Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:871

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
31-01-2018
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
6060948 CV EXPL 17-5261
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationaal vervoer. Geen originele CMR brief. Geen verjaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6060948 \ CV EXPL 17-5261

Vonnis van de kantonrechter van 31 januari 2018

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] MULTIMODAL B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde BvCM Collections B.V.

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUTREX B.V.,

gevestigd te Venlo,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. J.M. Wolfs.

Partijen worden hierna [eisende partij] en Eutrex genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] en Eutrex zijn ondernemingen die zich toeleggen op goederenvervoer.

2.2.

Bij loading order d.d. 26 februari 2015 heeft Eutrex aan [eisende partij] vier transportopdrachten gegeven, onder meer om bij Logfreight in Ratingen een vracht van 3100 kg te laden en deze te vervoeren naar Danlind in Hammel (Denemarken). De order vermeldt als prijs € 800,00 alsmede : “facturen worden alleen geaccepteerd met originele CMR en eventuele bijbehorende afleverdocument”.

2.3.

Bij loading order d.d. 6 maart 2015 heeft Eutrex opdracht gegeven aan [eisende partij] om op 9 maart 2015 bij LZO Hochregallar in Dusseldorf goederen te laden en deze te lossen op 11 maart 2015 in Holstebro (Denemarken) bij Danlind. De order vermeldt als prijs € 800,00 alsmede : “facturen worden alleen geaccepteerd met originele CMR en eventuele bijbehorende afleverdocument”.

2.4.

Bij factuur van 30 november 2015 (met nummer) 11551812 heeft [eisende partij] aan Eutrex een bedrag van € 968,00 in rekening gebracht, te betalen binnen 30 dagen. Op deze factuur is verwezen naar een specificatie. Die betreft het op 9 maart 2015 bij LZO Hochregallar in Düsseldorf (Duitsland) een vracht laden en afleveren bij Danlid in Holstebro (Denemarken) op 11 maart 2015.

2.5.

Bij Letter of indemnity invoice 11551812 d.d. 30 november 2015 heeft [eisende partij] aan Eutrex bericht: “we are currently unable to supply a copy of the delivery note relating below mentioned shipment. To the best of our knowledge the delivery was correctly made and no claims of any sort have been received to this date.

We therefor conform that we perfermed the transport from LZO Hohregallar in Dusseldorf (DE) laod 09.03.2015 to Danlid AS in Holsterbro (DK) unload on 11-03-2015”.

2.6.

Bij brieven van 28 december 2015, 7 januari 2016 en 19 januari 2016 heeft [eisende partij] Eutrex aangemaand om de factuur 11551812 (en 11539967 d.d. 28 september 2015) te voldoen.

2.7.

Bij factuur 11601552 d.d. 21 januari 2016 heeft [eisende partij] Eutrex een bedrag van

€ 968,00 in rekening gebracht. De daarop vermelde betalingstermijn bedraagt 30 dagen. Daarop wordt ook verwezen naar een bijgevoegde specificatie.

Die specificatie vermeldt dat op 27 februari 2015 bij LOG Freight GmbH in Ratingen (Duitsland) een vracht van 3100 kg is geladen en deze op 2 maart 2015 is uitgeladen bij Danlind in Hammel (Denemarken.

2.8.

Bij brief van 23 februari 2016, brief van 4 maart 2016 én e-mail d.d. 4 maart 2016 alsmede brief van 15 maart 2016 heeft [eisende partij] bij Eutrex om betaling van de facturen 1151812 en 11601552 verzocht.

2.9.

Bij e-mail van 15 maart 2016 heeft Eutrex daarop gereageerd met de mededeling: “factuur 11601552 is de enige factuur in onze administratie. Betaling zie voorwaarden. Factuur 51812 is niet bekend bij ons.”

2.10.

Bij e-mail van 16 maart 2016 heeft [eisende partij] daarop als volgt gereageerd: “zou je mij ook kunnen doorgeven wat de redden is van het (nog) niet betalen van onze facturu no. 11601552. Deze factuur is namelijk per post gestuurd met originele CMR.”

2.11.

Op 17 maart 2016 bericht Eutrex: “datum originele CMR is bepalend voor betaaldatum. Zie onze condities”.

2.12.

[eisende partij] antwoordt daar op 17 maart 2016 op: “de factuur inclusief originele CMR is verstuurd op 21.01.2016. Mag ik er vanuit gaan dat de factuur dan betaald wordt in

week 17?”.

2.13.

Bij brief van 18 april 2016 heeft [eisende partij] Eutrex nogmaals aangemaand om de facturen 11551812 en 11601552 te betalen.

2.14.

Bij brief van 14 december 2016 heeft BvCM, incassogemachtigde van [eisende partij] , Eutrex aangemaand om facturen 11551812 en 11601552 binnen een week te voldoen.

2.15.

Bij e-mail van 29 december 2016 heeft Eutrex aan BvCM onder meer bericht niet te voldoen aan het incassoverzoek, alsmede “Het openstaande bedrag wordt gewoon conform gemaakte afspraken aan uw cliënt betaald.”

2.16.

Bij brieven van 6 januari 2017 en 14 februari 2017 heeft BvCM Eutrex wederom aangemaand om facturen 11551812 en 11601552 binnen een week te voldoen.

2.17.

Bij e-mail van 2 februari 2017 heeft Eutrex aan BvCM bericht: “volgens onze gegevens betreft het opdrachten die behoudens artikel 1712 en 1720 verjaart een op een vervoersovereenkomst gegronde rechtsvordering door verloop van een jaar.”

Dit standpunt heeft zij herhaald in een e-mail van 13 februari 2017.

2.18.

Bij e-mail van 6 maart 2017 heeft Eutrex samengevat aan BvCM bericht dat zij slechts één opdracht aan [eisende partij] heeft verstrekt, dat zij originele vrachtdocumenten dient te ontvangen, “ondanks herhaaldelijk verzoek heeft uw cliënt deze tot op heden nog niet kunnen overhandigen”, dat er inmiddels sprake is van verjaring, en dat indien bewijsstukken van stuiting alsmede originele vrachtdocumenten overhandigd worden, zij overgaat tot betaling.

2.19.

Op 19 mei 2017 is de onderhavige dagvaarding uitgebracht.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert – samengevat – veroordeling van Eutrex tot betaling van € 2.430,53 (€ 1.936,00 aan hoofdsom, € 204,13 aan rente tot en met 22 maart 2017 en

€ 290,40 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met wettelijke handelsrente en kosten.

3.2.

Eutrex voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is betaling van twee vervoersovereenkomsten aan de orde: de opdracht d.d. 26 februari 2015 die gefactureerd is op 21 januari 2016 met factuur 11601552 en de vervoersopdracht die op 6 maart 2015 is gegeven en op 30 november 2015 is gefactureerd met factuur 11551812.

4.1.1.

Naar het oordeel van de kantonrechter is op de onderhavige vorderingen het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg van 19 mei 1956 (CMR) van toepassing nu er sprake is van internationaal grensoverschrijdend vervoer over de weg tussen landen die aangesloten zijn bij de CMR (art. 1 CMR).

4.1.2.

Met betrekking tot beide vorderingen heeft Eutrex primair betoogd dat deze verjaard zijn. Eutrex beroept zich in deze procedure op artikel 32 CMR, dat in lid 1 bepaalt dat rechtsvorderingen verjaren door verloop van een jaar.

Naar het oordeel van de kantonrechter is dat laatste juist, maar datzelfde artikel bepaalt in lid 1 onder c ook dat de verjaring aanvangt “na afloop van een termijn van drie maanden na de sluiting der vervoerovereenkomst”, waarbij de dag van stuiting niet wordt begrepen in de verjaringstermijn. Met andere woorden: van deze vervoersovereenkomsten gesloten op 26 februari 2015 en 6 maart 2015, begint de verjaringstermijn van één jaar te lopen op drie maanden na deze data, dus op 27 mei 2015 respectievelijk 7 juni 2015 en eindigt een jaar later, mits de verjaring niet is gestuit.

