Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8019

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
24-08-2018
Zaaknummer
C/03/235360 / HA ZA 17-254 en C/03/241270 / HA ZA 17-541
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

fraude bij aanvraag hypothecaire lening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummers: C/03/235360 / HA ZA 17-254 en C/03/241270 / HA ZA 17-541

Vonnis bij vervroeging van 22 augustus 2018

in de zaak met zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 van

DYNAMIC CREDIT HYPOTHEKEN B.V. (oorspronkelijke eiseres Quion Hypotheekbegeleiding B.V.), hierna Dynamic,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. H.T. Verhaar,

tegen:

[gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

gedaagde,

advocaat mr. S.E.G.N. Schnabel,

en in de zaak met zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541 van

[gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eiser,

advocaat mr. S.E.G.N. Schnabel,

tegen:

[gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. A.S. van Gans.

Wederom gezien de stukken, waaronder thans een door deze rechtbank in beide zaken gewezen tussenvonnis van 23 mei 2018. De rechtbank wijst op twee schrijffouten in dit tussenvonnis: in rov. 2.1 sub e laatste zin en in rov. 4.1, tweede alinea is vermeld “€ 78.00,00” in plaats van “€ 78.000,00”. De rechtbank herstelt bij deze die twee schrijffouten en bepaalt dat telkens moet worden gelezen “€ 78.000,00“. Voor het overige blijft de rechtbank bij dit tussenvonnis en wordt de nummering daarvan in dit vonnis voortgezet.

6 Het verdere verloop van de procedure

6.1

Het verloop van de procedure in zaak C/03/235360 / HA ZA 17-254 blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 23 mei 2018;

  • -

    de akte vermindering van eis & uitlating m.b.t. bewijsopdracht;

  • -

    de akte houdende opgave verhinderdata zijdens [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] ;

  • -

    de antwoordakte eisvermindering tevens akte uitlating tussenvonnis met producties;

  • -

    het partijen gegeven beraad 2.11, waarop Dynamic bij B16 formulier vonnis heeft gevraagd en [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] niet heeft gereageerd;

6.2

Het verloop van de procedure in zaak C/03/241270 / HA ZA 17-541 blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 23 mei 2018;

  • -

    de door [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] genomen akte houdende overlegging en uitlating producties, met producties;

  • -

    de door [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] genomen akte;

  • -

    het partijen gegeven beraad 2.11, waarop [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] bij B16 formulier om enquête heeft gevraagd en [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] niet heeft gereageerd;

6.3

Het verdere verloop in beide zaken

6.3.1

Tenslotte is vonnis bepaald.

7 De vermindering van eis in zaak C/03/235360 / HA ZA 17-254

7.1

Dynamic heeft in haar akte vermindering van eis aangevoerd dat zij om proceseconomische redenen ervoor kiest om de onderdelen c en d van haar vordering te laten vervallen. [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft daartegen geen bezwaren aangevoerd en de rechtbank ziet ambtshalve evenmin bezwaren. De rechtbank zal daarom niet meer oordelen over de onderdelen c en d zoals vermeld in rov. 3.1.1 van het tussenvonnis van 23 mei 2018.

8 De verdere beoordeling

in zaak C/03/235360 / HA ZA 17-254

8.1

De verminderde eis brengt met zich dat de bewijslevering, waartoe de rechtbank Dynamic in staat had gesteld bij het tussenvonnis van 23 mei 2018, geen doel meer dient, zodat de rechtbank hier verder niet meer over zal oordelen.

8.2

[gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft aangevoerd dat in deze hoofdzaak in ieder geval niet eerder eindvonnis kan worden gewezen dan wanneer ook eindvonnis zal worden gewezen in de vrijwaringszaak. Die stelling vindt geen steun in het recht en wordt daarom gepasseerd.

8.3

[gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] voert in zijn akte aan dat hij weliswaar niet precies weet op welke dag de door [naam] bij factuur (productie 10A conclusie van antwoord) in rekening gebrachte werkzaamheden door [naam] zijn uitgevoerd (rov. 4.1 tussenvonnis 23 mei 2018), maar dat [naam] echt als eerste de werkzaamheden heeft verricht. Zo [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] hiermee al een serieus bedoeld verzoek wil doen aan de rechtbank inhoudende dat zij moet terugkomen op enig oordeel, is dat verzoek in elk geval niet voldoende onderbouwd. Daarvoor was minimaal een schriftelijke, maar ontbrekende verklaring van [naam] nodig waarin ten minste is vermeld dat en waarom sprake is van vijf onjuiste data in de kolom “Datum” op die factuur (productie 10A conclusie van antwoord). De datum “17-11-2017” is immers niet alleen vermeld als factuurdatum, maar ook expliciet vijf keer als datum voor de vijf verschillende werkzaamheden die in rekening zijn gebracht door die factuur. Anders dan [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] stelt acht de rechtbank het niet onaannemelijk dat een factuur wordt opgesteld op dezelfde dag dat de gefactureerde werkzaamheden zijn verricht.

8.4

De rechtbank gaat voorbij aan al het overige door [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in zijn akte van 4 juli 2018 aangevoerde als tardief.

8.5

Resteert nog de beoordeling van enkele door [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] bij conclusie van antwoord aangevoerde verweren. Voor zover nog van belang gelet op de reeds gegeven oordelen in het tussenvonnis van 23 mei 2018 en met inachtneming van het ingetrokken gedeelte van de vordering, is dit enkel de stelling van [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van Dynamic. Hij voert hiertoe aan dat Dynamic (blijkbaar) lichtvaardig heeft vertrouwd op schriftelijke door [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] aangeleverde informatie omtrent zijn werkgever, niet of niet voldoende feitelijk heeft gecontroleerd of [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] daadwerkelijk een inkomen genoot en evenmin heeft gecontroleerd of het aangekochte terrein wel groot genoeg was voor de bouw van een woning.

8.6

In het tussenvonnis van 23 mei 2018 is geoordeeld dat toewijsbaar zijn de vorderingen van Dynamic om [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] te veroordelen tot betaling van € 58.500,- en € 78.000,-. Deze bedragen zijn door Dynamic aan [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] uitbetaald omdat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] facturen heeft opgemaakt en bij Dynamic heeft ingediend. Die facturen, zo heeft de rechtbank vastgesteld, zijn door [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] valselijk opgemaakt. Hij wist ten tijde van het opmaken van die twee facturen al dat hij nauwelijks of geen van de gefactureerde werkzaamheden had uitgevoerd en ook niet zou uitvoeren noch laten uitvoeren. Hij liet die dus niet door hem verrichte werkzaamheden wel aan hemzelf uitbetalen. De enormiteit van die valsheden is zodanig dat alleen al daarom het beroep van [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] op eigen schuld aan de zijde van Dynamic wordt afgewezen. De rechtbank laat dan nog daar dat ook als alle door of namens [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] bij Dynamic ingeleverde informatie juist was geweest, [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] nog steeds dezelfde valse facturen had kunnen opmaken.

8.7

Al met al ligt de vordering van Dynamic zoals deze door haar is verminderd, voor toewijzing gereed. De belangen van Dynamic zijn zodanig dat van haar niet kan worden gevergd om de einduitspraak in de vrijwaringszaak af te wachten, zodat de rechtbank eindvonnis zal wijzen.

8.8

[gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft te gelden als de in het ongelijk gestelde partij. Hij wordt daarom veroordeeld in de proceskosten, inclusief de kosten van de vrijwaring. De proceskosten worden aan de zijde van Dynamic begroot op:

€ 3.276,- aan griffierecht, € 81,99 kosten betekening dagvaarding en € 4.267,50 salaris advocaat (2,5 x tarief V (bedrag van de verminderde vordering). De kosten van de vrijwaring aan de zijde van Dynamic worden begroot op nihil.

[gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] wordt tevens veroordeeld in de kosten van het door Dynamic onder hem gelegde beslag. Die zijn door Dynamic onweersproken gevorderd voor een bedrag van € 1.627,41.

in zaak C/03/241270 / HA ZA 17-541

8.9

De stand van zaken in deze zaak na het tussenvonnis van 23 mei 2018 met in achtneming van de daarin al gegeven oordelen is als volgt.

a. Vast staat dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] € 136.500,- van Dynamic heeft ontvangen op grond van door hem opgemaakte valse facturen. [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft aangevoerd dat hij van dit bedrag € 105.754,30 aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft betaald. Het restantbedrag van € 30.745,70 heeft hij gehouden voor door hem, [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] , verricht werk ten behoeve van [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] . De rechtbank heeft geoordeeld dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] slechts werkzaamheden voor [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft verricht voor een bedrag van € 3.194,40. Het bedrag van € 30.745,70 min € 3.194,40 = € 27.551,30 is dus in elk geval niet door hem aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] afgedragen, zodat van zijn vordering op [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] van € 136.500,- in elk geval € 27.551,30 moet worden afgewezen.

b. [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] voert aan dat hij van het hiervoor genoemde bedrag van € 105.754,30 contant aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft betaald € 60.440,-. Via zijn Nederlandse bankrekening heeft hij € 30.374,30 aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] betaald en via zijn Belgische bankrekening heeft hij € 14.940,- aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] betaald.

c. [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft de bancaire betaling van € 14.940,- erkend. Van de andere gestelde bancaire betaling van in totaal € 30.374,30 heeft hij een betaling erkend van € 2.605,-. [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft gesteld het bedrag van € 2.605,- nog steeds onder zich te hebben. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vordering van [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in elk geval met dit bedrag toewijsbaar is.

d. [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft ter zake het bedrag van € 14.940,- aangevoerd dat hij dit bedrag in delen contant heeft terugbetaald aan [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] en/of zijn broer [naam broer] . De rechtbank heeft hierover geoordeeld dat [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] te zijner tijd zal worden toegelaten om te bewijzen dat hij dit bedrag op 1, 2, 6, 7, 9 en 14 februari 2017 heeft betaald aan [naam broer] en/of [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] .

e. Van de andere door [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] gestelde bancaire betaling van in totaal € 30.374,30 aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] , waarvan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] dus heeft erkend € 2.605,-, heeft de rechtbank [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in de gelegenheid gesteld om bankafschriften over te leggen waaruit blijkt dat en wanneer hij in totaal € 30.374,30 heeft overgemaakt aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] .

f. [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft ter zake zijn aangevoerde contante betaling aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] van € 60.440,- aangevoerd dat hij door [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] ondertekende creditfacturen heeft, waaruit blijkt dat [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in totaal contant € 60.440,- heeft ontvangen. De rechtbank heeft [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in staat gesteld om die creditfacturen over te leggen.

8.10

De door [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] bij akte d.d. 6 juni 2018 overgelegde producties 14 en 15 kunnen onbesproken worden gelaten. Productie 14 heeft namelijk betrekking op het bedrag van € 2.605,- waarvan de rechtbank reeds heeft geoordeeld dat [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] dit bedrag in elk geval aan [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] moet betalen. Productie 15 heeft betrekking op de door [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] al erkende bancaire betaling van € 14.940,-. [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft aangevoerd dat hij dit aan hem uitgekeerde bedrag heeft terugbetaald. Die terugbetaling mag hij bewijzen.

8.11

[gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft als productie 16 overgelegd een aan [naam bedrijf] (hierna [naam bedrijf] ) ter attentie van [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] gerichte factuur van Zuid Nederlandse Buizen B.V. (hierna ZNB) ad € 26.426,40 en een creditfactuur en een bon waarop handgeschreven is vermeld creditfactuur voor [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] van [naam bedrijf] d.d. 29-08-2016, nummer 2016 - 020 voor € 26.426,40 en de woorden contant voldaan waaronder een handtekening.

Als productie 17 heeft [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] overgelegd een aantal creditfacturen en handgeschreven bonnen waaruit volgens [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] blijkt dat hij in totaal € 55.910,- aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft betaald (optelsom van de in nr. 6 van zijn akte genoemde bedragen).

Verder heeft [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] nog wat losse betalingen van hem aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] vermeld en hij heeft nog aangevoerd dat hij enkele malen met pinpas bedragen heeft opgenomen die hij weer heeft afgedragen aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] . [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft naar eigen zeggen alle bedragen opgeteld en die optelsom sluit op € 109.748,44.

8.12

[gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft er terecht op gewezen dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij in totaal bancair heeft overgeschreven € 30.374,30, dit bedrag desnoods verminderd met de door [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] erkende betaling van € 2.605,-. Daarmee wordt van zijn vordering ook afgewezen € 30.374,30 min € 2.605,- (zie rov. 8.9 sub c).

8.13.1

Uit de dagvaarding van [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] kan de volgende in elk geval sluitende berekening worden gemaakt: [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft voor zover hier van belang uiteindelijk van Dynamic ontvangen € 136.500,-. Van dit bedrag heeft hij volgens zijn dagvaarding in totaal € 45.314,30 via Belgische en Nederlandse banken betaald aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] , heeft hij € 30.745,70 gehouden en het restant, dus in totaal € 60.440,- contant aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] betaald. De rechtbank is in het tussenvonnis van deze cijfers en berekening uitgegaan. [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft in zijn op 6 juni 2018 genomen akte geen afstand genomen van zijn bij dagvaarding genoemde bedragen noch heeft hij met zoveel woorden bezwaren aangevoerd tegen de berekening van de rechtbank. Daar moet dus van worden uitgegaan.

8.13.2

De rechtbank houdt het ervoor dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in nr. 5 van zijn akte waarin hij een toelichting geeft op productie 16, heeft willen stellen dat de bestelling bij ZNB door [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] is gedaan en bij [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] is afgeleverd, maar dat de factuur van ZNB is gericht aan [naam bedrijf] en dat [naam bedrijf] vervolgens € 26.426,40 aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft betaald. De rechtbank moet kennelijk deze door [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] gestelde contante betaling meenemen in de berekening.

8.13.3

De akte van [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] van 6 juni 2018 lezend met inachtneming van de in rov. 8.13.1 vermelde cijfers uit zijn dagvaarding levert op dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] nu het volgende aanvoert:

Hij heeft van Dynamic ontvangen € 136.500,-. Van dit bedrag heeft hij € 45.314,30 aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] betaald via Belgische en Nederlandse banken. [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft onder zich gehouden € 30.745,70 en hij heeft contant aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] betaald de ZNB-factuur van € 26.426,40 en daarnaast heeft hij nog contant aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] betaald € 55.910,-. Laatstgenoemd bedrag is de optelsom van de door [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] als productie 17 overgelegde creditfacturen waarop telkens is vermeld “per contant voldaan”. Zonder voldoende toelichting die op iets anders duidt, kan de rechtbank hieruit niet anders concluderen dan dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] nu bewijzen van contante betalingen heeft overgelegd voor in totaal in elk geval € 82.336,40 (€ 55.910,- + € 26.426,40). Dit betekent dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] naar eigen zeggen veel meer aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] zou hebben betaald dan de door hem van Dynamic ontvangen € 136.500,-. De optelsom van de nu door hem aangevoerde bedragen van € 30.745,70 + € 45.314,30 + minimaal € 82.336,40 sluit namelijk op ten minste € 158.396,40.

8.13.4

[gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft erkend de kwitanties te hebben ondertekend. Die kwitanties zijn volgens hem echter opgemaakt in maart 2017 en ook verder is de inhoud daarvan volgens hem niet waar: hij heeft nooit de gelden ontvangen waarvoor hij in de kwitanties heeft getekend (nr. 12 conclusie van antwoord). [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft in zijn akte van 4 juli 2018 gewezen op het feit dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] facturen heeft overgelegd met een vier-cijferig factuurnummer zoals bijvoorbeeld productie 14 waarop is vermeld “creditfactuur 2016-0027”, maar ook facturen met een driecijferig factuurnummer. Zo staat bijvoorbeeld op productie 16, “creditfactuur 2016-020”. Verder, aldus [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] , is op de facturen soms als adres van [naam bedrijf] vermeld “Grondsveld” en soms “Eijsden”. Op de facturen van 29 augustus 2016 (productie 16) en van 10 december 2016 (productie 15) is bijvoorbeeld vermeld “Grondsveld” en op de factuur van 4 oktober 2016 (productie 14) is vermeld “Eijsden”. Gelet op die data kan geen sprake zijn van verhuizing, terwijl volgens productie 7 dagvaarding [naam bedrijf] is gevestigd te Gronsveld. Verder klopt de opeenvolging in de nummering van de facturen niet met de data: de factuur met nummer “2016-020” (productie 16) heeft als factuurdatum 29-08-2016” en de factuur met nummer “2016-021” (productie 17) heeft als factuurdatum 26-08-2016”. De rechtbank voegt aan een en ander nog toe dat “Grondsveld’ niet bestaat. Vlakbij Eijsden ligt wel een dorp “Gronsveld”.

Al het in deze rechtsoverweging gerelateerde, bezien in onderling verband en samenhang, roept zoveel niet tot klaarheid gebrachte onduidelijkheden op dat de rechtbank tot het oordeel komt dat de dwingende bewijskracht van de beweerdelijk door [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] ondertekende kwitanties voor zover daaruit zou moeten blijken dat hij vele contante betalingen heeft ontvangen van [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] , voldoende is ontzenuwd. De rechtbank weegt hierbij ook mee dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in staat is gebleken om valse stukken op te maken, zoals blijkt uit de door hem aan Dynamic gestuurde facturen. Het feit dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] bankafschriften van zijn rekening heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij kort voor de dag van de betreffende kwitantie of op de dag dat die kwitantie is gedateerd grote sommen geld contant van zijn rekening heeft gehaald, heeft onvoldoende gewicht om anders te oordelen.

8.14

[gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] heeft bij dagvaarding uitdrukkelijk bewijs aangeboden van zijn stelling dat hij de betreffende bedragen in contanten heeft doorbetaald aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] en wel door het doen horen van hemzelf, zijn partner, zijn broer en de partner van zijn broer. De rechtbank is krachtens art. 166 lid 1 Rv gehouden om een aanbod om getuigen te horen te accepteren. De ten bewijze aangeboden feiten moeten wel voldoende onderbouwd en duidelijk zijn. Daarvan is in dit geval geen sprake, alleen al niet omdat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] het in zijn dagvaarding heeft over contante betalingen tot een bedrag van € 60.440,-, terwijl aan de hand van de door hem in zijn akte van 6 juni 2018 aangevoerde de rechtbank tot de slotsom komt dat hij zonder enige toelichting tot een totaal van minimaal € 82.336,40 aan contante betalingen komt. Dit is zonder ontbrekende, maar niet gegeven toelichting zo onduidelijk dat de rechtbank het bewijsaanbod van [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] verwerpt.

8.15

Resteert de uitvoering van de aan [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in het tussenvonnis van 23 mei 2018 in rov. 4.6.3 aangekondigde bewijsopdracht. [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] zal thans tot die bewijslevering worden toegelaten.

8.16

Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.

9 De beslissing

De rechtbank:

In zaak C/03/235360 / HA ZA 17-254:

9.1

veroordeelt [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] tot betaling aan Dynamic van € 58.500,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 25 augustus 2016;

9.2

veroordeelt [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] tot betaling aan Dynamic van € 78.000,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 30 september 2016;

9.3

veroordeelt [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in de kosten van de procedure, de beslagkosten begroot op € 1.627,41, en de proceskosten aan de zijde van Dynamic begroot op € 7.625,49, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de dag van deze uitspraak, indien en voor zover [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] deze kosten niet voordien heeft voldaan;

9.4

veroordeelt [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na de dag van deze uitspraak;

9.5

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

in zaak C/03/241270 / HA ZA 17-541

9.6

stelt [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] in staat om te bewijzen dat hij op 1, 2, 6, 7, 9 en 14 februari 2017 in totaal € 14.940,- heeft betaald aan [naam broer] en/of [gedaagde zaaknr. C/03/235360 / HA ZA 17-254 en eiser zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] ;

9.7

bepaalt dat indien [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal worden gehouden ten overstaan van mr. J.R. Sijmonsma, rechter, in het gerechtsgebouw te Maastricht aan het St. Annadal 1 op een datum en tijdstip als door de rechter zal worden bepaald, nadat [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] bij akte heeft opgegeven of getuigen zullen worden voorgebracht, in dat geval onder opgave van het aantal en - zo mogelijk - de personalia van de getuigen;

9.8

verwijst in dat geval de zaak naar de rol van 5 september 2018(4 weken na datum vonnis) voor akte houdende opgave getuigen aan de zijde van [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] , alsmede voor akte houdende verhinderdata in de eerste vier maanden vanaf de datum van opgave aan de zijde van beide partijen;

9.9

bepaalt dat [gedaagde zaaknr. C/03/241270 / HA ZA 17-541] indien hij het bewijs niet of niet uitsluitend door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en/of door een ander bewijsmiddel, hij dit op de rol van 5 september 2018 in het geding moeten brengen;

9.10

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken.