Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:11475

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-12-2019
Datum publicatie
20-12-2019
Zaaknummer
03/659294-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitgaansgeweld: deels voorwaardelijke gevangenisstraf wegens poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging. Bijzondere overwegingen t.a.v. strafoplegging en vordering benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659294-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 december 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats/datum verdachte] 1993,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.G.A. Aben, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 december 2019. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

  1. [slachtoffer 1] heeft mishandeld, terwijl die mishandeling zwaar lichamelijk letsel tot gevolg had;

  2. openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] .

3 De beoordeling van het bewijs

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide feiten en de verdediging heeft daartegen geen verweer gevoerd.

3.1

De bewijsmiddelen 1

Slachtoffer [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] 2 deed aangifte en verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Op zaterdag 19 augustus 2017, omstreeks 00.00 uur, zijn [slachtoffer 2] en ik naar de Oelemarkt te Weert gegaan. [slachtoffer 2] en ik zijn bij de Stuiterbal naar binnen gegaan om daar nog iets te drinken. Toen [slachtoffer 2] en ik naar buiten liepen, liep een jongen tegen ons aan. Ik sprak hem aan en vroeg aan hem: "Moet dat nou?" Aan zijn reactie kon ik merken dat dit zijn opzet was. Toen wij buiten kwamen zag ik nog drie jongens staan. Deze drie jongens kwamen zich ook direct bemoeien met de situatie tussen mij en die eerste jongen. Het was duidelijk dat zij op zoek waren naar ruzie. [slachtoffer 2] en ik wilden daar weg omdat het niet goed voelde. Ik zag dat de vier jongens in onze richting kwamen lopen. Wat er daarna is gebeurd is mij onbekend. Ik ben aangesproken door een politieagent en die vertelde mij wat er was gebeurd.

[slachtoffer 1] vertelde op 21 augustus 2017 aanvullend – zakelijk weergegeven – dat hij naar het ziekenhuis was geweest en dat daar bleek dat hij een scheur in zijn schedel had en dat er bloedingen in zijn hersenen zaten.3 Op 18 november vertelde hij voorts – zakelijk weergegeven – dat hij door de mishandeling een scheuring van de zenuwen die de smaak en geur aansturen heeft opgelopen en dat hij sindsdien geen smaak of geur meer heeft gehad.4

De diverse medische informatie omtrent [slachtoffer 1] vermeldt het volgende:

- zwelling en bloeduitstorting links, kneuzing van de hersenen, traumatische bloeding rond of in de hersenen onder het spinnenwebvlies, schedelfractuur achterhoofd;5

- schedelbreuk achterzijde, hersenkneuzing links voor, verlies van reukvermogen. Opname van 22 tot en met 24 augustus 2017. Geschatte duur van genezing:

- duizeligheid: dagen-weken;

- hersenkneuzing: maanden-jaar;

- schedelbreuk: weken-maanden;

- verlies reukvermogen: jaren of helemaal niet herstellend.6

Slachtoffer [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] 7 deed aangifte en verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Op 19 augustus 2017 omstreeks 00.30 uur waren [slachtoffer 1] en ik in café "de Stuiterbal" in Weert. Wij wilden omstreeks 01.00 uur naar huis gaan. Toen wij naar buiten liepen, hoorde ik [slachtoffer 1] tegen mij zeggen: "Er is wat aan de hand". Ik draaide mij om en ik zag dat er ongeveer 4 à 5 jongens dreigend tegenover ons stonden. Ik hoorde iemand van hun zeggen "ik maak jullie kapot" of woorden van gelijke strekking. Ik had echt het gevoel dat de jongens op ruzie uit waren en dat de boel zou gaan escaleren. We werden toen door iemand, die de boel wilde sussen, meegenomen. Toen ging het voor mijn gevoel heel erg snel. Het werd plots zwart voor mijn ogen. Ik weet dat ik op de grond viel en dat er meerdere mensen mij, toen ik op de grond lag, schopten en sloegen. Plots rende iedereen weg en zag ik de politie. Ik ben opgestaan en ik zag dat [slachtoffer 1] ook op de grond lag.

