Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8034

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
03-09-2018
Zaaknummer
C/03/253928 / KG ZA 18-446
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot schorsing openbare verkoop van een woning, nu niet is gebleken van misbruik van bevoegdheid tot parate executie door Bank als hypotheekhouder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/253928 / KG ZA 18-446

Vonnis in kort geding van 22 augustus 2018

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

2. [eiseres sub 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. P.G.J.M. Boonen,

tegen

naamloze vennootschap ING BANK N.V. (als rechtsopvolger van de naamloze vennootschap POSTBANK N.V.),

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. T.J.P. Jager.

Partijen zullen hierna [eisers] c.s. en ING genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met bijlagen

  • -

    de faxbrief met bijlagen zijdens ING van 20 augustus 2018

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 21 augustus 2018 (aanvang om 15:00 uur), waarbij ING aantekeningen heeft overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisers] c.s. heeft in eigendom een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).

2.2.

ING heeft ter financiering van de woning twee hypothecaire geldleningen (met

hypotheeknummers N 090-542688 en Z 090-589677) aan [eisers] c.s. verstrekt voor een

totaalbedrag van € 595.000,00.

2.3.

In november 2014 is er bij [eisers] c.s. een betalingsachterstand ontstaan.

2.4.

In oktober 2016 zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen ter zake de betalingsachterstand die op dat moment € 5.990,95 bedroeg. In december 2016 bedroeg de betalingsachterstand € 6.599,15 (productie7 ING)

2.5.

Bij e-mailbericht aan [eisers] c.s. van 11 mei 2017 (productie 9 ING) heeft ING - kort gezegd - laten weten dat de betalingsachterstand op de hypotheek met nummer N 090-542688 op 11 mei 2017 € 14.708,79 bedraagt. Voorts is een laatste betalingsregeling gemaakt, die in dat bericht worden bevestigd, te weten:

- [eisers] c.s. maakt voor de eerste werkdag van de maand de reguliere hypotheeknota van

hypotheeknummer N 090-542688 over,

- met ingang van 1 juli 2017 maakt [eisers] c.s. maandelijks een extra bedrag van € 350,00

over ten behoeve van de achterstand van hypotheeknummer N 090-542688,

- met ingang van 1 juli 2017 maakt [eisers] c.s. ieder kwartaal een extra bedrag van € 750,00

over ten behoeve van de achterstand van hypotheeknummer N 090-542688,

- de laatste extra betaling is op 1 juni 2019 als [eisers] c.s. zich aan de betalingsregeling

heeft gehouden. De hele achterstand is op dat moment voldaan.

- De automatische incasso wordt tijdens de betalingsregeling stopgezet. Nadat [eisers] c.s.

de laatste extra betaling heeft gedaan, incasseert ING de hypotheeknota’s weer automatisch. Dit geldt niet voor de 2e hypotheek met nummer Z 090-589677, hiervan blijft de automatische incasso gehandhaafd.

2.6.

Bij e-mailbericht van 2 november 2017 (productie 10 ING) aan [eisers] c.s. heeft ING laten weten dat de afgesproken betalingsregeling nog steeds niet wordt gevolgd. In september 2017 ontving ING slechts een betaling van € 350,00 en de betaling ter zake de reguliere hypotheeknota van die maand heeft ING niet ontvangen, zodat [eisers] c.s. een betaling van € 1.212,24 achterloopt. Daarnaast dient [eisers] c.s. nog een extra betaling van € 350,00 voor november 2017 te voldoen. ING verzoekt vervolgens zo spoedig mogelijk te betalen, omdat anders de afgesproken betalingsregeling komt te vervallen.

2.7.

Bij e-mailbericht van 13 november 2017 (productie 11 ING) heeft ING [eisers] c.s. eraan herinnerd dat de betaling van € 1.212,24 nog niet is ontvangen, evenmin als de extra betaling van € 350,00. Wat betreft de beëindiging en afkoop van verpande polissen op de hypotheek, heeft ING verwezen naar een adviseur van ING.

2.8.

Bij e-mailbericht van 23 november 2017 (productie 12 ING) aan [eisers] c.s. heeft ING ingestemd met het inlopen van de achterstallige hypotheeknota per eind januari 2017. ING heeft er voorts op gewezen dat alle verdere betalingen stipt op tijd door ING dienen te worden ontvangen. Als dat niet het geval blijkt dan vervalt de betalingsregeling en dient de woning te worden verkocht. Nogmaals wordt verwezen naar een adviseur van ING met betrekking tot de vraag van [eisers] c.s. over de afgeloste afkoopwaarde van de polis.

2.9.

Bij e-mailbericht van 28 december 2017 (productie 13 ING) heeft ING aan [eisers] c.s. laten weten dat ING ondanks zijn toezegging die maand slechts € 200,00 heeft ontvangen en dat er nog € 1.350,00 voor december ontbreekt. “Wij wijzen u erop dat het niet de bedoeling is dat wij u maandelijks moeten verzoeken om de afgesproken betalingen uit te voeren. U dient er zelf voor te zorgen dat u de gemaakte afspraken stipt op tijd na komt. Om deze reden zullen wij ui vanaf nu geen betalingsherinneringen meer sturen. Wij gaan ervan uit dat u de regulieren maandnota’s en de extra betalingen tijdig overmaakt. En in januari 2018 zoals afgesproken de achterstallige reguliere hypotheeknota uit 2017. Voor januari 2018 betekent dit dus een totaal te betalen bedrag van € 2.750.

Wanneer wij vaststellen dat u de gemaakte afspraken toch opnieuw niet (tijdig) nakomt, zullen wij u berichten dat de betalingsregeling is vervallen en zullen wij de hypothecaire geldlening opeisen. Een nieuwe betalingsregeling is dan niet meer mogelijk. Wij zullen de hypotheek dan gaan beëindigen. Dit betekent dat de woning aan de [adres] te [woonplaats] moet worden verkocht. (...)”

2.10.

Bij e-mailbericht van 19 februari 2018 (productie 3 [eisers] c.s.) heeft ING aan [eisers] c.s. - voor zover thans van belang - het volgende laten weten:

“ (...) Op 8 januari 2018 ontvingen wij € 1.350 en op 31 januari 2018 ontvingen wij

€ 1.200 en € 350. Hiermee volgt u de afgesproken betalingsregeling en heeft u uw verplichtingen voldaan tot en met januari 2018.

Uw betalingen van februari 2018 ontbreken echter nog. Wij verzoeken u om deze per ommegaande over te aken, waarna wij graag de betalingen van maart 2018 per begin maart van u ontvangen. (...)”

2.11.

Bij brief van 12 maart 2018 (productie 4 [eisers] c.s.) aan [eisers] c.s. heeft ING - kort gezegd - de hypotheeklening met nummer N 090-542688 opgeëist, inclusief rentes, boetes, kosten en betalingsachterstand. De totale hypotheekschuld bedroeg op dat moment € 569.640,98. ING heeft [eisers] c.s. laten weten dat hij dat bedrag in één keer geheel aan ING moet terugbetalen. Indien dit niet lukt, zal de woning worden verkocht via een veiling. De kosten daarvan komen voor rekening van [eisers] c.s., aldus ING.

2.12.

Bij brief van 13 maart 2018 (ook productie 4 [eisers] c.s.) aan [eisers] c.s. heeft ING - kort gezegd - de hypotheeklening met nummer Z 090-589677, die op dat moment € 20.000,00 bedroeg, opgeëist. . ING heeft [eisers] c.s. laten weten dat hij dat bedrag in één keer geheel aan ING moet terugbetalen. Indien dit niet lukt, zal de woning worden verkocht via een veiling. De kosten daarvan komen voor rekening van [eisers] c.s., aldus ING.

2.13.

Bij e-mailbericht van 16 maart 2018 (productie 14 ING) heeft ING (nogmaals) aan [eisers] c.s. laten weten dat de afgesproken betalingsregeling is vervallen en dat ING niet bereid is een nieuwe betalingsregeling aan te gaan. “Om uw woning te kunnen behouden dient de gehele betalingsachterstand van op dit moment € 15.248,60 uiterlijk 27 maart 2018 geheel door ons te zijn ontvangen. Vervolgens dient u maandelijks tijdig de reguliere hypotheeknota’s te voldoen, zodat geen nieuwe betalingsachterstand ontstaat. (...)”

2.14.

In opdracht van ING heeft drs. A.J. Jeurissen, werkzaam als taxateur bij Boek & Offermans Taxaties te Heerlen, op 14 mei 2018 een geveltaxatie uitgevoerd, waarbij de woning per 9 mei 2018 op een marktwaarde van € 440,000,00 (leeg en vrij van huur) is getaxeerd. Voorts heeft de taxateur in het taxatierapport (gedateerd 5 juni 2018) verklaard dat de vermoedelijke verkoopopbrengst bij executieveiling € 350.000,00 bedraagt.

2.15.

Bij brief van 5 juni 2018 (productie 18 ING) heeft ING [eisers] c.s. - kort gezegd - nader geïnformeerd over het verloop van de veiling van de woning en wat ING van [eisers] c.s. verwacht.

2.16.

Bij exploot van 2 juli 2018 (productie 6 [eisers] c.s.) is [eisers] c.s. - kort gezegd - aangezegd dat een openbare veiling van de woning via www.nationalevastgoedveiling.nl op 22 augustus 2018 om 14:00 uur zal plaatsvinden.

2.17.

Bij brief (en e-mailbericht; productie 19 ING) van 6 juli 2018 heeft ING - kort gezegd - aan [eisers] c.s. laten weten dat de veilingprocedure kan worden gestaakt wanneer [eisers] c.s. voor uiterlijk 1 augustus 2018 aan de volgende voorwaarden heeft voldaan:

- betaling van de achterstand van de hypotheek met nummer N 090-542688 van

€ 19.447,19,

- betaling van de reguliere hypotheeknota van 1 augustus 2018 voor hypotheeknummer

N 090-542688 van € 1.187,52,

- betaling van de reguliere hypotheeknota van 1 augustus 2018 voor hypotheeknummer Z

090-589677 van € 10,50,

  • -

    betaling van de veilingkosten van € 8.724,65,

  • -

    het overleggen van een schriftelijk bewijsstuk waaruit blijkt dat het conservatoir beslag op

de woning op verzoek van RVS Levensverzekeringen N.V. te Rotterdam in het kadaster is doorgehaald.

2.18.

Ook na de brief van 6 juli 2018 heeft nog overleg tussen [eisers] c.s. en ING plaatsgevonden.

2.19.

Bij e-mailbericht van 17 augustus 2018 (productie 20 ING) heeft ING - kort gezegd - gereageerd op een voorstel van [eisers] c.s. en nogmaals laten weten op welke manier de veilingprocedure kan worden gestaakt.

2.20.

[eisers] c.s. heeft niet voldaan aan de voorwaarden van ING uit de brief van 6 juli 2018. Per 20 augustus 2018 bedroeg de totale betalingsachterstand van [eisers] c.s.

€ 28.171,84 (zijnde de betalingsachterstand op de hypotheken, vermeerderd met het bedrag aan veilingkosten).

2.21.

Op de woning lag conservatoir beslag dat inmiddels executoriaal is geworden, nu er een veroordelend vonnis is gewezen uit hoofde waarvan [eisers] c.s. een bedrag van € 200.000,00 moet betalen. Desgevraagd ter zitting wist de advocaat van [eisers] c.s. niet te zeggen op welke dag dit vonnis is uitgesproken.

2.22.

Vanaf april 2018 heeft [eisers] c.s. geen enkele betaling meer aan ING gedaan.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] c.s. vordert bij vonnis in kort geding, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, en na mondelinge vermindering van eis ter zitting, (i) gedaagde te gebieden de openbare verkoop van het onroerend goed van eisers, staande en gelegen te [woonplaats] , aan de [adres] , kadastraal bekend gemeente [woonplaats] [kadasternummer] , groot 591 m2, te (doen) schorsen tot 31 december 2018 op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 28.171,84 althans een door de voorzieningenrechter in goede Justitie te bepalen bedrag en (ii) gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder begrepen de nakosten.

3.2.

ING voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.

4.2.

Art. 3:268 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat indien de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt, de hypotheekhouder bevoegd is het verbonden goed in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris te doen verkopen.

4.3.

Ter zitting is zijdens [eisers] c.s. (nogmaals) de betalingsachterstand uit

hoofde van de hypothecaire geldleningen bij ING erkend. Voorts is ter zitting zijdens [eisers] c.s. erkend dat er al sinds 2014 betalingsachterstanden zijn waarvoor meerdere betalingsregelingen zijn getroffen, die [eisers] c.s. echter niet correct en/of niet tijdig zijn nagekomen. Desgevraagd heeft (de advocaat van) [eisers] c.s. ter zitting geen concrete informatie verschaft waaruit met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat [eisers] c.s. in de toekomst hun hypothecaire verplichtingen kunnen nakomen, mede bezien in het licht van de hiervoor in rov. 2.21 genoemde veroordeling.

4.4.

Gelet op de bestaande betalingsachterstand is ING als hypotheekhouder op grond van art. 3:268 lid 1 BW bevoegd om gebruik te maken van het haar toekomend recht van parate executie.

4.5.

Dit kan slechts anders zijn als ING misbruik maakt van die bevoegdheid tot parate executie.

4.6.

Voor zover [eisers] c.s. dit misbruik hebben gegrond op de stelling dat ING de gelden van uitgekeerde en nog uit te keren polissen niet wenst te gebruiken voor de betaling van de rente, maar alleen voor de aflossing van de hoofdsom, heeft die stelling geen succes. Ter zitting heeft ING onweersproken aangevoerd dat zij al in 2016 aan [eisers] c.s. heeft uitgelegd dat krachtens de overeenkomst verpande polissen slechts aan te wenden zijn ter aflossing van de hypothecaire geldlening(en) en niet kunnen worden aangewend om betalingsachterstanden mee te voldoen. Indien [eisers] c.s. dit wenst, dienen zij over te gaan tot een andere hypothecaire leningsvorm. Dat [eisers] c.s. in november 2017 wederom heeft voorgesteld om een vrijvallend bedrag uit een polis aan te wenden ter betaling van de achterstanden, waarop ING [eisers] c.s. heeft verwezen naar een hypotheekadviseur, geeft dan ook geen blijk van een - zoals [eisers] c.s. heeft gesteld - lakse houding van ING op zijn voorstel of een schending van de zorgplicht van ING. De voorzieningenrechter weegt nog mee dat ter zitting [eisers] c.s. geen reden hebben gegeven waarom de hypotheekvorm niet hebben veranderd.

4.7.

Ter zitting is zijdens [eisers] c.s. zijn bij dagvaarding gedaan beroep op de redelijkheid nader toegelicht: er wordt op korte termijn, althans uiterlijk 31 december 2018, een belastingteruggave verwacht van bijna € 20.000,- waarmee (een aanzienlijk deel van) de betalingsachterstand kan worden betaald. Openbare verkoop van de woning zal bovendien naar verwachting resulteren in een aanzienlijke restschuld van ruim € 200.000,00, terwijl uit het formulier Inkomsten en Uitgaven blijkt dat [eisers] c.s. voldoende inkomsten heeft om de (reguliere) hypotheeklasten te betalen. Gelet op deze feiten en omstandigheden acht [eisers] c.s. dat zijn belang om openbare verkoop te voorkomen en betaling van de achterstand anderszins (op korte termijn) te realiseren zwaarder dient te wegen dan de wens van ING om tot parate executie over te gaan.

4.8.

De voorzieningenrechter volgt [eisers] c.s. niet in zijn stellingen. [eisers] c.s. heeft vanaf april 2018 geen enkele betaling meer gedaan aan ING. [eisers] c.s. heeft hiervoor geen reden gegeven noch nader uitgelegd of toegelicht. Dit is eens te meer vreemd nu [eisers] c.s. zelf en onder verwijzing naar het formulier Inkomsten en Uitgaven heeft gesteld over voldoende inkomsten te beschikken om de (reguliere) hypotheeklasten te betalen. Ook heeft [eisers] c.s. geen enkele zekerheid geboden aan ING: [eisers] c.s. heeft geen enkel realistisch aanbod tot betaling van een concreet bedrag gedaan, wat wel van [eisers] c.s. kon en mocht worden verwacht. Daarbij komt dat, mocht de Belastingdienst al overgaan tot betaling van een bedrag aan [eisers] c.s., er - veronderstellende wijs uitgaande van het gunstigste bedrag van circa € 19.000,00 - nog steeds een tekort resteert van circa € 9.000,00 aan betalingsachterstand en kosten. [eisers] c.s. heeft niet vermeld op welke wijze hij dit tekort weet te betalen. Ten slotte is ter zitting gebleken dat er een veroordelend vonnis is gewezen tegen [eisers] c.s. uit hoofde waarvan [eisers] c.s. circa € 200.000,00 moet betalen, reden waarom het conservatoir gelegde beslag op de woning inmiddels executoriaal is geworden. Er is dus noch voldoende zekerheid dat [eisers] c.s. op voldoende korte termijn de achterstand volledig kan aflossen noch is er voldoende zekerheid dat [eisers] c.s. in staat zal zijn toekomstige termijnen volledig te betalen.

4.9.

Gelet op al het vooroverwogene is de voorzieningenrechter van oordeel dat ING geen misbruik maakt van de haar toekomende bevoegdheid tot parate executie. Het door [eisers] c.s. gevorderde zal om die reden worden afgewezen.

4.10.

[eisers] c.s. dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit kort geding te dragen, tot op heden aan de zijde van ING begroot op € 626,00 (griffierecht) en

€ 980,00,00 (salaris advocaat).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van ING begroot op € 1.606,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2018.1

1 type: JC