Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:1189

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-02-2019
Datum publicatie
11-02-2019
Zaaknummer
03/659351-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer vijf kilogram hennep. De bewijsmiddelen kunnen, in onderlinge samenhang bezien, logischerwijs niet tot een andere conclusie leiden dan dat de verdachte en zijn broer, voordat zij ervan werden beroofd, samen de beschikkingsmacht hebben gehad over vijf kilogram henneptoppen.

Overschrijding redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659351-16

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 februari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te Stein op [geboortedatum] ,

wonende te [adres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. E. Gorsselink, waarnemend voor mr. A.C.J. Lina, beiden advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 januari 2019. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen [medeverdachte ] met parketnummer 03/661027-18.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte samen met een of meer anderen vijf kilogram hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd dan wel deze aanwezig heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte samen met een ander opzettelijk vijf kilogram hennep aanwezig heeft gehad. Hiertoe heeft zij verwezen naar:

  • -

    de verklaring van [naam 6] ;

  • -

    de verklaring van [naam 7] met dien verstande dat hij zijn eigen rol heeft ingeruild voor die van [naam 8] ;

  • -

    de bevindingen van de verbalisanten die de verklaring van [naam 6] steunen;

  • -

    het aantreffen van vijf kilogram hennep in de personenauto waarmee [naam 6] en [naam 7] zijn gevlucht;

  • -

    het aantreffen van vingerafdrukken van medeverdachte [medeverdachte ] op de zilverkleurige folie die om een van de zakken hennep was gewikkeld;

  • -

    het aantreffen van een koelkastje van de verdachte in de personenauto waarmee [naam 6] en [naam 7] zijn gevlucht;

  • -

    het signalement dat door een van de verbalisanten is gegeven van de twee mannen die achter [naam 6] en [naam 7] aanrenden;

  • -

    het ten tijde van de ripdeal met de telefoon van de verdachte bellen naar 112;

  • -

    het bericht op de telefoon van de verdachte over een zwart Golfje.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte bij gebrek aan bewijs vrij te spreken van het tenlastegelegde feit. Hiertoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat:

  • -

    de verdachte niets met drugs of een ripdeal te maken heeft gehad;

  • -

    onvoldoende vaststaat dat een en ander zich bij de woning van de verdachte heeft afgespeeld;

  • -

    er onvoldoende bewijs is voor de betrokkenheid van de verdachte;

  • -

    het mogelijk is dat anderen bij verdachtes woning zaken hebben gedaan, terwijl hij van niets wist, omdat hij onder invloed van medicijnen lag te slapen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1

De bewijsmiddelen (1)

Op 25 september 2016 waren verschillende verbalisanten, onder wie de verbalisanten [naam 1] en 742990, belast met een overlast gerelateerde projectdienst voor de eenheid Limburg, basisteam Venlo-Beesel.

In dit kader heeft verbalisant [naam 1] onder meer gerelateerd:

Op 25 september 2016, omstreeks 12:30 uur, vatte ik vanaf de kruising van de [straatnaam 1] met het [straatnaam 2] post op een personenauto van het merk Volkswagen, type Golf, zwart van kleur en voorzien van het Belgische kenteken [nummer 1] . Ik zag dat deze personenauto stond geparkeerd op een oprit van een woning aan de [straatnaam 3] , vermoedelijk huisnummer 10. Ik zag dat de voorzijde van de Volkswagen Golf wees in de richting van de [straatnaam 3] . Ik had direct zicht op de bijrijderszijde en een gedeelte van de voorzijde van voornoemde personenauto. Ik zag dat er geen personen in de auto zaten.

Op enig moment zag ik dat een man vanuit de tuin / oprit van voornoemde woning naar de bestuurderszijde van de Volkswagen Golf rende. Ik zag dat deze man een zilverkleurige grote tas in zijn handen had en deze tas vervolgens in de Volkswagen Golf legde. Ik zag dat de man vervolgens terug rende naar de tuin van de woning alwaar de Volkswagen Golf geparkeerd stond. Een aantal seconden daarna zag ik opnieuw een man vanuit de tuin / oprit van voornoemde woning naar de bestuurderszijde van de Volkswagen Golf rennen. Ik zag dat deze man eenzelfde zilverkleurige grote tas in zijn handen had en deze tas in de Volkswagen Golf legde. Ik zag dat deze man vervolgens terug rende naar de tuin van de woning alwaar de Volkswagen Golf geparkeerd stond. Voorts zag ik dat twee personen in de Volkswagen Golf stapten en met hoge snelheid wegreden naar de [straatnaam 5] .

Ik zag dat collega 742990 direct achter de Volkswagen Golf aan reed. Ik reed vervolgens achter 742990 aan. Op het moment dat ik voornoemde woning voorbij reed, zag ik dat er twee personen met versnelde pas vanaf de oprit van de woning richting de [straatnaam 1] liepen. Het waren twee blanke mannen van ongeveer 50 jaar oud.2

De verbalisant onder nummer 742990 heeft onder meer gerelateerd:

Op 25 september 2016, omstreeks 12:30 uur, hoorde ik dat collega [naam 1] mij portofonisch mededeelde: ‘De Golf staat nu op de [straatnaam 3] . Hij staat achteruit ingeparkeerd op de oprit van een woning.’

Direct daarop parkeerde ik mijn onopvallend dienstvoertuig op het [straatnaam 2] met zicht op de betreffende Volkswagen Golf, voorzien van het Belgische kenteken [nummer 1] . Ik had zicht op de bijrijderszijde van de Volkswagen Golf. Ik zag dat collega [naam 1] recht tegenover mij stond op de kruising [straatnaam 2] met de [straatnaam 1] .

Vanuit mijn positie zag ik vervolgens dat er een man vanuit de tuin / binnenplaats, alwaar de Volkswagen Golf stond geparkeerd, naar de Volkswagen Golf rende. Ik zag dat deze man grote grijze / zilveren pakketten in zijn handen had. Ik zag dat deze man de pakketten snel, met een gooiende beweging, in de Volkswagen Golf plaatste. Vervolgens zag ik dat er nog een man vanuit eerder genoemde tuin of binnenplaats naar de Volkswagen Golf rende. Ik zag dat beide mannen vervolgens haastig in de Volkswagen Golf stapten en met hoge snelheid wegreden vanaf de oprit. Ik zag dat de Volkswagen Golf met hoge snelheid vanuit de [straatnaam 3] via de [straatnaam 4] de [straatnaam 1] op reed in de richting van de [straatnaam 5] . Vervolgens ben ik achter de Volkswagen Golf aangereden. Op de hoek van de [straatnaam 6] met de [straatnaam 5] zag ik dat de Volkswagen Golf rechtsaf reed en vervolgens op de [straatnaam 6] abrupt tot stilstand kwam. Direct hierna zag ik twee mannen die vanuit de richting van de aldaar gelegen snackbar naar de Volkswagen Golf renden. Ik zag dat deze mannen haastig achterin de Volkswagen Golf stapten. Nadat de mannen waren ingestapt zag ik dat de Volkswagen Golf zijn weg vervolgde over de [straatnaam 6] . Na een achtervolging ben ik de Volkswagen Golf uit het zicht verloren toen deze op de A67 de afslag Sevenum passeerde.3

Uit het proces-verbaal van de Rijksrecherche blijkt dat er vervolgens een achtervolging ontstond met meerdere politievoertuigen. Deze achtervolging eindigde uiteindelijk op de Ringbaan Noord te Weert waar de Volkswagen tot stilstand kwam.4

De inzittenden van de Volkswagen Golf werden op 25 september 2016 aangehouden. Dit waren:

- [naam 8] op de Ringbaan Noord te Weert5;

- [naam 6] op de Ringbaan Noord te Weert6;

- [naam 7] op de Ringbaan Noord te Weert7;

- [naam 2] op de Maesenburg te Weert8.

Op 25 september 2016 is de Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [nummer 1] inbeslaggenomen.9 Op 27 september 2016 is een onderzoek ingesteld in deze personenauto. Tijdens dit onderzoek werd een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen aangetroffen die werd veiliggesteld en inbeslaggenomen voor nader onderzoek. De partij bestond uit drie zilveren sealbags met gripzakken:

  • -

    henneptoppen, verpakt in twee aparte plastic gripzakken (SIN AAIK7078NL);

  • -

    henneptoppen, verpakt in twee aparte plastic gripzakken (SIN AAGM9598NL);

  • -

    henneptoppen, verpakt in één aparte plastic gripzak (SIN AAGM9596NL).

De plantdelen, waaraan de hars niet was onttrokken, werden door de verbalisanten herkend als materiaal van het geslacht Cannabis, beter bekend als hennep. De MMC Cannabis-test gaf een reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep.

Iedere gripzak bevatte één kilogram henneptoppen.10

[naam 6] heeft tegenover de politie onder meer het volgende verklaard:

Op 25 september 2016 kreeg ik omstreeks 09:00 uur / 09:30 uur een sms’je van [naam 3] . [naam 3] wilde mij per se spreken en zien. Ik reed met mijn neef [naam 2] naar McDonald’s in Weert. Wij waren daar in de ochtend. Ik zag dat [naam 3] samen met een vriend van hem, genaamd [naam 4] , ook de McDonald’s binnen liep. [naam 2] en ik moesten in de auto stappen. Dit was een zwarte Volkswagen Golf. We moesten iets gaan ophalen bij twee Hollanders. Op een gegeven moment kwamen we aan in Venlo of Eindhoven en daar zijn we even gestopt en werden [naam 2] en [naam 4] door [naam 3] afgezet. [naam 3] zei dat wij even met die mensen gingen praten. Ik en [naam 3] reden naar een woning om te praten met twee oudere Nederlandse mannen, Hollanders. Ik was in de woning van die oudere mensen en op een gegeven moment werden er grote zilveren zakken met wiet gepakt. Vervolgens moesten wij naar de Albert Heijn of Delhaize om folie, plastic zakken, te gaan halen. Nadat wij de folie hadden opgehaald, reden ik en [naam 3] terug naar de woning van die oudere mensen.

Terug in de woning van die Hollanders moest ik van [naam 3] een soort envelop geven aan de Hollanders. Deze envelop kreeg ik van [naam 3] in de auto en hij zei dat ik de envelop af moest geven. Ik zag op de envelop getallen en een euroteken staan. Ik overhandigde de envelop aan een van die Nederlanders. Ik dacht dat wij betaalden voor de wiet die ik eerder in die woning had gezien.

Toen ik de envelop wilde geven aan een van de Hollanders, zag ik dat [naam 3] in de woning opeens een geweer had. Eigenlijk ontstond er meteen een rip deal.

Nadat het wapen was getrokken werden er dingen ingeladen in de auto. Vervolgens reden we weg. We reden naar links en haalden [naam 4] en [naam 2] op en toen plankgas.11

Ook heb ik een koelkastje in de vorm van een kluisje in de auto gezet, in de kofferbak. Dit lag in een heel klein kamertje bij het terrasje.12

[naam 7] heeft verklaard dat zijn bijnaam ‘ [naam 3] ’ is.13

3.3.2

De bewijsoverwegingen (1)

Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [naam 6] en [naam 7] twee oudere Nederlandse mannen in een woning gelegen aan de [straatnaam 3] te Venlo hebben beroofd van vijf kilogram hennep. Daarbij hebben zij ook een koelkastje in de vorm van een kleine safe meegenomen.

3.3.3

De bewijsmiddelen (2)

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of er voldoende bewijs is dat de verdachte een van deze twee oudere Nederlandse/Hollandse mannen is. Hieronder zullen enkele relevante bewijsmiddelen puntsgewijs worden opgesomd.

A.

De verdachte heeft onder meer verklaard:

Ik woon in Venlo, [straatnaam 3] . Ik bevond mij op 25 september 2016 tussen 12:00 uur en 12:30 uur in mijn woning.14 Op die dag is in de ochtend mijn broer [medeverdachte ] op bezoek geweest.15

B.

Verbalisant 742990 heeft gerelateerd dat hij met zekerheid kan verklaren dat de Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [nummer 1] op 25 september 2016 stond op de oprit van het adres [straatnaam 3] te Venlo.16

C.

In de kofferbak van de inbeslaggenomen Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [nummer 1] lag een ijskastje met het model van een kleine safe.17 Foto’s van dit ijskastje zijn getoond aan de verdachte tijdens zijn verhoor door de politie op 4 oktober 2016. Hij herkende de koelkast / het ijskastje. Hij heeft hierover verklaard dat deze lag bij de poort van hun plaats; de poort van de woning.18

D.

De inbeslaggenomen drie sealbags en vijf gripzakken werden onderzocht op de aanwezigheid van dactyloscopische sporen.19 Het onderzoek werd verricht op de buitenzijde van de zilverkleurige sealbags en de plastic gripzakken. Op een van de zilveren sealbags (SIN AAGM9596NL) werden twee vingerafdrukken (SIN AAJJ9863NL) aangetroffen. Het dactyloscopisch onderzoek hiernaar heeft geleid tot de individualisatie van deze sporen op [medeverdachte ] , geboren op [gebortedatum medeverdachte 1] te Venlo. Er is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen het spoor en de afbeelding van de rechter ringvinger respectievelijk rechter middelvinger van [medeverdachte ] voornoemd.20

Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachting wanneer het spoor van de donor (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte ] ) afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.21

E.

Op 25 september 2016 werd in de woning op het adres [straatnaam 3] te Venlo op het aanrecht in de keuken een iPhone aangetroffen (goednummer 848309).22 Er werd een onderzoek ingesteld naar de gegevens op deze iPhone.23 Uit de gegevens bleek dat:

  • -

    de apple-ID was: ‘iphone van [naam 5] ’;

  • -

    bij de WhatsApp-berichten stond dat de eigenaar ‘ [naam 5] ’ was;

  • -

    op 25 september 2016 om 12.32.31 uur met dit toestel het alarmnummer 112 was gebeld en dat dit contact vijf seconden lang was geweest;

  • -

    zes minuten later met dit toestel is gebeld naar het telefoonnummer + [nummer 2] ;

  • -

    op 25 september 2016 om 19.01.36 uur door telefoonnummer + [nummer 2] is ingebeld via WhatsApp. In dit bericht wordt gevraagd: ‘Zwart golfke?’24

3.3.4

De bewijsoverwegingen (2)

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte en zijn broer [medeverdachte ] de twee oudere Nederlandse/Hollandse mannen zijn die op 25 september 2016 door [naam 6] en [naam 7] van de hennep zijn beroofd. Hiertoe overweegt de rechtbank dat:

  • -

    verbalisant 742990 er zeker van is dat de Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [nummer 1] , in welke auto [naam 6] en [naam 7] zijn gevlucht, stond op de oprit van de woning aan de [straatnaam 3] te Venlo;

  • -

    de verdachte woont op het adres [straatnaam 3] te Venlo;

  • -

    de verdachte op de betreffende datum tussen 12:00 uur en 12:30 uur in zijn woning was;

  • -

    medeverdachte [medeverdachte ] in de ochtend van 25 september 2016 in de woning van de verdachte op het adres [straatnaam 3] te Venlo is geweest;

  • -

    op één van de zakken met henneptoppen die door [naam 6] en [naam 7] zijn weggenomen twee vingerafdrukken van [medeverdachte ] zijn aangetroffen;

  • -

    het koelkastje, in de vorm van een kleine safe, dat is aangetroffen in de kofferbak van de Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [nummer 1] , afkomstig is vanaf het perceel [straatnaam 3] te Venlo;

  • -

    met de telefoon van de verdachte (voornaam: [naam 5] ) om 12:32 uur, dus direct na de beroving, vijf seconden lang is gebeld met het alarmnummer 112, hetgeen een logische actie is na een beroving;

  • -

    met de telefoon van de verdachte omstreeks 12:38 uur is gebeld met telefoonnummer + [nummer 2] en dat om 19:01 uur met dit nummer is ingebeld via WhatsApp en dat in dit bericht is gevraagd: ‘Zwart golfke?’, hetgeen overeenkomt met de auto waarin [naam 6] en [naam 7] zijn gevlucht;

  • -

    twee blanke mannen van, op zijn minst, middelbare leeftijd tijdens dan wel na het wegrijden van de Volkswagen Golf met het kenteken [nummer 1] met versnelde pas vanaf de oprit van de woning liepen, terwijl de verdachte destijds 59 jaar oud was en [medeverdachte ] 46 jaar oud.

3.3.5

De bespreking van enkele standpunten van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het mogelijk is dat anderen bij verdachtes woning zaken hebben gedaan, terwijl hij van niets wist, omdat hij onder invloed van medicijnen lag te slapen.

De rechtbank verwerpt dit bewijsverweer, alleen al om het feit dat het feitelijke grondslag mist. De verdachte heeft zelf namelijk anders verklaard. Hij heeft in ieder geval niet verklaard dat hij heeft liggen slapen.

De overige bewijsverweren van de verdediging vinden hun weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen.

3.3.6

Conclusie

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, logischerwijs niet tot een andere conclusie leiden dan dat de verdachte en zijn broer [medeverdachte ] , voordat zij ervan werden beroofd, samen de beschikkingsmacht hebben gehad over vijf kilogram henneptoppen. De rechtbank acht het tenlastegelegde feit dan ook bewezen zoals onder het kopje 3.4 is weergegeven.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 25 september 2016 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer vijf kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de aanwezigheid van vijf kilogram hennep een ernstig feit is, nu deze hoeveelheid erop wijst dat deze niet bestemd is voor eigen gebruik en dit soort feiten bovendien nogal eens gepaard gaan met (het plegen van) geweld.

Gelet hierop, alsmede op de strafvorderingsrichtlijnen van het openbaar ministerie, is de officier van justitie uitgegaan van een gevangenisstraf van drie maanden. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn met vier maanden acht zij strafvermindering van tien procent op haar plaats en heeft zij een gevangenisstraf gevorderd van 81 dagen.

De officier van justitie heeft daarnaast naar voren gebracht dat de verdachte, omdat hij een blanco strafblad heeft, als het ware een vreemde eend in de bijt is. Daarbij is hij afkomstig uit een familie van rondtrekkende woonwagenbewoners, waarvan bekend is dat zij familie niet verraden. De betrokkenheid van zijn broer Harry kan dan ook verklaren waarom de verdachte niet naar waarheid heeft verklaard, aldus de officier van justitie. Gelet hierop heeft zij gevorderd dat de gevangenisstraf voorwaardelijk wordt opgelegd met een proeftijd van twee jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft met betrekking tot de eventuele strafoplegging het volgende aangevoerd.

Kijkend naar de oriëntatiepunten die de rechtspraak hanteert voor het aanwezig hebben van softdrugs, is vijf kilogram een grensgeval. Tot vijf kilogram is het oriëntatiepunt een taakstraf; vanaf vijf kilogram een gevangenisstraf. Omdat het proces-verbaal op het punt van de hoeveelheid softdrugs niet voldoende nauwkeurig is, dient in het voordeel van de verdachte te worden uitgegaan van een taakstraf. Gelet op het tijdsverloop zou deze voorwaardelijk dienen te worden opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC. Om die reden is het door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Het aanwezig hebben van hennep is alleen al om die reden een kwalijke zaak. Daarnaast neemt de rechtbank in overweging dat de handel in hennep vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving schade wordt berokkend. Dat is in deze zaak eens te meer gebleken.

De rechtbank kan zich ten aanzien van de strafsoort en strafmaat vinden in het uitgangspunt van de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf van drie maanden. Deze straf past binnen de oriëntatiepunten die hiervoor zijn opgesteld door en voor de Rechtspraak.

Met betrekking tot het tijdsverloop wordt het volgende overwogen.

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop het volgende.

De aanvang van de redelijke termijn is 25 september 2016, de dag van verdachtes aanhouding. Van bijzondere omstandigheden als hierboven genoemd is geen sprake.

Gelet op het vorenstaande is de redelijke termijn met meer dan vier maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben. De rechtbank zal daarom aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen van 81 dagen (in plaats van drie maanden). Hiervan zal de tijd worden afgetrokken die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een atypische verdachte is in het licht van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Verdachte is inmiddels 61 jaar oud en heeft verder een blanco strafblad. Tegen hem pleit dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor het bewezenverklaarde. De rechtbank kan zich echter voorstellen, wat er verder ook zij van de opmerking van de officier van justitie over verdachtes afkomst, dat de verdachte niet zijn broer heeft willen belasten en daarom niet naar waarheid heeft verklaard.

Gelet hierop en op het feit dat er geen sprake lijkt te zijn van problemen op de levensgebieden die relevant zijn voor eventuele recidive, zal de rechtbank bepalen dat de gevangenisstraf van 81 dagen geheel voorwaardelijk wordt opgelegd met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank hoopt dat deze voorwaardelijke straf de verdachte ervan zal weerhouden om in de toekomst opnieuw een strafbaar feit te plegen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een gevangenisstraf van 81 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. C. Wapenaar en mr. M.A. Teeuwissen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 februari 2019.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 25 september 2016 in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer vijf kilogram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659351-16

Proces-verbaal van de openbare zitting van 11 februari 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te Stein op [geboortedatum] ,

wonende te [adres verdachte] .

Raadsman is mr. A.C.J. Lina, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, DR Nrd-M Limburg d.d. 1 februari 2017 met onderzoeksnummer LB1R016098 SFINX, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 913.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2016 op pagina 151.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2016 op de pagina’s 148-150.

4 Het proces-verbaal van de Rijksrecherche, onderzoek Muggia, nummer 20160093 d.d. 29 mei 2017, met bijlagen, pagina 4. Dit proces-verbaal maakt geen onderdeel uit van het proces-verbaal van politie dat is genoemd in voetnoot 1.

5 Het proces-verbaal aanhouding van [naam 8] d.d. 27 september 2016 op pagina 42.

6 Het proces-verbaal aanhouding van [naam 6] d.d. 25 september 2016 op pagina 67.

7 Het proces-verbaal aanhouding van [naam 7] d.d. 27 september 2016 op pagina 82.

8 Het proces-verbaal aanhouding van [naam 2] d.d. 25 september 2016 op pagina 58.

9 De kennisgeving van inbeslagneming op pagina 636.

10 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 18 oktober 2016 op de pagina’s 444-446.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 6] d.d. 1 oktober 2016 op de pagina’s 522-524.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 6] d.d. 4 oktober 2016 op pagina 529.

13 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 7] d.d. 26 september 2016 op pagina 538.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 26 september 2016 op de pagina’s 579 en 580.

15 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 4 oktober 2016 op pagina 585.

16 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 oktober 2016 op pagina 154.

17 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 september 2016 op pagina 262 en de foto’s op pagina 266.

18 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 4 oktober 2016 op pagina 584 en de foto’s op pagina 588.

19 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 18 oktober 2016 op pagina 446.

20 Het proces-verbaal onderzoek stuk van overtuiging op de pagina’s 447 en 448 in combinatie met het rapport dactyloscopisch onderzoek op de pagina’s 455 en 456 respectievelijk het rapport dactyloscopisch onderzoek op de pagina’s 459 en 460.

21 Voornoemde rapporten op de pagina’s 456 en 460.

22 De kennisgeving van inbeslagneming op pagina 645.

23 Het proces-verbaal d.d. 18 oktober 2016 op pagina 402.

24 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 oktober 2016 op pagina 400.