Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:11816

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-10-2019
Datum publicatie
24-02-2021
Zaaknummer
251036 HAZA 18-288
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Wil curator niet verenigbaar met de zorg van een goed hulpverlener (7:465 lid 4); bewijslevering door in het geding brengen van gedeelte medisch dossier.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2021-0069
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/251036 / HA ZA 18-288

Vonnis van 16 oktober 2019

in de zaak van

[naam curator]

in hoedanigheid van curator van [curandus],

wonend te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. C.R.N. de Boer te Maastricht

tegen

de stichting

STICHTING PERGAMIJN,

gevestigd te Echt,

gedaagde,

advocaat mr. C. Riemens te Heerlen.

Partijen zullen hierna [naam curator] en Pergamijn genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis van 13 februari 2019;

  • -

    de akte overlegging producties van Pergamijn met productie 23 tot en met 27;

  • -

    de antwoordakte van [naam curator] ;

  • -

    de akte overlegging producties van Pergamijn met productie 28;

  • -

    de akte houdende bezwaar tegen de akte van [naam curator] ;

  • -

    de antwoordakte van [naam curator] ;

  • -

    de akte met productie 29 van Pergamijn;

  • -

    de pleidooien op 29 augustus 2019 en de daarbij overgelegde pleitnota’s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 13 februari 2019 overwogen dat Pergamijn gehouden is om de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen. Dit houdt in dat Pergamijn in beginsel toestemming dient te vragen aan en te handelen naar de aanwijzingen van [naam curator] als curator van [curandus] . Echter dient Pergamijn aan de wens van de curator voorbij te gaan als het volgen van de wens van de curator niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener.

2.2.

De rechtbank heeft geoordeeld dat uit het door Pergamijn gehanteerde Protocol "Begeleiden van eten en drinken bij cliënten met slikstoornissen" (hierna: het Protocol) volgt hoe een goed hulpverlener dient te handelen bij het vermoeden van een slikstoornis of een onveilige eetsituatie. Door het stroomschema van het Protocol te volgen kan worden vastgesteld of een cliënt een slikstoornis heeft. Indien een slikstoornis is vastgesteld, volgt uit het Protocol dat de arts aan de logopedist opdracht kan geven tot het schrijven van een aanwijzing met betrekking tot de wijze waarop met de slikstoornis dient te worden omgegaan. De logopedist slaat vervolgens de aanwijzing op in het digitale systeem "Ysis" en geeft bericht aan de arts.

2.3.

In het vonnis van 13 februari 2019 heeft de rechtbank bepaald dat Pergamijn het medisch dossier van [curandus] in het geding mag brengen voor zover daaruit kan blijken dat het slikprotocol onder verantwoordelijkheid van een arts tot stand is gekomen. [naam curator] heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. Pergamijn heeft bij akte delen van het medisch dossier van [curandus] ingebracht (producties 23 tot en met 27), alsmede een verklaring van de destijds behandelend arts van [curandus] (productie 28).

2.4.

Gelet op de door Pergamijn nader overgelegde stukken komt de rechtbank tot de volgende overwegingen.

2.4.1.

Vast staat dat er in het door [naam curator] akkoord bevonden ondersteuningsplan van 19 september 2013 een slikprotocol voor [curandus] is opgenomen. Hieruit blijkt dat er toen al sprake was van een slikstoornis bij [curandus] .

2.4.2.

Binnen Pergamijn wordt gewerkt met het digitale volgsysteem "Ysis". Dit systeem wordt door de bij een cliënt betrokken zorgverleners gebruikt voor digitale verslaglegging, documentatie en onderlinge berichtgeving.

2.5.

Uit door Pergamijn overgelegde gegevens uit Ysis (producties 23 en 24) blijkt dat de behandelend arts van [curandus] op 6 oktober 2015, naar aanleiding van het slikincident van 3 oktober 2015, via Ysis opdracht heeft gegeven aan de logopedist om een eetobservatie te doen bij [curandus] en indien nodig een aanwijzing te schrijven.

2.5.1.

Deze eetobservatie heeft op 7 oktober 2015 plaatsgevonden aan de hand van een gestandaardiseerd slikobservatie-instrument/slikscreening (DDS/DMSS) en een zogenaamd Choking Risk Assessment (productie 10 van Pergamijn).

2.5.2.

Aan de hand van deze eetobservatie heeft de logopedist een aanwijzing opgesteld (productie 4 van Pergamijn) en deze op 12 oktober 2015 opgeslagen in Ysis (productie 27 van Pergamijn) en teruggekoppeld aan de arts (productie 28 van Pergamijn).

2.6.

Op grond van de onbetwiste stelling van Pergamijn dat elke zorgverlener dagelijks met Ysis werkt en de verklaring van de behandelend arts staat vast dat de behandeld arts kennis heeft genomen van de door de logopedist opgestelde aanwijzing. Eveneens staat vast dat aan de aanwijzing vanaf april 2016 uitvoering is gegeven. Gelet daarop gaat de rechtbank voorbij aan de stelling van [naam curator] dat niet kan worden aangenomen dat de arts akkoord was met de door de logopedist opgestelde aanwijzing, nu niet expliciet in Ysis is opgenomen dat zij instemt met de aanwijzing. De rechtbank acht op grond van het voorgaande voldoende onderbouwd dat de behandelend arts op de hoogte was van de door de logopedist opgestelde aanwijzing en instemde met uitvoering daarvan.

2.7.

Uit het voorgaande volgt dat de aanwijzing van 12 oktober 2015 conform het door Pergamijn gehanteerde Protocol – en derhalve door of onder supervisie van de behandelend arts – tot stand is gekomen. Dit brengt mee dat het slikprotocol met de daaraan toegevoegde aanwijzing uit oogpunt van goed hulpverlenerschap dient te worden uitgevoerd. Om die reden is Pergamijn dan ook gehouden voorbij te gaan aan de wens van [naam curator] om uitvoering van het slikprotocol te staken.

2.8.

Gelet op het voorgaande en hetgeen in het tussenvonnis reeds is beslist, worden alle vorderingen van [naam curator] afgewezen.

2.9.

[naam curator] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Pergamijn worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 1.900,50 (3,5 punt × tarief € 543,00)

totaal € 2.526,50.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst de vorderingen af,

3.2.

veroordeelt [naam curator] in de proceskosten, aan de zijde van Pergamijn tot op heden begroot op € 2.526,50, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Alink-Steinberg en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2019.1

1 type: JJ coll: