Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:7709

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
15-08-2018
Zaaknummer
6421084 CV EXPL 17-8023
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2018:7710
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdeling verkoopopbrengst auto na overlijden mede-eigenaar. Tussenvonnis waarin bewijsopdracht wordt gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 6421084 CV EXPL 17-8023

Vonnis van de kantonrechter van 21 februari 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. E.R.Th.A. Luijten,

tegen

[gedaagde] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. G.F. Stelten.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de rolbeschikking waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 29 januari 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 1 februari 2015 is de vader van [eiser] (hierna te noemen: erflater) overleden. [gedaagde] was de partner van erflater en heeft met hem samengewoond zonder samenlevingscontract.

2.2.

Erflater heeft geen testament opgemaakt. [eiser] is de enig erfgenaam in de nalatenschap van erflater.

2.3.

In 2014 heeft erflater (volgens [gedaagde] samen met haar) een Volkswagen Golf gekocht voor € 19.999,99. Op de koopprijs is € 7.000,- in mindering gebracht wegens inruil van de Peugeot 207 van [gedaagde] .

2.4.

In november 2015 heeft [gedaagde] de Volkswagen Golf verkocht voor € 13.500,-.

3. Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot betaling van (primair) € 6.750,-, te vermeerderen met € 712,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en (subsidiair) € 10.750,-. [eiser] vordert zowel primair als subsidiair vermeerdering van de gevorderde bedagen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2015 en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[eiser] legt aan zijn primaire vordering ten grondslag dat hij met [gedaagde] heeft afgesproken dat zij de Volkswagen Golf zou verkopen en de opbrengst tussen hen zou worden gedeeld. [gedaagde] is deze afspraak, ondanks sommaties, niet nagekomen en moet daarom worden veroordeeld tot betaling van de helft van de verkoopprijs en de buitengerechtelijke incassokosten.

Voor zover de afspraak niet komt vast te staan stelt hij dat de Volkswagen Golf volledig eigendom was van erflater, zodat de verkoopopbrengst volledig aan hem, als enig erfgenaam, toekomt. Om ‘praktische economische redenen’ beperkt hij zijn vordering echter tot € 10.750,-.

3.2.

[gedaagde] voert in de conclusie van antwoord het volgende verweer. Er is inderdaad een afspraak gemaakt over de verkoop van de Volkswagen Golf, te weten dat de verkoopopbrengst na aftrek van de waarde van de door [gedaagde] ingeruilde auto bij helfte zou worden verdeeld. [eiser] heeft dan recht op (€ 13.500 -/- € 7.000)/2= € 3.250,-.

Voor het geval de kantonrechter oordeelt dat [eiser] enig eigenaar is van de Volkswagen Golf, wat door [gedaagde] wordt betwist, geldt dat [eiser] de door [gedaagde] betaalde wegenbelasting en verzekeringspenningen moet terugbetalen. Er moet dan een bedrag worden verrekend van € 826,46. Aldus [gedaagde] .

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter volgt [eiser] niet in zijn stelling dat erflater volledig eigenaar was van de auto. De tenaamstelling van de auto en de adressering van de factuur zijn niet doorslaggevend. Erflater en [gedaagde] voerden een gemeenschappelijke huishouding en hebben de auto samen gekocht, zoals blijkt uit het feit dat [gedaagde] haar auto bij de koop heeft ingeruild. Vervolgens hebben erflater en [gedaagde] de auto samen in gebruik gehad. De kantonrechter oordeelt het daarom aannemelijk dat erflater en [gedaagde] mede-eigenaars waren van de auto. Dit betekent dat de auto een beperkte gemeenschap vormt waarin zij beiden een aandeel hadden. Dit aandeel is in beginsel gelijk. Partijen hebben geen feiten en omstandigheden aangevoerd op basis waarvan tot een andere verdeling moet worden gekomen. In ieder geval wettigt ongelijkheid in financiering niet dit oordeel. Toen erflater kwam te overlijden viel zijn aandeel in de auto, oftewel 50%, in de nalatenschap. [eiser] was dus maar voor 50% rechthebbende van de auto en uitgangspunt is daarom dat hij, ook als geen afspraak zou zijn gemaakt, recht heeft op 50% van de verkoopopbrengst.

4.2.

Volgens [gedaagde] moet een andere verdeling worden aangehouden. In het dossier bevindt zich echter geen enkel aanknopingspunt voor haar stelling dat partijen hebben afgesproken dat slechts de restwaarde na aftrek van € 7.000,- tussen hen zou worden verdeeld. [eiser] heeft ter comparitie bovendien verklaard dat behalve hij en [gedaagde] niemand aanwezig was toen er een afspraak werd gemaakt over de auto. [gedaagde] heeft echter bewijs aangeboden van de gemaakte afspraak en naar voren gebracht dat haar zoon van de verkoop van de auto en de afspraken en modaliteiten op de hoogte was.

4.3.

[gedaagde] is niet ter comparitie verschenen, ondanks de waarschuwing in de uitnodigingsbrief dat partijen persoonlijk op de comparitie aanwezig dienen te zijn en dat, indien een partij zonder bericht niet verschijnt, de rechter daaruit conclusies kan trekken in het nadeel van die partij. Weliswaar is er een kantoorgenoot van gemachtigde van [gedaagde] verschenen, maar die kon niets verklaren over of iemand, en zo ja wie, aanwezig was toen [eiser] en [gedaagde] over de verkoop van de auto hebben gesproken. De kantonrechter heeft dus geen duidelijkheid kunnen verkrijgen over de vraag of de zoon van [gedaagde] aanwezig was bij het maken van de afspraak. De kantonrechter zal [gedaagde] niettemin, in het kader van finale geschilbeslechting en om onnodig hoger beroep te voorkomen, ondanks haar afwezigheid ter comparitie, die tot een ander oordeel had kunnen leiden, toelaten te bewijzen dat de afspraak tussen partijen inhield dat de verkoopopbrengst na aftrek van € 7.000,- zou worden gedeeld.

4.4.

De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

5 De beslissing

De kantonrechter,

5.1.

draagt [gedaagde] op te bewijzen dat de afspraak tussen partijen inhield dat de verkoopopbrengst van de auto na aftrek van € 7.000,- zou worden gedeeld tussen hen,

5.2.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 21 maart 2018 voor akte aan de zijde van [gedaagde] om bewijsstukken over te leggen en/of, als zij (tevens) bewijs wil leveren door het horen van getuigen, om de namen van de getuigen en de verhinderdata van alle betrokkenen – dus ook van [eiser] en zijn gemachtigde – op te geven voor enquête te houden in april of mei 2018,

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

type: GD