Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:9147

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-09-2018
Datum publicatie
28-09-2018
Zaaknummer
04 6951731 CV 18-3433
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering uit hoofde van een telefonisch tot stand gekomen overeenkomst met betrekking tot het leveren van een domeinnaam. Gedaagde betwist primair dat een vordering tot stand is gekomen. Dit verweer wordt gepasseerd. Subsidiair voert gedaagde aan dat er sprake is van bedrog en/of dwaling. De kantonrechter verweegt dat het algemeen bekend is dat er veel fraude wordt gepleegd bij telefonisch acquisitie. Er is echter geen sprake van bedrog omdat niet vast staat dat eiseres onjuiste mededelingen heeft gedaan. De vordering wordt echter toch afgewezen, bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing. Eiseres heeft immers niet een transcriptie van het gehele gesprek overgelegd, maar alleen van dat deel van het gesprek waarin de overeenkomst is gesloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/571
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6951731 \ CV EXPL 18-3433

Vonnis van de kantonrechter van 26 september 2018

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRADEMARK OFFICE B.V.,

gevestigd te Groningen,

eisende partij,

gemachtigde NORRAD Incasso B.V.,

tegen:

1 de vennootschap onder firma [bedrijfsnaam gedaagde partij sub 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij sub 1] ,

2. [gedaagde partij sub 2],
wonend [adres gedaagde partijen sub 2 en 3] ,
[woonplaats gedaagde partijen sub 2 en 3] ,

3. [gedaagde partij sub 3],
wonend [adres gedaagde partijen sub 2 en 3] ,
[woonplaats gedaagde partijen sub 2 en 3] ,

gedaagde partij,

gemachtigde Nederlands Incasso & Advies Bureau B.V..

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op of omstreeks 15 november 2017 dan wel 17 januari 2018 is gedaagde partij telefonisch benaderd door eisende partij. Daarbij is gesproken over het sluiten van een overeenkomst betreffende het leveren van een TLD Domeinnaam. Van het telefoongesprek, althans het gedeelte waarbij de overeenkomst is besproken, is een korte bandopname gemaakt. Een transcriptie daarvan is als productie 1 bij dagvaarding overgelegd.

2.2.

Bij factuur van 18 januari 2018 is een bedrag van € 359,98, inclusief btw, in rekening gebracht. Deze factuur is niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 420,13, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Eisende partij vordert betaling van een bedrag van € 420,13 (€ 359,98 aan hoofdsom, € 54,00 aan incassokosten en € 6,15 aan rente.) Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot de levering van een TLD Domeinnaam. Deze domeinnaam is ook geleverd en ter zake is bij factuur van 18 januari 2018 een bedrag van € 359,98 in rekening gebracht.

Eisende partij betwist dat zij de door gedaagde partij gestelde uitlatingen heeft gedaan. Zij stelt verder dat zij gedaagde partij een redelijke termijn heeft gegeven waarbinnen gedaagde partij over het aanbod kon nadenken.

4.2.

Gedaagde partij betwist primair dat een overeenkomst tot stand is gekomen, terwijl zij zich subsidiair op het standpunt stelt dat er sprake is van bedrog en/of dwaling. Daartoe stelt zij dat zij op of omstreeks 17 januari 2018 binnen 1 uur tot driemaal toe telefonisch is benaderd door eisende partij. Eisende partij gaf aan dat een concurrent met eenzelfde naam als gedaagde partij een domeinnaam wilde registeren en zij drong erop aan dat gedaagde partij gebruik moest maken van het eerste registratierecht.

Na afloop van het telefoongesprek heeft gedaagde partij informatie ingewonnen over eisende partij en toen bleek dat eisende partij nergens geregistreerd staat als een (erkend) onafhankelijk toezichthouder, dat er geen ‘eerste registratierecht’ bestaat en dat er geen concurrent met eenzelfde naam bestaat. Verder is gebleken dat eisende partij dezelfde malafide werkwijze hanteert bij andere bedrijven. Ter onderbouwing heeft gedaagde partij als productie 1 bij conclusie van dupliek informatie van derden op internet overgelegd en als productie 2 een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.

Verder geeft gedaagde partij aan dat de overgelegde transcriptie niet volledig is.

4.3.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Hoewel gedaagde partij aangeeft dat de transcriptie niet volledig is, heeft zij niet betwist dat zij akkoord is gegaan met de vastlegging van een domeinnaam, zoals vermeld in het transcriptieoverzicht. Hiermee staat vast dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, zodat het primair gevoerde verweer geen doel treft.

4.4.

Met betrekking tot de gestelde bedrog c.q. dwaling overweegt de kantonrechter als volgt. Zoals de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant ook al in zijn uitspraak (productie 1 bij conclusie van dupliek) heeft overwogen, is het algemeen bekend dat er veel fraude in het kader van telefonische acquisitie plaatsvindt. Ondernemers worden telefonisch benaderd, waarbij onjuiste mededelingen worden gedaan om hen vervolgens een aanbod te doen om een overeenkomst te sluiten. Er wordt dan slechts een bandopname gemaakt van het akkoord gaan met het aanbod.

4.5.

De kantonrechter van de rechtbank in Oost-Brabant heeft vervolgens geoordeeld dat er sprake is van bedrog. Echter, in deze zaak ligt de casus enigszins anders. In deze zaak staat immers niet (onweersproken) vast dat onjuiste mededelingen zijn gedaan en dat een ‘verkooptruc’ heeft plaatsgevonden. Eisende partij heeft immers betwist de door gedaagde partij gestelde mededelingen te hebben gedaan. Echter, gelet op het verweer van gedaagde partij had het op de weg van eisende partij gelegen om de geluidsopname te verstrekken, zodat de kantonechter maar ook gedaagde partij zich had kunnen vergewissen van de inhoud van het gesprek. Eisende partij heeft weliswaar aangeboden om deze geluidsopname alsnog in het geding te brengen, maar de kantonrechter acht dit een gepasseerd station.

Dit brengt met zich dat de vordering van eisende partij bij gebrek aan voldoende onderbouwing wordt afgewezen, mede gelet op de eisen in artikel 21 Rv.

4.6.

Eisende partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op € 120,00 als salaris voor de gemachtigde.

4.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op € 120,00,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: KSF