Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8245

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
C/03/232804 / HA ZA 17-136
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Statuten: prijsbepaling, stemrecht en goedkeuring besluiten door de AVA.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2018/99
RO 2018/80
JOR 2018/302 met annotatie van mr. K.A.M. van Vught
OR-Updates.nl 2018-0154
JONDR 2018/1082
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/232804 / HA ZA 17-136

Vonnis van 29 augustus 2018

in de zaak van

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de tussenkomst sub 1], gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

2. [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de tussenkomst sub 2], gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

3. [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de tussenkomst sub 3], gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

eiseressen in de hoofdzaak, hierna: [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s.,

verweersters in de tussenkomst,

advocaat mr. J.H. Lemstra en mr. R.A. Woutering,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DIAGNOSTISCH CENTRUM PARKSTAD B.V., gevestigd te Heerlen,

gedaagde in de hoofdzaak, hierna: het DCP,

verweerster in de tussenkomst,

advocaat mr. E. Jansberg,

en

de stichtingen

1. STICHTING ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM,

2. STICHTING ZBC ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM,

beide gevestigd te Heerlen,

gevoegde partijen aan de zijde van gedaagden, hierna: het Ziekenhuis,

advocaten mr. K.D. Meersma en mr. M. de Jong,

en

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. [eiseres in de tussenkomst sub 1] , gevestigd te Meerssen,

2. [eiseres in de tussenkomst sub 2] , gevestigd te Heerlen,

3. [eiseres in de tussenkomst sub 3] , gevestigd te Klimmen, gemeente Voerendaal,

4. [eiseres in de tussenkomst sub 4] , gevestigd te Heerlen,

5. [eiseres in de tussenkomst sub 5] , gevestigd te Heerlen,

tussenkomende partijen, hierna: [eiseressen in de tussenkomst] c.s.,

eiseressen in de tussenkomst,

advocaat mr. C.W.M. Verberne.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure in deze hoofdzaak blijkt uit:

- het vonnis in de incidenten tot voeging en tussenkomst van 17 mei 2017,

- het vonnis in het incident ex artikel 223 Rv van 30 augustus 2017,

- de conclusie van antwoord op de eis in tussenkomst van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s.,

- de conclusie van antwoord in de gevoegde zaak van het DCP,

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak tevens houdende conclusie van antwoord in de gevoegde zaak van het Ziekenhuis, met producties,

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [eiseressen in de tussenkomst] c.s.,

- de conclusie van repliek tevens houdende eisvermeerdering van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s., met producties,

  • -

    de conclusie van repliek op de eis in tussenkomst van [eiseressen in de tussenkomst] c.s.,

  • -

    de conclusie van dupliek terzake van de eis in tussenkomst van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s., met productie,

  • -

    de conclusie van dupliek in de hoofdzaak en in de tussenkomst van het DCP, met producties,

  • -

    de conclusie van dupliek van het Ziekenhuis,

  • -

    de aanvullende conclusie van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s.,

  • -

    de nadere (antwoord-)conclusie van het DCP,

  • -

    de aanvullende conclusie van antwoord van het Ziekenhuis,

  • -

    de aanvullende conclusie van antwoord van [eiseressen in de tussenkomst] c.s..

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. In verband met het vertrek van mr. Gerard naar een ander gerecht wordt het vonnis in de hoofdzaak en in de tussenkomst gewezen door een nieuw samengestelde meervoudige kamer.

2 De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

2.1.

Aandeelhouders in het DCP zijn

  • -

    [eiseres in de tussenkomst sub 1] ( [naam aandeelhouder 1] ),

  • -

    [eiseres in de tussenkomst sub 3] ( [naam aandeelhouder 2] ),

  • -

    [eiseres in de tussenkomst sub 5] ( [naam aandeelhouder 3] ),

  • -

    [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de tussenkomst sub 2] ( [naam aandeelhouder 4] ),

  • -

    [eiseres in de tussenkomst sub 4] ( [naam aandeelhouder 5] ),

  • -

    [eiseres in de tussenkomst sub 2] ( [naam aandeelhouder 6] ),

die elk 184 aandelen bezitten, en

- [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de tussenkomst sub 1] ( [naam aandeelhouder 7] ), met 335 aandelen, en

- [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de tussenkomst sub 3] ( [naam aandeelhouder 8] ), met 368 aandelen.

2.2.

Het bestuur van het DCP werd tot 15 maart 2017 gevormd door [naam aandeelhouder 1] en [naam aandeelhouder 8] . [naam aandeelhouder 8] is op 15 maart 2017 ontslagen als statutair bestuurder door de Algemene vergadering van aandeelhouders van het DCP (hierna: Ava). [naam aandeelhouder 8] betwist de rechtmatigheid van dit ontslag.

2.3.

Op 4 mei 2016 zijn de statuten van het DCP gewijzigd. De akte van statutenwijziging vermeldt dat een exemplaar van de notulen van de Ava van 17 februari 2016, waarin tot statutenwijziging is besloten, aan de akte is gehecht (hierna: Statuten 2016). In de Statuten 2016 is geen kwaliteitseis opgenomen, zoals in de statuten 2011 het geval was.

De Statuten 2016 bevatten, voor zover relevant, de volgende bepalingen (nota bene: de cursivering is gedaan door notaris [naam notaris 1] die de akte heeft verleden):

Blokkeringsregeling/goedkeuring algemeen

Artikel 13

1. Voor overdracht van aandelen is de goedkeuring van de algemene vergadering vereist overeenkomstig het hierna bepaalde. (...)

6. De prijs is overeenkomstig het gemiddelde van het uitgekeerde dividend in de voorafgaande drie (3) jaren, met een minimum van tweehonderdtwintig euro (€ 220,00) per aandeel.

Dit artikel 13 geldt niet voor de volgende aandeelhouders:

(...)

- [eiseres in de tussenkomst sub 3] ;

- [eiseres in de tussenkomst sub 4]

Bestuur

Artikel 15

(…)

4. Alle besluiten van het van het bestuur worden genomen met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij iedere bestuurder één stem heeft. Bij het staken der stemmen beslist de algemene vergadering.

Bijeenroeping algemene vergadering

Artikel 22

(…)

4. De oproeping vermeldt de te behandelen onderwerpen, onverminderd de wettelijke bepalingen ten aanzien van bijzondere besluiten, zoals die ten aanzien van juridische fusie, splitsing, statutenwijziging en kapitaalvermindering. (…)

6. De oproeping geschiedt niet later dan op de veertiende (14e) dag vóór die van de vergadering. Is de oproepingstermijn niet in acht genomen of heeft geen oproeping plaatsgehad, dan kunnen geen wettige besluiten worden genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle aandeelhouders en certificaathouders aanwezig of vertegenwoordigd zijn en de bestuurders zijn gehoord.

Besluitvorming

Artikel 24

1. Ieder aandeel geeft recht op het uitbrengen van één stem.

2. Alle besluiten van de algemene vergadering waaromtrent bij de wet of bij deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.”

2.4.

Het DCP houdt 80% van de aandelen in Mitralis Diagnostisch Centrum B.V. (hierna: Mitralis). De andere aandeelhouder (20%) in Mitralis is Mitralis Zuyderland Klinieken B.V., een 100% dochter van de Stichting ZBC Zuyderland Medisch Centrum (hierna: ZBC Zuyderland). Stichting Zuyderland Medisch Centrum en de Coöperatie MSB Atrium-Orbis U.A. hebben in ZBC Zuyderland activiteiten ondergebracht die buiten de muren van het ziekenhuis kunnen plaatsvinden. ZBC Zuyderland is een toegelaten instelling in het kader van de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi), hetgeen betekent dat ZBC Zuyderland kan contrateren/declareren met/bij de zorgverzekeraars. Mitralis heeft zelf geen WTZi-toelating. ZBC Zuyderland werkte in opdracht van het Ziekenhuis en had tot de opzegging door haar per 1 januari 2017 een uitbestedingsovereenkomst met Mitralis. Bij brief van 22 december 2015 heeft het Ziekenhuis de overeenkomst met ZBC Zuyderland opgezegd. Daarop heeft ZBC Zuyderland de overeenkomst met Mitralis opgezegd. De reden voor het Ziekenhuis om de overeenkomst met ZBC Zuyderland op te zeggen is met name gelegen in de wens tot een herbezinning op de inrichting en de organisatie van diagnostiek te komen.

2.5.

Het Ziekenhuis en ZBC Zuyderland hebben bij brief van 20 april 2016 een bod gedaan (gebaseerd op de (gecorrigeerde) intrinsieke waarde) op het aandeel van het DCP in Mitralis. In de Ava van 7 juli 2016 is het aanbod verworpen, maar is besloten de gesprekken met het Ziekenhuis en ZBC Zuyderland voort te zetten. Op 27 oktober 2016 en 17 november 2016 is de verkoop en overdracht opnieuw in stemming gebracht en telkens niet aangenomen. Bij brief van 1 december 2016 heeft het Ziekenhuis aan de aandeelhouders het aanbod van 20 april 2016 tot overname onder bepaalde voorwaarden van het de 80% deelneming van het DCP in Mitralis (verder: het Mitralis-belang) herhaald en een finaal bod gedaan van

€ 2.500.000.

2.6.

Bij brief van 16 december 2016 zijn de aandeelhouders van het DCP door het bestuur opgeroepen tot de vergadering van aandeelhouders op 4 januari 2017. Geagendeerd is onder punt 8 “Bespreking en stemming over de verkoop en overdracht (levering) van de door DCP BV gehouden aandelen in Mitralis DC aan Stichting Zuyderland Medisch Centrum en Stichting ZBC Zuyderland MC overeenkomstig de brief van 1 december 2016.

2.7.

Op 4 januari 2017 heeft een Ava plaatsgevonden. Er is een notarieel proces-verbaal opgemaakt door notaris [naam notaris 2] . Alle aandeelhouders waren ter vergadering aanwezig. Daarnaast is een aantal advocaten aanwezig geweest, alsmede notaris [naam notaris 1] .

Uit het proces-verbaal blijkt dat tijdens vergadering een discussie is ontstaan over de vraag of en in hoeverre [eiseres in de tussenkomst sub 4] en [eiseres in de tussenkomst sub 3] stemrecht hebben. Mr. Lemstra heeft zich namens [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. op het standpunt gesteld dat genoemde vennootschappen niet stemgerechtigd zijn omdat zij niet (meer) voldoen aan een voor stemming vereiste kwaliteitseis; notaris [naam notaris 1] heeft dit standpunt onderschreven.

Notaris [naam notaris 2] heeft in het proces-verbaal opgenomen dat hij de statuten heeft nagezien en dat hem van een uitzondering op het stemrecht niet is gebleken. In het proces-verbaal staat bij agendapunt 8, verkoop deelneming Mitralis, - onder meer - dat de voorzitter ( [naam aandeelhouder 1] ) heeft gemeld dat binnen het bestuur geen eensluidend standpunt bestaat over een bestuursbesluit met betrekking tot de acceptatie van het bod, dat hij daarom van mening is dat binnen het bestuur de stemmen staken en dat hij met inachtneming van het bepaalde in artikel 15 lid 4 Statuten 2016 de beslissing wenst voor te leggen aan de Ava. Hij heeft daartoe - na verwerping van door mr. Lemstra namens [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. geuite bezwaren tegen stemming - het voorstel om het bod op de deelneming te accepteren en tot verkoop van de aandelen Mitralis over te gaan in stemming gebracht. Alle aandeelhouders hebben hun stemmen uitgebracht, waarbij - conform de statuten - een stem per aandeel wordt uitgebracht. Bij de stemming was een meerderheid van stemmen vóór het voorstel tot verkoop, op grond waarvan de voorzitter heeft geconstateerd dat dit is aangenomen. [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. hebben tegen het voorstel gestemd.

2.8.

Bij brief van 19 september 2017 zijn de aandeelhouders van het DCP door het bestuur opgeroepen tot de vergadering van aandeelhouders op 4 oktober 2017. Geagendeerd is onder punt 5 “Toelichting voorstel tot goedkeuring van “Overeenkomst tot Koop en Verkoop van Aandelen” (voor zover vereist)”. Onder punt 9 is de stemming over de overeenkomst geagendeerd. De bijbehorende ontwerpovereenkomst is verzonden op

28 september 2017.

2.9.

Op 4 oktober 2017 heeft een Ava plaatsgevonden. Er is een notarieel

proces-verbaal opgemaakt door notaris [naam notaris 2] . Alle aandeelhouders waren ter vergadering aanwezig. Daarnaast was een aantal advocaten aanwezig.

Tijdens de vergadering heeft mr. Lemstra, advocaat van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s., bezwaar gemaakt tegen de late toezending van de stukken. [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] verklaart in principe niet tegen de verkoop te zijn van de aandelen, maar wel tegen de prijs die geboden is. Deze is naar zijn oordeel te laag. [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. vinden dat er opnieuw onderhandeld moet worden. Van de zijde van het bestuur van het DCP wordt opgemerkt dat de kopers niet genegen zijn meer te bieden of te onderhandelen over de prijs, zo is gebleken tijdens de schorsing van de vergadering.
Mr. Lemstra meent dat er voldoende grond is voor een procedure wegens onbehoorlijk bestuur bij de Ondernemingskamer en vindt dat [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. worden gedupeerd en dat hun argumenten worden genegeerd door het bestuur van het DCP, zodat een stemming niet op zijn plaats zou zijn. Mr. Lemstra wijst tot slot op het standpunt van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. met betrekking tot de stemverhoudingen in de Ava.

De Ava stemt in met het voorstel om te stemmen over het voorstel. De stemming inzake de goedkeuring van de verkoopovereenkomst levert op dat in totaal 920 stemmen vóór zijn uitgebracht en 887 stemmen tegen.

2.10.

Op 5 oktober 2017 vindt levering van het Mitralis-belang aan het Ziekenhuis plaats.

3 Het geschil

In de hoofdzaak

3.1.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. vorderen na vermeerdering van eis

ten aanzien van het Ava-besluit van 4 januari 2017 als volgt te beslissen

primair

voor recht te verklaren

- dat het Ava-besluit van 4 januari 2017 non-existent is, omdat geen meerderheid van stemmen is behaald, zoals [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. hebben gesteld in punt 4.2 dagvaarding; of

- dat het Ava-besluit van 4 januari 2017 nietig is op de voet van artikel 2:14 BW

( a) wegens strijd met fundamentele totstandkomingsvereisten (zie punt 4.3 dagvaarding); en/of

( b) omdat sprake is van strijdigheid met de wettelijke en statutaire bepalingen die de bevoegdheid van de verschillende organen regelen (zie punt 4.4 dagvaarding);

subsidiair

het Ava-besluit van 4 januari 2017 te vernietigen ex artikel 2:15 lid 1 sub a BW wegens strijd met

( a) artikel 15 lid 7 en/of artikel 15 lid 4 van de 2016-statuten (zie punt 4.6-4.7 dagvaarding); en/of

( b) artikel 6 en/of artikel 9 van de 2011-statuten (zie punt 4.8 dagvaarding);

alsmede het Ava-besluit van 4 januari 2017 op de in punt 4.9-4.13 dagvaarding aangevoerde gronden te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid op de voet van artikel 2:15 lid 1 sub b BW;

ten aanzien van het Ava-besluit van 4 oktober 2017 als volgt te beslissen:

primair

voor recht te verklaren dat het Ava-besluit van 4 oktober 2017 non-existent of nietig is omdat geen meerderheid van stemmen is behaald; of

subsidiair

het Ava-besluit van 4 oktober 2017 te vernietigen ex artikel 2:15 lid 1 sub a BW wegens strijd met

( a) artikel 22 leden 4 t/m 6 van de 2016-statuten; en/of

( b) artikel 2:224 BW;

alsmede het Ava-besluit van 4 oktober 2017 te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid op de voet van artikel 2:15 lid 1 sub b BW.

en daarnaast

het DCP te veroordelen tot betaling van de (na)kosten van dit geding, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. leggen aan de vordering met betrekking tot het Ava-besluit van

4 januari 2017 ten grondslag dat op de vergadering van aandeelhouders van het DCP van

4 januari 2017 geen goedkeuring is gegeven aan een besluit tot verkoop van het Mitralis-belang. Aan de besluitvorming door de Ava kleven verschillende gebreken:

(1) Er was door het bestuur nog geen besluit genomen over de verkoop van het Mitralis-belang waaraan de Ava al dan niet goedkeuring zou kunnen geven, laat staan dat de stemmen in het bestuur staakten.

(2) Een meerderheid stemde tegen verkoop, omdat de B.V.’s van [naam aandeelhouder 2] en [naam aandeelhouder 5] die vóór stemden, niet over stemrecht beschikten zoals verbonden aan de aandelen in het DCP.

(3) Notulist notaris [naam notaris 2] heeft juridische standpunten over de stemrechten van de B.V.’s van [naam aandeelhouder 2] en [naam aandeelhouder 5] ingenomen en aan het proces-verbaal toegevoegd die niet zo zijn besproken, althans door [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. zijn bestreden. Daarmee is [naam notaris 2] de grenzen van zijn rol als notulist ver te buiten gegaan.

Op grond van artikel 15 Statuten 2016 moet het bestuur een besluit nemen over de verkoop van het Mitralis-belang en dat moet dan ter goedkeuring aan de Ava worden voorgelegd. Nu de rol van de Ava beperkt is tot het al dan niet goedkeuren van een dergelijk bestuursbesluit en de Ava slechts bij staking van stemming op bestuursniveau een besluit kan nemen

- hetgeen zich in dezen niet heeft voorgedaan - heeft de Ava zich niet bevoegdelijk uitgelaten over de verkoop van het belang, aldus [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s.

Op grond van de formulering van artikel 13 Statuten 2016 en hetgeen daaromtrent in verschillende aandeelhoudersvergaderingen is gewisseld, gelden voor [naam aandeelhouder 2] en [naam aandeelhouder 5] volgens [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. nog de artikelen 6 tot en met 9 van de Statuten 2011 en de daarin opgenomen kwaliteitseisen. Omdat [naam aandeelhouder 2] en [naam aandeelhouder 5] daaraan niet voldoen, daar zij niet langer radioloog zijn, hebben zij op grond van artikel 6 lid 2 Statuten 2011 geen stemrecht.

Naast de formele gebreken kleeft aan het Ava-besluit dat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, omdat de potentiële koper - het Ziekenhuis - zich evident onredelijk en onbillijk opstelt en alle mogelijke drukmiddelen richting de aandeelhouders niet heeft geschuwd. Aandeelhouders hebben daardoor zelfs tegen hun eigen belang in vóór (goedkeuring van) de verkoop gestemd en geen rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s..

3.3.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. leggen aan de vordering met betrekking tot het Ava-besluit van

4 oktober 2017 ten grondslag dat op de vergadering van aandeelhouders van het DCP van

4 oktober 2017 geen goedkeuring is gegeven aan de verkoopovereenkomst inzake het Mitralis-belang.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. stellen dat tussen de Ava’s van januari en oktober 2017 er niets is veranderd inzake de stemrechten van [naam aandeelhouder 2] en [naam aandeelhouder 5] . Er is dus geen meerderheid voor goedkeuring van de koopovereenkomst. Voorts herhalen [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. ook dat het besluit van 4 oktober 2017 in strijd met de redelijkheid en billijkheid tot stand is gekomen, omdat het Ziekenhuis druk heeft uitgeoefend. Ook dit goedkeuringsbesluit is als gevolg van die druk genomen. De overige aandeelhouders hebben bovendien in strijd gehandeld met de redelijkheid en billijkheid door volledig voorbij te gaan aan de gerechtvaardigde belangen van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s., ook omdat zij geen tijd hebben gekregen om het voorstel goed te kunnen bestuderen. In dat kader stellen [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. ook dat het Ava-besluit van 4 oktober 2017 in strijd is met de wet en de Statuten, omdat de oproeping niet correct is gedaan. [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. verzoeken notaris [naam notaris 1] te horen over de uitleg van de Statuten 2016 en de door partijen geuite bedoelingen achter de statutenwijziging.

3.4.

Het DCP neemt het standpunt in dat de besluiten van de Ava van 4 januari 2017 en 4 oktober 2017 niet nietig of vernietigbaar zijn en dat er rechtsgeldig is besloten. In 2016 zijn de statuten immers veranderd en zijn de kwaliteitseisen en aanbiedingsverplichting bij verlies van kwaliteit komen te vervallen. De nieuwe statuten gelden voor alle aandeelhouders en er is alleen een uitzondering gemaakt inzake de wijze van prijsbepaling van de

aandelen van, onder andere, de aandeelhouders [eiseres in de tussenkomst sub 3] . en [eiseres in de tussenkomst sub 4] Voorts is de Ava wel degelijk bevoegd om over het besluit tot verkoop te stemmen, aldus DCP. De statutair voorgeschreven route is gevolgd en er is geen strijd met enige wettelijke of statutaire bepaling die de bevoegdheid van verschillende organen of de totstandkoming van besluiten regelt. Verder stelt DCP dat bij het besluit tot verkoop van het aandelenbelang alle bij het besluit betrokken belangen van de in artikel 2:8 BW bedoelde personen zijn afgewogen en dat niet kan worden afgeleid dat het besluit niet naar redelijkheid en billijkheid tot stand heeft kunnen komen. Het besluit kan dan ook niet vernietigd worden wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid, aldus DCP.

Het DCP stelt dat na het vonnis van de voorzieningenrechter van 30 augustus 2017 in het incident, het bestuur de verkoop heeft voorbereid. Het DCP stelt dat zodra de concept koopovereenkomst gereed is gekomen op 28 september 2017 deze direct is toegezonden aan de aandeelhouders. Artikel 22 lid 4 Statuten 2016 vereist overigens enkel de vermelding van het onderwerp en verplicht niet tot toezending van een concept koopovereenkomst aan de orde. Het DCP stelt dat het bestuur op grond van het Ava-besluit van 4 januari 2017 tot verkoop van de aandelen het mandaat heeft de overeenkomst aan te gaan en uit te voeren. Het bestuur heeft aandeelhouders geïnformeerd en vragen beantwoordt. Dat [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. onvoldoende tijd hebben gehad, wordt betwist. [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. en de advocaat kenden de materie bovendien goed.

3.5.

Het Ziekenhuis stelt dat het bestuur van het DCP stelselmatig over de voorstellen van het Ziekenhuis met de Ava heeft gecommuniceerd en aldus doende heeft gehandeld waartoe de statuten strekken: geen verkoop zonder goedkeuring van de aandeelhouders. Op 4 januari 2017 is een rechtsgeldig besluit genomen door de Ava. Het Ziekenhuis stelt dat de vigerende statuten geen kwaliteitseisen stellen die zouden moeten leiden tot een aanbiedingsplicht en een opschorting van stemrecht. Zij kan het standpunt van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. dan ook niet volgen. [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. stellen zich pas op het standpunt dat de [naam aandeelhouder 5] en [naam aandeelhouder 2] niet stemgerechtigd zijn nu het niet (meer) uitkomt; volgens het Ziekenhuis onderstreept dit de onredelijkheid van het standpunt. Het Ziekenhuis betwist onrechtmatig te hebben gehandeld op welke wijze dan ook. De aanwijzing aan de vakgroep radiologie is gegeven in het kader van de verhoudingen in de vakgroep, die door de aandelenkwestie onder spanning werden gezet. De opheffing van de aanwijzing houdt verband met de bovenlokale vakgroepsvorming.

Het Ziekenhuis betwist dat zij ontoelaatbare druk heeft uitgeoefend op [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] of [naam aandeelhouder 8] . Geen van hen heeft zijn stemgedrag veranderd. Ook de overige aandeelhouders geven aan hun stemgedrag niet te hebben aangepast uit vrees voor het Ziekenhuis. Het Ziekenhuis stelt hen alleen als medisch specialist aan te spreken, niet als aandeelhouder.

3.6.

[eiseressen in de tussenkomst] c.s. stellen zich op het standpunt dat de aandeelhouders [eiseres in de tussenkomst sub 1] ( [naam aandeelhouder 1] ), [eiseres in de tussenkomst sub 2] ( [naam aandeelhouder 6] ), [eiseres in de tussenkomst sub 5] ( [naam aandeelhouder 3] ), [eiseres in de tussenkomst sub 4] ( [naam aandeelhouder 5] ) en [eiseres in de tussenkomst sub 3] ( [naam aandeelhouder 2] ), die elk 184 aandelen bezitten, positief staan tegenover de verkoop van het Mitralis-belang aan het Ziekenhuis, omdat zij daar een logische stap in het kader van de fusie van Orbis en Atrium in zien en er ook voordeel in zien voor alle partijen. [naam aandeelhouder 1] vertegenwoordigt als bestuurder van het DCP het standpunt van deze aandeelhouders. [eiseressen in de tussenkomst] c.s. betwisten dat het Ziekenhuis deze aandeelhouders onder druk heeft gezet.

Voorts wordt gesteld dat (1) op grond van de geldende statuten klip en klaar is dat

[naam aandeelhouder 5] en [naam aandeelhouder 2] tot aan het moment dat zij hun aandelen hebben verkocht stemrecht hebben, dat (2) juist omdat de stemmen het bestuur staken – de andere bestuurder van het DCP (tevens aandeelhouder) [naam aandeelhouder 8] is tegen de verkoop – de Ava op 4 januari 2017 bevoegd was te besluiten, zoals zij deed, en dat 3) er in wezen een gewijzigd bestuursbesluit voorlag, waardoor een nieuw besluit niet nodig was.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In de tussenkomst

3.8.

[eiseressen in de tussenkomst] c.s. vorderen een verklaring voor recht dat aan de aandelen gehouden door [naam aandeelhouder 2] en [naam aandeelhouder 5] stemrecht verbonden is. Ter onderbouwing van deze vordering wijzen zij op het verweer in de hoofdzaak.

3.9.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. voeren kort gezegd het verweer dat [eiseressen in de tussenkomst] c.s. onvoldoende belang hebben bij de vordering en dat deze te breed is om te kunnen worden toegewezen.

4 De beoordeling

In de hoofdzaak en in de tussenkomst

4.1.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s hebben hun eis vermeerderd en uitgebreid tot het besluit van de Ava op 4 oktober 2017 inzake de goedkeuring van de koopovereenkomst.

Deze eiswijziging wordt toegelaten, omdat partijen er geen bezwaar tegen hebben aangetekend en de wijziging voor het overige in overeenstemming met wet en regelgeving is.

4.2.

Centraal staat de vraag of aan de besluiten van de Ava van 4 januari 2017 en
4 oktober 2017 zodanige gebreken kleven dat niet kan worden geoordeeld dat sprake is van een goedkeuring van het besluit tot verkoop van het DCP aandeel in Mitralis en een goedkeuring van de koopovereenkomst.

De statuten: prijsbepaling en stemrecht

4.3.

In de Ava van 17 februari 2016 zijn de Statuten 2016 vastgesteld die in werking zijn getreden op 4 mei 2016.

4.4.

De tekst van de Statuten 2016 bevat slechts één bepaling – artikel 13 lid 6 – waarin voor bepaalde – nota bene: bij naam genoemde – aandeelhouders een uitzondering wordt gemaakt en de oude regeling van de Statuten 2011 heeft te gelden.

Tijdens de Ava van 17 februari 2016 is uitdrukkelijk besproken en tijdens de stemronde opgemerkt dat er een uitzondering wordt gemaakt voor de nieuwe prijsbepalingsregeling van artikel 13 lid 6 voor de daarin met naam genoemde (uitgetreden of uittredende en/of tegenstemmende) aandeelhouders. Uit het transcript van de opname die is gemaakt van de vergadering blijkt dat de verandering van de wijze van prijsbepaling voor enkele aandeelhouders niet aanvaardbaar was en dat men daar niet aan gebonden wilde worden. Ook blijkt dat deze aandeelhouders de overige aandeelhouders niet voor de voeten wilden lopen in het kader van een door deze laatsten noodzakelijke c.q. wenselijke geachte statutenwijziging. Door het opnemen van de uitzondering op artikel 13 lid 6 konden zij leven met de statutenwijziging.

4.5.

Voor zover de bedoeling van aandeelhouders al een rol mag spelen in de uitleg van statuten van een vennootschap is die bedoeling op grond van (het transcript en) de notulen duidelijk. De notulen noch de vastgestelde tekst van artikel 13 (noch, zoals gezegd, andere artikelen van de Statuten 2016) verwijzen naar voorheen geldende statutaire regels of bepalingen.

Het bewijsaanbod van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. inzake het horen van notaris [naam notaris 1] wordt dan ook gepasseerd.

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat de verwijzing naar “artikel 13” in lid 6 beperkt moet worden uitgelegd, als enkel verwijzend naar de daaraan direct voorafgaande prijsbepalingsregel van artikel 13 lid 6. Bedoelde toevoeging ziet dan ook alleen op de prijsbepaling, als onderdeel van de blokkeringsregeling, zoals vastgelegd in artikel 8 Statuten 2011, in geval van overdracht van de aandelen van de in artikel 13 lid 6 Statuten 2016 genoemde aandeelhouders. Gelet op de plaatsing van de uitzondering in lid 6 is er geen enkele aanleiding te moeten oordelen dat de blokkeringsregeling van artikel 13 als geheel moet worden uitgezonderd. Er is dan ook geen enkel handvat om te moeten oordelen dat behalve artikel 8 ook nog een of meer andere artikelen van de Statuten 2011, zoals de blokkeringsregeling van artikel 7 of de kwaliteitseis van artikel 6, een rol zouden spelen.

4.7.

Uit het transcript blijkt ook dat uitdrukkelijk gesproken is over het al dan niet hebben van stemrecht. Er is consensus bij de aanwezigen over het feit dat elke aandeelhouder die nog niet verkocht heeft stemrecht heeft bij de statutenwijziging en – de rechtbank kan het niet anders begrijpen – stemrecht zal behouden na statutenwijziging. Aandeelhouderschap – ondernemerschap van het DCP – en niet het zijn van praktiserend radioloog zou immers het uitgangspunt worden onder de vernieuwde statuten.

4.8.

Artikel 24 Statuten 2016 bepaalt dat elk aandeel recht geeft op het uitbrengen van één stem. De Statuten 2016 bevatten geen uitzondering hierop. Dit betekent dat de aandeelhouders stemrecht hebben, ongeacht of zij nu wel of niet het beroep van radioloog (nog) uitoefenen en of zij nu wel of niet (nog) lid zijn van de maatschap.

Omdat de Statuten 2016 van toepassing zijn op besluitvorming van de Ava van 4 januari 2017 en er dus geen beperkingen liggen op het stemrecht, zijn de stemmen van [eiseres in de tussenkomst sub 3] en [eiseres in de tussenkomst sub 4] rechtsgeldig uitgebracht. Een meerderheid van de Ava heeft besloten tot verkoop van de aandelen aan het Ziekenhuis.

4.9.

Omdat de Statuten 2016 vanaf 4 mei 2016 van kracht zijn en daarin elke referentie aan het moeten voldoen aan de kwaliteit praktiserend radioloog c.q. lid van de maatschap ontbreekt, stranden alle argumenten van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. die daarmee verband houden bij voorbaat. Deze behoeven geen bespreking of nadere weerlegging.

De statuten: goedkeuring van de Ava

4.10.

Vast staat dat er geen uitdrukkelijk bestuursbesluit was noch dat formeel sprake was van stakende stemmen in het bestuur inzake de verkoop van de aandelen. Het bestuur heeft vanaf het eerste bod in de brief van 20 april 2016 steeds de Ava nauw betrokken bij de onderhandeling c.q. besluitvorming. Na een aanvankelijke afwijzing is besloten door te onderhandelen over de voorwaarden. Uiteindelijk is – na verschillende vergaderingen waar het bod door de aandeelhouders steeds niet voldoende werd gevonden, omdat het, zo begrijpt de rechtbank, kennelijk niet concreet genoeg was – het aanbod van 1 december 2016 door het bestuur geagendeerd. De agenda is door het bestuur voorbereid en de convocatie is namens het bestuur uitgegaan. De advocaat van het DCP is uitgenodigd, alsmede een notaris ter ondersteuning in de discussie over het bod op de aandelen. Ter vergadering is toegelicht dat de bestuursleden – [naam aandeelhouder 8] en [naam aandeelhouder 1] – er tegengesteld over dachten – een gegeven dat overigens al langer bekend was bij de aandeelhouders – het aanbod is andermaal toegelicht en besproken en de Ava heeft zich over het aanbod op 4 januari 2017 in een stemming uitgelaten.

4.11.

De handelwijze die ondanks het ontbreken van een formeel besluit of formele vaststelling dat de stemmen staken, als bedoeld in artikel 15 lid 4 Statuten 2016, is gevolgd, is naar het oordeel van de rechtbank in de lijn van en verenigbaar met de strekking van de Statuten 2016. Uit artikel 15 lid 7 Statuten 2016 volgt immers dat zonder Ava er geen definitief besluit mogelijk is over het aanbod. Voor zover [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. stellen dat de Ava niet kon besluiten, omdat er geen bestuursbesluit voorbereid was en er (dus) ook geen staking van stemmen in het bestuur was, volgt de rechtbank dit dan ook niet.

Er is niet gehandeld in strijd met de wet nu de strekking en bedoeling van artikel 15 Statuten 2016 is nageleefd. Er is sprake van deugdelijk voorbereide besluitvorming. Voorts is een gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen (920 voor, 887 tegen) voor het aanbod van 1 december 2016 uitgebracht, zodat het DCP op het finale bod van het Ziekenhuis is ingegaan . Ook de tegenstemmers – [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. – zijn aan dit besluit gebonden.

Strijd met de redelijkheid en billijkheid

4.12.

Het is aan het bestuur van de vennootschap om de belangen van de vennootschap te behartigen. De individuele aandeelhouder heeft belangen die daaraan tegengesteld kunnen zijn en die bovendien tegengesteld kunnen zijn aan de belangen van andere aandeelhouders. Het is op zichzelf beschouwd niet onredelijk of onaanvaardbaar, indien een meerderheid van de aandeelhouders bij een verkoop met een prijs per aandeel en voorwaarden akkoord gaat, die een minderheid van de aandeelhouders onvoldoende vindt. Met name niet in het licht van de Statuten 2016 van het DCP waarin besluiten als deze aandelenverkoop met een gewone meerderheid worden goedgekeurd, zonder dat in die statuten nadere voorwaarden aan de besluitvorming en/of belangenafweging worden gesteld.

Voor het oordeel over de vraag of de meerderheidsaandeelhouders zich al dan niet onredelijk opstellen is van belang dat het voortbestaan van de eerstelijns zorgactiviteiten van de vennootschap Mitralis gewaarborgd is. Dat de continuïteit van Mitralis onder druk zou staan, is niet alleen weersproken door [eiseressen in de tussenkomst] c.s. en het Ziekenhuis, maar door [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. ook niet met concrete feiten onderbouwd. Dat de Ava het bestuur dwingt te handelen in strijd met het belang van de vennootschap is dan ook niet aan de orde.

Dat andere uitgangspunten voor de waardebepaling van het aandeel of een nader boekenonderzoek zouden kunnen aantonen dat Mitralis meer waard is en dus een lagere prijs wordt betaald dan mogelijk gerealiseerd zou hebben kunnen worden, mag wellicht zo zijn, maar doet aan dit oordeel ook niet af. Dat [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. als gevolg van het besluit van de Ava een lagere opbrengst realiseren dan zij vooraf verwachtten is mogelijk, maar dat zij schade lijden is niet navolgbaar.

4.13.

Voor zover [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. met de stelling dat sprake is van strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:8 BW betoogt dat het Ziekenhuis zich op een ontoelaatbare manier heeft gemengd in de vennootschappelijke verhoudingen binnen het DCP is rechtbank van oordeel dat daarvan niet is gebleken. Een en ander nog los van het feit dat artikel 2:8 BW ziet op interne verhoudingen binnen de vennootschap.

De rechtbank merkt daarbij op dat de aandeelhouders van het DCP een minderheid vormen van de aan het Ziekenhuis verbonden radiologen en dat het Ziekenhuis belang heeft bij een goed functionerende vakgroep en bij een goede samenwerking met derden, als huisartsen en zorgverzekeraars. Het is een vaste lijn van het Ziekenhuis dat samenwerking wordt gezocht met initiatieven van haar medisch specialisten en dat een zelfstandig en zonder toestemming ontplooien van initiatieven als Mitralis wordt beschouwd als een concurrerende activiteit. Een dergelijke lijn is niet onredelijk. Dat door [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. druk wordt ervaren als het Ziekenhuis de vakgroep als geheel een aanwijzing geeft, de samenwerkingsovereenkomst opzegt en individuele radiologen op die tegengestelde belangen en op de mogelijke consequenties van een 'Alleingang' wijst, is begrijpelijk, maar het handelen van het Ziekenhuis kan niet worden gekarakteriseerd als onredelijk of zelfs onrechtmatig.

4.14.

Dat belangen van verschillende aandeelhouders uiteenlopen en ook door de tijd, door de ontwikkelingen in de zorgsector en als gevolg van economische of persoonlijke omstandigheden kunnen veranderen, waardoor sommige aandeelhouders mogelijk bevattelijker zijn voor de argumenten van het Ziekenhuis, is het Ziekenhuis vanzelfsprekend niet aan te rekenen en leidt evenmin tot het oordeel dat die (meerderheids)aandeelhouders zich onredelijk ten opzichte van andere (minderheids)aandeelhouders gedragen.

4.15.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. stellen dat de aandeelhouders – zowel de voorstanders als de tegenstanders van de verkoop van het aandeel van het DCP in Mitralis – door het Ziekenhuis onder druk zijn gezet.

Druk is onaanvaarbaar als aangetoond wordt dat het oordeel (stemgedrag) door die druk zo is beïnvloed dat niet kan worden geoordeeld dat dat stemgedrag in vrijheid tot stand is gekomen; er moet sprake zijn van een wilsgebrek als gevolg van die druk.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. hebben verschillende voorbeelden beschreven van dergelijke beweerdelijk onaanvaardbare druk. [eiseressen in de tussenkomst] c.s. hebben weersproken dat er dergelijke druk is ervaren of uitgeoefend.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. heeft weliswaar voorbeelden gegeven van situaties waarvan [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. opmerkt dat sprake is van het uitoefenen van beweerdelijk ongeoorloofde druk op [naam aandeelhouder 7] en [naam aandeelhouder 8] , maar uit het feit dat beiden niet van standpunt zijn veranderd volgt dat daarvan geen sprake kan zijn.

4.16.

De rechtbank is van oordeel dat er geen gronden zijn om te moeten oordelen dat (de goedkeuring van) het besluit tot verkoop in strijd met de wet of de Statuten 2016 of in strijd met de redelijkheid en billijkheid tot stand is gekomen.

De primaire en subsidiaire vordering ten aanzien van het besluit van 4 januari 2017 moeten worden afgewezen.

De statuten: oproeping en strijd met de redelijkheid en billijkheid

4.17.

Vast staat dat de convocatiebrief van 19 september 2017 tijdig is uitgegaan inzake de Ava van 4 oktober 2017.

Volgens artikel 22 lid 4 Statuten 2016 kan het bestuur volstaan met het agenderen van onderwerpen. Er is geen regeling getroffen inzake het toevoegen van onderliggende stukken. Ook de wet voorziet daarin niet. Het is juist om te stellen dat, indien onderliggende stukken worden toegezonden, daarbij een redelijke termijn in acht dient te worden genomen. Vast staat dat op donderdag 28 september 2017, te weten vijf dagen voorafgaand aan de vergadering, de ontwerpkoopovereenkomst is toegezonden. [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. kan niet worden gevolgd dat dit een onredelijk korte termijn is. Het feit dat [naam aandeelhouder 7] zich in het buitenland bevond en ook de advocaat van [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. de stukken pas enige dagen later dan

28 september 2017 onder ogen kreeg, komt voor eigen rekening en risico. Het was niet ondenkbaar dat de ontwerpkoopovereenkomst voorafgaand aan de vergadering zou worden toegezonden, zodat maatregelen zouden hebben kunnen worden getroffen om er kennis van te nemen, zodra dit aan de orde was. Niet is gesteld noch is gebleken dat [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. na ontvangst van de convocatie om toezending van de conceptkoopovereenkomst hebben verzocht. [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. kan niet worden gevolgd dat de handelwijze van het bestuur van het DCP in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, als bedoeld in artikel 2:8 BW.

Omdat het onderwerp tijdig is geagendeerd en het onderliggende document binnen een redelijke termijn is toegezonden heeft de Ava kunnen besluiten met volstrekte meerderheid van stemmen.

4.18.

De rechtbank is van oordeel dat er geen gronden zijn om te moeten oordelen dat de goedkeuring van de koopovereenkomst in strijd met de wet of de Statuten 2016 of in strijd met de redelijkheid en billijkheid tot stand is gekomen.

De primaire en subsidiaire vordering ten aanzien van het besluit van 4 oktober 2017 moeten worden afgewezen.

De verklaring voor recht in de tussenkomst

4.19.

In het bovenstaande is al vastgesteld en geoordeeld dat de Statuten 2016 per 4 mei 2016 in werking zijn getreden en dat aan de aandelen in handen van de aandeelhouders stemrecht is verbonden onafhankelijk van de kwaliteit van de aandeelhouder en dat enkel inzake de prijsbepaling artikel 8 van de Statuten 2011 gelden voor de in artikel 13 lid 6 statuten 2016 met name genoemde aandeelhouders.

4.20.

Aan het bovenstaande doet niet af dat [eiseres in de tussenkomst sub 3] en [eiseres in de tussenkomst sub 4] hun aandelen onder de werking van de Statuten 2011 hebben aangeboden. Omdat niet binnen de door die statuten gestelde termijn gegadigden voor die aandelen zijn aangewezen, is met inwerkingtreden van de Statuten 2016 het nieuwe regime van de Statuten 2016 van toepassing.

4.21.

[eiseressen in de tussenkomst] c.s hebben, gelet op de vordering in de hoofdzaak, voldoende belang bij de verklaring voor recht dat aan de aandelen gehouden door [eiseres in de tussenkomst sub 3] en [eiseres in de tussenkomst sub 4] stemrecht verbonden is.

In de hoofdzaak en in de tussenkomst

Proceskosten

4.22.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de hoofdzaak hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld.

Deze worden aan de zijde van het DCP begroot op € 2.247,00 (te weten € 618,00 griffierecht en € 1.629,00 salaris advocaat; 3 punten in tarief II (€ 543,00) – conclusie van antwoord, conclusie van dupliek, nadere (antwoord)conclusie). De gevorderde nakosten en rente zullen worden toegewezen als in het dictum.

Deze worden aan de zijde van het Ziekenhuis begroot op € 2.247,00 (te weten € 618,00 griffierecht en € 1.629,00 salaris advocaat; 3 punten in tarief II (€ 543,00) – conclusie van antwoord, conclusie van dupliek, aanvullende conclusie van antwoord).

Deze worden aan de zijde van [eiseressen in de tussenkomst] c.s. begroot op € 2.247,00 (te weten € 618,00 griffierecht en € 1.629,00 salaris advocaat; 3 punten in tarief II (€ 543,00) – conclusie van antwoord, conclusie van dupliek, aanvullende conclusie van antwoord).

4.23.

[eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de tussenkomst in de proceskosten worden veroordeeld.

Deze worden aan de zijde van [eiseressen in de tussenkomst] c.s. begroot op € 1.086,00 (salaris advocaat; 2 punten in tarief II (€ 543,00) – conclusie van eis, conclusie van repliek).

Deze worden aan de zijde van het DCP begroot op € 1.086,00 (salaris advocaat; 2 punten in tarief II (€ 543,00) – conclusie van antwoord in de gevoegde zaak, conclusie van dupliek in de tussenkomst). De gevorderde nakosten en rente zullen worden toegewezen als in het dictum.

Deze worden aan de zijde van het Ziekenhuis begroot op € 543,00 (salaris advocaat; 1 punt in tarief II (€ 543,00) – conclusie van antwoord in de gevoegde zaak).

5 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. hoofdelijk, in de zin dat als de een betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van het DCP begroot op € 2.247,00, vermeerderd met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 BW, over de (na)kosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de algehele betaling;

5.3.

veroordeelt [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. hoofdelijk, in de zin dat als de een betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van het Ziekenhuis en [eiseressen in de tussenkomst] c.s. tot op heden begroot op elk € 2.247,00,

5.4.

verklaart de proceskostenveroordeling onder 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad,

in de tussenkomst

5.5.

verklaart voor recht dat aan de aandelen gehouden door [eiseres in de tussenkomst sub 3] en [eiseres in de tussenkomst sub 4] stemrecht verbonden is,

5.6.

veroordeelt [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. hoofdelijk, in de zin dat als de een betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de kosten van de tussenkomst, aan de zijde van [eiseressen in de tussenkomst] c.s. tot op heden begroot op € 1.086,00,

5.7.

veroordeelt [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. hoofdelijk, in de zin dat als de een betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van het DCP begroot op € 1.086,00, vermeerderd met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 BW, over de (na)kosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de algehele betaling;

5.8.

veroordeelt [eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de tussenkomst] c.s. hoofdelijk, in de zin dat als de een betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van het Ziekenhuis tot op heden begroot op € 543,00,

5.9.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, mr. S.V. Pelsser en mr. K.J.H. Hoofs en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB