Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:9319

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
03-10-2018
Datum publicatie
03-10-2018
Zaaknummer
03/659383-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens seksueel misbruik van dochter en mishandeling van echtgenote en zoon. Als gevolg van ontucht raakte de 13-jarige dochter zwanger van verdachte. Het alternatieve scenario van verdachte, dat zijn vrouw zijn sperma heeft ingebracht bij de dochter, acht de rechtbank niet aannemelijk. De rechtbank legt 6 jaar gevangenisstraf op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659383-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 oktober 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.P.P. Janssen, advocaat kantoorhoudende te Tegelen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 september 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 meermalen:

  1. ontuchtige handelingen, waaronder seksueel binnendringen, heeft gepleegd met zijn 13‑jarige dochter [slachtoffer 1] ;

  2. ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn 5/6-jarige dochter [slachtoffer 2] ;

  3. zijn echtgenote heeft mishandeld;

  4. zijn 10-jarige zoon [slachtoffer 3] heeft mishandeld;

  5. zijn 5/6-jarige dochter [slachtoffer 2] heeft mishandeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 tot en met 5 ten laste gelegde feiten.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft ontkend zich aan al de hem ten laste gelegde feiten schuldig te hebben gemaakt. Voor wat betreft feit 1, in het bijzonder de omstandigheid dat zijn dochter zwanger zou zijn geraakt van hem, heeft hij – kort gezegd – het volgende verklaard: niet hijzelf heeft zijn dochter zwanger gemaakt, maar zijn echtgenote heeft zijn dochter zwanger gemaakt door het sperma van verdachte op te vangen met een doekje en dat bij zijn dochter in te brengen.

De raadsman heeft geen verweer gevoerd tegen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. De raadsman heeft dit van tevoren besproken met zijn cliënt.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraken ontucht en mishandeling dochter [slachtoffer 2] .

Onder de feiten 2 en 5 wordt verdachte verweten dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn dochter [slachtoffer 2] en dat hij haar heeft mishandeld. De rechtbank constateert dat zowel [slachtoffer 2] zelf, haar zus [slachtoffer 1] en hun beider moeder hierover verklaren, allen in belastende zin jegens verdachte. Echter, zowel de zus als de moeder hebben niet uit eigen waarneming kunnen verklaren over het seksueel misbruik of de mishandelingen. Allen weten enkel te verklaren over hetgeen zij hebben gehoord uit de mond van [slachtoffer 2] dan wel verklaren in zeer algemene termen over de mishandelingen zoals die thuis plaatsvonden. Bovendien gaat het dan (deels) ook om gebeurtenissen die reeds in Libanon, dus niet binnen het bereik van de periode die ten laste is gelegd, zouden hebben plaatsgevonden. Aldus is de rechtbank van oordeel dat het vermeend seksueel misbruik en de mishandeling(en) onvoldoende steun vinden in ander bewijs dan enkel de verklaring van het slachtoffer zelf. Vanwege gebrek aan voldoende wettig bewijs dient de verdachte dan ook te worden vrijgesproken van de feiten 2 en 5.

3.3.2

Het bewijs 1

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] 2 relateerden als volgt:

Op 2 november 2017 omstreeks 18.20 uur kregen wij de melding om te gaan naar de [adres] te Reuver. Daar zou een moeder met drie kinderen staan die uit huis waren gezet. Ter plaatse troffen wij een vrouw met twee meisjes en een zoon aan. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , ben met moeder in gesprek gegaan en heb uiteindelijk van haar een aangifte opgenomen. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , ben in gesprek gegaan met de oudste dochter, [slachtoffer 1] , geboren op 1 januari 2004.

Ik hoorde dat [slachtoffer 1] vertelde dat haar moeder vanavond mishandeld was door haar vader. Ik hoorde dat zij gezien had dat haar vader haar moeder geslagen had in haar gezicht en geschopt had tegen haar lichaam. Tevens hoorde ik dat zij gezien had dat haar vader haar moeder had geprobeerd te wurgen. Hierop waren zij met hun moeder de woning ontvlucht.

Op mijn vraag of zij nog meer wilde vertellen, hoorde ik dat [slachtoffer 1] zei dat haar vader haar seksueel misbruikt had. Dit was in Syrië al begonnen en dat was hier in Nederland verder gegaan. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] vertelde dat haar vader dit in hun woning had gedaan, maar ook in de buitenlucht ergens tussen Beesel en Roermond. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] vertelde dat zowel zij als haar vader naakt waren. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] vertelde dat zij dan de penis van haar vader in haar mond moest nemen en er op moest zuigen. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] vertelde dat haar vader ook tussen haar benen kwam met zijn penis. Op mijn vraag of hij ook in haar vagina was geweest met zijn penis, hoorde ik dat [slachtoffer 1] zei dat hij een beetje in haar was geweest en ook klaar was gekomen tussen haar benen. Op mijn vaag wanneer het de laatste keer was geweest dat haar vader haar misbruikt had, hoorde ik dat [slachtoffer 1] zei dat dit vorige week een keer was geweest. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] zei dat ze nu al 3 maanden niet meer ongesteld was geworden.

Op mijn vraag of haar broers ook misbruikt werden, hoorde ik dat [slachtoffer 1] zei dat dit niet zo was, maar dat haar vader hen wel mishandelde.

[slachtoffer 4] 3 verklaarde als volgt:

Ik wens aangifte te doen ter zake mishandeling. Mijn man genaamd [verdachte] heeft mij vanavond mishandeld.

Ik ben ongeveer vanaf 2005 met [verdachte] getrouwd. Dat was in Aleppo in Syrië. [verdachte] was al een keer getrouwd geweest met zijn nichtje. Hij is van haar gescheiden. [verdachte] had 2 kinderen met zijn nichtje gekregen. Deze kinderen heten [naam zoon] (15 jaar) en [slachtoffer 1] (13 jaar). Ik heb samen met [verdachte] ook twee kinderen gekregen. Dat zijn mijn dochter [slachtoffer 2] (6 jaar) en mijn zoon [slachtoffer 3] (10 jaar).

Ik verblijf vanaf 20 april 2017 in Nederland. [verdachte] is al vanaf 6 september 2015 in Nederland. Hij heeft ons over laten komen via gezinshereniging.

[verdachte] heeft mij 3 of 4 keer mishandeld vanaf ik hier in Nederland ben. Hij heeft me diverse keren met zijn handen geslagen en met zijn voeten getrapt. Ik ondervond daarvan pijn.

Vandaag omstreeks 17.30 uur was ik met de kinderen in de woning. [verdachte] was boos op [slachtoffer 3] . [verdachte] heeft [slachtoffer 3] al zeker 4 of 5 keer geslagen. Ik zag dat [verdachte] vandaag [slachtoffer 3] 1 keer met zijn vlakke hand tegen zijn linkerwang sloeg, nadat hij tegen [slachtoffer 3] had geschreeuwd. Ik vroeg aan [verdachte] waarom hij boos was. Daardoor kregen wij ruzie. Ik zag dat [verdachte] mij met zijn rechter vlakke hand tegen mijn linkerwang sloeg. Ik ondervond daarvan pijn. Daarna trapte [verdachte] mij 1 keer met zijn voet in mijn buik. Ik ondervond daarvan pijn. Ik zag dat [verdachte] mij bij mijn nek pakte en deze dichtkneep. Ik kreeg geen lucht. Uiteindelijk lukte het mij om los te komen.

Ik heb daarna [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] gepakt en ben de woning uitgegaan.

Ik weet sinds we nog in Libanon woonden dat [verdachte] zijn dochter [slachtoffer 1] seksueel misbruikt. [verdachte] neemt [slachtoffer 1] mee naar de slaapkamer, doet deze op slot en komt dan klaar op haar lichaam. Ook heeft hij haar een keer meegenomen naar het bos deze zomer en heeft dingen gedaan.

[slachtoffer 4] 4 verklaarde verder als volgt:

(pg. 104) Ik wil aangifte doen tegen mijn man [verdachte] , mede namens [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] is gedwongen tot seks en is zwanger.

(pg. 108) Op 20 april 2017 kwamen wij aan in Amsterdam. Op 25 april waren wij in zijn huis, waar we nu ook zijn (de rechtbank begrijpt: in Beesel). Hoe het gaat met de mishandelingen en seksueel misbruik in dit huis? Als het eten niet lekker was of er een ander probleem was, ging hij slaan. Als de kinderen druk zijn, wordt hij boos op de kinderen en ik neem het dan op voor de kinderen. Hij wordt dan op mij boos en slaat mij dan soms. Op mijn schouder, op mijn been. De laatste keer sloeg hij mij zo hard. Hij zei dat ik uit het huis weg moest. Toen hij zag dat ik mijn jas aandeed en daadwerkelijk weg wilde gaan, werd hij zo boos dat hij mij bij mijn keel greep en hard kneep. Er was een probleem met [slachtoffer 3] en ik wilde het voor hem opnemen. Mijn man sloeg mij zo hard en duwde mij. Ik zei toen dat ik weg ging. Ik ben toen met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] weggegaan. Hij werd toen zo boos. Hij deed zijn hand om mijn keel en kneep heel hard en trapte met zijn voet in mijn onderbuik. Dit was donderdagavond (de rechtbank begrijpt: 2 november 2017).

Wanneer ik in Nederland voor het eerst heb gehoord/gezien dat de dochters weer seksueel misbruikt werden? Toen hij met [slachtoffer 1] voor het eerst naar buiten is gegaan. Zij heeft toen tegen mij gezegd dat hij seks met haar had gehad.

(pg. 109) De andere keren waren ’s nachts. Hij ging dan naar haar kamer en deed de deur op slot. Dat doet hij ook bij mij. Als wij seks hadden, deed hij de deur op slot en anders was de deur gewoon open. Ik wist dat hij weer seks had met [slachtoffer 1] als de deur van haar kamer weer op slot ging. Hij gaat dan met haar naar binnen, doet de deur op slot, zij moet haar kleren uitdoen, hij doet zijn kleren uit. Hij gaat dan met zijn penis over haar borsten, tussen haar benen. Dat vertelt [slachtoffer 1] mij. Hoe vaak dat heeft plaatsgevonden sinds wij in Nederland zijn? Dat heb ik niet geteld. Maar soms iedere dag of om de paar dagen.

(pg. 110) Hoe vaak ik door mijn man mishandeld ben? Ik ben in Nederland 3-4 keer mishandeld. In Libanon zijn de keren niet te tellen, zo vaak.

(pg. 111) Hoe vaak de kinderen in Nederland mishandeld zijn? In Nederland schreeuwde hij naar de kinderen en [slachtoffer 3] heeft hij geslagen.

[slachtoffer 1] 5 verklaarde als volgt:

(pg. 122) Ik kom vertellen over papa. Hij deed seks met mij. Thuis. Hij deed mijn broers en mijn zus weggaan, zodat hij dat kan doet. Hij laat mij dan met hem naar de kamer gaan en dan doet hij dat. Hij speelt daaronder bij mijn kut. Hij laat mij ook dat van hem pijpen. Hij doet het ook tussen mijn dijen en wrijft het zo totdat hij komt. Een keer duwde hij zijn vinger in mijn kut. En hij zei ook, ik wil jouw kut likken en zuigen.

(pg. 123) Met seks bedoel ik neuken. Dat gebeurde veel. In Libanon en in Nederland. De eerste keer van het neuken was in Libanon.

(pg. 124) Met neuken bedoel ik dat hij mij zuigt en dan doet hij zijn ding tussen mijn benen en dan komt hij klaar. Hij laat mij zijn penis zuigen en pijpen. Dat hij de vinger in de kut deed, was thuis in Nederland. Nadat wij in de kamer binnen kwamen, begon hij te zuigen op mijn mond. Hij ontblootte mij en zichzelf. Hij begon te spelen met mijn borsten en aan mij te zuigen. Hij legde zijn hand op mijn kut, hij wreef het en toen deed hij vinger in mijn kut. De helft van zijn vinger. En toen haalde hij zijn vinger eruit. Hij kwam op mij liggen en toen ging hij op en neer tot hij klaar was.

(pg. 125) Hij deed zijn penis tussen mijn benen en ging op en neer totdat hij klaar kwam. Met tussen mijn benen bedoelde ik bij mijn kut. Hij raakte het helemaal van onder. Met pijpen bedoel ik: hij deed zijn penis in mijn mond en liet mij dat erin en eruit doen. Vaak.

(pg. 126) De laatste keer pijpen was een paar weken geleden, thuis in Nederland. Het neuken gebeurde ook in de bosjes in Nederland, tussen Roermond en Venlo. Hij zegt tegen mam, broers en zus dat we gaan wandelen. Hij neemt mij dan mee naar de bosjes. Meerdere keren. Hij laat mij zijn penis pijpen en daarna doet hij het tussen mijn benen om klaar te komen. Hij doet mijn kleren alleen van onder uit.

(pg. 127) En dan laat mij pijpen. Hij laat mij zijn penis in mijn mond nemen. Ik zit op mijn knieën, hij zegt niets. En dan doet hij het tussen de benen, dan blijft hij bewegen tot hij klaar komt. Hij blijft het bewegen op mijn kut, dan haalt hij het weg en hij wrijft er zelf mee en dan komt het. Zijn penis raakt mijn kut van onder, bij de opening.

(pg. 128) Ik ben in het ziekenhuis geweest om abortus te plegen, want ik was zwanger van papa. Papa heeft mij zwanger gemaakt, want niemand anders heeft mij aangeraakt.

(pg. 129) Mijn papa slaat mij, mijn broers, en zus en mijn moeder. Hij slaat ons met zijn hand. Hij slaat ons iedere dag. Ik heb dat met eigen ogen gezien. Hij slaat [slachtoffer 3] met de hand.

(pg. 130) Mijn papa liet mij neukfilmpjes zien. Hij liet mij naast hem liggen en ernaar kijken. In Libanon was dat op televisie. In Nederland liet hij het mij zien op zijn telefoon.

[slachtoffer 2] 6 verklaarde als volgt:

(pg. 135) Ik kwam praten vanwege mijn vader. Mijn vader en moeder hadden ruzie en toen wilde hij haar laten stikken (hand om nek). Toen is hij weg gegaan en heeft hij sigaretten gekocht. Toen heeft hij mijn moeder in haar buik gestopt (de rechtbank begrijpt: geschopt). Mijn moeder vluchtte.

(pg. 139) Dat mijn papa mama wilde stikken was hier en in Beiroet. De keer dat het hier gebeurde, zaten wij te eten. Mijn vader wilde [slachtoffer 3] slaan. Mijn moeder wilde dat niet. Toen begon hij haar te slaan.

[slachtoffer 3] 7 (geboren op 1 januari 2017) verklaarde als volgt:

(pg. 158) Ik kom praten over papa. Hoe hij ons sloeg. Hier in huis in Nederland heeft hij mij nog een keer geslagen.

(pg. 159) Hij heeft mij met zijn hand geslagen. Zo (doet voor, met vlakke hand). Ik voelde veel pijn.

(pg. 160) Ik heb in Nederland een keer zelf gezien dat mijn moeder werd geslagen. Wij waren eten. Toen werd mijn vader boos op mijn moeder. Hij schopte met zijn voet en sloeg met hand. De hand zo laten stikken (doet voor met zijn hand vastpakken aan zijn keel). De voet kwam op moeders buik terecht. Hij slaat met open hand en met een vuist. Hij heeft ons toen gezegd dat wij moesten vertrekken.

(pg. 162) Toen wij uit huis zijn gegaan en moeder geslagen werd, zijn wij naar buiten gegaan en toen is gebeld met de politie en zij hebben gesproken met moeder.

Het NFI8 rapporteerde als volgde:

Verzocht is te onderzoeken of verdachte [verdachte] de biologische vader kan zijn van de foetus die op 7 november 2017 geaborteerd is bij het slachtoffer [slachtoffer 1] . Ter beantwoording van deze vraagstelling is een DNA-verwantschapsonderzoek uitgevoerd met behulp van het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer 1] , het DNA-profiel van de foetus geaborteerd bij dit slachtoffer en het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] .

Het DNA-profiel van verdachte is vergeleken met het DNA-profiel van het abortusmateriaal van de foetus en navelstreng afkomstig van het slachtoffer [slachtoffer 1] . Daarbij is vastgesteld dat de DNA-profielen van de verdachte en het abortusmateriaal op alle 15 onderzochte loci minimaal één gemeenschappelijk DNA-kenmerk hebben. Dit betekent dat de verdachte de biologische vader van de foetus kan zijn. De kans op de verkregen profielen is 200 miljoen keer groter wanneer verdachte de biologische vader van de foetus is dan wanneer een willekeurig persoon, niet verwant aan de verdachte, de biologische vader van de foetus is.

3.3.3

De overwegingen van de rechtbank

Op grond van de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 3 en 4 laste gelegde heeft begaan.

3.3.3.1 Bijzondere overwegingen: alternatief scenario?.

Voor wat betreft feit 1, in het bijzonder de omstandigheid dat zijn dochter zwanger zou zijn van hem, heeft verdachte – kort gezegd – het volgende verklaard: niet hijzelf heeft zijn dochter zwanger gemaakt, maar zijn echtgenote heeft zijn dochter zwanger gemaakt door het sperma van verdachte op te vangen met een doekje en dat bij zijn dochter in te brengen.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte volstrekt niet aannemelijk. Verdachte is op 5 en op 10 november 2017 gehoord door de politie. Ten tijde van dat tweede verhoor was bij de politie bekend dat [slachtoffer 1] zwanger was (geweest). Destijds heeft verdachte enkel ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan seksueel misbruik en heeft hij verklaard niet te weten hoe het kan dat [slachtoffer 1] zwanger was. Pas op 27 maart 2018 heeft verdachte verklaard hoe [slachtoffer 1] volgens hem zwanger is geworden. Dat zou verdachtes vrouw hebben gedaan door het opvangen van verdachtes sperma op een doekje en dat met een prik in te brengen bij [slachtoffer 1] . Deze verklaring van verdachte, zoals hij die ook ter zitting van 19 september 2018 herhaalde, vindt echter geen enkele steun in de rest van het dossier. Noch in de verklaringen van verdachtes vrouw, noch in de verklaring van [slachtoffer 1] vindt de rechtbank aanknopingspunten ter ondersteuning van verdachtes alternatieve scenario. Integendeel, [slachtoffer 1] verklaarde dat zij wel degelijk door verdachte zwanger is geraakt, omdat niemand anders haar heeft aangeraakt. Andere aanknopingspunten voor het scenario van verdachte vindt de rechtbank ook niet terug in de overige feiten en omstandigheden zoals die uit het dossier blijken of ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Aldus is de rechtbank van oordeel dat dit alternatieve scenario van verdachte als onaannemelijk terzijde moet worden geschoven.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

1.primair: in de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 in Nederland, meermalen met zijn, verdachtes, kind, [slachtoffer 1] (geboren op 1 januari 2004), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte meermalen:

  • -

    de kleding van voornoemde [slachtoffer 1] uitgetrokken en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] op de mond gezoend en/of

  • -

    in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] een pornografische film getoond/gekeken en/of

  • -

    zijn (naakte) penis tegen de vagina, van die [slachtoffer 1] geduwd/gewreven en/of

  • -

    zijn (naakte) penis in de vagina van genoemde [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of

  • -

    zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of

  • -

    zijn penis in de mond van genoemde [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht;

3. in de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 in de gemeente Beesel, meermalen zijn echtgenote [slachtoffer 4] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 4] tegen het lichaam te slaan en te trappen en schoppen en eenmaal bij de keel vast te pakken;

4. op 2 november 2017 in de gemeente Beesel eenmaal zijn kind [slachtoffer 3] (geboren op 1 januari 2007) heeft mishandeld, door die [slachtoffer 3] te slaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

1. met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

3. mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot, meermalen gepleegd;

4. mishandeling, begaan tegen zijn kind.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De psychiater [naam psychiater] en de psycholoog drs. [naam psycholoog] hebben over de geestvermogens van verdachte op 1 juni 2018 respectievelijk 26 juni 2018 rapporten uitgebracht.

Uit beide rapportages blijkt – kort gezegd – dat de deskundigen geen aanwijzingen hebben kunnen constateren om van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens te spreken, die eventueel in de weg zouden staan aan de strafbaarheid van verdachte. Daarbij is echter ook door beide deskundigen opgemerkt dat het onderzoek vanwege de taalbarrière, het gebrek aan objectieve informatie, het ontbreken van testpsychologisch onderzoek en de ontkennende houding van verdachte beperkt van omvang is geweest.

De rechtbank komt op basis van de in die rapporten opgenomen bevindingen en adviezen dan ook niet tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

Verdachte is aldus strafbaar, omdat – ook voor het overige – geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geen verweer gevoerd omtrent de strafmaat, gezien de onderbouwing die de officier van justitie heeft gegeven met betrekking tot zijn strafeis. De raadsman heeft enkel aangegeven dat verdachte zijns inziens hulp nodig heeft.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft over een periode van ruim zes maanden zijn dertienjarige dochter meerdere malen seksueel misbruikt. Als gevolg van dit misbruik is zijn dochter zwanger geraakt en heeft zij een abortus ondergaan. Verdachte heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en waardigheid van het slachtoffer. Verdachte heeft de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens boven de belangen van het slachtoffer gesteld. Op deze manier heeft hij de seksuele ontwikkeling van het minderjarige slachtoffer doorkruist, terwijl een minderjarige ongestoord hoort te kunnen groeien tot volwassenheid, zeker ook op seksueel vlak.

Verdachte heeft daarmee ook het in hem als vader en opvoeder gestelde vertrouwen geschaad. Verdachte is ernstig tekort geschoten in zijn verplichting juist geborgenheid en veiligheid te bieden aan het slachtoffer. Als het slachtoffer met iemand over het seksueel misbruik zou praten, dan zou zij worden afgeslacht, zo werd haar verteld door verdachte. Dit moet een hele angstige en eenzame tijd voor het slachtoffer zijn geweest.

Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke delicten nog langdurig nadelige, psychische gevolgen daarvan (kunnen) ondervinden. Dat is in de onderhavige zaak niet anders. Op dit moment kan het slachtoffer nog niet terug naar huis, omdat zij een behandeling ondergaat om haar traumatische ervaringen (waaronder de abortus) te verwerken.

Naast het seksuele misbruik van zijn dochter, heeft verdachte zijn echtgenote over een langere periode meermalen mishandeld en ook heeft verdachte zijn tienjarige zoon geslagen. Het hele gezin is door de handelingen van verdachte ontwricht.

Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank in beginsel niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van lange duur met zich brengt ter vergelding en beveiliging van de maatschappij. De rechtbank heeft geconstateerd dat in soortgelijke zaken gevangenisstraffen van minimaal vijf à zes jaren plegen te worden opgelegd.

De rechtbank ziet geen aanleiding om daar van af te wijken. Niet is gebleken van omstandigheden die tot matiging behoren te leiden. Zoals hiervoor onder 5 weergegeven is verdachte psychologisch en psychiatrisch onderzocht. Daarbij is niet gebleken van eventuele verminderde toerekeningsvatbaarheid. Kennelijk is het dan ook een doordachte keuze van verdachte geweest om te handelen zoals hij heeft gedaan. Weliswaar is verdachte blijkens zijn strafblad d.d. 30 augustus 2018 in Nederland niet eerder veroordeeld wegens strafbare feiten, maar dat weegt in dit geval niet op tegen de ernst van de onderhavige feiten. Wel neemt de rechtbank het verdachte kwalijk dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn uiterst verwerpelijke gedrag, met name naar zijn dochter [slachtoffer 1] . Ook dat zal de verwerking van de gebeurtenissen bij de familie niet bespoedigen.

Concluderend acht de rechtbank een gevangenisstraf van zes jaren gerechtvaardigd. Daartoe zal de rechtbank verdachte dan ook veroordelen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 245, 248, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 2 en 5 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart de onder 1 primair, 3 en 4 tenlastegelegde feiten bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 primair, 3 en 4 tot een gevangenisstraf van 6 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.K. Kleine, voorzitter, mr. L. Feuth en

mr. G.L.A.M. van Doveren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten en

mr. A.F. Stuurman, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 oktober 2018.

Buiten staat

Mr. G.L.A.M. van Doveren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met zijn, verdachtes, kind, [slachtoffer 1] (geboren op 1 januari 2004), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal

  • -

    de kleding van voornoemde [slachtoffer 1] uitgetrokken en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] op de mond gezoend en/of

  • -

    aan/in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] een pornografische film getoond en/of gekeken en/of

  • -

    zijn, verdachtes, (naakte) penis tegen de vagina, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] geduwd/gewreven en/of

  • -

    zijn, verdachtes, (naakte) penis in de vagina van genoemde [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of

  • -

    zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of

  • -

    zijn, verdachtes, penis in de mond van genoemde [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met zijn, verdachtes, kind, [slachtoffer 1] (geboren op 1 januari 2004), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal,

  • -

    de kleding van voornoemde [slachtoffer 1] heeft uitgetrokken en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] op de mond heeft gezoend en/of

  • -

    aan/in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] een pornografische film heeft getoond en/of gekeken en/of

  • -

    zijn, verdachtes, (naakte) penis tegen de vagina, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gewreven;

- zijn, verdachtes, penis in de mond van genoemde [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht;

2.hij in of omstreeks de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met zijn, verdachtes, kind, [slachtoffer 2] (geboren op 5 juni 2011), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte,

  • -

    op die [slachtoffer 2] is gaan liggen, terwijl zij in bed lag en/of

  • -

    met zijn, verdachtes, lichaam en/of benen (wrijvende) bewegingen heeft gemaakt, terwijl hij op deze [slachtoffer 2] lag;

3.hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zijn echtgenote, [slachtoffer 4] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] (met een stok, in elk geval met een hard voorwerp) tegen het lichaam te slaan en/of te trappen en/of te schoppen en/of die [slachtoffer 4] bij de keel vast te pakken;

4.hij in of omstreeks de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zijn kind, [slachtoffer 3] (geboren op 1 januari 2007) heeft mishandeld, door die [slachtoffer 3] te slaan;

5.hij in of omstreeks de periode van 20 april 2017 tot en met 2 november 2017 in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zijn kind, [slachtoffer 2] (geboren op 5 juni 2011) heeft mishandeld, door die [slachtoffer 2] te slaan.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, dienst regionale recherche, team zeden, proces-verbaalnummer 2017176666 en 2017176432, gesloten d.d. 9 januari 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 168.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 november 2017, pg. 83-84.

3 Proces-verbaal van aangifte d.d. 2 november 2017, pg. 85-86.

4 Proces-verbaal van aangifte d.d. 8 november 2017, pg. 103-113.

5 Proces-verbaal van bevindingen studioverhoor [slachtoffer 1] d.d. 14 november 2017, pg. 122-131.

6 Proces-verbaal van bevindingen studioverhoor [slachtoffer 2] d.d. 14 november 2017, pg. 135-141.

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 december 2017, pg 157-163.

8 Een geschrift, te weten: “Rapport, DNA-verwantschapsonderzoek naar aanleiding van aangifte van een zedenmisdrijf op 3 november 2017” d.d. 27 november 2017, pg. 148-151.