Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:7405

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
15-08-2018
Zaaknummer
6881063 AZ VERZ 18-41
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgeversverzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Werknemer is strafrechtelijk veroordeeld vanwege het hebben van geslachtsgemeenschap met een persoon van 15 jaar en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. Vanaf het moment dat werknemer is opgepakt door justitie en werknemer korte tijd in voorarrest heeft gezeten, heeft werkgever hem gesteund, totdat haar drie jaar na dato het strafrechtelijk vonnis onder ogen kwam. Werkgever verwijt werknemer geen open kaart te hebben gespeeld, is daarom het vertrouwen in hem kwijtgeraakt en is bang voor imagoschade indien zij het dienstverband laat voortduren. Verstoorde arbeidsrelatie, dus ontbinding arbeidsovereenkomst. Het niet (volledig) open kaart spelen is jegens werkgever verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar. Transitievergoeding, maar geen billijke vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0960
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer 6881063 AZ VERZ 18-41

Beschikking van 10 juli 2018

in het verzoek van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DYNAFIX REPAIR B.V.,

gevestigd te (6361 HK) Nuth aan de Daelderweg 21,

verzoekster,

gemachtigde mr. M.M.J.F. Sijben

tegen

[verweerder] ,

wonend aan het adres te [woonplaats] ,

verweerder,

gemachtigde mr. F.E.L. Teerling.

Partijen zullen hierna Dynafix en [verweerder] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het op 4 mei 2018 ter griffie ontvangen verzoekschrift d.d. 1 mei 2018

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van dinsdag 26 juni 2018, waar beide partijen de respectieve standpunten nader hebben onderbouwd, de gemachtigde van Dynafix aan de hand van een pleitnota.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Dynafix houdt zich bezig met de reparatie van telecommunicatieapparatuur, computers en (daarbij behorende) randapparatuur. Zij heeft 210 personeelsleden en ze is een dochteronderneming van de te Sittard gevestigde DynaGroup, welke beschikt over zeven vestigingen in de Benelux.

2.2.

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is op 10 november 2004 krachtens arbeidsovereenkomst bij Dynafix in dienst getreden in de functie van GSM Technician. Met ingang van 1 juni 2017 vervult hij de functie van Senior Production Coördinator. Zijn laatstverdiende loon bedraagt € 2.746,00 bruto (per maand) exclusief vakantietoeslag en andere emolumenten.

2.3.

Op 29 april 2015 heeft een meisje (verder te noemen: het meisje) aangifte bij de politie gedaan tegen [verweerder] omdat hij, toen zij 15 jaar was, meerder malen geslachtsgemeenschap met haar heeft gehad.

Dit heeft ertoe geleid dat aan [verweerder] vier strafbare feiten ten laste zijn gelegd, te weten dat hij:

  1. gedurende langere tijd meermalen, althans eenmaal geslachtsgemeenschap heeft gehad met het meisje, die op dat moment 15 jaar oud was;

  2. gedurende langere tijd het meisje meermalen heeft verkracht dan wel aangerand,

  3. meermalen kinderporno heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad van het meisje, dat op dat moment 15 jaar oud was,

  4. meermalen kinderporno heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad van personen die de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt.

2.4.

[verweerder] is naar aanleiding van de aangifte in 2015 aangehouden en hij heeft in verband daarmee 14 dagen in voorlopige hechtenis gezeten. Tijdens dit verblijf heeft hij Dynafix ervan op de hoogte gesteld dat hij in voorlopige hechtenis zat.

2.5.

De strafrechtelijke procedure, waarvan de inhoudelijke behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 februari 2018, heeft geleid tot een bewezenverklaring van feiten 1 en 3 (en vrijspraak van de feiten 2 en 4), waarbij [verweerder] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren (en derhalve 10 maanden onvoorwaardelijk). Een kopie van het vonnis van 7 maart 2018 is als productie 5 bij het verzoekschrift in het geding gebracht.

[verweerder] is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan, zodat dit nog niet onherroepelijk is en [verweerder] de opgelegde straf nog niet hoeft uit te zitten. Ten tijde van de behandeling van de onderhavige zaak, was nog niet op de strafzaak in hoger beroep beslist.

2.6.

In dagblad De Limburger is een kort artikel gewijd aan de veroordeling, waarin [verweerder] wordt aangeduid als de “35-jarige [verweerder] te [plaats] ”, terwijl [verweerder] op dat moment reeds geruime tijd niet meer in [plaats] woonde.

3 Het verzoek

3.1.

Dynafix verzoekt thans om de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van een datum conform art. 7:671b lid 8 BW, op grond van art. 7:669 lid 3 sub e (verwijtbaar handelen) juncto sub g (verstoorde arbeidsverhouding) BW en zonder toewijzing van een vergoeding. Volgens haar is geen herplaatsing mogelijk.

3.2.

Hoewel Dynafix aanvankelijk ‘achter haar werknemer’ is gaan staan omdat zij - naar eigen zeggen - in de onschuld van [verweerder] is blijven geloven (althans: als er zich al iets zou hebben voorgedaan tussen [verweerder] en het meisje, dat hij zich er dan niet bewust van was geweest dat zij minderjarig was (punt 38 van het verzoekschrift)). Dit veranderde echter nadat haar het veroordelend vonnis onder ogen kwam. De precieze feiten die hem ten laste werden gelegd, kende Dynafix tot op dat moment nog niet, aldus Dynafix. [verweerder] heeft de zaak naar Dynafix toe altijd gebagatelliseerd en zij was daarom steeds in de veronderstelling gebleven dat het niet tot een daadwerkelijke strafrechtelijke veroordeling zou komen. Dat beeld - dat het allemaal wel mee zou vallen en dat er geen (noemenswaardige) veroordeling zou volgen - heeft [verweerder] gecreëerd en heeft hij in de afgelopen drie jaar nimmer bijgesteld. Hierdoor is Dynafix het vertrouwen in [verweerder] kwijtgeraakt, en daarmee is de arbeidsverhouding volledig verstoord. Dit is volledig aan [verweerder] te wijten. Daarnaast is ook het draagvlak binnen de organisatie voor het continueren van het dienstverband met [verweerder] helemaal verdwenen. Dynafix krijgt bijna dagelijks van andere werknemers de vraag of [verweerder] nog terug zal keren naar de werkvloer, hetgeen voor onrust zorgt. Dynafix is bang voor imagoschade indien zij [verweerder] in dienst houdt en dat een deel van de externe en/of interne stakeholders de samenwerking met Dynafix om die reden zal beëindigen, aldus nog steeds Dynafix. Bovendien kwalificeert het handelen van [verweerder] als ernstig verwijtbaar handelen, zodat geen transitievergoeding verschuldigd is (art. 7:673 lid 7 sub c BW).

3.3.

Primair stelt [verweerder] zich op het standpunt dat sprake is van een opzegverbod (en dus kan het verzoek op grond van art. 7:671b lid 2 BW niet worden ingewilligd) omdat [verweerder] voorafgaand aan het ontbindingsverzoek ziek is gemeld. Voorts zijn er volgens [verweerder] - kort gezegd - geen gronden voor ontbinding. [verweerder] heeft niet ernstig verwijtbaar (jegens Dynafix, zo vat de kantonrechter dit op) gehandeld en indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, dan heeft hij derhalve wel recht op de transitievergoeding.

Bovendien is sprake van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van Dynafix. Zij heeft er immers niets aan gedaan om er voor te zorgen dat [verweerder] op de werkvloer kon terugkomen, met name omdat, zo heeft [verweerder] ter zitting nog aangevoerd, Dynafix (volgens [verweerder] ) zelf binnen het bedrijf kenbaar gemaakt dat hij de in dagblad De Limburger genoemde [verweerder] is.

Ingeval van ontbinding heeft [verweerder] daarom ook recht op een billijke vergoeding ex art. 7:671b lid 8 sub c BW, waarvan hij de omvang zelf becijfert op € 44.486,00. Indien er al sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, dan is die volgens [verweerder] geheel aan Dynafix te wijten.

4 De beoordeling

4.1.

De huidige stand van zaken is dat [verweerder] strafrechtelijk veroordeeld is vanwege het hebben van geslachtsgemeenschap met een persoon van 15 jaar en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. Uit het vonnis blijkt dat die feiten in de strafrechtelijke procedure - alsook in deze procedure - als zodanig niet door [verweerder] worden ontkend, zodat hij in het hoger beroep hooguit mag hopen op een lagere strafmaat, maar niet op vrijspraak. Verwijtbaarheid in arbeidsrechtelijke zin (dus: jegens de werkgever) kan uit de bewezenverklaarde strafrechtelijke feiten op zichzelf niet worden afgeleid, nu deze feiten zich geheel in de privésfeer hebben afgespeeld en geen directe invloed op zijn functioneren hadden.

4.2.

Wat Dynafix [verweerder] in arbeidsrechtelijke zin met name verwijt, is dat hij haar niet vanaf het begin af aan volledige openheid van zaken heeft gegeven. Uit het vonnis van 7 maart 2018 blijkt immers dat [verweerder] ter terechtzitting heeft verklaard dat hij wist dat het meisje toen 15 jaar oud was. Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank tevens overwogen dat uit het digitaal berichtenverkeer blijkt dat [verweerder] actief op het meisje heeft ‘gejaagd’ en zeer planmatig en manipulatief te werk is gegaan. Verder neemt de rechtbank het [verweerder] bijzonder kwalijk dat hij de seks tussen hem en het meisje heeft gefilmd zonder dat zij daarvan op de hoogte was en dat hij - toen zij daar achter kwam - beloofd heeft het filmpje te verwijderen maar dat niet heeft gedaan.

In het licht van dit verwijt van Dynafix, had het alleszins op de weg van [verweerder] gelegen om - veel concreter dan hij heeft gedaan - te duiden wat hij dan precies aan Dynafix heeft verteld over hetgeen zich heeft afgespeeld, doch hij blijft zich hullen in de algemene opmerking dat hij ‘volledig openheid van zaken’ aan Dynafix heeft gegeven. Daarmee heeft hij het verwijt van Dynafix onvoldoende gemotiveerd betwist. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [verweerder] het gegeven dat hij wist dat bedoeld meisje 15 jaar was en dat hij de seks tussen beiden heeft gefilmd (waarmee de kans op een onvoorwaardelijke straf levensgroot was), voor zijn werkgever Dynafix heeft achtergehouden. Dit valt hem te verwijten.

Zoals ook ter zitting is gebleken, is de arbeidsverhouding tussen partijen ernstig en duurzaam verstoord geraakt door de hierboven beschreven gang van zaken. Niet gebleken is dat die verstoring verband houdt met de huidige ziekte van [verweerder] , zodat het opzegverbod niet aan ontbinding in de weg staat (art. 7:671b lid 6 aanhef en onder a BW).

4.3.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst op grond van bovenstaande overwegingen ontbinden en wel per 1 september 2018, conform art. 7:671b lid 8 BW.

4.4.

Nu de arbeidsovereenkomst langer dan twee jaar heeft geduurd, heeft [verweerder] in beginsel recht op een transitievergoeding. Dit zou slecht anders zijn indien het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van [verweerder] (art. 7:673 lid 7 sub c BW), hetgeen uiteraard gelezen dient te worden als ‘handelen of nalaten jegens Dynafix’ (niet jegens het meisje). Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Aan [verweerder] zal derhalve een ten laste van Dynafix komende transitievergoeding worden toegewezen. De door [verweerder] gestelde omvang daarvan, te weten € 15.075,00, is onbetwist gebleven zodat de kantonrechter daar

vanuit gaat.

4.5.

Voor toewijzing van een billijke vergoeding is geen plaats, nu van ernstig verwijtbaar handelen door Dynafix niet is gebleken. Onder de gegeven omstandigheden hoefde Dynafix er immers niet voor te zorgen dat [verweerder] op de werkvloer kon terugkeren, en het verwijt van [verweerder] aangaande het door Dynafix bekendmaken binnen het bedrijf aangaande zijn veroordeling, is door Dynafix ter zitting voldoende weerlegd.

4.6.

Nu aan de door Dynafix verzochte ontbinding een vergoeding wordt verbonden, terwijl verzocht is om te ontbinden zonder toewijzing van een vergoeding, zal zij conform het bepaalde in art. 7:686a lid 6 BW in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te trekken binnen de hierna genoemde termijn.

4.7.

In de omstandigheid dat beide partijen deels in het ongelijk en deels in het gelijk zijn gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter komt aldus tot de volgende uitspraak:

5.1.

De termijn waarbinnen Dynafix het verzoek kan intrekken (door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier, met toezending van een kopie daarvan aan de gemachtigde van [verweerder] ), eindigt op woensdag 1 augustus 2018 te 12:00 uur.

5.2.

Voor het geval het verzoek niet uiterlijk op dat tijdstip ingetrokken zal zijn

a. wordt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 september 2018 ontbonden;

b. wordt Dynafix veroordeeld om aan [verweerder] de transitievergoeding van € 15.075,00 bruto te betalen;

c. worden de proceskosten gecompenseerd in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.3.

Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

5.4.

Voor het geval het verzoek vóór woensdag 1 augustus 2018 te 12:00 zal zijn ingetrokken, wordt Dynafix veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot de datum van deze beschikking begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde, waarbij deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad zal zijn.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken.

RK