Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8651

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
04 6813756 cv expl 18-2177
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van factuur voor geleverde materialen wordt toegewezen. Gedaagde heeft de betaling van de facturen opgeschort naar aanleiding van klachten over het geleverd materiaal. Gedaagde heeft echter te weinig gesteld om te kunnen vaststellen of opschorting gerechtvaardigd was. De klachten hebben geleid tot creditering van slechts een gering bedrag, zodat opschorting disproportioneel is. Incassokosten worden afgewezen omdat geen werkzaamheden zijn verricht die toewijzing van incassokosten rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6813756 \ CV EXPL 18-2177

Vonnis van de kantonrechter van 12 september 2018

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VERANO B.V.,

gevestigd te Best,

eisende partij,

gemachtigde mr. C.A.M.H. Vink,

tegen:

1 de vennootschap onder firma [gedaagde partij] ,
gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij] , [adres gedaagde partij] ,

2. [vennoot 1 gedaagde partij] , vennoot van gedaagde sub 1,
[adres vennoten gedaagde partij] ,
[woonplaats vernnoten gedaagde partij] ,

3. [vennoot 2 gedaagde partij] , vennoot van gedaagde sub 1,
[adres vennoten gedaagde partij] ,
[woonplaats vernnoten gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M.P.M. van Lierop.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisende partij exploiteert een onderneming, die gespecialiseerd is in de fabricage en montage van onder andere binnen- en buitenzonwering, rolluiken en garagedeuren.

Gedaagde partij exploiteert een onderneming, die gespecialiseerd is in de afwerking van gebouwen, montage van kunststof kozijnen en ramen, rolluiken, zonwering en garagepoorten.

Tussen partijen bestaat al gedurende 17 jaar een bestendige handelsrelatie.

2.2.

Bij facturen in de periode van 19 juli 2017 tot en met 23 augustus 2017 is een totaalbedrag van € 16.331,80 in rekening gebracht.

2.3.

Gedaagde partij heeft de betaling van de facturen opgeschort in verband met klachten over het door eisende partij geleverde materiaal.

In verband met klachten is een bedrag van € 161,77 inclusief btw gecrediteerd.

2.4.

Eisende partij heeft gedaagde partij zowel per brief als ook per e-mail herinnerd aan de achterstallige betalingen.

De gemachtigde van eisende partij heeft per brief van 3 oktober 2017 een betalingsherinnering gestuurd, waarbij tevens rente en buitengerechtelijke incassokosten in rekening zijn gebracht.

Bij brief van 11 oktober 2017 is nogmaals een betalingsherinnering gestuurd.

2.5.

Op 16 oktober 2017 heeft gedaagde partij een bedrag van € 16.331,80 betaald.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 2.895,38, vermeerderd met rente en kosten en subsidiair een bedrag van € 1.179,76.

Aan haar vordering legt eisende partij de nakoming van de tussen partijen gesloten koopovereenkomsten ten grondslag. De betaling strekt eerst in mindering op de buitengerechtelijke kosten, vervolgens op de rente en ten slotte op de hoofdsom.

Eisende partij stelt verder dat opschorting en zeker opschorting van alle facturen, niet gerechtvaardigd is.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer met de volgende inhoud.

Partijen doen al jaren naar tevredenheid zaken met elkaar en de facturen zijn altijd betaald. Omdat enkele klanten van gedaagde partij geklaagd hebben over door eisende partij geleverd materiaal is de betaling van de facturen opgeschort. Een overschrijding van de betalingstermijn van 20 dagen rechtvaardigt geen vergoeding van incassokosten. De incassokosten zijn niet in redelijkheid gemaakt en het gevorderde bedrag is buitensporig.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gedaagde partij heeft de betaling van de facturen opgeschort in afwachting van de afhandeling van de klachten aan het door eisende partij geleverd materiaal. Of de opschorting gerechtvaardigd is, kan aan de hand van de gepresenteerde feiten en omstandigheden niet worden vastgesteld. Zo blijkt niet om welke klachten het gaat en wat daar de omvang van is. Door gedaagde partij is op dit punt onvoldoende gesteld. Als niet weersproken staat bovendien vast dat klachten hebben geleid tot creditering van een bedrag van € 161,77 inclusief btw, zodat opschorting van een bedrag van € 16.331,80 disproportioneel is.

Bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing stelt de kantonrechter daarom vast dat opschorting van de betaling niet gerechtvaardigd was.

4.2.

Het vorenstaande leidt er toe dat gedaagde partij zonder goede grond de betalingstermijnen heeft laten verstrijken. Eisende partij heeft de contractueel overeengekomen rente ad 1,5% per maand in rekening gebracht, zulks op basis van de algemene voorwaarden. Hiertegen is door gedaagde partij geen verweer gevoerd, zodat de verschuldigdheid en de hoogte van het ter zake gevorderde bedrag in rechte vaststaat.

4.3.

Eisende partij heeft verder een bedrag van € 2.449,77 aan buitengerechtelijke kosten in rekening gebracht. Gedaagde partij heeft betwist dat incassokosten in redelijkheid zijn gemaakt en verweert zich tegen de hoogte van het bedrag.

De kantonrechter overweegt ten aanzien van de incassokosten dat de verschuldigdheid voortvloeit uit artikel 8.5. van de algemene voorwaarden. Echter, ook ten aanzien van contractueel overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten geldt dat beoordeeld dient te worden of er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die toewijzing van incassokosten rechtvaardigen. In haar conclusie van repliek heeft eisende partij in punt 18 aangegeven welke werkzaamheden zij in het buitengerechtelijk traject heeft verricht. Deze werkzaamheden merkt de kantonrechter aan als werkzaamheden ter voorbereiding van de procedure en instructie van de zaak, zodat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen. Bij dit oordeel betrekt de kantonrechter dat gedaagde partij de hoofdsom heeft betaald nadat twee gestandaardiseerde aanmaningen waren verstuurd.

Eisende partij heeft daarom ten onrechte buitengerechtelijke incassokosten in rekening gebracht.

4.4.

Eisende partij heeft terecht opgemerkt dat de betaling eerst in mindering strekt op de incassokosten, dan op de rente en ten slotte op de hoofdsom. Nu geen incassokosten in rekening gebracht hadden mogen worden, strekt de betaling van € 16.331,80 eerst in mindering op de rente en vervolgens op de hoofdsom. Derhalve resteert te voldoen een bedrag van € 445,61 aan hoofdsom. Dit bedrag wordt aan eisende partij toegewezen.

4.5.

Nu partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten gecompenseerd worden in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.6.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 445,61, vermeerderd met de contractuele rente vanaf 21 maart 2018 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: