Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:8009

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
21-03-2019
Zaaknummer
C/03/240962/ HA ZA 17-515
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2020:1143
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handtekeningenonderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/240962 / HA ZA 17-515

Vonnis bij vervroeging van 8 augustus 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser,

advocaat mr. H.F.A. Bronneberg,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. J.A. Moonen.

Eiser zal hierna [eiser] genoemd worden en gedaagde [gedaagde] . De rechtbank zal de nummering van het hierna genoemde tussenvonnis voortzetten.

6 Het verloop van de procedure

6.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het door deze rechtbank tussen partijen gewezen tussenvonnis van 30 mei 2018;

  • -

    de door [eiser] genomen akte uitlating;

  • -

    de door [gedaagde] genomen antwoord akte uitlating;

6.2

Tenslotte is vonnis bepaald, dat wordt gewezen door een andere rechter dan de rechter die heeft gecompareerd en het tussenvonnis heeft gewezen, omdat die betreffende rechter inmiddels werkzaam is in een overzees gebiedsdeel.

7 De beoordeling

7.1

De rechtbank heeft in voornoemd tussenvonnis overwogen, kort gezegd, dat beantwoord moet worden de vraag of de handtekeningen op de door [gedaagde] als productie 4 bij haar akte na comparitie overgelegde 15 overschrijvingsformulieren allen zijn gezet door [eiser] .

7.2.1

[eiser] heeft geen bezwaren tegen onderzoek door het door de rechtbank voorgestelde NFI, met dien verstande dat het onderzoek zo snel mogelijk moet plaatsvinden. De enige volgens hem relevante vraag is of de betreffende handtekeningen al dan niet door hem zijn gezet. Hij is tenslotte van mening dat het voorschot op de kosten van de deskundige volledig door [gedaagde] moet worden voldaan, onder meer omdat evident is dat een aantal van de betalingen die hij thans opeist, ten onrechte in het vermogen van [gedaagde] zijn terecht gekomen.

7.2.2

[gedaagde] acht de door de rechtbank gegeven oordelen terecht, ook die van de verdeling van de voor te schieten kosten van de deskundige. Zij voert nog wel aan dat de deskundige “niet alleen de handtekeningen op de overschrijvingsformulieren van de spaarrekening maar ook de handtekeningen op de overschrijvingsformulieren van de betaalrekening van [eiser] op echtheid zal moeten beoordelen.”.

7.2.3

Het NFI heeft de rechtbank laten weten dat handtekeningenonderzoek thans wordt gedaan door TMFI te Maastricht. Dit instituut heeft vervolgens gewezen op “Niehoff & De Jong, Forensisch Schriftonderzoek”. Deze hebben een offerte uitgebracht sluitend op € 6.897,- inclusief btw ad € 1.197,-. Gelet op de hoogte van dit bedrag heeft de rechtbank ook benaderd de door [eiser] als deskundige voorgestelde drs. M. de Monchy, Algemeen Grafologisch Adviesbureau te Rotterdam. Zij heeft de kosten voor het onderzoek begroot op tussen de € 1.500,- en € 1.800,- te vermeerderen met btw, naar de rechtbank begrijpt 21%, dus inclusief btw maximaal € 2.178,-. Gelet op dit kostenverschil zal de rechtbank drs. de Monchy benoemen. Voor het overige acht de rechtbank geen termen aanwezig om op enig onderdeel thans anders te oordelen dan is gedaan in het tussenvonnis. Voor wat betreft de verdeling van de voor te schieten kosten van de deskundige wijst de rechtbank [eiser] op het door de wet gehanteerde uitgangspunt zoals is vermeld in de tweede volzin van art. 195 Rv. De opmerking van [gedaagde] om “niet alleen de handtekeningen op de overschrijvingsformulieren van de spaarrekening maar ook de handtekeningen op de overschrijvingsformulieren van de betaalrekening van [eiser] op echtheid” te laten moeten beoordelen” berust op een onjuiste lezing van het tussenvonnis, zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat.

7.3

De rechtbank zal dus als schriftexpert benoemen drs. M. de Monchy, werkzaam bij AGB de Monchy c.s., Postbus 4391, 3006 AJ Rotterdam.

De volgende vragen zullen worden voorgelegd:

1. zijn de handtekeningen gezet op de door [gedaagde] als productie 4 bij haar akte na comparitie overgelegde 15 overschrijvingsformulieren, waarbij telkens gelden zijn afgeschreven van bankrekening [rekeningnummer] geschreven door [eiser] ?

2. heeft u verder nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor de onderhavige zaak?

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

7.4

De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

8 De beslissing

De rechtbank:

8.1

benoemt als deskundige:

drs. M. de Monchy,

werkzaam bij AGB de Monchy c.s.,

Postbus 4391,

3006 AJ Rotterdam,

Tel: 010-5016119,

e-mail: info@agbdemonchy.nl;

8.2

legt de benoemde deskundige de volgende vragen ter beantwoording voor:

a. zijn de handtekeningen gezet op de door [gedaagde] als productie 4 bij haar akte na comparitie van partijen en na descente overgelegde 15 overschrijvingsformulieren, waarbij telkens gelden zijn afgeschreven van bankrekening [rekeningnummer] geschreven door [eiser] ?

b. heeft u verder nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor de onderhavige zaak?

8.3.1

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.178,- (inclusief btw),

8.3.2

bepaalt dat elke partij € 1.089,-, zijnde telkens de helft van dit voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

8.3.3

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

8.4.1

bepaalt dat [eiser] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

8.4.2

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

8.4.3

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

8.4.4

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

8.5.1

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

8.5.2

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

8.5.3

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

8.6

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 3 april 2019,

8.7

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiser] op een termijn van vier weken,

8.8

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

8.9

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken.