Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:11805

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-10-2019
Datum publicatie
21-07-2020
Zaaknummer
03/125665-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak medeplegen hennepteelt. Vrijspraak medeplegen en medeplichtigheid diefstal stroom. Bewezenverklaring medeplichtigheid hennepteelt. Gevangenisstraf 6 weken voorwaardelijk en taakstraf 150 uren. Benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/125665-19

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [plaats 1] op [geboortedatum] ,

wonende te [postcode] [plaats 1] , [straat] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.D. Maessen, advocaat, kantoorhoudende te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 september 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met een ander 1144 hennepplanten heeft geteeld dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad of dat de verdachte hieraan medeplichtig is geweest;

Feit 2: al dan niet samen met een ander stroom van Enexis B.V. heeft gestolen of dat de verdachte hieraan medeplichtig is geweest.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht feit 1 primair en feit 2 primair wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie heeft in dit kader naar voren gebracht dat de verdachte als bestuurder van [bedrijf] de huurder van de betreffende loods was. In de loods zijn verscheidene poststukken, geadresseerd aan zowel de verdachte als aan zijn ondernemingen, aangetroffen. De verdachte heeft pas ter terechtzitting voor een eerste keer een verklaring afgelegd, inhoudende dat hij de loods aan derden ter beschikking heeft gesteld. Derden waarvan de verdachte de identiteit niet wenst prijs te geven. Nu deze verklaring van de verdachte niet kan worden geverifieerd, dient deze verklaring van de verdachte als niet geloofwaardig terzijde te worden geschoven, aldus de officier van justitie.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van feit 1 primair en de feiten 2 primair en subsidiair moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 1 subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 1 primair heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake is van (mede)plegen. Het dossier bevat volgens de raadsman geen bewijs voor actieve betrokkenheid van de verdachte bij het telen dan wel opzettelijk aanwezig hebben van hennep in de loods.

Ten aanzien van feit 2 primair heeft de raadsman aangevoerd dat eveneens geen sprake is van (mede)plegen. Noch wetenschap omtrent het feit dat de hennepkwekerij op illegale stroom draaide, noch een voldoende materiële en/of intellectuele bijdrage ter zake de diefstal van stroom blijkt uit het dossier.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair heeft de raadsman vrijspraak bepleit, nu voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid dubbel opzet is vereist en opzet op het gronddelict niet uit het dossier blijkt.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1

Op 3 juni 2018 werd door verbalisant [naam 1] op het adres [adres] een in werking zijnde hennepplantage aangetroffen. Het pand betreft een loods. In kweekruimte 1 werden 526 hennepplanten aangetroffen. In kweekruimte 2 werden 618 hennepplanten aangetroffen. Op grond van zijn kennis en ervaring en de uiterlijke kenmerken constateerde de verbalisant dat het hennep betrof.2

De loods is vanaf 1 september 2016 verhuurd aan de verdachte, handelend onder de naam [bedrijfsnaam] . Eind 2017 is het huurcontract op verzoek van de verdachte omgezet op naam van [bedrijf] te [plaats 2] .3 De verdachte is enig aandeelhouder en bestuurder van dit laatstgenoemde bedrijf.4 De huursom werd maandelijks giraal betaald, eerst vanaf een bankrekening ten name van [bedrijfsnaam] en vanaf 22 januari 2018 vanaf een bankrekening ten name van [bedrijf]5

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard sinds 2016 als bestuurder van

[bedrijfsnaam] de betreffende loods te huren. In december 2017 heeft hij op advies van zijn accountant het huurcontract laten omzetten op naam van [bedrijf] , een andere onderneming van de verdachte. In december 2018 is de verdachte in aanraking gekomen met een voor hem onbekend persoon, aan wie hij over zijn financiële problemen heeft verteld. Deze persoon stelde vervolgens voor in de door de verdachte gehuurde loods een hennepkwekerij te zetten. De verdachte is hiermee akkoord gegaan en heeft vervolgens de sleutel van de loods aan deze persoon en zijn handlangers gegeven. De verdachte kon vanaf dat moment de loods niet meer betreden. De verdachte ontving van deze personen elke maand de huursom op contante wijze, waarna de verdachte het bedrag op zijn bankrekening stortte en de huursom vervolgens giraal aan de verhuurder van de loods betaalde. De verdachte zou voor deze diensten per oogst € 10.000,- ontvangen.6 De verdachte wenst de identiteit van deze personen niet prijs te geven.

Hoe dient het gedrag van de verdachte te worden gekwalificeerd?

Aan de verdachte is primair tenlastegelegd het tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk telen van hennepplanten dan wel aanwezig hebben in de loods aan de [adres] .

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden aangemerkt indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de (mede)daders. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, dient rekening te worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling en het belang van de rol van de verdachte.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is vast komen te staan dat op

3 juni 2018 in de loods aan de [adres] hennep werd geteeld. De verdachte heeft vanaf 1 september 2016 deze loods gehuurd.

De verdachte heeft verklaard deze loods aan anderen ter beschikking te hebben gesteld ten behoeve van de hennepteelt. De verdachte kon de loods vanaf dat moment niet meer (zelfstandig) betreden. De verdachte zorgde voor het maandelijks per bank overmaken van de huursom aan de verhuurder van de loods. De verdachte zou voor deze diensten een bedrag van € 10.000,- per oogst ontvangen.

De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring van de verdachte, hoewel hij pas ter terechtzitting voor een eerste keer over deze onbekend gebleven personen heeft gesproken, tegen de achtergrond van het procesdossier niet als onaannemelijk terzijde kan worden geschoven. De rechtbank zal de verklaring van de verdachte dan ook volgen in de bewezenverklaring.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat dit (slechts) gedragingen van faciliterende aard zijn. Van de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking is geen sprake. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het primair tenlastegelegde.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen sprake is geweest van medeplichtigheid aan hennepteelt en zal feit 1 subsidiair bewezen verklaren.

Feit 2

Enexis Netbeheer B.V. heeft op 13 juni 2018 aangifte gedaan van de diefstal van elektriciteit, gepleegd op het adres [adres] .

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat op basis van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van de aanwezigheid van een hennepkwekerij in de loods aanwezig is geweest en dat hij kennis had van de elektrische situatie ter plaatse. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat

Feit 1 subsidiair

een of meer onbekend gebleven personen op 3 juni 2018 te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] met elkaar, opzettelijk hebben geteeld (in een pand aan de [adres] ) een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 1144 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 3 juni 2018 te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] , opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven personen voornoemd pand voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

Feit 1 subsidiair

medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van dat middel

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geheel subsidiair verwezen naar de LOVS-oriëntatiepunten, waarbij voor 500-1000 planten de oplegging van een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf in acht wordt genomen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft een loods ter beschikking gesteld voor het telen van hennep. De verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan de handel in hennep. Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC en is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in en het gebruik van verdovende middelen vaak gepaard gaan met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving schade wordt berokkend. Afgezien van het feit dat hennepteelt verboden is, kan het ook gevaarlijke situaties – zoals brandgevaar – opleveren. De verdachte is ook daaraan voorbijgegaan. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij alleen oog heeft gehad voor zijn eigen (financieel) belang en gebruik heeft gemaakt van een aanbod tot het fungeren als katvanger.

De rechtbank heeft zich voor de straftoemeting georiënteerd op de voor soortgelijke strafbare feiten gebruikelijke straffen. Volgens de oriëntatiepunten voor straftoemeting, gepubliceerd door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), is voor het telen van hennepplanten de oplegging van een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen. De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening met de rol van de verdachte, inhoudende dat hij medeplichtig is geweest bij hennepteelt. Daar staat strafverzwarend tegenover dat er sprake is geweest van een grote hoeveelheid hennepplanten.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen vindt de rechtbank passend een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken en met een proeftijd van 2 jaren. Met de oplegging van een voorwaardelijke straf benadrukt de rechtbank enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde en anderzijds wil zij de verdachte ervan doordringen dat hij niet nog eens strafbare feiten mag plegen. Daarnaast zal de verdachte worden veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, bij niet of niet behoorlijk uitvoeren te vervangen door 75 dagen hechtenis.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. vordert een schadevergoeding van € 8.799,30 terzake van feit 2.

7.2

Het oordeel van de rechtbank

Nu de verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 48 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van feit 1 primair, feit 2 primair en feit 2 subsidiair;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 1 subsidiair tot een gevangenisstraf van 6 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 1 subsidiair tot een taakstraf voor de duur van 150 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij Enexis B.V. niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten en begroot deze aan de zijde van de verdachte tot op heden op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.M.W. Nuijts, voorzitter,

mr. B.G.L. van der Aa en mr. R.A.M.M. Gijselaers, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. K.J.M. Feron-Voncken, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 oktober 2019.

Buiten staat

Mr. R.A.M.M. Gijselaers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.
hij, op of omstreeks 3 juni 2018 te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ), een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten ongeveer 1144 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen
daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 3 juni 2018 te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres] ) een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten ongeveer 1144 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval
(telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 3 juni 2018 te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen en/of de huur voor voornoemd pand te betalen;

2.
hij, in of omstreeks de periode van 2 januari 2018 tot en met 3 juni 2018 te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in/uit een pand aan de [adres] een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Enexis Netbeheer B.V., heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen hoeveelheid elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 2 januari 2018 tot en met 3 juni 2018 te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] , met elkaar, althans één van hen, (in/uit een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven personen en/of aan hem, verdachte toebehoorde, te weten Enexis Netbeheer B.V. heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen hoeveelheid elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte
in of omstreeks de periode van 2 januari 2018 tot en met 3 juni 2018 te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal,(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand, althans in elk geval een of meerdere de(e)l(en) daarvan, ter beschikking te stellen en/of die onbekend gebleven persoon/personen toegang te verlenen/verschaffen tot voornoemd pand, althans in elk geval een of meerdere de(e)l(en) daarvan en/of de huur voor voornoemd pand te betalen.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2018082817, gesloten d.d. 7 januari 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 202.

2 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 7 januari 2019, pagina’s 4 tot en met 8.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] d.d. 12 juni 2018, pagina’s 100 en 101 en het schriftelijk bescheid, te weten een huurovereenkomst, weergegeven op de pagina’s 102 tot en met 113.

4 Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel handelsregister Kamer van Koophandel, pagina’s 138 en 139.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 augustus 2018, pagina’s 140 en 141 en de bijlagen op de pagina’s 142 tot en met 144.

6 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.