarah Geleen dan wel waarvan de politie dat vermoedde, geen of nauwelijks verklaringen durven afleggen. Zij vrezen voor hun veiligheid, omdat zij bang zijn om (opnieuw) met geweld geconfronteerd te worden. Dat deze angst terecht is, blijkt uit de strafbare feiten die leden van Satudarah Geleen in de afgelopen jaren hebben gepleegd.

De toonaangevende reputatie van Satudarah Geleen blijkt uit de omstandigheid dat andere chapters, zoals Heerlen en Venlo, hun oorsprong en opleiding kenden in Geleen. Vandaaruit zijn diverse leden “uitgevlogen” en voor zichzelf begonnen. Bovendien bleek dat ook kwesties van andere chapters in Geleen besproken en afgedaan werden. Zo had slachtoffer [slachtoffer 2] geen enkele relatie met het chapter in Geleen, maar kreeg hij daar toch zijn Bad Standing.

Los van het voorgaande, bleken er nog tal van omstandigheden die duidden op de criminele aard van het samenwerkingsverband, zeker bezien in het licht van die misdrijven. Zo probeerde men op allerlei manieren uit het zicht van politie en justitie te blijven. Leden werden gedwongen voorzichtig om te gaan met communicatiemiddelen, het gebruik van PGP-telefoons werd gestimuleerd, eerder genoemde mishandelingen en afpersingen vonden plaats in de besloten setting van het clubhuis, zonder externe getuigen en met enkel leden die een zwijgplicht hebben naar buitenstaanders. Slachtoffers werd duidelijk gemaakt dat zij niks mochten vertellen, een verhaal moesten verzinnen voor familie, en dat hun problemen nog groter zouden worden als ze zich daar niet aan hielden. Kort gezegd: wat er gebeurt in de club, blijft in de club. Ook bleek men in staat om een – doorgaans vertrouwelijk – strafdossier in bezit te krijgen en werd na een schietpartij in Blerick besproken dat alles dat te relateren was aan Satudarah moest verdwijnen: wegmaken van bewijs dus.

Gelet op het voorgaande heeft verdachte deelgenomen aan een criminele organisatie, waarbinnen het plegen van strafbare feiten werd gestimuleerd en gefaciliteerd. De feiten werden gepleegd in de context van het lidmaatschap van het chapter Satudarah Geleen. Een ieder die het clubbelang in de ogen van de verdachten in gevaar kon brengen werd gesanctioneerd of werd anderszins slachtoffer van geweld en intimidatie.

Verdachte had als vice-president een aanzienlijk aandeel in de verwezenlijking van de criminele doelen van het samenwerkingsverband dat hij binnen het chapter Satudarah Geleen met de andere vijf kaderleden vormde. De periode van deelname aan de criminele organisatie bedroeg circa 2,5 jaar. Hij heeft zich voorts schuldig gemaakt aan drie afpersingen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en verboden wapenbezit.

Zo heeft hij samen met anderen [slachtoffer 3] , een voormalig hangaround van de club, afgeperst. Deze zou Satudarah “een stelletje treinkapers” hebben genoemd. Dat werd hem niet in dank afgenomen en daarvoor werd hij in het clubhuis in Hoensbroek mishandeld, werd hem een boete opgelegd van circa 60.000 euro en werd hij gedwongen zijn auto af te staan als gedeeltelijke borg voor zijn boete.

Ook heeft hij samen met anderen [slachtoffer 2] , een lid van een ander chapter, afgeperst. Deze zou zich niet aan de clubregels hebben gehouden en werd daarom in het clubhuis in Geleen met Bad Standing uit de club gezet. Dat betekende flinke klappen, een boete van 5.500 euro en - na betaling van de reparatienota van bijna 2.000 euro- het inleveren van zijn eigen motor.

Voorts heeft hij samen met anderen [slachtoffer 1] , een huurling voor het opzetten en onderhouden van een met de Satudarah verbonden hennepkwekerij, afgeperst. Deze zou de boel belazerd hebben ten koste van onder meer een “broeder” van Satudarah Geleen. Als sanctie kreeg ook hij klappen in het clubhuis, werd hem een boete van zo’n 50.000 euro opgelegd en werd hij gegijzeld gedurende de periode waarin zijn woning in Heerlen werd doorzocht op waardevolle spullen.

Tot slot was verdachte in het bezit van één doorgeladen en één geladen vuurwapen, munitie, een boksbeugel en een stroomstootwapen.

De afpersingen en vrijheidsberoving zijn ernstige strafbare feiten, waarbij de impact op de slachtoffers zeer groot is/kan zijn. Ook het voorhanden hebben van meerdere schietklare wapens is een ernstige strafbaar feit.

Verder was hij in het kader van de criminele organisatie onder meer:

  • -

    in het bezit van notities van het proces van hennepteelt alsmede de benodigdheden daarvoor;

  • -

    betrokken bij een gesprek waarbij hij zelf te kennen gaf “ik sla hem gewoon alle tanden eruit ouwhoer” toen ene [slachtoffer 15] zich niet kwam melden in het clubhuis;

  • -

    ingeschakeld na de aanhouding van [betrokkene 1] ;

  • -

    betrokken bij de mishandeling van [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] in de memberroom;

  • -

    betrokken bij de besprekingen naar aanleiding van het schietincident in Blerick;

  • -

    betrokken bij de bespreking van twee strafdossiers omtrent de productie van synthetische drugs;

  • -

    betrokken bij de mishandeling van [slachtoffer 10] naar aanleiding van zijn niet gemelde contact omtrent MDMA;

hetgeen allemaal heeft bijgedragen aan de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.

Al deze vormen van criminaliteit werken ontwrichtend en ondermijnend voor de samenleving.

De rechtbank zal bij het opleggen van de straf in strafverzwarende zin rekening houden met het feit dat verdachte een aanzienlijke rol in de criminele organisatie heeft gehad door bij veel van de criminele activiteiten betrokken te zijn geweest. Voorts neemt de rechtbank als strafverzwarend in aanmerking dat verdachte - hoewel al langer geleden - eerder is veroordeeld wegens gewelds- en drugsfeiten. De rechtbank schat de kans op recidive dan ook hoog in.

Van andere bijzondere persoonlijke omstandigheden die in strafmatigende zin moeten meewegen in de op te leggen straf, is de rechtbank niet gebleken.

Al het voorgaande afwegende is de rechtbank van oordeel dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd is. Deze straf zal lager zijn dan door het openbaar ministerie geëist, omdat de rechtbank verdachte van het witwassen vrijspreekt, waarvoor de officieren van justitie tot bewezenverklaring hebben gerekwireerd en omdat zij het geheel van feiten gelet op straffen in soortgelijke zaken anders waardeert. Zij beoordeelt een afpersing binnen het drugscircuit en in clubverband anders dan bij een willekeurige burger.

De rechtbank zal [verdachte 2] veroordelen tot een gevangenisstraf van 7 jaren.

7 Het beslag

Ter terechtzitting van 11 december 2018 hebben de officieren van justitie beslaglijsten overgelegd, waarop staan vermeld een horloge met opschrift Audemars Piquet, diverse geldbedragen (6.900 euro, 500 euro, 200 euro en 7.000 euro), een horloge van het merk Breitling, een motor van het merk Harley Davidson (kenteken [kenteken 5] ), administratie van die motor alsmede overige administratie. Tevens vermelden de lijsten zekerheidstellingen van 16.500 euro en 1.800 euro. Ter terechtzitting hebben de officieren van justitie medegedeeld dat die zekerheden zijn gesteld voor de motor en het horloge van het merk Breitling.

De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot onttrekking aan het verkeer van het horloge met opschrift Audemars Piquet alsmede verbeurdverklaring van de genoemde geldbedragen, inclusief de zekerheidstellingen voor de motor en het horloge van het merk Breitling.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de beslaglijsten blijkt dat op de genoemde gelbedragen, de motor en het horloge van het merk Breitling conservatoir beslag ex artikel 94a van het Wetboek van Strafrecht rust. Dientengevolge zal de rechtbank over die voorwerpen thans geen beslissing nemen, omdat die in beslag zijn genomen ter voldoening van onder meer een eventuele geldboete of ontnemingsmaatregel.

Verdachte heeft ter zitting afstand gedaan van het horloge met opschrift Audemars Piquet. Gelet hierop behoeft ten aanzien van dit horloge geen beslissing meer te worden genomen.

