Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8755

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
03/700045-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700045-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 september 2018

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende [adres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 september 2018. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat de verdachte al dan niet samen met een ander of anderen:

Feit 1: een automatisch vuurwapen voorhanden heeft gehad en munitie van categorie III;

Feit 2: 51,3 gram cocaïne in bezit heeft gehad;

Feit 3: een jammer voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten bewezen. Hij heeft gevorderd dat aan de verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van 9 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak voor alle feiten bepleit. De verdachte had geen wetenschap van de aanwezigheid in haar woning van de verboden zaken. Deze zaken zijn daar door haar ex-partner neergelegd, zonder dat zij daarvan op de hoogte is geweest.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Het Team Criminele Inlichtingen had informatie ontvangen dat de vriend van de verdachte, [vriend van verdachte] , in het bezit was van een pistoolmitrailleur en dat [vriend van verdachte] bij de verdachte zou verblijven. Daarop heeft de politie in de vroege ochtend van 25 januari 2018 de woning van de verdachte doorzocht. In de slaapkamer van haar zoon werd onder de matras een automatisch vuurwapen aangetroffen. Ook werden een patroonhouder en munitie aangetroffen, die in een tasje op het wapen lagen. In de keuken werd een hoeveelheid van 51,3 gram cocaïne aangetroffen in een keukenkastje en op de ijskast stond een bak met daarin een jammer, een verboden stoorzender.

De verdachte heeft verklaard dat zij niet wist dat deze verboden spullen in haar woning aanwezig waren. Die spullen behoorden toe aan [vriend van verdachte] en [vriend van verdachte] heeft die verstopt in haar woning. Dat heeft [vriend van verdachte] ook verklaard bij de politie.

De officier van justitie is ervan overtuigd dat de verdachte wel degelijk wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van al deze zaken in haar woning en dat deze zich in haar machtssfeer hebben bevonden, waarmee zij zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank kan echter in het dossier geen aanknopingspunten vinden die maken dat de verklaringen van de verdachte en [vriend van verdachte] ongeloofwaardig zijn. Weliswaar lag de cocaïne in het zicht in het keukenkastje, maar [vriend van verdachte] heeft verklaard dat hij die drugs daar in de ochtend van 25 januari 2018 heeft neergelegd. Het kan dus zijn dat de verdachte niet in de gelegenheid is geweest in het keukenkastje te kijken voor de inval van de politie. De overige spullen lagen niet in het zicht, dus daarvan kan de rechtbank ook niet hard maken dat de verdachte wist dat die er lagen. Er is dus onvoldoende bewijs van wetenschap bij de verdachte. Dat is wel nodig om haar te kunnen veroordelen. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten;

De voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. M.M. Beije, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 september 2018.

Buiten staat

Mr. P.H.M. Kuster is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 25 januari 2018 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen:

- een wapen van categorie II, te weten een automatisch vuurwapen (merk Zastava model 84. kaliber 7,65mm Browning) en/of

- munitie van categorie III, te weten 48 kogelpatronen (kaliber 7,65mm Browning),

voorhanden heeft gehad;

2.

zij op of omstreeks 25 januari 2018 in de gemeente Heerlen, in elk geval in het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 51,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

zij op of omstreeks 25 januari 2018 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, al dan niet opzettelijk, een of meer radiozendapparaten, te weten een (draagbare) multiband GSM900/GPS/GSM1800/DECT/UMTS/RLAN (WiFi)/LTE "jammer", heeft/hebben aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd en/of aanwezig heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder(s) van die radiozendapparaten geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700045-18

Proces-verbaal van de openbare zitting van 18 september 2018 in de zaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende [adres verdachte] .

Raadsman is mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat, kantoorhoudende te Heerlen.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig. De rechter spreekt het vonnis uit.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.