Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8811

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-09-2018
Datum publicatie
28-09-2018
Zaaknummer
6784006 \ CV EXPL 18-1934
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen sluiten een (bemiddelings)overeenkomst voor de verkoop van (zakelijk) onroerend goed. Door de bemiddeling wordt een verkoopovereenkomst geslopen, die later door intreding van een ontbindende voorwaarde wordt ontbonden. Is verkoper, ondanks dat de verkoopovereenkomst is ontbonden, toch de succesfee verschuldigd? Ja, verkoper heeft de (bemiddelings)overeenkomst niet opgezegd/ontbonden en heeft de bemiddelaar evenmin in gebreke gesteld. Door het onroerend goed zelf aan een derde te verkopen heeft zij de bemiddelaar gehinderd in de uitvoering van zijn taken, op grond waarvan verkoper de succesfee over de uiteindelijke daadwerkelijk ontvangen koopsom aan de bemiddelaar verschuldigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6784006 \ CV EXPL 18-1934

Vonnis van de kantonrechter van 19 september 2018

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CONATUM TASSOS BEDRIJFSADVIES B.V.,

gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. N. Kloth,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] , gemeente [naam gemeente ] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr.drs. M.W.M. Pennings.

Partijen worden hierna ook – beide in vrouwelijk enkelvoud – “Conatum” en “ [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ” genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 maart 2018 met 7 producties;

- de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie met 7

producties;

- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte van wijziging eis in

conventie met 3 producties;

- een brief van 14 augustus 2018 van gedaagde met de producties 8 t/m 13.

- de op 21 augustus 2018 gehouden comparitie van partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Zowel in conventie als in (voorwaardelijke) reconventie

2.1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen, als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist, vaststaan.

2.2.

Conatum Bedrijfsadvies BV is een besloten vennootschap die in het Handelsregister is ingeschreven onder het nummer 14068374.

2.3.

Tussen Conatum Bedrijfsadvies BV en [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is op 20 juni 2014 een overeenkomst gesloten (hierna: de bemiddelingsovereenkomst) op basis waarvan Conatum Bedrijfsadvies BV tot 1 februari 2015 [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zou begeleiden bij de verkoop van het onroerend goed te [plaatsnaam] , kadastraal bekend als gemeente [naam gemeente ] , sectie [letter sectie] , nummer [nummer] (hierna: het onroerend goed). Na 1 februari 2015 hebben partijen de bemiddelingsovereenkomst stilzwijgend verlengd voor onbepaalde tijd. In de bemiddelingsovereenkomst is, voor zover van belang, bepaald:

“Onze beloning bestaat enkel uit een succesfee. Deze succesfee wordt gerelateerd aan de te ontvangen overnamesom bij het daadwerkelijk tot stand komen van een verkooptransactie en zal enkel in rekening worden gebracht als de verkooptransactie tot stand gekomen is door bemiddeling van Conatum Bedrijfsadvies B.V.. Onder overnamesom wordt verstaan: het bedrag dat de koper en verkoper als zodanig overeenkomen voor overdracht van het onroerend goed. (…) De succesfee bedraagt 5% met een minimum van € 7.500,-.

(…)

Op alle diensten van CONATUM Bedrijfsadvies B.V. zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing, welke zijn bijgevoegd bij dit voorstel. Door ondertekening van dit voorstel verklaart u tevens deze algemene voorwaarden te hebben ontvangen.”

2.4.

In de door Conatum in de procedure overgelegde algemene voorwaarden staat onder meer:

Artikel 6: TUSSENTIJDS BEËINDIGEN VAN DE OVEREENKOMST

(…)

2. Opdrachtgever is eveneens het met Conatum Bedrijfsadvies B.V. overeengekomen honorarium verschuldigd, indien het beoogde resultaat weliswaar tot stand komt na beëindiging van de tussen Conatum Bedrijfsadvies B.V. en opdrachtgever gesloten overeenkomst, doch deze beëindiging het gevolg is van activiteiten van opdrachtgever die Conatum Bedrijfsadvies B.V. bij het vervullen van haar opdracht hebben belemmerd of haar werkzaamheden hebben doorkruist c.q. de exclusiviteit van de betrokken opdracht hebben aangetast, dan wel wanneer de totstandkoming van het beoogde resultaat verband houdt met de door Conatum Bedrijfsadvies B.V. verstrekte diensten gedurende de overeenkomst. Dit verband wordt behoudens tegenbewijs verondersteld aanwezig te zijn, indien het resultaat tot stand komt binnen 9 maanden na het einde van de overeenkomst tussen Conatum Bedrijfsadvies B.V. en opdrachtgever.”

2.5.

Omstreeks 7 oktober 2015 zijn Conatum Bedrijfsadvies BV en [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ter aanvulling van de bemiddelingsovereenkomst overeengekomen dat Conatum Bedrijfsadvies BV vanaf dat moment voor de werkzaamheden maandelijks een uurtarief van € 150,- exclusief BTW in rekening zal brengen, die zij in geval van verkoop van het onroerend goed zal crediteren. Onder deze afspraak zijn de in 2015 – 2016 gestuurde facturen van in totaal € 4.385,07 inclusief BTW voldaan. De facturen van januari 2017 tot en met juni 2017, die zien op de gewerkte uren in de periode december 2016 tot en met mei 2017 en een waarde van € 2.726,14 inclusief BTW vertegenwoordigen, zijn onbetaald gebleven.

2.6.

In februari 2017 is door bemiddeling van Conatum Bedrijfsadvies BV tussen [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] en Wian Beheer Susteren BV (hierna: “Wian”) een koopovereenkomst tot stand gekomen, op basis waarvan het onroerend goed is verkocht voor € 250.000,00, te vermeerderen met BTW. In de koopovereenkomst is in de artikelen 4 en 7 een ontbindende voorwaarde opgenomen in verband met eventuele bodemverontreiniging en asbest. Uit onderzoeken bleek dat van verontreiniging in de zin van de artikelen sprake was, waarna Wian de koopovereenkomst heeft ontbonden.

2.7.

Omstreeks mei 2017 heeft [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zonder tussenkomst van Conatum Bedrijfsadvies BV het onroerend goed verkocht aan een derde voor € 225.000,00, te vermeerderen met BTW.

2.8.

Bij brief van 3 juli 2017 heeft Conatum Bedrijfsadvies BV [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] bericht, voor zover relevant:

“Door uw handelswijze heeft u ons mede schade toegebracht, daar wij er van overtuigd zijn dat deze potentiele koper [Wian, de kantonrechter] bereid was meer te betalen dan het uiteindelijke bedrag van € 225.000,- waarvoor u het onroerend goed aan een derde heeft verkocht. Dit moge ook blijken uit het feit dat hij al een aanzienlijk hoger bedrag aan de huidige eigenaar heeft geboden teneinde het onroerend goed te kunnen verwerven.”

2.9.

Bij Whats-App bericht van 28 juni 2017 heeft de heer [X] van Conatum Bedrijfsadvies BV aan [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] , voor zover relevant, het volgende bericht:

“Jammer [B] dat je niet de moeite hebt genomen en mijn advies hebt opgevolgd om toch nog met de heer [Y] en [Z] rond de tafel te gaan zitten. Ik heb je toen medegedeeld dat er onderhandelingsruimte was omdat de heer [Y] heel graag wilde overgaan tot koop. Vandaag vernomen dat hij bereid is een bod uit te brengen aan de heren [A] van 300.000 om te komen tot koop. (…)”

2.10.

Op 26 september 2017 heeft er ten overstaan van een notaris een statutenwijziging plaatsgevonden, waarbij de naam van Conatum Bedrijfsadvies BV, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 14068374, is gewijzigd in Conatum Tassos Bedrijfsadvies BV.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

Conatum vordert in conventie, na vermeerdering van eis, kort samengevat, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Primair: betaling van € 10.738,75;

II. Subsidiair: betaling van € 9.227,43;

III. Meer subsidiair: betaling van € 2.726,14,

In alle gevallen te betalen binnen twee dagen na betekening van het vonnis en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 22 februari 2018, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening.

Tevens vordert Conatum veroordeling in de buitengerechtelijke kosten tot € 882,38 en de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover.

3.2.

Aan de vordering legt Conatum primair nakoming van de bemiddelingsovereenkomst ten grondslag. Uit de bemiddelingsovereenkomst vloeit aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] de verplichting voort om de succesfee van 5% over de overnamesom te betalen zodra een koopovereenkomst door bemiddeling van Conatum is tot stand gekomen, ongeacht of daar vervolgens uitvoering aan wordt gegeven. Dit betekent dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] 5% over € 250.000,00, te vermeerderen met omzetbelasting, is verschuldigd. Hierop dienen de reeds gefactureerde uren van € 4.385,07 inclusief BTW in mindering te worden gebracht, waardoor een bedrag van € 10.738,75 inclusief BTW resteert. Subsidiair stelt Conatum dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] haar bij het vervullen van haar opdracht heeft belemmerd en haar werkzaamheden heeft doorkruist, op basis waarvan haar op grond van artikel 6 lid 2 van de algemene voorwaarden een succesfee van 5% over € 225.000,00, te vermeerderen met omzetbelasting, toekomt. Meer subsidiair gaat Conatum uit van de situatie dat de bemiddelingsovereenkomst is opgezegd door [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] en maakt zij aanspraak op alle door haar verrichtte uren ter waarde van € 150,- exclusief BTW per uur, waarvan een bedrag van € 2.726,14 onbetaald is gebleven.

3.3.

De conclusie van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] strekt tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van de vordering in conventie met een veroordeling van Conatum in de proceskosten. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] meent dat zij niet met Conatum, maar met Conatum Bedrijfsadvies BV – een andere entiteit – de bemiddelingsovereenkomst is aangegaan. Zij verwijst daarbij naar een uittreksel uit het Handelsregister van de commanditaire vennootschap [bedrijfsnaam] C.V., ingeschreven in het Handelsregister onder 17086865, die tevens handelt onder de naam “Conatum Bedrijfsadvies”. Mocht dit anders zijn, dan is de succesfee niet verschuldigd, omdat van een succesvolle verkooptransactie geen sprake is: de koopovereenkomst met Wian is immers ontbonden, in welk geval geen succesfee is verschuldigd. Ten aanzien van het subsidiaire en meer subsidiaire standpunt verweert [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zich allereerst met de stelling dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn en ook niet ter hand zijn gesteld. Voor zover dit anders zou zijn, geldt dat het bepaalde in artikel 6 lid 2 van de algemene voorwaarden toepassing mist, omdat het niet aan [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] , maar aan Conatum zelf ligt dat er geen werkzaamheden meer zijn verricht. Conatum liet niets meer van zich horen, waarna [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zelf het onroerend goed heeft verkocht. Daar was haast bij geboden, omdat de bank met executiemaatregelen dreigde. Tot slot zijn de facturen die onbetaald zijn gebleven, tot april 2017 inderdaad verschuldigd. Daarna is er sprake geweest van wanprestatie aan de zijde van Conatum, waardoor [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] niet tot betaling van die facturen is gehouden.

In (voorwaardelijke) reconventie

3.4.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] vordert voorwaardelijk, namelijk in het geval dat zij in conventie tot betaling wordt veroordeeld, Conatum te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 75.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, althans een door de kantonrechter te bepalen datum, met veroordeling van Conatum in de proceskosten en de nakosten.

3.5.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] legt aan deze vordering ten grondslag dat Conatum is tekortgeschoten in de uitvoering van de bemiddelingsovereenkomst, nu zij nadien heeft laten weten dat de oorspronkelijke koper bereid was een bod te doen van € 300.000,00 en dit bod nadien kennelijk ook aan de opvolgend eigenaren heeft gedaan. Conatum had het onroerend goed dus voor een veel hoger bedrag kunnen verkopen, maar heeft dit niet meegedeeld aan [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] . Conatum heeft hierdoor informatie achtergehouden en haar werk niet goed gedaan, reden waarom zij aansprakelijk is voor het verschil tussen het bedrag waarvoor het onroerend goed is verkocht (€ 225.000,00) en waarvoor het had kunnen worden verkocht (€ 300.000,00), wat neerkomt op een schadebedrag van € 75.000,00.

3.6.