[slachtoffer 2] 8 verklaarde aanvullend – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Ik lag opeens op de grond. Ik voelde dat ik geschopt werd. Ik voelde dat ik geraakt werd op mijn hoofd. Ik voelde meerdere klappen op mijn hoofd. Ik werd geraakt op de linkerzijkant van mijn hoofd. Ik voelde dat dit erg veel pijn deed. Alles was zwart en ik maakte mij klein zodat ik mezelf kon beschermen. Ik voelde ook dat ik, toen ik op de grond lag, geraakt werd op mijn ribben. Deze pijnscheuten, van meerdere klappen, voelde ik op mijn linker ribben. Ook voelde ik dat ik meerdere keren geraakt werd op mijn linker heup. Ik voelde hevige pijnscheuten. Ik voelde opeens dat ik geen klappen meer kreeg. Ik opende mijn ogen en zag de politie. Ik heb behoorlijk letsel aan deze mishandeling over gehouden. Mijn linker rib is gebroken. Er zijn een paar linker ribben gekneusd. Ik heb blauwe plekken op mijn linker heup. Daarnaast heb ik last van oorsuizen/piepen. Ik heb ook last van de linkerzijde van mijn hoofd. Ik heb een snee op mijn hoofd. Deze snee is gehecht. Deze zit rechtsboven mijn gezicht. Ik heb ook nog een snee op mijn neus en een blauw oog.

Medische informatie 9 omtrent [slachtoffer 2] vermeldt dat sprake was van een laterale ribfractuur.

Getuige

Getuige [naam 1] 10 verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

U vraagt mij of een verklaring kan afleggen over de openlijke geweldpleging die zich afgelopen zaterdag omstreeks 01:10 uur op de Oelemarkt in Weert heeft afgespeeld. Op enig moment zag ik [slachtoffer 1] over de Oelemarkt lopen. Plotseling zag ik dat een jongen die ik ken als [verdachte] op [slachtoffer 1] afliep en uit het niets heel hard met zijn rechtervuist richting het gezicht van [slachtoffer 1] sloeg. Ik zag dat [slachtoffer 1] geraakt werd en ik zag dat [slachtoffer 1] door de kracht van de klap meteen op de grond viel. Ik zag toen dat [verdachte] meteen terug liep. Hierop zag ik dat [slachtoffer 2] opeens door een man of vier à vijf werd belaagd. Ik zag dat [slachtoffer 2] opeens op de grond lag en dat er vier à vijf man omheen stonden. Het was voor mij duidelijk dat er werd gevochten en dat het op [slachtoffer 2] gericht was en hij hier slachtoffer van was. Van de mannen die [slachtoffer 2] belaagden kan ik in ieder geval drie namen noemen. Deze drie personen: [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] stonden zeker om [slachtoffer 2] heen en zijn betrokken bij zijn mishandeling.

Camerabeelden

Verbalisant [naam 5] 11 heeft camerabeelden van de Oelemarkt te Weert met als datum- en tijdsaanduiding 19 augustus 2017 van 1.06:00 uur tot 1.09:59 uur bekeken en beschreven. Hij relateerde daarover – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

[verdachte] loopt in de richting van [slachtoffer 1] / [slachtoffer 2] en wordt tegengehouden door een man, gekleed in een donderblauwe spijkerbroek, zwart shirt en donker jasje (NN3). [verdachte] loopt naar [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] loopt [verdachte] tegemoet. [slachtoffer 1] heeft beide handen in zijn broekzak. [verdachte] slaat [slachtoffer 1] met zijn tot vuist gebalde rechterhand tegen zijn linkerwang/kaak. [slachtoffer 1] valt direct achteruit op de grond.

[slachtoffer 2] loopt in de richting van [verdachte] , [verdachte] loopt achteruit. [slachtoffer 2] loopt achter [verdachte] aan, welke achteruit wegloopt. NN3 komt bij [slachtoffer 2] en [verdachte] en [slachtoffer 2] trapt NN3 met zijn rechter voet tegen zijn linker bovenbeen. NN3 en [slachtoffer 2] pakken elkaar vast en NN3 maakt met zijn rechterhand een slaande beweging naar het hoofd van [slachtoffer 2] . Een man, gekleed in een donkere spijkerbroek, donker shirt en zwarte jas (NN4), rent in de richting van [slachtoffer 2] en NN3 en maakt een springende trappende beweging. [verdachte] staat links naast NN4. NN4 valt op de grond. [slachtoffer 2] en NN3 zijn in een worsteling. NN2 komt bij NN3/ [slachtoffer 2] en slaat met zijn rechterhand op de rug van [slachtoffer 2] . NN2 pakt [slachtoffer 2] vast. [slachtoffer 2] en NN3 zijn nog in worsteling.

NN3 heeft [slachtoffer 2] met zijn rechterarm om zijn nek en slaat hem met zijn linker, tot vuist gebalde hand op de linkerkant van zijn gezicht. [slachtoffer 2] heeft NN3 vast. NN3 slaat met zijn rechter, tot vuist gebalde hand op de linkerkant van het gezicht van [slachtoffer 2] . NN2 slaat met zijn rechter, tot vuist gebald hand op de rechterkant van het gezicht van [slachtoffer 2] . Er komt een onbekende man, gekleed in een blauwe spijkerbroek en wit shirt (NN5) bij NN2 en duwt hem weg. [slachtoffer 2] duwt NN3 rechts uit beeld.

[slachtoffer 2] , NN2 en NN3 zijn rechts uit beeld. NN4 komt van de linkerzijde en maakt met zijn rechter, tot vuist gebalde hand een slaande beweging in de richting van iemand die aan de rechterzijde uit beeld is. De verdachte [naam medeverdachte] komt van boven in beeld en voegt zich bij de personen die rechts uit beeld zijn.

[verdachte] komt van de linkerzijde en maakt een springende, trappende beweging tegen iemand die aan de rechterzijde uit beeld is.

In de hieronder genoemde tijdspanne wordt het aandeel van ieder persoon zoveel mogelijk apart beschreven. Dit gezien het feit dat er veel op hetzelfde moment gebeurd.

NN4 slaat vier maal richting het lichaam van [slachtoffer 2] , welke vanuit rechts, vallend, in beeld komt, waarbij de laatste slag van NN4 plaats vindt op het moment dat [slachtoffer 2] op de grond ligt. Vervolgens wordt NN4 weggetrokken in de richting van café de Stuiterbal.

[verdachte] maakt vier schoppende bewegingen met zijn rechter voet, richting het hoofd van de op de grond liggende [slachtoffer 2] .

NN3 valt samen met [slachtoffer 2] op de grond, waarbij [slachtoffer 2] in eerste instantie bovenop ligt. Vervolgens draaien ze om, waarbij [slachtoffer 2] , op zijn rug, op de grond ligt en waarbij NN3, half staand, boven hem, met zijn rechter hand een slaande beweging maakt tegen de linkerzijde van het gezicht van [slachtoffer 2] .

NN3 gaat staan en staat met zijn linkerbeen tussen de benen van [slachtoffer 2] . NN3 slaat drie maal, te weten met zijn rechterhand, linkerhand en weer rechterhand in de richting van het hoofd van [slachtoffer 2] .

NN2 slaat ten minste vier maal, met zijn rechterhand in de richting van [slachtoffer 2] . Op het moment dat [slachtoffer 2] op de grond ligt trapt NN2, met zijn rechtervoet in de richting van het hoofd van [slachtoffer 2] .

Op het moment dat [slachtoffer 2] op de grond ligt trapt [naam medeverdachte] met zijn rechter voet in de richting van het hoofd van [slachtoffer 2] .

Gedurende deze periode is van [slachtoffer 2] alleen te zien dat hij zijn hoofd en lichaam probeert te beschermen door er zijn handen en armen voor te houden.

Er verschijnt politie in beeld, welke diverse personen uit elkaar haalt.

Verdachten:

- [verdachte] , geboren op [geboorteplaats/datum verdachte] ;

- [naam medeverdachte] , geboren op [datum en plaats] .

Verbalisant [naam 7] 12 relateerde – zakelijk weergegeven – onder meer dat na onderzoek is gebleken dat:

  • -

    NN2 betreft [naam 2] , geboren op [datum en plaats] ;

  • -

    NN3 betreft [naam 3] Horn, geboren op [datum en plaats] ;

  • -

    NN4 betreft [naam 4] , geboren op [datum en plaats] .

3.2

De overwegingen van de rechtbank

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen acht de rechtbank de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen.

3.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

1. op 19 augustus 2017 in de gemeente Weert [slachtoffer 1] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 1] tegen diens gezicht/hoofd te slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] met zijn hoofd op de grond is gevallen), terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een scheur in de schedel en bloedingen in de hersenen en het verlies van smaak en reuk ten gevolge heeft gehad;

2. op 19 augustus 2017 in de gemeente Weert openlijk, te weten op de Oelemarkt, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 2] door voornoemde [slachtoffer 2] meermalen met geschoeide voet met kracht tegen het hoofd en/of lichaam te trappen en/of te schoppen en/of meermalen (met tot vuist gebalde hand) met kracht tegen het gezicht en/of het hoofd en/of lichaam en/of de nek te slaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

  1. mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

  2. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 8 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om oplegging van een, eventueel maximale, taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Het strafbare feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg en aan openlijke geweldpleging.

Hij heeft eerst slachtoffer [slachtoffer 1] zonder noemenswaardige aanleiding ernstig mishandeld. Hoewel kennelijk enige onenigheid aan dit feit vooraf ging, leek de escalatie voorbij en gesust. Desalniettemin heeft verdachte het slachtoffer opnieuw benaderd en hem onverhoeds en zonder aanleiding met een harde klap alsnog tegen de grond geslagen. Een slachtoffer dat volkomen weerloos was bovendien; hij stond immers met zijn handen in zijn broekzak tegenover verdachte, toen die hem vanuit het niets tegen zijn hoofd sloeg.

Direct daarna heeft verdachte deelgenomen aan de openlijke geweldpleging tegen slachtoffer [slachtoffer 2] , een vriend van slachtoffer [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] werd door maar liefst vijf personen, waaronder verdachte, toegetakeld. Dat geweld bestond niet alleen uit klappen tegen het lichaam, maar ook uit sprongtrappen, trappen tegen het hoofd en het als molenwieken meermalen achtereenvolgend stompen in het gezicht, een en ander ook nog eens grotendeels toen het slachtoffer op de grond lag.

Gevolgen strafbare feit

Voor de slachtoffers heeft de gewelduitbarsting grote gevolgen gehad.

[slachtoffer 1] heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen, te weten een schedelbasisfractuur en een hersenkneuzing. Hij heeft langdurig moeten revalideren. Zijn smaak- en reukvermogen zijn zoals het er nu naar uit ziet blijvend verdwenen en ook zijn concentratievermogen en geheugen zijn niet meer zo goed als voor de mishandeling. Hierdoor zal hij de gevolgen van de mishandeling levenslang met zich moeten dragen.

[slachtoffer 2] heeft een gebroken rib en een paar gekneusde ribben opgelopen, een snee op zijn hoofd, een snee op zijn neus en een blauw oog. Daarnaast heeft hij blijvend last van oorsuizen (tinnitus).

Beide slachtoffers hebben therapie moeten ondergaan om de mishandeling te verwerken. Zij voelen zich niet meer veilig in het uitgaansleven en maken zich zorgen om hun kinderen als die zich in datzelfde uitgaansleven begeven. Hun vertrouwen in de medemens, hun gevoelens van veiligheid en hun plezier in het leven is blijvend geschaad.

De strafbare feiten hebben ook in zijn algemeenheid onrust in de maatschappij veroorzaakt en tasten de gevoelens van veiligheid van burgers aan.

Strafverzwarende omstandigheden/soort straf

Hoewel voor mishandelingen en openlijke geweldpleging in beginsel normaliter taakstraffen worden opgelegd, acht de rechtbank dat in deze zaak niet passend: daarvoor is de omvang en de heftigheid van de mishandeling en de openlijke geweldpleging te ernstig van aard. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn volstrekt zinloos afgetuigd. Ook toen [slachtoffer 2] lang en breed geveld was, werd het geweld tegen hem voortgezet. Hij mag van geluk spreken dat zijn letsel gezien de forsheid van het geweld dat tegen hem is gepleegd niet veel erger is uitgevallen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf passend en geboden is.

De rechtbank zal de gevangenisstraf deels voorwaardelijk opleggen met een proeftijd om recidive tegen te gaan.

Voor verdachte in het bijzonder acht de rechtbank kwalijk dat hij een leidende rol in deze escalatie van geweld had. Hij nam het initiatief tot geweld met de klap tegen [slachtoffer 1] en trok [slachtoffer 2] vervolgens mee de menigte in die hem direct daarna zou toetakelen.

Strafverminderende omstandigheden?

Verdachte is first offender als het gaat om geweldsdelicten, is ook sindsdien niet meer in aanraking gekomen met justitie en heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Hoewel dit in het voordeel van verdachte spreekt, zijn dit niet dusdanige omstandigheden dat ze strafverminderend werken, zeker niet bezien in het licht van de ernst van de verweten feiten. Ook uit het reclasseringsadvies van 20 november 2019 blijkt niet van bijzondere omstandigheden die tot strafvermindering moeten leiden.

Conclusie

Gezien deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie ontoereikend is, maar dat een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, passend en geboden is. Met deze straf wordt enerzijds de ernst van de feiten tot uitdrukking gebracht en anderzijds draagt het voorwaardelijk strafdeel bij aan voorkoming van recidive.

De rechtbank zal verdachte dus veroordelen tot een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

7.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van 16.590,74 euro, bestaande uit de volgende posten:

  1. ziekenhuisdaggeldvergoeding: 84 euro

  2. eigen risico 2017 en 2018: 770 euro

  3. medicatie: 11,48 euro

  4. oordoppen: 24,95 euro

  5. opvragen medisch dossier: 11 euro

  6. reis- en parkeerkosten: 100 euro

  7. verlies van arbeidsvermogen: 6.923,54 euro

  8. huishoudelijke hulp: 140 euro

  9. snoeiwerkzaamheden: 40 euro

  10. kosten t.b.v. herstel (sportschool): 124,30 euro

  11. kosten zonder nut (eigen bijdrage leaseauto): 354,88 euro

  12. kosten zonder nut (contributie voetbalclub): 155 euro

  13. aanschaf brandmelders: 149,85 euro

  14. (aanvullend) reiskosten: 25,79 euro

  15. (aanvullend) opnemen verlofuren: 175,95 euro

  16. immateriële schade: 7.500 euro

De benadeelde partij heeft voorts verzocht om de schade te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal toewijsbaar is en hij heeft gevorderd om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat:

  • -

    posten a, b, c, f en j niet betwist worden;

  • -

    posten h en i afgewezen dan wel niet ontvankelijk verklaard moeten worden, nu dat geen noodzakelijke kosten zijn die aan verdachte toegerekend moeten worden;

  • -

    post e afgewezen moet worden, nu ieder zijn eigen medisch dossier kan opvragen;

  • -

    post g afgewezen moet worden, nu die onvoldoende is onderbouwd. Immers is niet gebleken dat de benadeelde in de voorgaande periode ook telkens de piketvergoeding ontving;

  • -

    de posten k, l en m afgewezen dan wel niet ontvankelijk verklaard moeten worden omdat die onvoldoende in verband staan met het feit;

  • -

    post p gematigd dient te worden tot een bedrag van 2.250 euro.

De verdediging heeft geen expliciet standpunt ingenomen over de posten d, n en o.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van 12.667,20 euro. Daartoe overweegt zij als volgt.

Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende onderbouwd en aannemelijk dat de benadeelde partij de volgende schades heeft geleden en dat deze schades een rechtstreeks gevolg zijn van het bewezenverklaarde:

  1. ziekenhuisdaggeldvergoeding: 84 euro

  2. eigen risico 2017 en 2018: 770 euro

  3. medicatie: 11,48 euro

  4. oordoppen: 24,95 euro

  5. opvragen medisch dossier: 11 euro

  6. reis- en parkeerkosten: 100 euro

  7. verlies van arbeidsvermogen: 3.000 euro

  8. huishoudelijke hulp: 140 euro

  9. snoeiwerkzaamheden: 40 euro

  10. kosten t.b.v. herstel (sportschool): 124,30 euro

  11. kosten zonder nut (eigen bijdrage leaseauto): 354,88 euro

  12. kosten zonder nut (contributie voetbalclub): 155 euro

aanschaf brandmelders: 149,85 euro

(aanvullend) reiskosten: 25,79 euro

(aanvullend) opnemen verlofuren: 175,95 euro

Totaal: 5.167,20 euro.

ad g. Op grond van de salarisspecificatie over de periode van 18 juni tot en met 15 juli 2017 (pg. 102 van de vordering) acht de rechtbank aannemelijk dat benadeelde voorafgaand aan de mishandeling een vergoeding ontving wegens een piketregeling. Ook acht de rechtbank aannemelijk dat zulks niet eenmalig was en dat benadeelde dus schade heeft geleden ten gevolge van de mishandeling in de vorm van de misgelopen piketvergoeding. Of de hoogte van die schade in totaal 6.923,54 euro bedraagt, kan de rechtbank evenwel niet vaststellen. Zo is het gestelde schadebedrag van 532,58 per keer kennelijk een bruto bedrag terwijl het bedrag aan netto gemiste inkomsten vergoed moet worden en ook kan aan de hand van de overgelegde stukken niet worden gecontroleerd hoe veel piketdiensten [slachtoffer 1] – zonder de gewraakte mishandeling – in de voorgelegde periode zou hebben gewerkt. Hoewel deze post dus slechts voor een gedeelte is onderbouwd zal de rechtbank, gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek, de hoogte van de schade begroten op een bedrag van 3.000 euro, onder afwijzing van het overige. De rechtbank heeft bij haar begroting van deze schade als uitgangspunt één piketdienst per vier weken genomen.

ad h. en i. Door het bij de mishandeling opgelopen letsel was benadeelde tijdelijk niet in staat om huishoudelijke (poetsen) en snoeiwerkzaamheden (bomen) te verrichten. Dat hij daardoor hulp moest inschakelen van derden is naar het oordeel van de rechtbank een rechtstreeks gevolg van de mishandeling. De kosten hiervoor moeten worden vergoed als het normaal en gebruikelijk is dat die werkzaamheden door professionele, voor hun diensten gehonoreerde krachten, worden verricht, ook indien de werkzaamheden feitelijk worden verricht door derden die daarvoor geen vergoeding vragen. In het onderhavige geval is het normaal en gebruikelijk om betaalde huishoudelijke hulp en een betaalde tuinman in te schakelen. Dat de werkzaamheden in feite door familie zijn verricht, maakt niet dat de kosten niet hoeven te worden vergoed door verdachte.

ad k. en l. De eigen bijdrage voor de leaseauto en contributie van de voetbalclub zijn uitgaven die benadeelde heeft gedaan ter verkrijging van een op zichzelf niet op geld waardeerbaar onstoffelijk voordeel, welk voordeel hij als direct gevolg van de mishandeling heeft moeten missen. Nu deze uitgaven door het strafbare feit hun doel hebben gemist, is volgens vaste rechtspraak (zie onder meer Hoge Raad 28 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6460) sprake van vermogensschade die voor vergoeding in aanmerking komt. Deze vergeefs gemaakte kosten staan bovendien naar het oordeel van de rechtbank in een zodanig verband met het strafbare feit dat zij in redelijkheid aan verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank zal de gevorderde bedragen uit hoofde van de eigen bijdrage en contributie dan ook als te vergoeden schade toewijzen.

Immateriële schade

[slachtoffer 1] heeft verzocht om een vergoeding van 7.500 euro aan immateriële schade toe te kennen. Dit gedeelte van de vordering is onderbouwd met medische stukken en een beschrijving van gevolgen. Hieruit blijkt dat onder meer sprake was/is van een schedelbreuk, hersenbloedingen, diverse kneuzingen, uitval van smaak en geur en geheugenproblemen. Een en ander heeft bovendien geleid tot een langdurige revalidatietraject, zowel fysiek, maar ook in de vorm van EMDR-therapie. Concentratie- en geheugenproblemen alsmede het verlies van smaak en geur zijn tot heden, ruim twee jaar na dato, nog steeds niet hersteld.

Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel de rechtbank sprake van immateriële schade. De rechtbank acht het, gelet op de vergoedingen die zijn toegekend aan slachtoffers met vergelijkbaar letsel zoals daarvan blijkt uit het Smartengeldboek van de ANWB, redelijk de immateriële schade in dit concrete geval tot heden te begroten overeenkomstig de vordering op 7.500 euro.

De rechtbank heeft hierbij overigens rekening gehouden met het feit dat nog geen sprake is van een eindsituatie, welke omstandigheid op termijn mogelijk toekenning van een hoger bedrag aan immateriële schade rechtvaardigt.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen voor een bedrag van 12.667,20 euro te vermeerderen met de wettelijke rente, om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

Proceskosten

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

7.5

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van 23.919,19 euro, bestaande uit de volgende posten:

  1. eigen risico: 236,62 euro

  2. reiskosten: 16,90 euro

  3. verlies arbeidsvermogen: 19.595,67 euro

  4. porto- en telefoonkosten: 20 euro

  5. kledingschade: 300 euro

  6. immateriële schade: 3.750 euro

7.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de posten a, b, d, e en f toewijsbaar zijn en dat de post c deels toewijsbaar is tot een bedrag van 15.000 euro, onder niet-ontvankelijkverklaring van het overige. Hij heeft gevorderd om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.7

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat:

  • -

    posten a en b niet betwist worden;

  • -

    post c niet-ontvankelijk verklaard moet worden, omdat die een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert;

  • -

    post d afgewezen dan wel niet-ontvankelijk verklaard moet worden, omdat die onvoldoende onderbouwd is en ook niet gebleken is dat benadeelde die kosten gemaakt heeft;

  • -

    post e gematigd moet worden;

  • -

    post f gematigd moet worden.

7.8

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van 1.903,52 euro. Daartoe overweegt zij als volgt.

Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende onderbouwd en aannemelijk dat de benadeelde partij de volgende schades heeft geleden en dat deze schades een rechtstreeks gevolg zijn van het bewezenverklaarde:

  1. eigen risico: 236,62 euro

  2. reiskosten: 16,90 euro

kledingschade: 150 euro

Totaal: 403,52 euro.

ad c. Het verlies van arbeidsvermogen is onderbouwd met diverse administratieve bescheiden over de jaren 2014 tot en met 2018. Hoewel hieruit kan worden afgeleid dat de winst dat het bedrijf van benadeelde in 2017 maakte aanzienlijk minder was dan de jaren ervoor, kan de rechtbank op basis van de gevoegde stukken niet vaststellen hoe groot de concrete schade als gevolg van het bewezen verklaarde feit voor de benadeelde zelf daadwerkelijk is geweest. Daarvoor is een nadere onderbouwing c.q. uitleg van deze stukken nodig. Dat leidt de rechtbank tot de conclusie dat een adequate beoordeling van deze post een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en dus leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde in deze post.

ad d. De porto- en telefoonkosten zijn niet onderbouwd en derhalve is niet duidelijk of en zo ja, hoeveel, kosten de benadeelde daadwerkelijk heeft gemaakt in dit kader. De rechtbank neemt daarbij ook in overweging dat belminuten anno nu in de regel onderdeel vormen van een abonnement en dat belminuten niet per definitieve (extra) kosten met zich meebrengen. Onder deze omstandigheden moet de rechtbank deze post afwijzen.

ad. e. De schade als gevolg van onbruikbare kleding is niet onderbouwd met facturen of dergelijke en bovendien is kennelijk geen afschrijving toegepast, waardoor niet vastgesteld kan worden dat de concrete schade daadwerkelijk 300 euro bedraagt. Evenwel zal de rechtbank, gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek, de hoogte van de schade begroten op 150 euro, onder afwijzing van het overige.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft verzocht om een vergoeding van 3.750 euro aan immateriële schade toe te kennen. Dit gedeelte van de vordering is onderbouwd met medische stukken en een beschrijving van gevolgen. Hieruit blijkt dat onder meer sprake was/is van een ribfractuur, ribkneuzingen, een hersenschudding, concentratieproblemen, slaapproblemen, angst, een tinnitus en tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel de rechtbank sprake van immateriële schade. De precieze omvang daarvan kan thans niet worden vastgesteld, mede omdat kennelijk nog geen eindstadium is bereikt. De rechtbank acht het, gelet op de vergoedingen die zijn toegekend aan slachtoffers met vergelijkbaar letsel zoals daarvan blijkt uit het Smartengeldboek van de ANWB, redelijk ter zake de immateriële schade tot heden te begroten op 1.500 euro.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering, teneinde hem in de gelegenheid te stellen in de toekomst wellicht nog een vordering in te dienen bij de burgerlijke rechter voor zover de schade nog zou verergeren.

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover (een van) de mededader(s) de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van zijn betalingsverplichting bevrijd.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de aansprakelijkheid van ieder van de verdachten slechts voor gelijke delen toe te wijzen, zoals door de verdediging verzocht, en wijst dat verzoek dus af.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen voor een bedrag van 1.903,52 euro te vermeerderen met de wettelijke rente, om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

Proceskosten

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 141 en 300 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feiten 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten aanzien van feit 1 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen 12.667,20 euro, bestaande uit 5.167,20 euro materiële schade en 7.500,00 euro immateriële schade;

  • -

    de materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van heden tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 19 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van 12.667,20 euro, bestaande uit 5.167,20 euro materiële schade en 7.500,00 euro immateriële schade, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 98 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft,

  • -

    de materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van heden tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 19 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ten aanzien van feit 2 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen 1.903,52 euro, bestaande uit 403,52 euro materiële schade en 1.500 euro immateriële schade;

  • -

    de materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van heden tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 19 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering voor wat betreft de volledige post “verlies van arbeidsvermogen” en het deel van de post “immateriële schade” dat 1.500 euro overstijgt;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van 1.903,52 euro, bestaande uit 403,52 euro materiële schade en 1.500 euro immateriële schade, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft,

  • -

    de materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van heden tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 19 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koster-van der Linden, voorzitter,

mr. drs. J.M.A. van Atteveld en mr. R.J.M.G. Rulkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2019.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 19 augustus 2017 in de gemeente Weert [slachtoffer 1] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 1] tegen diens gezicht/hoofd, in elk geval tegen diens lichaam te slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] met zijn hoofd op de grond is gevallen), terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een scheur in de schedel en/of (een) bloeding(en) in de hersenen en/of het verlies van smaak en/of reuk ten gevolge heeft gehad;

2.hij op of omstreeks 19 augustus 2017 in de gemeente Weert openlijk, te weten op de Oelemarkt, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 2] door voornoemde [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, met geschoeide voet met kracht tegen het hoofd en/of lichaam te trappen en/of te schoppen en/of meermalen, althans eenmaal, (met tot vuist gebalde hand) met kracht tegen het gezicht en/of het hoofd en/of lichaam en/of de nek te slaan.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, basisteam weert, BVH-nummer 2017134419, 24 november 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 461.

2 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 19 augustus 2017, pg. 22-23.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2017, pg. 30.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 augustus 2017, pg. 31.

5 Het geschrift getiteld “medische informatie”, oorspronkelijk opgesteld door SEH arts [naam 8] d.d. 5 september 2017, transcriptie door forensisch geneeskundige [naam 9] d.d. 6 september 2017, pg. 35.

6 Het geschrift getiteld “medische informatie”, oorspronkelijk opgesteld door neuroloog [naam 10] d.d. 1 september 2017, transcriptie door forensisch geneeskundige [naam 9] d.d. 6 september 2017, pg. 36.

7 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] d.d. 19 augustus 2017, pg. 38-40.

8 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 23 augustus 2017, pg. 51-53.

9 Een geschrift, te weten een schrijven van [naam 8] , SEH-arts KNMG d.d. 21 augustus 2017, pg. 54.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] d.d. 22 augustus 2017, pg. 58-60.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2017, pg. 70-75.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2017, pg. 254-255.