Nu met betrekking tot de administratieve bescheiden niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze te worden teruggegeven aan de beslagene, te weten verdachte.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen:

  • -

    47, 57, 140, 282, 317 van het Wetboek van Strafrecht,

  • -

    13, 26, 55 van de Wet wapens en munitie,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 5 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 7 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde administratie (LS2.01.08.004), goednummer 431326 (zie pg. 1236).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. A.K. Kleine en

mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2019.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Parketnummer: 03/721699-17

Aan de verdachte is – na nadere omschrijving van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:

1.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 6 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen en/of elders in Nederland,

als leider en/of bestuurder heeft deelgenomen aan een organisatie (Satudarah Motor Club), bestaande uit hem, verdachte en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 6] en/of [betrokkene 11] en/of één of meer andere perso(o)n(en),

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten

  • -

    diefstal al dan niet voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld, en/of

  • -

    afpersing, en/of

  • -

    bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, en/of

  • -

    (zware) mishandeling, en/of

  • -

    witwassen, en/of

  • -

    handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, en/of

  • -

    handelen in strijd met de Opiumwet;

2.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2017 tot en met 6 september 2017 in de gemeente(n) Sittard-Geleen, en/of Eindhoven en/of Nuenen en/of Geldrop en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) andere(n) wederrechtelijk te bevoordelen onder andere op de openbare weg door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    5.500,- Euro , althans een hoeveelheid geld en/of

  • -

    een motor (merk/type Ducati met kenteken [kenteken 2] ) en/of

  • -

    de kentekenpapieren van die motor en/of

  • -

    de reparatiekosten van die motor (1.896,- Euro)

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    die [slachtoffer 2] naar de memberroom althans de vergaderruimte van de Satudarah Motor Club, chapter Geleen heeft/ hebben laten komen en/of

  • -

    in deze memberroom althans vergaderruimte meermalen althans eenmaal tegen het gezicht, althans het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 2] duidelijk heeft/ hebben gemaakt dat hij zijn motor moet inleveren en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 2] duidelijk heeft/ hebben gemaakt dat hij 5.500,- Euro , althans een hoeveelheid geld dient te betalen en/of

  • -

    opdracht heeft/hebben gegeven aan die [slachtoffer 2] dat hij tegen zijn vrouw moet zwijgen over dit voorval dan wel een verhaal niet in lijn met de ware gebeurtenissen dient te vertellen en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd "Als je ooit bij een andere club komt he, wij komen jou halen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 2] duidelijk heeft/ hebben gemaakt dat hij de (kenteken)papieren moet inleveren en/of

  • -

    met die [slachtoffer 2] naar de woning van die [slachtoffer 2] is/zijn gereden, om aldaar een hoeveelheid geld en/of de (kenteken)papieren op te halen en/of

  • -

    opdracht heeft/ hebben gegeven aan die [slachtoffer 2] dat hij naar buiten toe dient te zwijgen over de gebeurtenissen;

3.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 2 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    (een) autosleutel(s) en/of

  • -

    (een) huissleutel(s) en/of

  • -

    100,- Euro, in elk geval een hoeveelheid geld en/of

  • -

    een pinpas en een papier met daarop de bijbehorende pincode en/of

  • -

    een (Amerikaans) paspoort op naam van die [slachtoffer 1] en/of

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    die [slachtoffer 1] naar de memberroom althans de vergaderruimte van de Satudarah Motor Club, chapter Geleen heeft/ hebben laten komen en/of

  • -

    in deze memberroom althans vergaderruimte meermalen althans eenmaal tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij 50.000,- Euro dient te betalen als schuld en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 1] heeft/ hebben toegevoegd dat hij zijn pinpas en bijbehorende pincode dient af te staan en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 1] de woorden heeft/ hebben toegevoegd dat hij zijn auto (merk/type Pontiac) moet inleveren en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 1] opdracht heeft/hebben gegeven aan te wijzen waar een loods in omgeving Susteren staat waar hennep gekweekt wordt met het doel die hennep te stelen en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd "de eerste de beste leugen die je nu vertelt, breek ik je vinger" en/of "ik zweer het je ey, ik breek je nek jongen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

De rechtbank heeft geconstateerd dat de tenlastelegging vermeldde dat het slachtoffer gedwongen werd tot de afgifte van onder meer “een pinpas en bijbehorende pincode.” Op grond van het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, heeft de rechtbank geconstateerd dat het hierbij ging om een pinpas en een papier met daarop de bijbehorende pincode. De rechtbank heeft de tenlastelegging aldus ook zo verbeterd gelezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 2 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen en/of Echt-Susteren en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

die [slachtoffer 1] geslagen en/of geschopt en/of in elk geval die [slachtoffer 1] gedurende langere tijd (tegen zijn wil) vast gehouden in het clubhuis van de Satudarah Motor Club, chapter Geleen en/of die [slachtoffer 1] gedwongen met verdachte en/of zijn mededader(s) mee te gaan naar Susteren en/of met gebruikmaking van zijn/hun psychisch en/of getalsmatig overwicht voor die [slachtoffer 1] , een dusdanige situatie gecreëerd dat die [slachtoffer 1] belet werd zijn eigen bewegingsvrijheid te bepalen en/of zich te onttrekken aan de intimiderende en bedreigende invloedssfeer van verdachte en/of zijn mededader(s) en aldus die [slachtoffer 1] heeft/hebben belet te gaan waarheen hij zich wilde begeven;

5.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 6 december 2017, in de gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens)

a. van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedragen tot een totaal van (ongeveer) 91.284,51 Euro, althans een of meerdere geldbedragen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, te weten voornoemd(e) geldbedrag(en) of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten voornoemd(e)geldbedrag(en), voorhanden had(den),

en/of

voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedragen tot een totaal van (ongeveer) 91.284,51 Euro, althans een of meerdere geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of heeft gebruikt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

6.hij op of omstreeks 6 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen voorhanden heeft gehad

(een) (doorgeladen) vuurwapen(s) van de categorie III onder 1, te weten

  • -

    een pistool (FN) en/of

  • -

    een pistool (Manurhin) en/of

munitie van de categorie II onder 4, te weten

2 patronen, in elk geval een aantal patronen en/of

munitie van de categorie III, te weten

47 patronen, in elk geval een aantal patronen;

7.hij op of omstreeks 6 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen een wapen van categorie I onder 3, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;

8.hij op of omstreeks 6 december 2017 in de gemeente Sittard-Geleen (een) wapen(s) van categorie II onder 5, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Parketnummer: 03/700155-16

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2016 tot en met 16 maart 2016, in elk geval in de gemeente Heerlen, en/of elders in Nederland en/of Maasmechelen (België) en/of elders in België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen onder andere op de openbare weg, door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    de huisdeursleutel en/of

  • -

    de sleutel van de Volkswagen Polo en/of

  • -

    een (Nokia) mobiele telefoon en/of

  • -

    de code van de garagepoort en/of

  • -

    een personenauto (merk/type Volkswagen Golf met Duits kenteken [kenteken 1] ) en/of

  • -

    een kentekenbewijs (van de Volkswagen Golf),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    die [slachtoffer 3] naar de memberroom, althans de vergaderruimte van Satudarah Motor Club, chapter South Border heeft/hebben laten komen en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 3] heeft/hebben toegevoegd dat hij een geldbedrag van 65.000,- Euro, althans een hoeveelheid geld moet betalen en/of

  • -

    in de memberroom, althans vergaderruimte, meermalen althans eenmaal tegen het gezicht, althans het hoofd, van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geslagen en/of

  • -

    aan die [slachtoffer 3] heeft/hebben toegevoegd dat hij in verband met die betaling een dan wel twee personenauto's (VW Golf en/of VW Polo) moet afgeven en/of

  • -

    met die [slachtoffer 3] naar de woning van die [slachtoffer 3] in Maasmechelen (België) is/zijn gereden, zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of hem (daarbij) de woorden heeft/hebben toegevoegd "van het moment dat je wat doet schiet ik je in je flikker", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

  • -

    opdracht heeft/hebben gegeven aan die [slachtoffer 3] om zijn aangifte en/of verklaring(en) in te trekken en/of hem daarbij de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij ( [slachtoffer 3] ) "een groot probleem had, als het intrekken van deze aangifte en/of verklaring(en) niet gebeurde", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2016 tot en met 16 maart 2016, in elk geval in de gemeente Heerlen, en/of elders in Nederland en/of Maasmechelen (België) en/of elders in België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een personenauto (merk/type VW Golf) en/of een autosleutel van een personenauto (merk/type VW Polo) en/of huissleutels heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen (goed)eren betrof.

BIJLAGE II: De bewijsmiddelen

[Voor de inhoud van de bewijsmiddelen wordt verwezen naar het vonnis met parketnummer 03/721385-16.]