De conclusie van Conatum strekt tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van de vordering in reconventie met een veroordeling van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten, inclusief salaris en verschotten van de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de 15e dag vanaf het vonnis, wanneer [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] niet vrijwillig aan de onderhavige veroordeling voldoet. Conatum wist dat Wian het onroerend goed graag wilde hebben, daarom is zij ook blijven aansturen op nieuwe onderhandelingen met Wian, maar zij betwist dat zij wist dat Wian bereid was een bod van € 300.000,00 te doen. Dat lag gelet op de eerdere koopovereenkomst ook niet voor de hand. Voorts is het [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] die haar advies om met Wian te blijven onderhandelen in de wind heeft geslagen, reden waarom haar in dit verband geen enkel verwijt kan worden gemaakt.

4 De beoordeling

In conventie

Contractspartij Conatum

4.1.

De kantonrechter stelt vast dat uit de feiten volgt dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] heeft gecontracteerd met Conatum Bedrijfsadvies BV met kvk-nummer 14068374. Op 26 september 2017 heeft diezelfde Conatum Bedrijfsadvies BV haar naam bij notariële akte gewijzigd in Contatum Tassos Bedrijfsadvies B.V., zijnde eiseres. Daarmee is eiseres de juiste partij die [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in rechte heeft betrokken. De stelling van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] dat zij niet met Conatum heeft gecontracteerd, maar met de commanditaire vennootschap [bedrijfsnaam] C.V. zou impliceren dat er nadien een contractsoverneming heeft moeten plaatsvinden, wat niet aannemelijk is en wat zij ook niet heeft gesteld en onderbouwd. De kantonrechter verwerpt aldus het verweer.

Vergoeding op basis van de overeengekomen succesfee?

4.2.

Tussen partijen staat vast dat de bemiddeling van Conatum heeft geleid tot de totstandkoming van een koopovereenkomst, waaraan geen uitvoering is gegeven. Tussen partijen bestaat echter discussie over hoe de overeengekomen succesfee dient te worden uitgelegd: is deze verschuldigd wanneer het resultaat van de bemiddelingsovereenkomst is dat door bemiddeling van Conatum een koopovereenkomst is tot stand gekomen – zoals Conatum stelt –, of is de succesfee verschuldigd wanneer het resultaat van de bemiddelingsovereenkomst is dat door bemiddeling van Conatum het onroerend goed is verkocht én geleverd – zoals [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] stelt?

4.3.

Bij de beantwoording van de vraag wanneer de succesfee is verschuldigd geldt als uitgangspunt dat het niet alleen gaat om een zuiver taalkundige uitleg van de contractsbepalingen, maar aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.4.

De kantonrechter stelt voorop dat de tekst van de bemiddelingsovereenkomst niet geheel duidelijk is. De succesfee is immers gerelateerd aan “de te ontvangen overnamesom bij het daadwerkelijk tot stand komen van een verkooptransactie”, hetgeen ruimte biedt voor zowel de uitleg dat de succesfee direct bij de totstandkoming van een koopovereenkomst verschuldigd is, als voor de uitleg dat dit pas het geval is wanneer levering heeft plaatsgevonden en de overnamesom ontvangen is. Het feit dat Conatum heeft gesteld dat beide partijen ervan uitgingen dat de succesfee door de notaris bij de levering uitbetaald zou worden, is echter een eerste aanwijzing dat de tekst zo uitgelegd moet worden dat de succesfee eerst pas na levering verschuldigd is. Een tweede aanwijzing biedt de omstandigheid dat Conatum ook na de eerste koopovereenkomst en de ontbinding daarvan – waardoor de opdracht in haar optiek door het tot stand komen van een koopovereenkomst ten einde was – voor [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] nog werkzaamheden is blijven verrichten. Weliswaar heeft zij daarvan ter terechtzitting gezegd dat zij dit uit nazorg deed, maar dit rijmt niet met de brieven die Conatum nadien stuurde waarin zij duidelijk aangaf nog belang te hebben bij een nieuwe verkoop tegen een hogere prijs, omdat dit tot een hogere succesfee zou leiden. Een derde aanwijzing bestaat uit de verklaring van Conatum ter gelegenheid van de comparitie van partijen, dat de succesfee slechts eenmaal verschuldigd zou zijn, ook al zou zij drie koopovereenkomsten met ontbindende voorwaarden tot stand brengen die op hun beurt allemaal zouden worden ontbonden. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter niet logisch als de succesfee verbonden zou zijn aan het enkel tot stand brengen van een koopovereenkomst. De uitleg van Conatum volgende zou er dan immers recht hebben moeten bestaan op drie keer de succesfee. De kantonrechter leidt uit het voorgaande af, dat zowel Conatum als [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] er van meet af aan van zijn uitgegaan dat de bemiddelingsovereenkomst aan de zijde van Conatum inhield dat zij bemiddelde teneinde te bewerkstelligen dat het onroerend goed in eigendom zou worden overgedragen, waarna het beoogde succes zou zijn behaald en waarna de succesfee is verschuldigd. Dit is wat zij over en weer van elkaar hebben verwacht en dit is zoals de kantonrechter de bemiddelingsovereenkomst uitlegt. De kantonrechter sluit daarbij dus aan bij de uitleg die [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] aan de bemiddelingsovereenkomst geeft.

4.5.

Nu vaststaat dat de bemiddelingswerkzaamheden van Conatum niet hebben geleid tot verkoop én levering van het onroerend goed, betekent dit dat de primaire vordering tot nakoming zal worden afgewezen.

Vergoeding op grond artikel 6 lid 2 van de algemene voorwaarden

4.6.

De volgende vraag die de kantonrechter dient te beantwoorden is of [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] een honorarium van 5% over de daadwerkelijke verkoopprijs is verschuldigd op basis van artikel 6 lid 2 van de algemene voorwaarden. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] heeft in dat verband bij wijze van meest verstrekkend verweer betwist dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Ze heeft daartoe aangevoerd dat ze niet weet of de in de procedure overgelegde algemene voorwaarden dezelfde zijn als de algemene voorwaarden waar in de bemiddelingsovereenkomst naar wordt verwezen.

4.7.

De kantonrechter constateert dat in de bemiddelingsovereenkomst is bepaald dat op alle diensten van Conatum ‘de Algemene Voorwaarden’ van toepassing zijn. Hoewel de algemene voorwaarden niet duidelijk voorzien zijn van een kenmerk, is de enkele door [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] opgeworpen hypothese dat er wellicht meerdere sets in omloop zijn en de overgelegde set niet de juiste is, een onvoldoende betwisting van de stelling dat de overgelegde set de algemene voorwaarden zijn die ook van toepassing zijn verklaard. Er is geen enkele aanwijzing dat er daarnaast nog (een) andere set(s) in omloop zou(den) zijn. De kantonrechter verwerpt het verweer.

4.8.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] heeft voorts betwist dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. De kantonrechter passeert ook dit verweer gelet op het feit dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] wel voor ontvangst heeft getekend, hetgeen op basis van artikel 157, eerste lid, dwingend bewijs oplevert. Weliswaar staat daar tegenbewijs tegen open, maar nu [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] aan haar stelling niet het daaraan gekoppelde rechtsgevolg van vernietiging heeft verbonden, ziet de kantonrechter geen aanleiding om [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in dit tegenbewijs toe te laten. De kantonrechter komt derhalve tot de slotsom dat de algemene voorwaarden gelding hebben.

4.9.

Ingevolge artikel 6 lid 2 van de algemene voorwaarden is de opdrachtgever bij tussentijdse beëindiging van de bemiddelingsovereenkomst het overeengekomen honorarium verschuldigd, indien het beoogde resultaat weliswaar tot stand is gekomen na beëindiging van de bemiddelingsovereenkomst en deze beëindiging het gevolg is van activiteiten van de opdrachtgever die (i) Conatum bij het vervullen van haar opdracht hebben belemmerd of (ii) haar werkzaamheden hebben doorkruist c.q. (iii) de exclusiviteit van de betrokken opdracht hebben aangetast, dan wel (iv) wanneer de totstandkoming van het beoogde resultaat verband houdt met de door Conatum verstrekte diensten gedurende de bemiddelingsovereenkomst.

4.10.

Conatum verwijt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] dat ze het onroerend goed zonder tussenkomst van Conatum aan een derde heeft verkocht. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] heeft hierdoor belemmerd dat Conatum haar werkzaamheden kon uitoefenen, aldus Conatum. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zonder tussenkomst van Conatum het onroerend goed aan een derde heeft verkocht. Naar [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zelf heeft gesteld, was de bemiddelingsovereenkomst op dat moment niet ontbonden, noch opgezegd. Evenmin had [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] op dat moment Conatum in gebreke gesteld met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden. Dit betekent dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in strijd met de nog lopende bemiddelingsovereenkomst het onroerend goed niet via bemiddeling door Conatum heeft verkocht. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] heeft daarmee tevens gehandeld in strijd met artikel 9 van de algemene voorwaarden waarin volledige exclusiviteit voor Conatum was vastgelegd en zij heeft het voor Conatum onmogelijk gemaakt haar opdracht uit te voeren. Dit levert een situatie op waarop naar het oordeel van de kantonrechter artikel 6 lid 2 van de algemene voorwaarden van toepassing is. In dat geval is ingevolge het artikel “eveneens” het met Conatum “overeengekomen honorarium” verschuldigd. Volgens Conatum betekent dit dat zij recht heeft op 5% van de feitelijke verkoopprijs ad € 225.000,- te vermeerderen met BTW, minus de reeds gefactureerde uren, welke uitleg niet door [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is betwist en ook de kantonrechter niet onjuist voorkomt. Het voorgaande betekent dat een bedrag van € 13.612,50 (5% van € 225.000,- + 21% daarover) minus € 4.385,07 = € 9.227,43 inclusief BTW dient te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, vanaf 22 februari 2018 tot de dag der algehele voldoening. De termijn van betaling zal op 14 dagen na betekening van het vonnis worden gesteld.

Buitengerechtelijke kosten en overige kosten

4.11.

Conatum vordert voorts buitengerechtelijke kosten tot een bedrag van € 882,38. De kantonrechter stelt vast dat Conatum voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 836,37.

In (voorwaardelijke) reconventie

4.12.

Gelet op het feit dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in conventie tot betaling zal worden veroordeeld, zal de kantonrechter zich ook over de reconventie moeten uitlaten.

4.13.

De vraag die beantwoord moet worden is of Conatum is tekortgeschoten in de uitvoering van de bemiddelingsovereenkomst, gelet op de omstandigheid dat achteraf is gebleken dat Wian het onroerend goed ook voor € 300.000,00 had willen kopen, in plaats van de bedragen waar aanvankelijk over onderhandeld was en in plaats van het bedrag waarvoor het onroerend goed uiteindelijk is verkocht en geleverd. De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend. Conatum had onder de bemiddelingsovereenkomst een inspanningsverplichting om het onroerend goed voor het hoogst mogelijke bedrag te verkopen. Indien vast zou staan dat Wian gaandeweg de onderhandeling had prijs gegeven dat zij het onroerend goed voor € 300.000,00 wilde kopen en Conatum het desondanks voor € 250.000,00 of zelfs lager had verkocht, schoot zij onder die inspanningsverplichting tekort. Deze situatie doet zich echter niet voor, aangezien uit niets volgt dat Wian haar mededeling ook reeds eerder aan Conatum kenbaar had gemaakt. Het betoog faalt derhalve, reden waarom de reconventionele vordering zal worden afgewezen.

In conventie en reconventie

4.14.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zal zowel in conventie als in reconventie, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Nu conventie en reconventie samenhangend is, worden de kosten aan de zijde van Conatum begroot op:

- dagvaarding € 85,44

- griffierecht € 476,00

- salaris gemachtigde in conventie: € 500,00

- salaris gemachtigde in reconventie: € 250,00

totaal € 1.311,44

4.15.

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis. Het gaat dan om de wettelijke rente en niet om de wettelijke handelsrente, aangezien het betalen van proceskosten geen verplichting betreft die voortvloeit uit een handelsovereenkomst.

5. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te voldoen aan Conatum een bedrag van € 9.227,43 (zegge: negenduizendtweehonderdzeventwintig euro en drieënveertig eurocenten), zulks te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, vanaf 22 februari 2018, tot de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] tot betaling aan Conatum van de buitengerechtelijke kosten ad € 836,37;

In reconventie

5.3.

wijst het gevorderde af;

Zowel in conventie als in reconventie

5.4.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van Conatum, tot op heden begroot op

€ 1.311,44, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis, tot de datum der algehele voldoening;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.C.A. Wilschut en in het openbaar uitgesproken.

type: IW

coll: ksf