Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8700

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-09-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
6983879 CV EXPL 18-3612
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bedrijfsruimte; achterstallige huurpenningen; veroordeling tot ontruiming en betalen achterstand. Achterstand maar deels toegewezen omdat in gevorderde eveneens bedrag was opgenomen dat in eerder vonnis (eveneens veroordeling tot betaling) was beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: 6983879 CV EXPL 18-3612

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 12 september 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

procederend in persoon,

tegen

1 de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

en haar vennoten

2. [gedaagde sub 2], en

3. [gedaagde sub 3]

beiden wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. A.J.J. Kreuzkamp.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 /m 8

  • -

    de brief van mr. Kreutzkamp met producties 1 t/m 6

  • -

    de brief van mr. Kreutzkamp met productie 7

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de conclusie van antwoord tevens pleitnota van [gedaagden] c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] verhuurt, gelijk [gedaagden] c.s. van [eiser] huurt, met ingang van 1 april 2005 voor de duur van 10 jaar (met een optie van nog eens 5 jaar) het Grieks restaurant staande en gelegen aan het [adres] te [vestigingsplaats] voor een huurprijs (per 1 januari 2018) van € 5.554,97 per maand.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - (hoofdelijke) veroordeling van [gedaagden] c.s. tot het betalen aan [eiser] van de huurachterstand ten bedrage van € 155.524,82 alsmede
[gedaagden] c.s. en haar vennoten te veroordelen tot het ontruimen van het gehuurde.

3.2.

[gedaagden] c.s. voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de zaak.

4.2.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is komen vast te staan dat (al jaren) sprake is van telkens terugkomende (wisselende) huurachterstanden.

4.3.

Ook staat vast dat thans sprake is van een aanmerkelijke huurachterstand, zoals [gedaagden] c.s. ook zelf hebben toegegeven.

4.4.

Hoeveel de totale huurachterstand is, is niet geheel duidelijk. Partijen verschillen daarover enigszins van mening.

4.5.

Tot en met juni 2018 bedraagt deze achterstand (minus de reeds betaalde huurpenningen) volgens [eiser] ruim € 158.000,-. Dat is dan ook het bedrag dat hij vordert.

4.6.

Uitgaande van de berekening van [eiser] zelf in zijn brief aan [gedaagden] c.s. van 12 juni 2018 zit daar echter ook een bedrag in van € 92.585,81 voor welk bedrag [eiser] echter al (nagenoeg) een vonnis als executoriale titel heeft gekregen! Dat is het vonnis van 7 oktober 2014.

4.7.

Na aftrek van dat bedrag zou dan een bedrag van ongeveer € 65.000,00 resteren, gerekend tot en met juni 2018. In een eventuele bodemprocedure kan worden uitgezocht hoe groot de precieze - maar sowieso aanmerkelijke, ook als alleen zou worden gekeken naar het laatste jaar - huurachterstand is.

4.8.

Aan de voorzichtige kant blijvend, zal de voorzieningenrechter thans de huurachterstand tot en met juni 2018 begroten op € 50.000,00. Dat bedrag zal [gedaagden] c.s. bij wijze van voorschot aan [eiser] moeten voldoen. Voor het meerdere/mindere kunnen partijen eventueel een bodemprocedure beginnen.

4.9.

Nu de tekortkoming in de nakoming van de huurbetalingsverplichting door [gedaagden] c.s. in een (eventueel nog te voeren) bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst, is vooruitlopend daarop de gevorderde ontruiming van de woning toewijsbaar. De ontruimingstermijn zal worden gesteld op zes weken na betekening van dit vonnis.

4.10.

[gedaagden] c.s. zal ook worden veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente over het voorschot van € 50.000,00, te rekenen vanaf de dag van dagvaarding, zijnde 20 juni 2018, tot aan de dag van algehele voldoening.

4.11.

Door [gedaagden] c.s. is weliswaar nog gesteld dat met [eiser] een betalingsregeling tot stand zou zijn gekomen, dat zij zich daaraan hebben gehouden en dat de vordering daarom nu niet ineens opeisbaar zou zijn, maar [eiser] heeft deze stelling gemotiveerd betwist. Niet is aangetoond dat een betalingsregeling is getroffen, op grond waarvan [eiser] nu niet [gedaagden] c.s. in rechte zou mogen betrekken zoals hij heeft gedaan.

4.12.

Evenmin is plaats voor het verwijt aan Vaessens adres dat hij misbruik zou maken van zijn verhuurdersbevoegdheid door nu de ontruiming te vorderen. Met evenveel gemak kan worden gezegd dat [gedaagden] c.s. heel veel geluk hebben gehad met deze verhuurder die ondanks de grote huurachterstand [gedaagden] c.s. toch steeds de kans gaf om te blijven zitten en het gehuurde te exploiteren. Daar zal ook zeker een eigen commercieel belang van [eiser] een rol bij hebben gespeeld, maar dat mag op zich. Van misbruik van bevoegdheid is in elk geval geen sprake.

4.13.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [gedaagden] c.s. worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 102,80

  • -

    griffierecht € 476,00

  • -

    salaris gemachtigde € 400,00

Totaal: € 978,80.

5 De beslissing

De kantonrechter oordelend als voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde sub 1] en haar vennoten [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als vennoten ieder en hoofdelijk:

- om binnen vijf dagen na heden aan [eiser] te voldoen bij wijze van voorschot op de huurachterstand tot en met juni 2018, een bedrag van € 50.000,00 vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex art. 6:119a BW, te rekenen vanaf de dag van dagvaarding, zijnde 20 juni 2018, tot de dag van algehele voldoening,

- om binnen zes weken na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen, te weten [adres] te [vestigingsplaats] en het ontruimd te houden met al de hunnen en het hunne en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen,

5.2.

veroordeelt [gedaagden] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] gevallen en deze tot op heden begroot op € 978,80,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op

12 september 2018.

Type:JvdH