Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:1634

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-02-2019
Datum publicatie
28-02-2019
Zaaknummer
7495134 AZ VERZ 19-15
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Door werkgever ontbinding verzocht ter zitting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0221
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 7495134 AZ VERZ 19-15

Beschikking van de kantonrechter van 21 februari 2019

in het verzoek van

[verzoeker] ,

wonend in [woonplaats] , aan de [adres 1] ,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. C.M. Dentro

tegen

[verweerder] ,

handelend onder de naam [handelsnaam] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] , aan de [adres 2] ,

verwerende partij,

gemachtigde mr. R.M.J.K.M. Teeuwen.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en [verweerder] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het op 28 januari 2019 per fax ter griffie ontvangen verzoekschrift

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 19 februari 2019, waar partijen hun respectieve standpunten nader hebben toegelicht, de gemachtigde van [verzoeker] aan de hand van een pleitnota, en waar [verweerder] verzocht heeft om ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

[verzoeker] is krachtens een arbeidsovereenkomst als medewerker cafetaria in dienst van [verweerder] .

2.2.

[verweerder] verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een gewichtige reden, bestaande in een zodanige verandering in de omstandigheden, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve met ingang van 1 april 2019 dient te eindigen.

2.3.

Ter staving van haar verzoek voert [verweerder] - kort weergegeven - aan dat tussen partijen een onoverbrugbaar verschil van inzicht is ontstaan omtrent de wijze waarop uitvoering dient te worden gegeven aan de door [verzoeker] te verrichten werkzaamheden, waardoor er thans onvoldoende basis is voor een verdere vruchtbare samenwerking.

2.4.

[verzoeker] heeft tegen toewijzing van dat verzoek verweer gevoerd, doch hij erkent niettemin de reden zoals deze door [verweerder] is gesteld.

2.5.

De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat - zonder dat gebleken is een van de partijen daarvan een verwijt te maken valt - er sprake is van een verandering in de omstandigheden, die tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te leiden. Voorts is niet gebleken dat het ontbindingsverzoek verband houdt met enig bijzonder opzegverbod.

2.6.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook ontbinden met ingang van

1 april 2019, onder toekenning van [verzoeker] van de hierna te noemen vergoeding.

2.7.

De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten in beide procedures te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 Beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de tussen [verzoeker] en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2019,

3.2.

verstaat dat:

  • -

    [verweerder] het loon tot datum einde arbeidsovereenkomst op reguliere wijze doorbetaalt, waarbij het nog niet betaalde loon over december 2018 en januari 2019 zo spoedig mogelijk zal worden betaald inclusief de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;

  • -

    [verzoeker] vanaf heden is vrijgesteld van het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden en geacht wordt de hem toekomende vakantiedagen volledig te hebben opgenomen;

  • -

    [verweerder] binnen een maand na datum einde arbeidsovereenkomst zorg draagt voor een correcte eindafrekening en die aan [verzoeker] doet toekomen alsmede een positief getuigschrift,

3.3.

veroordeelt [verweerder] om aan [verzoeker] € 5.000,00 bruto te betalen als beëindigingsvergoeding,

3.4.

compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.

RK