Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:7797

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-08-2018
Datum publicatie
12-09-2018
Zaaknummer
6521548 CV 17-8969
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onbetaalde facturen. Beroep op opschorting en ontbinding niet gehonoreerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 6521548 CV EXPL 17-8969

Vonnis van de kantonrechter van 15 augustus 2018

in de zaak van

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] h.o.d.n. [handelsnaam 1],

gevestigd en zaakdoend te [vestigingsplaats] ,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde mr. R.J.V.M. Batta (gerechtsdeurwaarder),

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] h.o.d.n.

[handelsnaam 2] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. C.S.B.E. Reinders (advocaat).

Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens eisvermindering

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft tijdens de vakantie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 15 oktober 2016 tot en met 6 november 2016 zijn zaken waargenomen.

2.2.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft twee facturen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gestuurd betreffende de waarneming.

  • -

    Factuur 2016762 bedraagt € 5.594,05 inclusief btw.

  • -

    Factuur 2016763 bedraagt € 2.639,92 inclusief btw.

2.3.

Beide facturen zijn gedateerd 28 november 2016, hebben als uiterste betaaldatum 28 december 2016 en zijn door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , ondanks sommaties, niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert in het licht van bovenstaande feiten dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot betaling van € 9.467,30, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 8.233,97 vanaf 30 november 2017, en de proceskosten. Het bedrag van € 9.467,30 is als volgt opgebouwd:

  • -

    hoofdsom facturen € 8.233,97

  • -

    buitengerechtelijke incassokosten € 669,83

  • -

    wettelijke rente tot 30 november 2017 € 563,59

3.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] moeten worden afgewezen, met veroordeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

in reconventie

3.3.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert na vermindering van eis en samengevat dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    voor recht zal verklaren dat ten aanzien van de werkzaamheden vanaf regel 17 in het overzicht behorende bij de factuur 2016763 geen overeenkomst tussen partijen bestaat,

  • -

    de overeenkomst voor de overige werkzaamheden bij die factuur zal ontbinden,

  • -

    [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal veroordelen tot betaling van € 1.898,35 aan gevolgschade dan wel zal bepalen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot verrekening van de schade mag overgaan,

  • -

    [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal veroordelen tot betaling van de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.4.

Volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] moeten de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden afgewezen met veroordeling van hem in de proceskosten.

4 De beoordeling

4.1.

Vanwege de samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk behandeld worden.

4.2.

Factuur 2016763 betreft een aantal werkbonnen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (nrs. 8758 tot en met 8776, met uitzondering van 8769 en 8772) en een aantal werkbonnen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zelf. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hoeven de werkzaamheden die op zijn werkbonnen zijn vermeld niet betaald te worden omdat hij die door het tijdsverloop, veroorzaakt door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , niet meer aan zijn klanten kan factureren en hoeven de werkzaamheden die op de werkbonnen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn vermeld niet betaald te worden omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hiervoor nooit opdracht heeft gegeven.

4.3.

Ten aanzien van de werkzaamheden die zijn genoteerd op de werkbonnen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het volgende. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hij die werkbonnen nooit ontvangen, ondanks meerdere sommaties, en is het nu te laat om alsnog te factureren omdat de betrokken klanten vanwege de tijd die inmiddels verstreken is niet meer zullen betalen. Bovendien zijn sommige klanten volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] inmiddels failliet dan wel van eigenaar gewisseld en hadden andere klanten klachten over het werk van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , waarin [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nooit iets heeft kunnen betekenen omdat hij niet over de werkbonnen beschikte. Dit moet volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor rekening komen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , omdat deze, ondanks meerdere verzoeken daartoe, de werkbonnen nooit ter beschikking heeft gesteld.

4.4.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft gesteld dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wel beschikte over de werkbonnen. Volgens hem heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 9 januari 2017 hiernaar gevraagd, waarop [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hem meedeelde dat ze naar zijn postbus verstuurd waren en waarop [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zei dat hij dit zou gaan uitzoeken. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft naar eigen zeggen vervolgens niets meer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gehoord, tot augustus 2017 toen al sommaties betreffende de factuur waren verzonden. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mocht er dus vanuit gaan dat de werkbonnen wel in het bezit waren van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Verder blijkt volgens hem dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daadwerkelijk over de werkbonnen beschikte uit het volgende. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft twee facturen verzonden aan een van zijn klanten met betrekking tot werkzaamheden waarvan hij stelt niet over werkbonnen te hebben beschikt. Eén factuur van 16 december 2016 betreffende werkbonnummer 8773 en één van 19 december 2016 betreffende werkbon 8759. Bovendien heeft de vriendin van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 8 augustus 2017 een tekstbericht aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gestuurd waarin staat:

“(…) Ik kan dankzij de verhuizing nergens de werkbonnen meer vinden van jouw werkzaamheden vorig jaar. (…)”

4.5.

De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft laten weten na controle van het postvak dat de werkbonnen niet waren ontvangen en dat hij sindsdien [eiser in conventie, verweerder in reconventie] meermaals heeft gemaand alsnog werkbonnen te overhandigen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kon niet volstaan met een zodanig algemene stelling en een zeer algemeen bewijsaanbod. Hij had op zijn minst moeten aanvoeren hoe, wanneer en in het bijzijn van wie die mededelingen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn gedaan.

4.6.

Hierbij komt dat uit het tekstbericht van de vriendin van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] duidelijk naar voren komt dat de werkbonnen wél ontvangen zijn. Dat dit werkbonnen waren betreffende ‘ [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ’ eigen werkzaamheden’, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aanvoert, is niet aannemelijk. Niet valt in te zien waarom [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zou beschikken over zulke werkbonnen. Bovendien staat in het tekstbericht‘…van jouw werkzaamheden’, oftewel van de werkzaamheden van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .

4.7.

Ten slotte acht de kantonrechter de uitleg van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor het gefactureerd zijn van werkbonnen waarover hij niet zou beschikken niet aannemelijk. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zijn vriendin hiervan het exemplaar van de klant bij die betreffende klant opgevraagd, maar enig bewijs hiervan is niet geleverd of aangeboden.

4.8.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de werkbonnen dus ontvangen, is ze kennelijk kwijtgeraakt en heeft vervolgens sinds augustus 2017, ruim acht maanden nadat de facturen betaald hadden moeten zijn, (meermaals) gevraagd ze opnieuw toe te sturen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wilde dit niet doen zonder een deelbetaling. Dit levert naar het oordeel van de kantonrechter geen wanprestatie op. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft immers onbetwist gesteld dat hij niet meer aan het verzoek van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kon voldoen zonder hiervoor kosten te maken. Als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] derhalve vanwege het ontbreken van de werkbonnen niet heeft kunnen doorfactureren en hij dit vanwege het tijdsverloop in de toekomst ook niet meer kan, komt dit voor zijn eigen risico.

4.9.

De stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , dat klanten ontevreden waren over de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] uitgevoerde werkzaamheden, is van geen enkele onderbouwing voorzien en wordt door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betwist, dus ook op basis hiervan kan niet worden geconcludeerd dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is tekortgeschoten in de nakoming van (een) op hem rustende verbintenis(sen). De kantonrechter zal de overeenkomst dus niet (deels) ontbinden. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal de werkzaamheden die zijn onderbouwd met de werkbonnen van hemzelf (de eerste zeventien regels) dus in ieder geval moeten betalen.

4.10.

Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bestond ten aanzien van de werkzaamheden vanaf regel 17 betreffende de factuur 2016763 geen overeenkomst. Dit zijn de werkzaamheden die niet op werkbonnen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , maar op de eigen werkbonnen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn afgetekend. De rechtbank acht aannemelijk dat ten aanzien van die werkzaamheden wel een opdracht bestond. De afspraak was dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de zaken van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zou waarnemen. De werkzaamheden die volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] buiten de overeenkomst vallen zijn verricht bij bedrijven waarvan hij erkent dat het zijn klanten zijn, niet die van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tijdens de waarnemingsperiode bij klanten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toch voor rekening van zijn eigen bedrijf heeft gewerkt is niet aannemelijk. Zeker niet nu dit zou betekenen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij één en dezelfde klant twee keer (19 oktober 2016 en 16 oktober 2016, beide bezoeken onderbouwd met een werkbon van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zelf) als waarnemer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] werkte en één keer (31 oktober 2016, onderbouwd met een eigen werkbon van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ) voor zichzelf. De in reconventie gevorderde verklaring voor recht zal dus niet worden gegeven en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal worden veroordeeld tot betaling van factuur 2016763.

4.11.

De verschuldigdheid van de andere factuur erkent [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in beginsel (voor de procedure stelde hij zich nog op het standpunt dat die werkzaamheden ook door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voor zichzelf waren uitgevoerd, maar in deze procedure handhaaft hij dat standpunt niet). Hij beroept zich echter op opschorting.

4.12.

Ten eerste vanwege de schade die hij stelt te hebben geleden doordat hij de werkzaamheden van factuur 2016763 niet kon doorfactureren. Op grond van hetgeen is overwogen onder 4.8. wordt dit punt niet gehonoreerd.

4.13.

Ten tweede vanwege de schade die hij stelt te hebben geleden doordat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] materialen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gebruikt die hij niet kan factureren aan zijn klanten. Hij heeft een aantal facturen overgelegd waarop met de hand staat geschreven dat die materialen zijn gebruikt voor werkbonnen 8758, 8761, 8761, 8763, 8764 en 8766. Hij heeft echter niet aangevoerd dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in het kader van de waarneming voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen gebruik mocht maken van materialen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Daarbij komt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op de werkbonnen heeft aangegeven welke materialen zijn gebruikt, zonder deze materialen vervolgens aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te factureren (zoals hij bij de andere factuur, waar hij wel materialen namens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aangeschaft). Hieruit blijkt dus dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] inderdaad de materialen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gebruikt. Zelfs als dit niet mocht, wat dus niet vaststaat, dan kan niet worden geoordeeld dat ongeoorloofd gebruik van materiaal van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , bij hem tot schade heeft geleid. De materialen staan vermeld op de werkbonnen en zijn geaccordeerd door de klanten. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kan die dus gewoon aan zijn klanten factureren. Als dit nog niet is gebeurd, dan komt dat blijkens voorgaande niet voor rekening van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Overigens betwijfelt de kantonrechter dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] één en ander niet heeft doorgefactureerd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft immers in strijd met zijn verplichting krachtens artikel 21 Rv verklaard dat hij dit niet heeft gedaan, terwijl dat in ieder geval met betrekking tot werkbonnen 8759 en 8773 niet waar is.

4.14.

Op grond van voorgaande overwegingen worden de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afgewezen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in reconventie. Deze worden tot vandaag begroot op € 250,- (2 punten x ½ tarief € 250,-).

4.15.

De door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevorderde hoofdsom zal gelet op voorgaande worden toegewezen, evenals de gevorderde wettelijke rente.

4.16.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen. Uit het dossier blijkt dat er werkzaamheden ter verkrijging van voldoening buiten rechte hebben plaatsgevonden. Partijen hebben onder andere geprobeerd tot een minnelijke regeling te komen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] had genoegen genomen met minder dan nu wordt toegewezen. Weliswaar niet met het bedrag dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor ogen had, maar dat rechtvaardigt niet de conclusie dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet heeft geprobeerd te schikken.

4.17.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in conventie. Deze worden tot vandaag begroot op:

dagvaarding: € 85,21

griffierecht: € 223,00

salaris gemachtigde: € 500,00 (2 punten x tarief € 250,-)

totaal € 808,21

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 9.467,39, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 8.233,97 vanaf 30 november 2017 tot aan de dag van voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , tot vandaag begroot op € 808,21,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4.

wijst de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] af,

5.5.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , tot vandaag begroot op € 250,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

type: GD