Zoals hierboven onder 2.6 en 2.8 weergegeven heeft [eisende partij] Eutrex diverse keren aangemaand om de betreffende vorderingen te betalen. Eutrex heeft niet ontkend deze aanmaningen te hebben ontvangen, zodat gezegd kan worden dat de verjaring hierdoor al is gestuit, doch zeker op 15 maart 2016, toen Eutrex voor het eerst inhoudelijk gereageerd heeft en zich daarin uitgelaten heeft over beide factuurnummers. Daarna hebben er nog diverse aanmaningen van [eisende partij] en/of haar incassogemachtigde BvCM plaatsgevonden, waarvan Eutrex de ontvangst ook niet heeft betwist (zie 2.13, 2.14 en 2.16). Gelet op de inhoudelijke reactie van Eutrex d.d 6 maart 2017 (hierboven weergegeven onder 2.18) waarbij Eutrex refereert aan de inhoud van de betalingsverzoeken, en Eutrex dus aangeeft bekend daarmee te zijn, is er naar het oordeel van de kantonrechter sprake van tijdige stuiting van de verjaring. De vorderingen zijn mitsdien niet verjaard.

opdracht d.d. 26 februari 2015, factuur nr 11601552

4.2.

Subsidiair stelt Eutrex niet gehouden te zijn deze factuur te voldoen.

4.2.1.

Na aanvankelijk bij antwoord ontkend te hebben opdracht te hebben gegeven voor het transport op 27 februari 2015, heeft [eisende partij] bij repliek de opdracht (loading order) d.d. 26 februari 2015 van Eutrex in het geding gebracht. Eutrex heeft bij dupliek dit verweer niet langer gehandhaafd.

4.2.2.

De ontvangst van de aan de orde zijnde factuur heeft Eutrex bevestigd in haar e-mail van 15 maart 2016 (zie hierboven onder 2.9), zodat het verweer van het niet hebben ontvangen ook niet opgaat.

4.2.3.

Eutrex voert eveneens als verweer aan dat de overgelegde kopie CMR geen officiële CMR is. Zij heeft als voorbeeld een ‘geldige’ CMR bijgevoegd.

Ook dit verweer passeert de kantonrechter. Het model en de layout van een CMR verschilt van land tot land. De in het geding gebrachte kopie CMR voldoet aan hetgeen artikel 6 van het CMR verdrag daarover voorschrijft.

4.2.4.

Volgens Eutrex heeft zij geen originele CMR ontvangen, terwijl haar transportvoorwaarden dat wel vereisen.

Uit niets blijkt de kantonrechter dat op deze vervoersovereenkomst de transportvoorwaarden van Eutrex van toepassing zouden zijn. Op de opdracht wordt daar niet naar verwezen. Dat de datum van de betaling afhangt van de ontvangst van de originele CMR, zoals deze voorwaarden kennelijk bepalen, kan Eutrex daarom niet aanvoeren als geldig verweer. Wel vermeldt de vervoersopdracht van Eutrex dat facturen alleen geaccepteerd worden met originele CMR en eventueel bijbehorende afleverdocument. Uit de e-mail van [eisende partij] d.d. 17 maart 2016 (hierboven onder 2.12) blijkt dat zij zich op het standpunt stelt die originele CMR te hebben bijgevoegd bij de factuur d.d. 21 januari 2016 die Eutrex erkend heeft te hebben ontvangen. Niet gebleken is dat Eutrex daar toen nog op heeft gereageerd. Hoewel zij in haar e-mail van 6 maart 2017 -bijna een jaar later, terwijl Eutrex in dat jaar diverse aanmaningen heeft ontvangen- aangeeft dat zij [eisende partij] hier herhaaldelijk om heeft verzocht, is daarvan in het geheel niet gebleken. Pas in deze laatste mail stelt Eutrex de originele CMR brief niet te hebben ontvangen. Gelet op de vele aanmaningen, beschouwt de kantonrechter dit verweer tardief gevoerd. Ook dit verweer wordt door de kantonrechter gepasseerd.

4.2.5.

Eutrex heeft ook nog aangevoerd dat uit deze CMR niet blijkt dat het transport is uitgevoerd door [eisende partij] . Ook dit verweer beschouwt de kantonrechter als tardief gevoerd. Eutrex kent al sinds januari 2016 deze CMR die ondertekend is door de verzender én ontvanger en voert thans pas dit verweer.

4.3.

Nu uit voorgaande volgt dat alle verweren van Eutrex worden gepasseerd, acht de kantonrechter het terzake deze factuur gevorderde bedrag van € 968,00 toewijsbaar.

opdracht d.d. 6 maart 2015, factuur 11551812

4.4.

Eutrex stelt subsidiair ook deze factuur niet verschuldigd te zijn omdat zij geen opdracht daartoe heeft gegeven en zowel geen factuur als geen originele CMR heeft ontvangen, zoals door haar van toepassing zijnde algemene voorwaarden vereist. Niet gebleken is dat [eisende partij] vervoerder is geweest.

De kantonrechter overweegt als volgt.

4.4.1.

Ook ten aanzien van deze opdracht heeft Eutrex gesteld dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. Deze bepalen dat bij de factuur de originele CMR en een afleverbewijs ingestuurd moet worden, wil tot betaling overgegaan worden. Nu echter de loading order eenzelfde eis stelt en [eisende partij] door uitvoering van deze order zich daaraan heeft geconformeerd - van het tegendeel danwel een voorbehoud op dit punt is niets gebleken - hoeft niet verder beoordeeld te worden of deze voorwaarden op deze opdracht van toepassing zijn. Op 15 maart 2016 (hiervoor onder 2.9) heeft Eutrex aan [eisende partij] per

e-mail laten weten: “Factuur 51812 is niet bekend bij ons.”, waarbij de kantonrechter aanneemt dat bedoeld is 11551812, omdat dat nummer in de daaraan voorafgaande (onder 2.8 genoemde) aanmaningen telkens is genoemd. Niet gebleken is vervolgens dat [eisende partij] nogmaals deze factuur aan Eutrex heeft gezonden, althans dat blijkt niet uit de hierboven aangehaalde aanmaningsbrieven die wel betrekking hebben op deze factuur. Dat had gelet op het gevoerde verweer van Eutrex wel van [eisende partij] mogen worden verwacht.

Voor betaling is verder vereist een originele CRM. [eisende partij] heeft erkend niet over deze brief te beschikken, en daarom een letter of idemnity te hebben gestuurd (hiervoor onder 2.5). Nu deze brief enkel een eenzijdige van [eisende partij] afkomstige verklaring inhoudt betreffende het laden en lossen en die (gestelde) feiten niet zijn onderbouwd met ondertekende laad- en losbewijzen, is de kantonrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [eisende partij] de aan de orde zijnde vervoersopdracht daadwerkelijk heeft uitgevoerd.

De vordering om Eutrex tot betaling daarvan te veroordelen, zal dan ook worden afgewezen.

wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten

4.5.

Nu de factuur 11601552 een betalingstermijn van 30 dagen kent, is Eutrex met ingang van 20 februari 2016 in verzuim. De gevorderde handelsrente zal vanaf dan worden toegewezen.

Gelet op de onder 2.8, 2.10, 2.13, 2.14 en 2.16 genoemde brieven, is afdoende komen vast te staan dat [eisende partij] buitengerechtelijke incasso-activiteiten heeft verricht. Terzake acht de kantonrechter een bedrag van € 145,20 toewijsbaar.

4.6.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig een van beide partijen toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.7.

Gelet op de houding van Eutrex, zal zij mede als de gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 85,06

  • -

    griffierecht 470,00

  • -

    salaris gemachtigde 200,00 (2x tarief € 100,00)

totaal € 755,06

4.8.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt Eutrex om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 968,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 20 februari 2016 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt Eutrex in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij] gevallen en tot op heden begroot op € 755,06,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: mjp

coll: