Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:10589

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-11-2019
Datum publicatie
27-11-2019
Zaaknummer
8086172 AZ VERZ 19-91
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemers verzoeken voor recht te verklaren dat verweerder de opvolgend werkgever is. Daarnaast verzoeken zij toelating tot de werkvloer en betaling van het loon. De zaak is verwezen naar de dagvaardingsprocedure op grond van art. 69 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1264
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8086172 AZ VERZ 19-91

Beschikking van 22 november 2019

in de zaak van

1 [verzoeker sub 1] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

2 [verzoeker sub 2] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

3 [verzoeker sub 3] ,

wonend te [woonplaats 3] ,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. M.W. van de Loo

tegen

de besloten vennootschap ONTZORGD WONEN GROEP B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

verwerende partij,

gemachtigde mr. B.E.H. Zwezerijen.

Partijen zullen hierna [verzoekers] en OWG genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    het verweerschrift met bijlagen

  • -

    de zes door OWG nagezonden producties

  • -

    het faxbericht van 11 november 2019 van OWG (ontvangen om 14:39 uur)

  • -

    het faxbericht van 11 november 2019 van [verzoekers] (ontvangen om 17:08 uur)

  • -

    het faxbericht van 11 november 2019 van OWG (ontvangen om 17:23 uur)

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

2 Het geschil

2.1.

[verzoekers] hebben in hun verzoekschrift het volgende verzocht:

primair:

  1. een verklaring voor recht dat OWG hun opvolgend werkgever is geworden

  2. toelating tot de werkvloer ten einde de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten

  3. betaling van het met rechtsvoorgangers overeengekomen salaris met terugwerkende kracht

subsidiair:

betaling van de transitievergoeding indien herstel van de werkrelatie niet mogelijk zou zijn.

2.2.

OWG voert verweer.

3 De beoordeling

3.1.

In hun faxberichten van 11 november 2019 hebben partijen de kantonrechter verzocht de zaak op grond van art. 69 Rv te verwijzen naar de dagvaardingsprocedure omdat de primaire verzoeken in wezen vorderingen zijn.

3.2.

De kantonrechter onderschrijft het standpunt van partijen dat de drie primaire verzoeken bij dagvaarding hadden moeten worden ingediend. De zaak zal daarom in de stand waarin deze zich bevindt worden verwezen naar de rolzitting van

OWG heeft een als conclusie van antwoord aan te merken verweerschrift ingediend. OWG heeft echter nog niet kunnen reageren op de nagezonden producties van [verzoekers]

OWG zal daarom op voornoemde datum een conclusie van antwoord mogen nemen.

3.3.

Het griffierecht in de dagvaardingsprocedure is gelijk aan het griffierecht dat in deze procedure is geheven, zodat [verzoekers] in verband met deze verwijzing geen griffierecht hoeven bij te betalen.

3.4.

Ten aanzien van het subsidiaire verzoek hebben partijen zich niet uitgelaten. Een

mogelijkheid zou zijn dat de verdere behandeling van het verzoekschrift wordt aangehouden

in afwachting van de uitkomst van de dagvaardingsprocedure. Slecht in geval in de

dagvaardingsprocedure de primaire verzoeken (eigenlijk vorderingen) in de

dagvaardingsprocedure worden afgewezen, zou aan de beoordeling van het subsidiaire

verzoek namelijk toegekomen kunnen worden. Reeds nu valt echter vast te stellen dat in

geval van afwijzing van de primaire vorderingen het subsidiaire verzoek niet toewijsbaar is.

OWG is dan immers geen (opvolgend) werkgever van [verzoekers] zodat zij in dat geval niet

veroordeeld kan worden tot betaling van een transitievergoeding aan [verzoekers] Er is dus

geen grond om de behandeling van het subsidiaire verzoek aan te houden. Het verzoek zal

voorwaardelijk worden afgewezen, voor het geval de primaire vorderingen worden

afgewezen.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst (voor het geval de primaire vorderingen worden afgewezen) het subsidiaire verzoek af,

4.2.

beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

4.3.

verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van 18 december 2019 te 10:00 uur voor conclusie van antwoord aan de zijde van OWG,

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW