Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8143

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28-08-2018
Datum publicatie
03-09-2018
Zaaknummer
C/03/252433 / KG ZA 18-371 en C/03/253523 / KG ZA 18-424
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In conventie:

Executiegeschil (artikel 438 lid 2 Rv). Geen misbruik van het recht tot executie vastgesteld.

Ten aanzien van het gelegde beslag is niet summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht (artikel 705, lid 2 Rv).

In reconventie:

Ten aanzien van de vordering dat in kort geding wordt vastgesteld dat dwangsommen zijn verbeurd: Onder omstandigheden brengt een doelmatige procesvoering mee dat ook de voorzieningenrechter die in een eerder kort geding ook de dwangsom heeft opgelegd, op de daartoe strekkende vordering (die is gegrond op art. 611c Rv) het bedrag der verbeurde dwangsom(men) kan vaststellen. Deze uitspraak draagt dan wel een voorlopig karakter. Van de spoedeisendheid van de vordering is echter niet gebleken.

In het door de deurwaarder aanhangig gemaakt kort geding op grond van artikel 438 lid 4 Rv:

De formulering van de raadsman van geëxecuteerden in een tweetal brieven en e-mail gericht aan de deurwaarder mogen voor de deurwaarder een reden vormen daarin het opleggen van restricties te lezen, terwijl de rechtbank in de beschikking van 15 mei 2018 heeft bepaald dat de geëxecuteerden hun medewerking dienen te verlenen aan de executie. Het opleggen van restricties en voorwaarden past daar niet bij. De toon van de brieven past daar naar het oordeel van de voorzieningenrechter eveneens niet bij. De vermelding van de aangezegde aansprakelijkstelling werpt een belemmering voor de deurwaarder op om zijn werk vrijelijk uit te voeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/252433 / KG ZA 18-371 en

zaaknummer / rolnummer: C/03/253523 / KG ZA 18-424 (deurwaardersrenvooi)

Vonnis in kort geding van 28 augustus 2018

in de zaak C/03/252433 / KG ZA 18-371 van

1 [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,

wonend te [woonplaats] ,

2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2],

wonend te [woonplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam BV] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. T. Teke en mr. M. van Daal te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar het land van vestiging

HORNBACH BAUMARKT AG,

gevestigd te Bornheim (Pfalz), Duitsland,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.S. van Liebergen en mr. T.R.B. de Greve te Amsterdam,

en

in de zaak C/03/253523 / KG ZA 18-424 die door

[naam gerechtsdeurwaarder] ,

gerechtsdeurwaarder te Amsterdam,

optredend als executerend deurwaarder,

op grond van artikel 438 lid 4 Rv aanhangig is gemaakt tussen:

de rechtspersoon naar het land van vestiging

HORNBACH BAUMARKT AG,

gevestigd te Bornheim (Pfalz), Duitsland,

ecexutante,

advocaat mr. C.S. van Liebergen en mr. T.R.B. de Greve te Amsterdam,

en

1 [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,

wonend te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam BV] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

geëxecuteerden,

advocaat mr. T. Teke en mr. M. van Daal te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. – dan wel ieder afzonderlijk: [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [naam BV] – en Hornbach genoemd worden.

1 De procedure

In de zaken met nummers C/03/252433 / KG ZA 18-371 en C/03/253523 / KG ZA 18-424

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 juli 2018 en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 12 in de zaak C/03/252433 / KG ZA 18-371

- het proces-verbaal van gerechtsdeurwaarder [naam gerechtsdeurwaarder] te Amsterdam
(hierna: de deurwaarder) van 31 juli 2018 ex artikel 438 lid 4 Rv, met producties, en het exploot van betekening van dit proces-verbaal op 3 augustus 2018 in de zaak C/03/253523 / KG ZA 18-424

  • -

    de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. op 9 augustus 2018 toegezonden producties 13 tot en met 20

  • -

    de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. op 13 augustus 2018 toegezonden producties 21 en 22

  • -

    de eis in reconventie in de zaak C/03/252433 / KG ZA 18-371

  • -

    de door Hornbach op 10 augustus 2018 toegezonden producties 1 tot en met 20

- de akte overlegging nadere producties 21 tot en met 27 van Hornbach

  • -

    de gelijktijdige mondelinge behandeling van beide zaken

  • -

    de pleitnota van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s.

  • -

    de pleitnota van Hornbach

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

In de zaken met nummers C/03/252433 / KG ZA 18-371 en C/03/253523 / KG ZA 18-424

2.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] is de vader van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2]

2.2.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] is circa 20 jaar (laatstelijk als ‘internationaal directeur’) in dienst geweest bij Hornbach.

2.3.

Bij “Aufhebungsvertrag” getekend op 2 mei 2016 zijn Hornbach en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] (voor zover thans van belang) overeengekomen dat het dienstverband per 31 oktober 2016 eindigde en dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] een vergoeding van circa € 570.000,00 (bruto) zou ontvangen, indien hij gedurende een periode van twee jaar na het sluiten van de overeenkomst niet voor concurrenten van Hornbach zou gaan werken.

2.4.

Tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en Hornbach zijn nadien geschillen ontstaan, die ertoe hebben geleid dat bij (kop-staart-)vonnis van 5 april 2017 van het Duitse Arbeitsgericht Ludwigshafen Am Rhein (Aktenzeichnen: 3 CA 1108/16) Hornbach is veroordeeld om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] te betalen een bedrag van € 570.000,00 (bruto).

2.5.

Op 15 augustus 2017 heeft Hornbach een nettobedrag van € 285.887,90 aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] betaald. Hornbach heeft de daarover verschuldigde loonbelasting van circa

€ 285.000,00 betaald aan de Duitse fiscus.

2.6.

Hornbach is tegen het vonnis van 5 april 2017 in hoger beroep gegaan. Bij (kop-staart-)vonnis van 8 februari 2018 van het Landesarbeitsgericht Rheinland-Pfalz (de deelstaatrechtbank voor arbeidszaken van Rheinland-Pfalz), is [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] veroordeeld om aan Hornbach te betalen € 570.836,84 in hoofdsom, te vermeerderen met rente en kosten.

2.7.

Op 16 februari 2018 is het vonnis van 8 februari 2018 door de deelstaatrechtbank voor arbeidszaken van Rheinland-Pfalz voorzien van een certificaat als bedoeld in art. 53 lid 2 en 54 EEX-Verordening, waardoor Hornbach beschikt over een executoriale titel die ten laste van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd.

2.8.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] is sinds 19 februari 2018 enig aandeelhouder van MyCars B.V. De aandelen van MyCars B.V. zijn op die datum overgedragen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] door [naam BV] [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] houdt alle aandelen in [naam BV]

2.9.

Op 26 februari 2018 zijn zowel het Duitse vonnis van 8 februari 2018 als het certificaat aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] betekend, waarbij bevel tot betaling is gedaan en waarbij [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] is gesommeerd om aan de deurwaarder althans aan de advocaat van Hornbach binnen twee dagen schriftelijk opgave te doen van de inkomens- en vermogenspositie en voor verhaal vatbare goederen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1]

2.10.

Op 28 februari 2018 heeft Hornbach executoriaal beslag gelegd op een aantal verhaalsobjecten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1]

2.11.

Op 2 maart 2018 zijn de processen-verbaal van de executoriale beslagen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] betekend.

2.12.

Op 6 maart 2018 heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. althans de deurwaarder een verklaring omtrent het inkomen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ontvangen.

2.13.

Bij kort geding vonnis van 17 april 2018 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg in een door Hornbach tegen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] aanhangig gemaakt kort geding (zaak C/03/247574 / KG ZA 18-146) als volgt (voor zover hier relevant) beslist:

5.2.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] binnen twee weken na betekening van dit vonnis tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met betrekking tot de aandelentransactie van de aandelen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MyCars B.V.:

  1. de volledige koopovereenkomst(en),

  2. de akte(n) van levering(en),

  3. alle concepten van de onder (a.) en (b.) genoemde bescheiden,

  4. alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot de onder (a.), (b.) en/of (c.) genoemde bescheiden,

en voorts kopieën van:

alle bescheiden die betrekking hebben op de totstandkoming en/of uitvoering van

voornoemde en/of overige transacties en/of rechtshandelingen tussen enerzijds

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en anderzijds de besloten vennootschap met beperkte

aansprakelijkheid MyCars B .V. en/of [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] ,

(betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe aan de koopsom is voldaan,

5.3

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] binnen twee weken na betekening van dit vonnis tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met betrekking tot de aandelentransactie van de aandelen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MyCars B.V.:

  1. de volledige koopovereenkomst(en),

  2. de akte(n) van levering(en),

  3. alle concepten van de onder (a.) en (b.) genoemde bescheiden,

  4. alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot de onder (a.), (b.) en/of (c.) genoemde bescheiden,

en voorts kopieën van:

alle bescheiden die betrekking hebben op de totstandkoming en/of uitvoering van

voornoemde en/of overige transacties en/of rechtshandelingen tussen enerzijds

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en anderzijds de besloten vennootschap met beperkte

aansprakelijkheid MyCars B .V. en/of [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] ,

(betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe aan de koopsom is voldaan,

5.4.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] binnen twee weken na betekening van dit vonnis tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met betrekking tot de leningsovereenkomst tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en MyCars B.V.:

  1. de volledige leningovereenkomst(en) inclusief alle eventuele aanpassingen daarop,

  2. (betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe het bedrag van de lening is verstrekt,

  3. (betalings)bewijzen waaruit blijkt hoe en wanneer en op welke wijze eventuele

rente en/of aflossingen zijn/worden voldaan,

documentatie omtrent een eventuele zekerheid die is gesteld,

alle concepten van de onder (a), (b), (c) en (d) genoemde bescheiden, en

alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot alle hiervoor genoemde bescheiden,

5.5

ieder van de onder 5.2. tot en met 5.4. genoemde veroordelingen ten aanzien van ieder van de gedaagden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat niet of niet geheel aan deze veroordelingen wordt voldaan, met een totaalmaximum van € 1.000.000,00.

2.14.

Op 18 april 2018 is de grosse van het kort geding vonnis van 17 april 2018 betekend aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2]

2.15.

Op 1 mei 2018 heeft de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] naar aanleiding van het kort geding vonnis van 17 april 2018 aan de advocaten van Hornbach een aantal bescheiden toegezonden.

2.16.

Bij beschikking van 15 mei 2018 heeft de rechtbank Limburg op verzoek van Hornbach in een procedure ingevolge artikel 474g Rv tegen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] (zaak C/03/248174 / HA RK 18-87) bepaald dat Hornbach tot verkoop (onderhands dan wel openbaar) en overdracht van de in beslag genomen aandelen mag overgaan en daarbij voorts het volgende besloten:

4.7

bepaalt dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [naam BV] hun medewerking aan de executie dienen te verlenen op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat zij daarmee na een eerste verzoek mee te werken nalatig blijven, met een maximum van € 714.0000,00,

4.8

bepaalt dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [naam BV] binnen vijf dagen na een eerste verzoek daartoe, alle voor de waardering en verkoop van de aandelen relevante (financiële) gegevens betreffende [naam BV] aan de deurwaarder en de door de deurwaarder ingeschakelde derden ter beschikking zal moeten stellen, eveneens op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat zij daarmee nalatig blijven, met een maximum van € 714.0000,00,

4.9

bepaalt dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [naam BV] , indien de gerechtsdeurwaarder daarom verzoekt en zulks wenselijk acht, volledige medewerking dienen te verlenen aan volledig boekenonderzoek (due dilligence) door potentiële kopers, tegen de door de gerechtsdeurwaarder te bepalen verdere voorwaarden, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat zij daarmee na een eerste verzoek mee te werken nalatig blijven, met een maximum van € 714.0000,00.

2.17.

Op 16 mei 2018 is de grosse van de beschikking van de rechtbank van 15 mei betekend aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] en heeft de deurwaarder bevel gedaan aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] tot het verstrekken van informatie en verlenen van medewerking overeenkomstig de beschikking.

2.18.

Bij e-mail van 21 mei 2018 heeft de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] naar aanleiding van het bevel van 16 mei 2018 diverse bescheiden aan de deurwaarder toegestuurd.

2.19.

Op 21 juni 2018 heeft Hornbach executoriale beslagen ten laste van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] laten leggen onder de Belastingdienst en de stichting Stichting Beheer Derdengelden Maatschap Warendorf, gevestigd te Amsterdam, ter uitwinning van de op basis van het kort geding vonnis en de beschikking tot en met 20 juni 2018 verbeurde dwangsommen voor een bedrag van € 240.000,- ( [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] uit kracht van het kort geding vonnis), € 1.000.000,- ( [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] uit kracht van de beschikking) en
€ 1.000.000,- ( [naam BV] uit kracht van de beschikking).

2.20.

Op 21 juni 2018 heeft Hornbach op basis van het vonnis van 8 februari 2018 ten laste van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] executoriale beslag laten leggen op de personenauto van het merk BMW, type 5ER REIHE, kleur grijs, kenteken [kenteken] , bouwjaar 2002.

2.21.

Op 5 juli 2018 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] een bedrag van € 300.000,- betaald aan Hornbach naar aanleiding van het vonnis van 8 februari 2018.

2.22.

Op 10 augustus 2018 heeft Hornbach op basis van het vonnis in kort geding van

17 april 2018 ten laste van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] executoriaal derdenbeslag gelegd onder

Van Dongen Berging B.V. op de onder 2.20 genoemde BMW.

3 Het geschil

In de zaak met nummer C/03/252433 / KG ZA 18-371

in conventie

3.1.

De vorderingen in conventie luiden als volgt:

a. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] vorderen – samengevat – Hornbach:

te verbieden over te gaan tot, althans schorsing of staking van, de tenuitvoerlegging van het kort geding vonnis van 17 april 2018,

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] vorderen – samengevat – Hornbach:

te verbieden over te gaan tot, althans schorsing of staking van, de tenuitvoerlegging van de beschikking van 15 mei 2018,

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] vorderen – samengevat – Hornbach:

te veroordelen tot opheffing van de op basis van de beschikking gelegde beslagen onder de Belastingdienst en de Stichting Beheer Derdengelden Maatschap Warendorf,

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] vordert – samengevat – Hornbach:

te veroordelen tot opheffing van de op basis van het kort geding vonnis gelegde beslagen onder de Belastingdienst en de Stichting Beheer Derdengelden Maatschap Warendorf,

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] vordert – samengevat – Hornbach:

te veroordelen tot opheffing van het gelegde beslag op de personenauto,

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. vorderen Hornbach:

te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

Hornbach voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Hornbach vordert – ten aanzien van ieder van de drie gedaagden in reconventie afzonderlijk – veroordeling:

  • -

    (i. tm iii.) tot betaling van ieder € 100.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ter zake reeds verbeurde dwangsommen,

  • -

    (iv. tm vi.) om binnen vijf dagen na betekening van het ten deze te wijzen

vonnis, aan de advocaat van eiseres (mr. C.S. van Liebergen, Stibbe N.V., Beethovenplein

10 te Amsterdam),

althans aan de deurwaarder die het ten deze te wijzen vonnis aan respectievelijk [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [naam BV] betekent, althans op een wijze zoals door U E.A. in goede justitie te bepalen,

schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd inlichtingen en opgave omtrent zijn binnen- en

buitenlandse inkomens- en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare binnen- en

buitenlandse goederen te verstrekken; waaronder - doch uitdrukkelijk niet beperkt tot - de

navolgende bescheiden met betrekking tot:

  1. diens binnen- en buitenlandse bronnen van inkomen,

  2. diens binnen- en buitenlandse vermogen,

  3. diens belastingaangiften en belastingaanslagen, zowel de definitieve aanslagen als

de eventuele voorlopige, over de jaren 2016, 2017 en 2018,

diens integrale boekhouding van de jaren 2016, 2017 en 2018,

het huidige saldo van alle op diens naam gestelde bankrekeningen en voorts van

diens effectenrekeningen,

alle bankafschriften van de op diens naam gestelde hier ten lande en eventueel in

het buitenland aangehouden bankrekeningen en voorts van diens effectenrekeningen

over de jaren 2016, 2017 en 2018, en

alle transacties, waaronder – maar niet beperkt tot – schenkingen, met [naam BV] respectievelijk – ten aanzien van [naam BV] – [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en voorts (overige) rechtstreekse bloed- of aanverwanten in de periode 2016, 2017 en 2018,

en vervolgens

telkens na verloop van dertig (30) dagen wederom en op gelijke wijze schriftelijk,

nauwkeurig en gespecificeerd inlichtingen en opgave omtrent zijn alsdan actuele binnen- en

buitenlandse inkomens- en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare binnen- en

buitenlandse goederen te verstrekken tot het moment dat geheel is voldaan aan de

betalingsverplichtingen jegens Hornbach,

 (vii.) ieder van voornoemde veroordelingen (behoudens de vorderingen onder i. tot en met iii. en de proceskostenveroordeling) ten aanzien van ieder van de gedaagden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan dat niet of niet geheel aan deze veroordelingen wordt voldaan,

 (viii). en voorts ieder van de voornoemde veroordelingen (behoudens de vorderingen onder i. tot en met iii. en de proceskostenveroordeling) ten aanzien van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] tevens op straffe van tien (10) dagen lijfsdwang per keer of dag of gedeelte van een dag dat deze respectievelijke gedaagde geheel of gedeeltelijk in strijd handelt met één of meer van vorenstaande veroordelingen; althans op straffe van lijfsdwang zoals door U.E.A. in goede justitie te bepalen,

 (ix.) de beschikking d.d. 15 mei 2018 ten aanzien van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren, althans [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] te veroordelen tot het binnen twee dagen na betekening van dit vonnis al diens verplichtingen op grond van die beschikking alsnog geheel na te komen en na te blijven komen op straffe van tien (10) dagen lijfsdwang per dag of gedeelte van een dag dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] diens voornoemde verplichtingen niet, of niet geheel nakomt,

 subsidiair

(x.) steeds die voorzieningen en/of bevelen en/of veroordelingen die de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden juist voorkomen te treffen en aan ieder van de gedaagden op te leggen, en ieder van die voorzieningen, bevelen en/of veroordelingen te versterken door een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen eenmalige dwangsom en voorts een periodieke dwangsom en – voor zover het [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] betreft – tevens op straffe van lijfsdwang zoals door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen,

 (xi.) [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de gebruikelijke nakosten.

3.5.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In de zaak met nummer C/03/253523 / KG ZA 18/424

3.7.

De deurwaarder heeft in opdracht van Hornbach de beschikking van 15 mei 2018 betekend en bevolen daaraan te voldoen zoals hierboven weergegeven.

3.8.

De deurwaarder heeft een proces-verbaal opgemaakt van het bezwaar waarop hij bij de executie is gestuit. De deurwaarder heeft daarin verklaard dat door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] eenzijdig aanvullende eisen worden gesteld aan de verkoop van de aandelen en restricties zijn opgelegd ten aanzien van de verstrekking van de door hen overgelegde informatie aan Hornbach of derden. Zulks telkens onder aanzegging van aansprakelijkstelling van de deurwaarder voor te lijden schade indien deze daaraan niet voldoet.

3.9.

De deurwaarder heeft op de voet van art. 438 lid 4 Rv het hiervoor genoemde proces-verbaal aan de voorzieningenrechter voorgelegd teneinde de voorzieningenrechter in kort geding tussen partijen over het bezwaar te doen beslissen.

4 De beoordeling

In de zaak met nummer C/03/252433 / KG ZA 18/371

in conventie

4.1.

Het spoedeisendheid belang volgt uit de aard van de vorderingen in conventie.

4.2.

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts verbieden schorsen of staken, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard (HR 22 april 1983, NJ 1984/145).

4.3.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. voert een aantal gronden aan op basis waarvan Hornbach volgens hen misbruik maakt van haar bevoegdheid tot executie.

4.4.

Ten eerste stelt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] een bedrag van € 300.000,- heeft voldaan en dat de betaling van het restant van de € 570.000,- tot betaling waarvan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] is veroordeeld, is gewaarborgd door het executoriaal beslag onder de Duitse fiscus (productie 22 aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s.). Uit het kop-staart vonnis van
8 februari 2018 volgt volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. immers dat de Duitse fiscus aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] het onverschuldigd aan loonbelasting betaalde bedrag van € 285.000,- dient te voldoen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] doet afstand van deze vordering op de Duitse fiscus ten gunste van Hornbach. Dit is volgens hen een toekomstige zekere omstandigheid. Hornbach heeft daarom geen belang meer bij voortzetting van de executie. Hornbach heeft volgens hen dan ook een ander doel voor ogen met de executie dan de incassering van € 570.000,-.

4.5.

Hornbach heeft dienaangaande gemotiveerd verweer gevoerd. Volgens Hornbach kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de Duitse fiscus tot uitbetaling zal overgaan. Daartoe heeft zij onder meer gewezen op de mogelijkheid dat de Duitse fiscus zich op verrekening met een schuld van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] aan de fiscus of op een pandrecht of iets van dien aard zou kunnen beroepen.

4.6.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. hebben niet gereageerd op dit verweer van Hornbach. De voorzieningenrechter is gelet hierop en vanwege het feit dat uit productie 22 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. niet afgeleid kan worden dat de Duitse fiscus aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] het bedrag van € 285.000,- integraal zal voldoen, van oordeel dat de eerste aangevoerde grond van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. niet opgaat. Daarmee hoeft de stelling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. dat Hornbach een ander doel nastreeft met de executie geen bespreking meer.

4.7.

Ten tweede stellen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. onder verwijzing naar de producties 5 tot en met 9 bij de dagvaarding dat reeds is voldaan aan het kort geding vonnis en de beschikking en dat de deurwaarder het verkoopproces zonder enige belemmering kan voortzetten.

4.8.

In dit executiegeschil rust de bewijslast van de gestelde onrechtmatige executie overeenkomstig het bepaalde in artikel 150 Rv op [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s.. Het is aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. om op feiten en omstandigheden te wijzen waaruit blijkt dat misbruik van bevoegdheid wordt gemaakt, omdat juist de executie van het vonnis de hoofdregel is. Zij zal moeten aantonen, althans in ieder geval aannemelijk moeten maken, dat zij tijdig aan de in het kort geding vonnis en de beschikking opgelegde geboden heeft voldaan.

4.9.

Hornbach heeft gemotiveerd weersproken dat volledig is voldaan aan het kort geding vonnis en de beschikking.

4.10.

Hornbach stelt zich op het standpunt dat vast staat dat het geringe aantal stukken dat door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] op 1 mei 2018 is overgelegd ter uitvoering van de geboden in het kort gedingvonnis, niet alles kan zijn dat dient te worden overgelegd. Hornbach wijst dienaangaande op de onduidelijkheden die nog steeds bestaan ten aanzien van onder meer de inkomsten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] (o.a. of hij al dan niet een inkomen ontvangt van € 6.000,- per maand), zijn werkzaamheden voor MyCars B.V. en de tegenprestatie die hij daar voor ontvangt, (de bekostiging van) het gebruik van de in beslag genomen personenauto waarvan hij gebruik maakte alsof het zijn eigendom is, eventuele betalingen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] waar geen inzicht in is verschaft, de verklaring dat de in zijn woning aangetroffen printer eigendom van MyCars B.V. is, inzage in zijn vermogen, de betaling en aflossing van de hypotheek van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , het feit dat hij hypotheekrente aftrek heeft hetgeen op inkomsten duidt en het pandrecht op de auto’s in MyCars B.V.

4.11.

De voorzieningenrechter stelt vast dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en jr. dit gemotiveerde verweer van Hornbach niet, althans onvoldoende hebben weersproken en onvoldoende duidelijkheid hebben verschaft. Hetgeen door hen wel ter zitting is verklaard, o.a. omtrent de inkomsten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , omtrent de niet eerder vermelde betrekking van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en ten aanzien van het pandrecht, geeft eerder een bevestiging van het standpunt dat zij niet volledig zijn geweest.

4.12.

Hornbach stelt voorts dat niet is voldaan aan de geboden zoals gesteld onder 4.7 tot 4.9 van de beschikking van 15 mei 2018. De ter beschikking gestelde stukken zijn in haar opdracht onderzocht door een financieel deskundige, [naam fiancieel deskundige] , die heeft geconcludeerd dat de verstrekte informatie niet volledig of correct is. Daarnaast verwijst Hornbach naar de brief van de deurwaarder in het door deze ingediende verzoek op grond van artikel 438 lid 4 Rv. De deurwaarder heeft daarin verklaard dat door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] eenzijdig aanvullende eisen worden gesteld aan de verkoop van de aandelen en restricties zijn opgelegd ten aanzien van de verstrekking van de door hen overgelegde informatie aan Hornbach of derden. Zulks telkens onder aanzegging van aansprakelijkstelling van de deurwaarder voor te lijden schade indien deze daaraan niet voldoet. Hornbach stelt zich op het standpunt dat door het stellen van deze restricties door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] , alsmede het weglakken van namen, zij in strijd handelen met het bevel van de rechtbank.

4.13.

De stukken waar de deurwaarder en Hornbach op doelen zijn de bij dagvaarding als productie 7 overgelegde twee brieven van 21 mei 2018 van de raadsman van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. aan de deurwaarder en de als productie 13 door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. overgelegde e-mail van 17 mei 2018 van de raadsman aan de deurwaarder. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de formulering van de raadsman in deze brieven en e-mail inderdaad een reden mogen vormen voor de deurwaarder om daarin het opleggen van restricties te lezen, mede gezien ook de vermelding van de aangezegde aansprakelijkstelling. De deurwaarder heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter daarom terecht genoodzaakt mogen voelen om zijn werkzaamheden op te schorten en deze kwestie voor te leggen aan de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter acht daarmee ook aannemelijk dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] niet voldoende hebben meegewerkt aan de uitvoering van de beschikking.

4.14.

De derde door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. aangevoerde grond betreft de stelling dat de deurwaarder in staat is om het verkoopproces van de aandelen in gang te zetten, maar dat hij dat niet doet. Zij stellen geen restricties of aanvullende voorwaarden te hebben gesteld die de effectuering van het vonnis of de beschikking belemmeren of kunnen belemmeren. Gezien hetgeen de voorzieningenrechter daaromtrent hiervoor heeft overwogen, slaagt deze stelling niet.

4.15.

De voorzieningenrechter komt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen tot het oordeel dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die tot het oordeel dienen te leiden dat Hornbach misbruik maakt van haar recht tot executie van het kort gedingvonnis en de beschikking. De voorzieningenrechter ziet daarom geen reden tot het toewijzen van het gevorderde verbod, schorsing of staking van de executie van het kort gedingvonnis en/of de beschikking. De door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , [naam BV] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] ingestelde vorderingen (die in r.o. 3.1. vermeld staan) onder sub a en b zullen dan ook worden afgewezen.

4.16.

De voorzieningenrechter ziet gelet op hetgeen hiervoor is overwogen evenmin aanleiding tot opheffing van de gelegde derdenbeslagen ter inning van dwangsommen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Hornbach belang bij de gelegde beslagen om de dwangsommen zeker te stellen, daar aannemelijk is dat dwangsommen zijn verbeurd, vanwege het door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] niet voldoen aan de in kort geding vonnis opgelegde geboden tot het verstrekken van informatie en vanwege de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] gevoerde correspondentie die dusdanig was dat deze belemmeringen opwierpen bij de uitvoering van de beschikking. De vorderingen (die in r.o. 3.1. vermeld staan) onder sub c en d zullen worden afgewezen.

4.17.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] heeft voorts opheffing gevraagd van het beslag onder de genoemde personenauto. Daartoe heeft hij gesteld dat deze auto zijn eigendom is. Het beslag is gelegd ter uitvoering van het vonnis van 8 februari 2018 waarbij hij geen partij is, zodat het beslag juridische grondslag ontbeert. Ter onderbouwing van de stelling dat de auto zijn eigendom is, legt hij de aankoopovereenkomst over.

4.18.

Hornbach voert hiertegen het verweer dat niet vast staat dat auto de eigendom van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] is. De koopovereenkomst en de tenaamstelling van de auto zeggen niets over wie de eigenaar is. Hornbach stelt aanwijzingen te hebben dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] de eigenaar is. In dat kader noemt zij de volgende omstandigheden. De verkoopovereenkomst is van na de datum van het Duitse vonnis van 8 februari 2018. Hornbach heeft de overtuiging dat de auto die daarbij is ingeruild de eigendom van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] was. De auto is voor de deur van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] in beslag genomen en hij had de sleutel, zodat hij tenminste de houder van de auto was. Hij had de auto ook in gebruik als ware het zijn eigendom. Hij gebruikte deze voor zijn werk, zo heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] verklaard.

4.19.

Gelet op het door Hornbach gevoerde verweer en het ontbreken van nadere gegevens kan in het kader van dit kort geding niet worden vastgesteld dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] niet de eigenaar van de personenauto is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee niet summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger gebleken recht (artikel 705, lid 2 Rv). De vordering (die in r.o. 3.1. vermeld staat) onder sub e tot opheffing van het beslag wordt afgewezen.

4.20.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Hornbach worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.606,00

in reconventie

Dwangsommen (vorderingen i.-iii.)

4.21.

Hornbach vordert dat in dit kort geding voor een ieder van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. wordt vastgesteld dat dwangsommen zijn verbeurd. Gemakshalve beperken zij het bedrag in het kort geding tot € 100.000,- per gedaagde. Deze vordering is mede ingesteld op grond van artikel 49 EEX-Vo, daar Hornbach verwacht dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. haar vermogensbestanddelen geheel of ten dele buiten Nederland heeft gebracht.

4.22.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. stelt zich op het standpunt dat bij toewijzing sprake zal zijn van een declaratoir vonnis. De rechter in kort geding is niet bevoegd een declaratoir vonnis te geven. De opvatting van Hornbach dat dwangsommen verbeurd kunnen worden verklaard in kort geding is volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. een omstreden opvatting. Verder heeft Hornbach niet toegelicht wat het spoedeisend belang is bij deze vordering.

4.23.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de jurisprudentie, waaronder het door Hornbach aangehaalde arrest van het Hof Leeuwarden van 07-04-1982, ECLI:NL:GHLEE:1982:AB9731 evenals het arrest van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3113, volgt dat onder omstandigheden een doelmatige procesvoering mee brengt dat ook de voorzieningenrechter op de daartoe strekkende vordering (die is gegrond op art. 611c Rv) het bedrag van de verbeurde dwangsom(men) kan vaststellen. Deze uitspraak draagt dan wel een voorlopig karakter.

4.24.

De voorzieningenrechter is echter met [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. van oordeel dat niet is gebleken van de spoedeisendheid van de vordering van Hornbach. Hornbach heeft niet toegelicht waarom daarvan sprake zou zijn en een vaststelling in een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Haar stelling dat er sprake is van een executiegeschil en dat daaruit volgt dat er sprake is van spoed, volstaat niet ter onderbouwing van dit vereiste, zeker nu Hornbach heeft verklaard dat zij nog niet alle verhaalsmogelijkheden heeft aangewend. Ook uit de enkele vrees dat bestanddelen naar het buitenland zijn verplaatst en ter verhaal in het buitenland een titel nodig is, volgt niet vanzelfsprekend het spoedeisendheid belang. De vordering zal dus worden afgewezen.

Medewerking en informatieverplichtingen (vorderingen iv.- vi)

4.25.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. voeren het verweer dat Hornbach met deze vorderingen misbruik van procesrecht maken, daar exact dezelfde vorderingen in het kort gedingvonnis van
17 april 2018 zijn afgewezen.

4.26.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vorderingen dienen te worden afgewezen. In het vonnis in kort geding van 17 april 2018 is de voorzieningenrechter duidelijk geweest in zijn oordeel dat voor die vorderingen de bodemprocedure dient te worden gevolgd. De bodemprocedure is tot heden niet gestart door Hornbach. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om thans op dit oordeel terug te komen.

Dwangsommen en lijfsdwang

4.27.

Nu de vorderingen onder iv. tot en met vi. worden afgewezen, volgt daaruit dat de vorderingen onder vii. en viii eveneens dienen te worden afgewezen.

4.28.

De voorzieningenrechter acht vooralsnog geen termen aanwezig om de onder ix., primair en onder althans, gevorderde lijfsdwang toe te wijzen. Daartoe is het op dit moment nog te vroeg, gelet op het feit dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] deels tot betaling van het op grond van het Duitse vonnis verschuldigde bedrag is overgegaan en er nog sprake is van verhaalsmogelijkheden ten behoeve van de inning van hetgeen overigens nog verschuldigd is. Deze vorderingen zullen daarom worden afgewezen.

4.29.

De in de conclusie van eis onder randnummers 63 en 64 genoemde vordering tot het terug leveren van de aandelen in MyCars B.V. aan [naam BV] is niet verwoord in het petitum. Zonder nadere verwoording van die eis kan deze door de voorzieningenrechter niet worden ingelezen in het petitum en/of in de vordering onder x.

4.30.

Hornbach zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. worden begroot op:

- salaris advocaat € 980,00

In de zaak met nummer C/03/253523 / KG ZA 18/424 (deurwaardersrenvooi)

4.31.

Zoals hierboven reeds is overwogen is de voorzieningenrechter van oordeel dat de formulering van de raadsman in de brieven van 21 mei 2018 en e-mail van 17 mei 2018 voor de deurwaarder een reden mogen vormen daarin het opleggen van restricties te lezen, terwijl de rechtbank in de beschikking van 15 mei 2018 heeft bepaald dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] hun medewerking dienen te verlenen aan de executie. Het opleggen van restricties en voorwaarden past daar niet bij. De toon van de brieven past daar naar het oordeel van de voorzieningenrechter eveneens niet bij. De vermelding van de aangezegde aansprakelijkstelling werpt een belemmering voor de deurwaarder op om zijn werk vrijelijk uit te voeren.

4.32.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] volledig dienen mee te werken aan de verkoop van de aandelen door de deurwaarder door het, zonder restricties of aanvullende voorwaarden ter beschikking stellen aan de deurwaarder van alle voor de waardering en verkoop van de aandelen relevante (financiële) gegevens betreffende [naam BV]

4.33.

Als de in het ongelijk gestelde partijen zullen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Omdat deze zaak gelijktijdig is behandeld met het kort geding in de zaak C/03/252433 / KG 18-371 en er een grote samenhang bestaat tussen deze zaken, zal het salaris van de advocaat begroot worden op nihil nu deze kosten al betrokken zijn in de proceskostenveroordelingen in laatstgenoemde zaak. De proceskosten worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In de zaak met nummer C/03/252433 / KG ZA 18/371

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Hornbach tot op heden begroot op € 1.606,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis indien binnen deze termijn niet aan deze veroordeling is voldaan.

5.3.

veroordeelt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. niet binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af,

5.6.

veroordeelt Hornbach in de proceskosten, aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. tot op heden begroot op € 980,00,

5.7.

veroordeelt Hornbach in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Hornbach niet

binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.8.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

In de zaak met nummer C/03/253523 / KG ZA 18/424 (deurwaardersrenvooi)

5.9.

beslist dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] volledig dienen mee te werken aan de verkoop van de aandelen door de deurwaarder door het, zonder restricties of aanvullende voorwaarden ter beschikking stellen aan de deurwaarder van alle voor de waardering en verkoop van de aandelen relevante (financiële) gegevens betreffende [naam BV] ,

5.10.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en [naam BV] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Hornbach tot op heden begroot op € 626,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis indien binnen deze termijn niet aan deze veroordeling is voldaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2018.1

1 typ: EvdS