Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:1550

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-02-2019
Datum publicatie
20-02-2019
Zaaknummer
03/659272-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

---

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659272-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 februari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R M.M. Zuketto, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 november 2016, 2 februari 2017 en 6 februari 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: 30 liter amfetamine(olie) heeft verhandeld en/of vervoerd, al dan niet in vereniging gepleegd;

Feit 2: ongeveer 35,3 liter amfetamine (olie) en 205,6 gram amfetamine (pasta) aanwezig heeft gehad, al dan niet in vereniging gepleegd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen op grond van de observaties van een aantal verbalisanten van politie, de in de kofferbak van de VW Golf aangetroffen bigshoppers met daarin 6 jerrycans met daarin totaal 30 liter vloeistof, waarvan het NFI heeft vastgesteld dat het amfetamineolie is, de in de voormalige woning van verdachte aangetroffen amfetamineolie en amfetaminepasta en de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Verdachte heeft de hem ten laste gelegde feiten ook bekend.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna vermelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

- een proces-verbaal van bevindingen2;

- een proces-verbaal van bevindingen3;

- een proces-verbaal van bevindingen4;

- een proces-verbaal van bevindingen5;

- een proces-verbaal van bevindingen6

- een proces-verbaal binnentreden woning7

- een proces-verbaal van bevindingen8;

- een proces-verbaal onderzoek stuk van overtuiging9;

- een rapport identificatie van drugs en precursoren van het NFI10;

- een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen11;

- een rapport identificatie van veelvoorkomende drugs12

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting.13

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

op 29 juli 2016 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft afgeleverd en vervoerd ongeveer 30 liter amfetamineolie, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in de periode van 29 juli 2016 tot en met 30 juli 2016 te Belfeld opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 35,3 liter amfetamine (olie) amfetamine en 205,6 gram amfetamine(pasta), zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken..

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 39 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een poeftijd van 2 jaar, met aftrek voorarrest, en een geldboete van € 2.517,00. .

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het vervoeren en afleveren van een hoeveelheid amfetamineolie. Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid amfetamineolie en amfetaminepasta voorhanden gehad.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in opdracht van een niet nader te noemen eigenaar goederen heeft bewaard en vervolgens, wederom in opdracht van de eigenaar, twee bigshoppers met jerrycans heeft vervoerd en afgeleverd. Verdachte heeft hiervoor naar eigen zeggen € 500,00 gekregen en wist dat zijn activiteiten verboden waren.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan het voorwaardelijke opzet genomen op het plegen van een strafbaar feit (overtreding van de Opiumwet). Dat het hier om ernstige strafbare feiten handelt blijkt niet alleen uit de gestelde wettelijke strafmaxima op deze overtredingen van de Opiumwet, maar ook uit de aanzienlijke hoeveelheden inbeslaggenomen amfetamineolie met een uiteindelijke straatwaarde van het eindproduct van tientallen duizenden euro’s.

De harddrug amfetamine levert eenmaal in handen van gebruikers grote gevaren op voor de volksgezondheid van die gebruikers. Het is ook een feit van algemene bekendheid dat gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend.

De rechtbank heeft ten voordele van verdachte acht geslagen op het uittreksel van Justitiële Documentatie van 16 januari 2019. Hieruit blijkt dat verdachte een blanco strafblad heeft en aangemerkt kan worden als first offender. Ter terechtzitting heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd en verantwoordelijkheid genomen voor zijn crimineel gedrag. Uit het verhandelde ter terechtzitting is bovendien naar voren gekomen dat verdachte na zijn misstap in juli 2016 zijn leven met hulp van zijn vriendin een positieve wending heeft weten te geven en hij geen nieuwe criminele activiteiten heeft ontplooid. In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank voorts de mate van termijnoverschrijding laten meewegen.

De door de officier gevorderde gevangenisstraffen acht de rechtbank, gelet op verdachtes blanco strafblad, zijn proceshouding, de mate van termijnoverschrijding en de positieve resocialisatie van verdachte, te zwaar. Alles overwegende acht de rechtbank als strafrechtelijke reactie het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en het daarnaast opleggen van een aanzienlijke voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke geldboete beter passend en geboden. Naar het oordeel van de rechtbank zou een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met als gevolg een nieuwe vrijheidsbeneming , de positieve ontwikkeling van verdachte alleen maar doorkruisen en een terugval in de hand werken.

7 Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen verdovende middelen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36c, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Geldboete

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten tot een geldboete van € 2.517,00;

  • -

    beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 35 dagen;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer de in beslag genomen verdovende middelen:

  • -

    AAKV9003NL 5 liter amfetamine aangetroffen op de binnenplaats;

  • -

    AAKV9457NL 3,5 liter amfetamine aangetroffen in de schuur;

  • -

    AAKV9461NL 2,8 liter amfetamine aangetroffen in de schuur;

  • -

    AAKV9463NL 4 liter amfetamine aangetroffen op de binnenplaats.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Nollen, voorzitter, mr. drs. J.M.A. van Atteveld en

mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 februari 2019.

Buiten staat

Mr. D.C.I. van Delft is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 29 juli 2016 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig

heeft gehad, ongeveer 30 liter amfetamine(olie), in elk geval een hoeveelheid

van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2016 tot en met 30 juli 2016 te

Belfeld, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

35,3 liter amfetamine(olie) en/of 205,6 gram amfetamine(pasta), in elk geval

een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine

(telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het (aanvullend) proces-verbaal van politie Limburg-Noord, Districtsrecherche Noord- midden Limburg, proces-verbaalnummer 2016139117, gesloten d.d. 4 november 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 401.

2 Een proces-verbaal van bevindingen van politie d.d. 30 juli 2016, pagina 20 tot en met 22 van het doorgenummerd einddossier.

3 Een proces-verbaal van bevindingen van politie d.d. 29 juli 2016, pagina 28 tot en met 32 van het doorgenummerd einddossier.

4 Een proces-verbaal van bevindingen van politie d.d. 29 juli 2016, pagina 33 van het doorgenummerd einddossier.

5 Een proces-verbaal van bevindingen van politie d.d. 29 juli 2016, pagina 37 van het doorgenummerd einddossier.

6 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juli 2016, pagina 44, 45 en 46 van het doorgenummerd einddossier

7 Een proces-verbaal binnentreden woning van politie d.d. 30 juli 2016, pagina 71 van het doorgenummerd einddossier.

8 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 augustus 2016, pagina 212 en 213 van het doorgenummerd einddossier.

9 Een proces-verbaal onderzoek stuk van overtuiging d.d. 1 augustus 2016, pagina 214 tot en met 217 van het doorgenummerd einddossier.

10 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 23 augustus 2016, pagina 220 en 221 van het doorgenummerd einddossier.

11 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 28 september 2016, pagina 229 en 230 van het doorgenummerd einddossier.

12 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 231 oktober 2016, pagina 380 en 381 van het doorgenummerd einddossier

13 Proces-verbaal terechtzitting d.d. 6 februari 2019.