Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:1018

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
03/866402-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor zware mishandeling omdat niet duidelijk is bij welk incident en door wie het letsel aan het slachtoffer is toegebracht. Ontslag van alle rechtsvervolging voor openlijke geweldpleging wegens een geslaagd beroep op noodweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866401-16,

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 februari 2019

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P. Saris, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 januari 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

al dan niet tezamen met anderen [slachtoffer] zwaar heeft mishandeld, dan wel openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] .

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Aangever [slachtoffer] heeft consistent verklaard dat hij weliswaar betrokken is geweest bij een vechtpartij in discotheek [naam discotheek] met Albanezen maar daarbij geen letsel heeft opgelopen. Het letsel is daarna toegebracht door beveiligers van de [naam discotheek] .

Ook getuige H. [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] nog geen letsel had na de ruzie met de Albanezen en heeft tevens gezien dat [slachtoffer] door beveiligers is vastgepakt en door een beveiliger is geslagen.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer] door beveiligers van achteren is vastgepakt, opgetild en door een beveiliger is geslagen. Hoewel [getuige 2] een vriend is van [slachtoffer] , is zijn verklaring geloofwaardig nu hij eveneens heeft verklaard dat [slachtoffer] een mes bij zich had en hem daarmee dus niet uit de wind houdt. Verder worden de verklaringen van [slachtoffer] , [getuige 1] en [getuige 2] ondersteund door wat te zien is op de camerabeelden van het incident.

De verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben daarentegen ongeloofwaardige verklaringen afgelegd. Bij de politie hebben zij verklaard niet te hebben geslagen en getrapt, maar dat komt niet overeen met wat te zien is op de camerabeelden.

Er is sprake van nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten, zij waren allen betrokken bij geweldshandelingen tegen [slachtoffer] op diverse momenten van die nacht. Geweldshandelingen die letsel bij [slachtoffer] hebben veroorzaakt dat kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel. Het beroep op noodweer dient te worden verworpen. Niet blijkt dat verdachten op enig moment werden bedreigd met een mes.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van zware mishandeling en van openlijke geweldpleging wegens onvoldoende wettig bewijs. Het letsel van [slachtoffer] is weliswaar te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel, maar onduidelijk is wanneer hij het letsel heeft opgelopen. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij eerder op de avond een vuistslag heeft uitgedeeld richting een Albanese jongen maar verklaart verder niet over de ruzie met meerdere jongens die volgens getuigen daarop volgde.

[slachtoffer] heeft tegenstrijdige verklaringen afgelegd om zichzelf in een betere positie te brengen. Hij heeft, toen hij als verdachte werd gehoord bij de politie, verklaard dat hij werd tegengehouden door beveiligers en dat zijn mes toen op de grond viel. Ter terechtzitting heeft hij in zijn slachtofferverklaring verklaard dat het mes al weg was toen door een beveiliger een nekklem bij hem werd aangelegd.

[slachtoffer] heeft voorts verklaard dat hij het letsel binnen in discotheek [naam discotheek] heeft opgelopen door toedoen van de beveiligers. Dat wordt niet ondersteund door getuigen. [getuige 1] heeft immers bij de politie verklaard dat [slachtoffer] het letsel buiten de discotheek opliep. Dat staat in contrast met de verklaringen van de verdachten en ook met de verklaring van [slachtoffer] . De verklaring van getuige [getuige 1] dient daarom van het bewijs te worden uitgesloten.

Van het incident buiten zijn camerabeelden gemaakt. Daarop is te zien dat de verdachte geen slag of stoot uitdeelt. Daarom is ook geen sprake van openlijke geweldpleging.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

In de vroege ochtend van 29 augustus 2015 heeft de politie [slachtoffer] overgenomen van beveiligers van discotheek [naam discotheek] in Beek. De politie heeft hem aangehouden wegens bedreiging. Ook nam de politie een mes in beslag waarmee hij zou hebben gedreigd. De politie constateerde dat [slachtoffer] een snee had op zijn neus. Ook had [slachtoffer] pijn aan zijn kaak. Gelet hierop is hij naar het academisch ziekenhuis in Maastricht gebracht2. In het ziekenhuis is vervolgens geconstateerd dat [slachtoffer] een gebroken kaak en een gebroken neus had3. De volgende dag heeft Achaboun aangifte gedaan van zware mishandeling door beveiligers van de [naam discotheek]4.

In het dossier wordt melding gemaakt van vier incidenten die zich die nacht in of in de nabijheid van de [naam discotheek] hebben voorgedaan, waarbij [slachtoffer] bij betrokken was.

Ruzie in de garderobe

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij omstreeks 02:00 uur met vrienden op stap ging in de [naam discotheek] en hij op een gegeven moment ruzie kreeg met een groep Albanese jongeren. Hij heeft een van deze jongens een klap gegeven en werd daarna door een aantal jongeren aangevallen. Hierop heeft de beveiliging de ruzie beëindigd en [slachtoffer] meegenomen.

Incident in de hal

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij vervolgens op weg naar buiten door drie beveiligers op zijn buik tegen de grond is gehouden en door de verdachte vier tot zes keer met de vuist in het gezicht is geslagen. Hierna is hij de [naam discotheek] uitgezet door de beveiliging.

Incident buiten

Eenmaal buiten is [slachtoffer] een mes gaan halen uit een auto en daarmee teruggelopen richting de [naam discotheek] . Hij wilde verhaal halen. Een beveiliger heeft hem daarop van achteren vastgepakt en heeft bijstand gekregen van andere beveiligers. Volgens getuige [getuige 1] is [slachtoffer] daar –dus buiten de [naam discotheek] – door de verdachte geslagen. Op de camerabeelden van dit incident zijn de verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [slachtoffer] te zien.

Incident in een kamer

Beveiligers hebben [slachtoffer] mee naar binnen genomen en naar een kamer gebracht. Hij heeft verklaard dat een beveiliger op hem ging zitten en een Marokkaanse of Afghaanse beveiliger naast hem zat en hem meerdere keren met de vlakke hand in het gezicht sloeg op de al gebroken kaak.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het in vereniging toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Zij overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat duidelijk is dat [slachtoffer] op 29 augustus 2015 in of rond de [naam discotheek] ernstig gewond is geraakt. Zijn neus en kaak zijn gebroken. Hiervoor zijn meerdere operaties noodzakelijk geweest en [slachtoffer] heeft zelfs nu, meer dan drie jaar na het ontstaan van het letsel, nog last daarvan. Dat blijkt uit de verklaring die hij ter terechtzitting als slachtoffer heeft afgelegd.

Voor de rechtbank is echter niet duidelijk wie op welk moment dat letsel aan [slachtoffer] heeft toegebracht. De rechtbank constateert dat de verklaringen van [slachtoffer] , de verdachten en de getuigen op cruciale punten tegenstrijdig zijn. Zowel wat betreft bij welk van de incidenten het letsel is toegebracht alsook door wie.

Daarmee ontbreekt bij de rechtbank de overtuiging dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en daarom dient hij hiervan te worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte wel samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , zoals subsidiair ten laste is gelegd.

[slachtoffer] heeft, als (toenmalige) verdachte bij de politie, verklaard dat hij op 29 augustus, uit de [naam discotheek] was verwijderd en een mes is gaan halen. Daarmee is hij teruggelopen naar de deur van de discotheek om verhaal te halen. Hij werd tegengehouden door beveiligers en door een van hen in een nekklem genomen5.

Van wat vervolgens is gebeurd, zijn filmopnamen gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd. Op die beelden is te zien dat [slachtoffer] wordt vastgehouden door twee beveiligers. Een van deze beveiligers is [medeverdachte 1] . Verder is te zien dat de verdachte een omstander wegduwt en [medeverdachte 2] een trappende beweging maakt richting een omstander. [medeverdachte 2] maakt vervolgens een slaande beweging richting [slachtoffer] . [slachtoffer] houdt zijn handen voor zijn gezicht. De verdachte wordt vervolgens belaagd en duwt zijn belager weg. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en een andere beveiliger gaan dan helpen bij het wegbrengen van [slachtoffer] . [medeverdachte 2] pakt daartoe [slachtoffer] bij een arm vast. [medeverdachte 1] maakt een slaande beweging richting [slachtoffer] . De verdachte staat daarbij6.

Deze gedragingen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als geweldshandelingen. De verdachte heeft daarover verklaard dat hij de opdracht heeft gegeven tot de aanhouding van [slachtoffer]7. Weliswaar heeft de verdachte bij dit incident niet zelf geweldshandelingen verricht, maar zijn aanwezigheid is aan te merken als getalsmatige versterking van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , waardoor hij als medepleger kan worden aangemerkt.

De genoemde gedragingen van de verdachte en zijn medeverdachten hebben bovendien plaatsgevonden op een voor het publiek toegankelijke plaats, namelijk bij de ingang van de [naam discotheek] .

3.4

De bewezenverklaring

Gelet op de hiervoor genoemde uiterlijke verschijningsvorm is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, in die zin dat hij:

op 29 augustus 2015 te Beek openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Middelweg,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit:

- het beet- en/of vasthouden van die [slachtoffer] en

- het (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De raadsman heeft bepleit dat de medeverdachten, bij bewezenverklaring van openlijke geweldpleging, dienen te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweer. Dat verweer is niet gevoerd ten aanzien van de verdachte. De rechtbank zal daarom ambtshalve toetsen of sprake is van noodweer.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting acht de rechtbank de volgende gang van zaken aannemelijk geworden. Nadat [slachtoffer] door beveiligers was verwijderd uit de [naam discotheek] kwam hij uitermate agressief en bedreigend over. Hij was naar eigen zeggen behoorlijk dronken en heeft als (toenmalige) verdachte verklaard: “Ik werd gek. Ik bleef teruggaan om verhaal te halen, ik wilde de confrontatie opzoeken.” Vervolgens is hij een mes gaan halen en daarmee terug naar de ingang van de [naam discotheek] gelopen. [medeverdachte 2] werd via zijn “oortje” door de buitenbeveiligers op de hoogte gesteld van de aanwezigheid van het mes en de beslissing van de verdachte om [slachtoffer] aan te houden. [medeverdachte 2] heeft daar op enig moment bij geholpen. Op dat moment waren ook andere discotheekbezoekers ter plaatse aanwezig. Sommige omstanders probeerden zich met het incident te bemoeien en moesten fysiek door beveiligers, waaronder de verdachte, worden weggehouden.

Om een beroep op noodweer te kunnen honoreren, moet de verdediging van de verdachte voldoen aan de eisen van subsidiariteit (wat ziet op de keuze van het middel en de wijze waarop het gebruikt is) én proportionaliteit (wat ziet op de juiste verhouding tussen de wijze van verdedigen en het aangerande rechtsgoed). Ter beoordeling hiervan heeft de rechtbank vooral het volgende in ogenschouw genomen.

Gelet op de acute bedreigingen van [slachtoffer] jegens beveiligers van de [naam discotheek] en de aanwezigheid van een mes, is de rechtbank van oordeel dat sprake was van de dreiging van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding die de gedragingen door de verdachte van collega beveiligers, hemzelf en omstanders noodzakelijk maakte. Hierbij overweegt de rechtbank dat de verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] vanuit hun functie van beveiligers ook verantwoordelijk waren voor de veiligheid van bezoekers van de [naam discotheek] .

Uit de gekozen geweldsvormen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , aan wie de verdachte op dat moment getalsmatige versterking gaf, en de mate waarin die zijn gebruikt, in relatie tot [slachtoffer] ’s bedreigingen, de aanwezigheid van het mes en de bemoeienis van omstanders, komt de rechtbank tot de slotsom dat het toegepaste geweld is gebleven binnen de grenzen van subsidiariteit en proportionaliteit. De rechtbank betrekt hierbij haar eerder oordeel dat niet is komen vast te staan wanneer en door wiens handelen het ernstige letsel van [slachtoffer] is ontstaan. Dat letsel kan dus ook geen rol spelen bij de beoordeling van de proportionaliteit en de subsidiariteit van het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten.

De rechtbank honoreert het beroep op noodweer en acht als gevolg daarvan de bewezen verklaarde openlijke geweldpleging niet strafbaar. De verdachte zal ter zake van het subsidiair ten laste gelegde worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

5.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een totale schadevergoeding gevorderd van

€ 15.558,60, bestaande uit materiële en immateriële schade, als gevolg van het hiervoor ten laste gelegde feit.

5.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de volledige gevorderde schade toewijsbaar geacht en verzocht deze toe te kennen met de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

5.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering gelet op de bepleite vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging.

5.4

Het oordeel van de rechtbank

Nu aan de verdachte voor het feit waardoor de benadeelde partij schade heeft geleden geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, is de benadeelde partij niet ontvankelijk in de vordering.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    verklaart het subsidiair bewezen verklaarde feit niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte in het kader van deze procedure gemaakt, begroot tot heden op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. M.M. Beije, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. Jussen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 februari 2019.

Mr. Beije is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 29 augustus 2015 te Beek tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken kaak en/of

gebroken neus en/of zware hersenschudding, heeft toegebracht, door

opzettelijk meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd van die

[slachtoffer] te slaan en/of (met geschoeide voet) te schoppen;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 29 augustus 2015 te Beek openlijk, te weten op of aan de

openbare weg, de Middelweg, in elk geval op of aan een openbare weg en/of voor

het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke

ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld

bestond uit:

- het beet- en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of

- het in een nekklem vastpakken en/of -houden van die [slachtoffer] en/of

- het (met kracht) slaan en/of (met geschoeide voet) schoppen en/of duwen

tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] ;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, district Zuid-West-Limburg, basisteam westelijke mijnstreek, proces-verbaalnummer PL2300-2015162149/ PL2300-2015163002, gesloten d.d. 27 februari 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 89.

2 Proces-verbaal van aanhouding door burger d.d. 29 augustus 2015, p. 7-9.

3 Schrijven van academisch ziekenhuis Maastricht, operatieve geneeskunde d.d. 1 september 2015, p. 55-57.

4 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer] d.d. 30 augustus 2015, p. 36-37.

5 Proces verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [slachtoffer] d.d. 2 december 2015, p. 26-27.

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 november 2015, p. 45.

7 Proces-verbaal gerechtshof ’s-Hertogenbosch, afdeling strafrecht d.d.18 november 2016, betreffende het onderzoek in raadkamer inzake klachtnummer K16/0595.